Hacer Vervoegen: Doen en Maken in het Spaans (in 4 tijden)

Dec 10, 2025
Thumbnail hacer in het Spaans

Het Spaanse werkwoord hacer vervoegen is een absolute must als je vloeiend Spaans wilt spreken, want hacer gebruik je de hele dag voor alles wat je doet of maakt.

Je hoort hacer overal in dagelijkse gesprekken:
¿Qué haces? – Wat ben je aan het doen?
Hago la cena – Ik maak het avondeten
Tenemos que hacer los deberes – We moeten het huiswerk maken
¿Qué hiciste ayer? – Wat deed je gisteren?

In deze blog leer je wat hacer betekent, wat ¿qué haces? en hace betekenen, hoe je met hace "geleden" zegt, en hoe je hacer vervoegt in de vier tijden die je het meest gebruikt. Hacer is een onregelmatig werkwoord en staat daarom ook in onze lijst met de belangrijkste onregelmatige werkwoorden. Wil je die lijst zien? Bekijk dan 👉 10 belangrijkste onregelmatige Spaanse werkwoorden

🇪🇸 Gratis cursus Spaans (inclusief app)
Leer stap voor stap Spaans met video's, oefeningen en persoonlijke begeleiding. Helemaal gratis, zonder verplichtingen.
👉 Start hier de gratis cursus Spaans

📚 Inhoudsopgave (klik om naar onderdeel te gaan)

Wat betekent hacer? Vertaling en de belangrijkste betekenissen

Hacer betekent "doen" én "maken". Het Spaans heeft daar één werkwoord voor, waar het Nederlands er twee gebruikt. Daardoor is hacer een van de vijf meest gebruikte werkwoorden in de taal. De uitspraak is "a-SER" (in Spanje "a-THER"), de h spreek je niet uit. Dit zijn de betekenissen die je moet kennen:

Betekenis Spaans Nederlands
doen hacer deporte, hacer la compra, hacer los deberes sporten, boodschappen doen, huiswerk maken
maken hacer la cena, hacer una foto, hacer un viaje het avondeten maken, een foto maken, een reis maken
het weer hace calor, hace frío, hace sol, hace buen tiempo het is warm, koud, zonnig, mooi weer
geleden hace dos días, hace un año, hace mucho tiempo twee dagen geleden, een jaar geleden, lang geleden
nodig zijn hace falta, me hace falta het is nodig, ik heb nodig
worden hacerse médico, hacerse tarde dokter worden, laat worden

Wat betekent ¿qué haces?

¿Qué haces? betekent "wat doe je?" of "wat ben je aan het doen?". Het is een van de meest gebruikte vragen in het Spaans, ook als begin van een gesprek, een beetje zoals "waar ben je mee bezig?". Je hoort hem ook in ¿Qué haces aquí? (wat doe jij hier?) en ¿Qué haces este fin de semana? (wat doe je dit weekend?). Wil je vragen wat iemand voor werk doet, dan zeg je ¿A qué te dedicas? of ¿En qué trabajas?, niet ¿qué haces?. En let op: ¿Qué hiciste? is "wat heb je gedaan?", en met een verontwaardigde toon "wat heb je nu gedaan?!".

Wat betekent hace?

Hace is de hij/zij-vorm van hacer: "hij doet", "zij maakt". Maar je ziet het veel vaker in twee andere betekenissen. Bij het weer: hace calor (het is warm), hace frío (het is koud), letterlijk "het maakt warmte". En als "geleden": hace dos años (twee jaar geleden), hace un momento (zonet), hace mucho (lang geleden). Ook ¿Cuánto tiempo hace que vives aquí? (hoe lang woon je hier al?) werkt met hace.

Gisteren in het Spaans: ayer, en geleden met hace

"Gisteren" is ayer, geen hacer. Maar zodra je iets verder terug wilt, gebruik je hace plus een tijdsaanduiding: hace dos días (twee dagen geleden), hace una semana (een week geleden), hace un mes (een maand geleden). Het rijtje dat je nodig hebt:

Nederlands Spaans
gisterenayer
eergisterenanteayer (of antes de ayer)
gisteravondanoche
gisterochtendayer por la mañana
twee dagen geledenhace dos días
vorige weekla semana pasada
een jaar geledenhace un año
lang geledenhace mucho tiempo

Al deze tijdsaanduidingen zijn signaalwoorden voor de pretérito indefinido: Ayer hice la compra (gisteren deed ik boodschappen), Hace dos años fui a Madrid (twee jaar geleden ging ik naar Madrid).

Waarom is het werkwoord hacer zo belangrijk?

Met hacer kun je bijna alles uitdrukken wat je doet of maakt in het dagelijks leven. Denk maar eens na hoe vaak je 'doen' of 'maken' in het Nederlands gebruikt, dat is precies hoe onmisbaar hacer in het Spaans is.

  • ¿Qué haces esta noche? – Wat doe je vanavond?
  • Hago la cama todas las mañanas – Ik maak elke ochtend mijn bed op
  • Tenemos que hacer la compra – We moeten boodschappen doen
  • Ella hace mucho deporte – Zij doet veel aan sport

Als je weet hoe je hacer vervoegen in verschillende tijden, kun je al snel natuurlijke zinnen maken over werk, hobby's, plannen en gewoonten.

Moet je de basis van werkwoordvervoegingen nog even opfrissen? Lees dan 👉 Spaanse werkwoorden vervoegen

📘 Presente – hacer vervoegen in de tegenwoordige tijd

Onregelmatig in de yo-vorm: hago

In de presente is hacer onregelmatig in de yo-vorm: je zegt hago, niet haco. De andere vormen volgen grotendeels het patroon van de gewone -er-werkwoorden.

  • yo hago
    Siempre hago la cena – Ik maak altijd het avondeten
  • haces
    ¿Qué haces ahora? – Wat ben je nu aan het doen?
  • él / ella / usted hace
    Mi jefe hace muchas reuniones – Mijn baas heeft veel vergaderingen
  • nosotros hacemos
    Hacemos los deberes juntos – Wij maken het huiswerk samen
  • vosotros hacéis
    ¿Qué hacéis los fines de semana? – Wat doen jullie in het weekend?
  • ellos / ellas / ustedes hacen
    Ellos hacen mucho ruido – Zij maken veel lawaai

Net als bij andere Spaanse werkwoorden laat je de persoonlijke voornaamwoorden (yo, tú, nosotros...) vaak weg, omdat de werkwoordvorm al duidelijk maakt wie de handeling uitvoert. Meer hierover lees je in 👉 Persoonlijke voornaamwoorden in het Spaans

📙 Pretérito imperfecto – hacer in de voortdurende verleden tijd

Imperfecto: gewoonten, routines en achtergrond

Je gebruikt de imperfecto om gewoonten, herhaling en achtergrondinformatie in het verleden te beschrijven. De vormen van hacer zijn hier regelmatig en heel bruikbaar om te vertellen wat je 'vroeger altijd deed'.

  • yo hacía
    Cuando era niño, hacía deporte todos los días – Toen ik kind was, deed ik elke dag sport
  • hacías
    Siempre hacías muchas preguntas – Je stelde vroeger altijd veel vragen
  • él / ella / usted hacía
    Ella hacía la compra los sábados – Zij deed op zaterdag de boodschappen
  • nosotros hacíamos
    Hacíamos paella todos los domingos – Wij maakten elke zondag paella
  • vosotros hacíais
    Siempre hacíais los deberes juntos – Jullie maakten het huiswerk altijd samen
  • ellos / ellas / ustedes hacían
    Hacían mucho ruido en clase – Zij maakten veel lawaai in de klas

📗 Pretérito indefinido – hacer in de afgeronde verleden tijd

Onregelmatige stam: hic- en speciale vorm hizo

Met de pretérito indefinido beschrijf je éénmalige, afgeronde acties op een specifiek moment in het verleden. In deze tijd verandert de stam van hacer in hic-, met één speciale vorm: hizo (niet hico).

Let op
Veel studenten schrijven per ongeluk hacío of hico. Dat is niet correct.
De juiste vormen zijn hice en hizo.
  • yo hice
    Ayer hice mis deberes muy tarde – Gisteren maakte ik mijn huiswerk heel laat
  • hiciste
    ¿Hiciste la reserva? – Heb je de reservering gemaakt?
  • él / ella / usted hizo
    Ella hizo una foto preciosa – Zij maakte een prachtige foto
  • nosotros hicimos
    Hicimos una fiesta en casa – Wij gaven een feestje thuis
  • vosotros hicisteis
    ¿Hicisteis los ejercicios? – Hebben jullie de oefeningen gemaakt?
  • ellos / ellas / ustedes hicieron
    Ellos hicieron un viaje a España – Zij maakten een reis naar Spanje

Wil je deze verleden tijd beter begrijpen, ook voor andere werkwoorden? Lees dan 👉 Pretérito indefinido (verleden tijd) in het Spaans

📒 Futuro simple – hacer in de toekomende tijd

Onregelmatige stam: har-

In de futuro simple gebruik je de stam har- en voeg je de uitgangen van de toekomende tijd toe. Zo kun je praten over wat je zal doen of zal maken in de toekomst.

  • yo haré
    Mañana haré algo especial – Morgen zal ik iets bijzonders doen
  • harás
    ¿Harás la presentación tú? – Ga jij de presentatie doen?
  • él / ella / usted hará
    Él hará el café – Hij zal de koffie maken
  • nosotros haremos
    Haremos la compra esta tarde – Wij gaan vanmiddag de boodschappen doen
  • vosotros haréis
    ¿Haréis los deberes después? – Gaan jullie het huiswerk later doen?
  • ellos / ellas / ustedes harán
    Harán una fiesta grande – Zij zullen een groot feest geven

Stap-voor-stap uitleg over deze tijd vind je hier 👉 Futuro simple (toekomende tijd) in het Spaans

En ben je benieuwd hoe je zou doen of zou maken zegt in het Spaans? Bekijk dan ook 👉 Condicional simple (voorwaardelijke tijd) in het Spaans

Doen en maken in het Spaans: overzicht van hacer vervoegen

Belangrijkste tijden in één oogopslag

Hacer vervoegen in het Spaans: overzicht van doen en maken in 4 tijden (presente, pretérito imperfecto, pretérito indefinido en futuro simple)
Infographic: hacer vervoegen (doen/maken) in het Spaans – vervoegingen in 4 tijden. Naast deze tijden wordt hacer ook gebruikt in de gebiedende wijs.

❌ Veelgemaakte fouten bij hacer vervoegen

Dit zijn de meest voorkomende fouten die Nederlandstalige leerders maken bij het vervoegen van hacer.

Fout 1: haco in plaats van hago (presente yo)
De yo-vorm van hacer is onregelmatig en eindigt op -go, niet op -co.
Yo haco la cena
Yo hago la cena – Ik maak het avondeten
Fout 2: hací of hació in plaats van hice / hizo (indefinido)
In de pretérito indefinido is de stam hic-, niet hac-. En de él/ella-vorm is hizo (met z, voor de uitspraak).
Ayer yo hací    ❌ Ella hació
Ayer yo hice – Gisteren deed ik
Ella hizo – Zij deed/maakte
Fout 3: hacerá in plaats van hará (futuro)
In de toekomende tijd gebruikt hacer de onregelmatige stam har-, niet de infinitief als basis.
Mañana lo hacerá
Mañana lo hará – Morgen zal hij/zij het doen
Fout 4: hacer niet herkennen in vaste uitdrukkingen
Hacer zit verstopt in veel vaste uitdrukkingen die je misschien niet direct zou raden.
❌ Vergeten dat hacer calor/frío = het is warm/koud (letterlijk: het maakt warmte/kou)
Hoy hace mucho calor – Het is vandaag erg warm
Hace falta estudiar – Het is nodig om te studeren / Je moet studeren
Fout 5: "geleden" letterlijk vertalen
Nederlanders zoeken naar een woord voor "geleden". Dat bestaat niet; het Spaans gebruikt hace vóór de tijdsaanduiding.
Dos años atrás fui a Madrid (kan, maar klinkt Latijns-Amerikaans)
Hace dos años fui a Madrid – Twee jaar geleden ging ik naar Madrid

Oefening: vertaal naar het Spaans

Oefen met de vier tijden van hacer vervoegen

  1. Wat doe je nu?
    ¿Qué ...... ahora?
  2. Vroeger maakten we altijd paella op zondag
    Antes ...... siempre paella los domingos
  3. Gisteren deed ik mijn huiswerk heel laat
    Ayer yo ...... mis deberes muy tarde
  4. Toen ik kind was, deed ik elke dag sport
    Cuando era niño/niña, yo ...... deporte todos los días
  5. Morgen zullen we iets leuks doen
    Mañana nosotros ...... algo divertido
  6. Hebben jullie de reservering gemaakt?
    ¿...... la reserva?
  7. Het is vandaag erg warm
    Hoy ...... mucho calor
  8. Twee jaar geleden verhuisde ik naar Spanje
    ...... dos años me mudé a España




Een paar witregels, zodat we niet kunnen spieken 😉


Antwoorden

  1. ¿Qué haces ahora?
  2. Antes hacíamos siempre paella los domingos
  3. Ayer yo hice mis deberes muy tarde
  4. Cuando era niño/niña, yo hacía deporte todos los días
  5. Mañana nosotros haremos algo divertido
  6. ¿Hicisteis la reserva?
  7. Hoy hace mucho calor
  8. Hace dos años me mudé a España
Vond je deze oefening leuk? 🇪🇸
In onze gratis cursus Spaans krijg je hier veel meer van: video-uitleg, oefeningen en persoonlijke hulp bij elke les.
👉 Volg hier gratis de cursus Spaans

Wist je dat je hacer ook als reflexief werkwoord kunt gebruiken? In dat geval betekent het worden en wordt het hacerse. Lees hierover meer in onze blog over 👉 'worden' in het Spaans.

Andere belangrijke onregelmatige Spaanse werkwoorden

Wil je verder oefenen met andere veelgebruikte onregelmatige werkwoorden? Hieronder vind je handige gidsen met alle vervoegingen.

Spaans leren met onze cursussen

Wil je vloeiend Spaans leren spreken, met persoonlijke begeleiding en levenslang toegang? Bekijk dan ook onze volledige cursussen voor alle niveaus.

✨ Of bekijk het volledige overzicht: Bekijk alle cursussen Spaans.

👉 Bekijk hier onze complete bloghub Spaans leren

Wil je extra oefenen met luisteren en spreken, met zinnen waarin hacer en andere kernwerkwoorden voorkomen? Bekijk dan ook:

Veelgestelde vragen over hacer vervoegen

Wat betekent hacer in het Spaans?

Hacer betekent zowel 'doen' als 'maken'. Je gebruikt het voor alles van huiswerk maken (hacer los deberes) tot boodschappen doen (hacer la compra) en sport doen (hacer deporte). Ook voor weersomstandigheden: hace calor (het is warm), hace frío (het is koud), en voor "geleden": hace dos años (twee jaar geleden).

Wat betekent qué haces?

¿Qué haces? betekent "wat doe je?" of "wat ben je aan het doen?". Het is een van de meest gebruikte vragen in het Spaans. Wil je weten wat iemand voor werk doet, dan vraag je ¿A qué te dedicas?

Wat betekent hace?

Hace is de hij/zij-vorm van hacer (hij doet, zij maakt), maar je ziet het vooral bij het weer (hace calor, het is warm) en in de betekenis "geleden": hace dos días (twee dagen geleden), hace mucho tiempo (lang geleden).

Hoe zeg je gisteren in het Spaans?

"Gisteren" is ayer. Eergisteren is anteayer, gisteravond anoche. Voor "geleden" gebruik je hace: hace dos días (twee dagen geleden), hace una semana (een week geleden). Al deze woorden vragen om de pretérito indefinido: Ayer hice la compra.

Is hacer een onregelmatig werkwoord?

Ja. Hacer heeft drie onregelmatigheden: een -go yo-vorm in de presente (hago), een onregelmatige stam hic- in de pretérito indefinido (hice, hizo, hicimos...) en een onregelmatige stam har- in de futuro simple (haré, hará...).

Hoe zeg je ik deed of ik maakte in het Spaans?

Dat hangt af van de context. Voor een eenmalige, afgeronde actie gebruik je de pretérito indefinido: hice (ik deed/maakte). Voor een gewoonte of herhaalde actie in het verleden gebruik je de imperfecto: hacía (ik deed/maakte, vroeger altijd).

Wat is het verschil tussen hacer en tener que hacer?

Hacer alleen betekent 'doen/maken': hago la compra (ik doe de boodschappen). Tener que hacer betekent 'iets moeten doen/maken': tengo que hacer la compra (ik moet boodschappen doen). Voeg tener que toe voor de verplichting.

Kun je hacer als reflexief werkwoord gebruiken?

Ja: hacerse betekent 'worden' of 'zichzelf maken tot'. Bijvoorbeeld: se hizo médico (hij werd dokter), me hice vegetariana (ik werd vegetariër). Lees meer hierover in onze blog over 'worden' in het Spaans.

Hoe gebruik je hacer in uitdrukkingen over het weer?

In het Spaans gebruik je hacer voor weersomstandigheden, wat voor Nederlandstaligen ongewoon is. Voorbeelden: hace calor (het is warm), hace frío (het is koud), hace sol (het is zonnig), hace viento (het waait). De vorm is altijd hace in de tegenwoordige tijd.

Conclusie

Hacer vervoegen is een onmisbare stap als je spontaan gesprekken in het Spaans wilt voeren. Je gebruikt het telkens wanneer je wilt zeggen wat je doet of maakt, van huiswerk en boodschappen tot vragen wat iemand aan het doen is, en daarnaast voor het weer en voor "geleden".

Door de vier tijden (presente, imperfecto, indefinido en futuro simple) goed te beheersen en de drie onregelmatigheden te onthouden (hago, hic-, har-), kun je al snel natuurlijke zinnen maken over je dagelijks leven, vroeger en in de toekomst.

🎁 Start hier de gratis cursus Spaans (inclusief app) en leer de basis met leuke video's en oefeningen.

Saludos,
Lusiana y Leroy ❤️

🇪🇸 KRIJG ONZE GRATIS ONLINE CURSUS SPAANS! 🇪🇸

De leukste en beste manier om goed Spaans te leren spreken

Gratis (en heel leuk!❤️)
Videolessen, quizzen, podcasts en ebooks.
Persoonlijke hulp in onze online leeromgeving (en ja, ook gratis!)

Na aanmelden ontvang je jouw inlogcode en instructies via email.

Al meer dan 30.000 mensen doen mee, jij ook?

We zullen jouw informatie nooit verkopen, om welke reden dan ook.