๐Ÿ‡ช๐Ÿ‡ธ Hacer (doen/maken) in het Spaans: In 4 tijden

Dec 10, 2025
Thumbnail hacer in het Spaans

Het Spaanse werkwoord hacer vervoegen is een absolute must als je vloeiend Spaans wilt spreken, want hacer gebruik je de hele dag voor alles wat je doet of maakt.

Je hoort hacer overal in dagelijkse gesprekken:
¿Qué haces? – Wat ben je aan het doen?
Hago la cena – Ik maak het avondeten
Tenemos que hacer los deberes – We moeten het huiswerk maken
¿Qué hiciste ayer? – Wat deed je gisteren?

Hacer is een onregelmatig werkwoord en staat daarom ook in onze lijst met de belangrijkste onregelmatige werkwoorden. Wil je die lijst zien? Bekijk dan ๐Ÿ‘‰ 10 belangrijkste onregelmatige Spaanse werkwoorden

๐ŸŽ‰ Gratis minicursus Spaans: leer de basis met leuke video’s en oefeningen, er zit zelfs een app bij
๐Ÿ‘‰ https://www.overalspaans.nl/gratiscursus

๐Ÿ“š Inhoudsopgave (klik om naar onderdeel te gaan)

Waarom is het werkwoord hacer zo belangrijk?

Met hacer kun je bijna alles uitdrukken wat je doet of maakt in het dagelijks leven. Denk maar eens na hoe vaak je ‘doen’ of ‘maken’ in het Nederlands gebruikt – dat is precies hoe onmisbaar hacer in het Spaans is.

  • ¿Qué haces esta noche? – Wat doe je vanavond?
  • Hago la cama todas las mañanas – Ik maak elke ochtend mijn bed op
  • Tenemos que hacer la compra – We moeten boodschappen doen
  • Ella hace mucho deporte – Zij doet veel aan sport

Als je weet hoe je hacer vervoegen in verschillende tijden, kun je al snel natuurlijke zinnen maken over werk, hobby’s, plannen en gewoonten.

Moet je de basis van werkwoordvervoegingen nog even opfrissen? Lees dan ๐Ÿ‘‰ Spaanse werkwoorden vervoegen

๐Ÿ“˜ Presente – hacer vervoegen in de tegenwoordige tijd

Onregelmatig in de yo-vorm: hago

In de presente is hacer onregelmatig in de yo-vorm: je zegt hago, niet haco. De andere vormen volgen grotendeels het patroon van de gewone -er-werkwoorden.

  • yo hago
    Siempre hago la cena – Ik maak altijd het avondeten
  • haces
    ¿Qué haces ahora? – Wat ben je nu aan het doen?
  • él / ella / usted hace
    Mi jefe hace muchas reuniones – Mijn baas heeft veel vergaderingen
  • nosotros hacemos
    Hacemos los deberes juntos – Wij maken het huiswerk samen
  • vosotros hacéis
    ¿Qué hacéis los fines de semana? – Wat doen jullie in het weekend?
  • ellos / ellas / ustedes hacen
    Ellos hacen mucho ruido – Zij maken veel lawaai

Net als bij andere Spaanse werkwoorden laat je de persoonlijke voornaamwoorden (yo, tú, nosotros...) vaak weg, omdat de werkwoordvorm al duidelijk maakt wie de handeling uitvoert. Meer hierover lees je in ๐Ÿ‘‰ Persoonlijke voornaamwoorden in het Spaans

๐Ÿ“™ Pretérito imperfecto – hacer in de voortdurende verleden tijd

Imperfecto: gewoonten, routines en achtergrond

Je gebruikt de imperfecto om gewoonten, herhaling en achtergrondinformatie in het verleden te beschrijven. De vormen van hacer zijn hier regelmatig en heel bruikbaar om te vertellen wat je ‘vroeger altijd deed’.

  • yo hacía
    Cuando era niño, hacía deporte todos los días – Toen ik kind was, deed ik elke dag sport
  • hacías
    Siempre hacías muchas preguntas – Je stelde vroeger altijd veel vragen
  • él / ella / usted hacía
    Ella hacía la compra los sábados – Zij deed op zaterdag de boodschappen
  • nosotros hacíamos
    Hacíamos paella todos los domingos – Wij maakten elke zondag paella
  • vosotros hacíais
    Siempre hacíais los deberes juntos – Jullie maakten het huiswerk altijd samen
  • ellos / ellas / ustedes hacían
    Hacían mucho ruido en clase – Zij maakten veel lawaai in de klas

๐Ÿ“— Pretérito indefinido – hacer in de afgeronde verleden tijd

Onregelmatige stam: hic- en speciale vorm hizo

Met de pretérito indefinido beschrijf je éénmalige, afgeronde acties op een specifiek moment in het verleden. In deze tijd verandert de stam van hacer in hic-, met één speciale vorm: hizo (niet hico).

Let op
Veel studenten schrijven per ongeluk hacío of hico. Dat is niet correct.
De juiste vormen zijn hice en hizo.
  • yo hice
    Ayer hice mis deberes muy tarde – Gisteren maakte ik mijn huiswerk heel laat
  • hiciste
    ¿Hiciste la reserva? – Heb je de reservering gemaakt?
  • él / ella / usted hizo
    Ella hizo una foto preciosa – Zij maakte een prachtige foto
  • nosotros hicimos
    Hicimos una fiesta en casa – Wij gaven een feestje thuis
  • vosotros hicisteis
    ¿Hicisteis los ejercicios? – Hebben jullie de oefeningen gemaakt?
  • ellos / ellas / ustedes hicieron
    Ellos hicieron un viaje a España – Zij maakten een reis naar Spanje

Wil je deze verleden tijd beter begrijpen, ook voor andere werkwoorden? Lees dan ๐Ÿ‘‰ Pretérito indefinido (verleden tijd) in het Spaans

๐Ÿ“’ Futuro simple – hacer in de toekomende tijd

Onregelmatige stam: har-

In de futuro simple gebruik je de stam har- en voeg je de uitgangen van de toekomende tijd toe. Zo kun je praten over wat je zal doen of zal maken in de toekomst.

  • yo haré
    Mañana haré algo especial – Morgen zal ik iets bijzonders doen
  • harás
    ¿Harás la presentación tú? – Ga jij de presentatie doen?
  • él / ella / usted hará
    Él hará el café – Hij zal de koffie maken
  • nosotros haremos
    Haremos la compra esta tarde – Wij gaan vanmiddag de boodschappen doen
  • vosotros haréis
    ¿Haréis los deberes después? – Gaan jullie het huiswerk later doen?
  • ellos / ellas / ustedes harán
    Harán una fiesta grande – Zij zullen een groot feest geven

Stap-voor-stap uitleg over deze tijd vind je hier ๐Ÿ‘‰ Futuro simple (toekomende tijd) in het Spaans

En ben je benieuwd hoe je zou doen of zou maken zegt in het Spaans? Bekijk dan ook ๐Ÿ‘‰ Condicional simple (voorwaardelijke tijd) in het Spaans

Doen en maken in het Spaans: overzicht van hacer vervoegen

Belangrijkste tijden in één oogopslag

Hacer vervoegen in het Spaans: overzicht van doen en maken in 4 tijden (presente, pretérito imperfecto, pretérito indefinido en futuro simple)
Infographic: hacer vervoegen (doen/maken) in het Spaans – vervoegingen in 4 tijden. Naast deze tijden wordt hacer ook gebruikt in de gebiedende wijs.

Wil je nog meer kernwerkwoorden in meerdere tijden leren? Dan zijn deze gidsen handig:

โŒ Veelgemaakte fouten bij hacer vervoegen

Dit zijn de meest voorkomende fouten die Nederlandstalige leerders maken bij het vervoegen van hacer.

Fout 1: haco in plaats van hago (presente yo)
De yo-vorm van hacer is onregelmatig en eindigt op -go, niet op -co.
โŒ Yo haco la cena
โœ… Yo hago la cena – Ik maak het avondeten
Fout 2: hací of hació in plaats van hice / hizo (indefinido)
In de pretérito indefinido is de stam hic-, niet hac-. En de él/ella-vorm is hizo (met z, voor de uitspraak).
โŒ Ayer yo hací    โŒ Ella hació
โœ… Ayer yo hice – Gisteren deed ik
โœ… Ella hizo – Zij deed/maakte
Fout 3: hacerá in plaats van hará (futuro)
In de toekomende tijd gebruikt hacer de onregelmatige stam har-, niet de infinitief als basis.
โŒ Mañana lo hacerá
โœ… Mañana lo hará – Morgen zal hij/zij het doen
Fout 4: hacer niet herkennen in vaste uitdrukkingen
Hacer zit verstopt in veel vaste uitdrukkingen die je misschien niet direct zou raden.
โŒ Vergeten dat hacer calor/frío = het is warm/koud (letterlijk: het maakt warmte/kou)
โœ… Hoy hace mucho calor – Het is vandaag erg warm
โœ… Hace falta estudiar – Het is nodig om te studeren / Je moet studeren

Oefening: vertaal naar het Spaans

Oefen met de vier tijden van hacer vervoegen

  1. Wat doe je nu?
    ¿Qué ...... ahora?
  2. Vroeger maakten we altijd paella op zondag
    Antes ...... siempre paella los domingos
  3. Gisteren deed ik mijn huiswerk heel laat
    Ayer yo ...... mis deberes muy tarde
  4. Toen ik kind was, deed ik elke dag sport
    Cuando era niño/niña, yo ...... deporte todos los días
  5. Morgen zullen we iets leuks doen
    Mañana nosotros ...... algo divertido
  6. Hebben jullie de reservering gemaakt?
    ¿...... la reserva?
  7. Het is vandaag erg warm
    Hoy ...... mucho calor




Een paar witregels, zodat we niet kunnen spieken ๐Ÿ˜‰


Antwoorden

  1. ¿Qué haces ahora?
  2. Antes hacíamos siempre paella los domingos
  3. Ayer yo hice mis deberes muy tarde
  4. Cuando era niño/niña, yo hacía deporte todos los días
  5. Mañana nosotros haremos algo divertido
  6. ¿Hicisteis la reserva?
  7. Hoy hace mucho calor

Wist je dat je hacer ook als reflexief werkwoord kunt gebruiken? In dat geval betekent het worden en wordt het hacerse. Lees hierover meer in onze blog over ๐Ÿ‘‰ ‘worden’ in het Spaans.

Andere belangrijke onregelmatige Spaanse werkwoorden

Wil je verder oefenen met andere veelgebruikte onregelmatige werkwoorden? Hieronder vind je handige gidsen met alle vervoegingen.

๐Ÿ“˜ Spaans leren spreken (onze volledige cursussen)

Wil je vloeiend Spaans leren spreken, met persoonlijke begeleiding en levenslang toegang? Bekijk dan ook onze volledige cursussen voor alle niveaus.

โœจ Bekijk hier alle cursussen: Volledig cursusoverzicht

๐Ÿ“š Meer leren? Bezoek onze hubpagina ๐Ÿ‘‰ Spaans leren

Wil je extra oefenen met luisteren en spreken, met zinnen waarin hacer en andere kernwerkwoorden voorkomen? Bekijk dan ook:

Veelgestelde vragen over hacer vervoegen

Wat betekent hacer in het Spaans?

Hacer betekent zowel ‘doen’ als ‘maken’. Je gebruikt het voor alles van huiswerk maken (hacer los deberes) tot boodschappen doen (hacer la compra) en sport doen (hacer deporte). Ook voor weersomstandigheden: hace calor (het is warm), hace frío (het is koud).

Is hacer een onregelmatig werkwoord?

Ja. Hacer heeft drie onregelmatigheden: een -go yo-vorm in de presente (hago), een onregelmatige stam hic- in de pretérito indefinido (hice, hizo, hicimos...) en een onregelmatige stam har- in de futuro simple (haré, hará...).

Hoe zeg je ‘ik deed’ of ‘ik maakte’ in het Spaans (verleden tijd)?

Dat hangt af van de context. Voor een eenmalige, afgeronde actie gebruik je de pretérito indefinido: hice (ik deed/maakte). Voor een gewoonte of herhaalde actie in het verleden gebruik je de imperfecto: hacía (ik deed/maakte – vroeger altijd).

Wat is het verschil tussen hacer en tener que hacer?

Hacer alleen betekent ‘doen/maken’: hago la compra (ik doe de boodschappen). Tener que hacer betekent ‘iets moeten doen/maken’: tengo que hacer la compra (ik moet boodschappen doen). Voeg tener que toe voor de verplichting.

Kun je hacer als reflexief werkwoord gebruiken?

Ja – hacerse betekent ‘worden’ of ‘zichzelf maken tot’. Bijvoorbeeld: se hizo médico (hij werd dokter), me hice vegetariana (ik werd vegetariër). Lees meer hierover in onze blog over ‘worden’ in het Spaans.

Hoe gebruik je hacer in uitdrukkingen over het weer?

In het Spaans gebruik je hacer voor weersomstandigheden, wat voor Nederlandstaligen ongewoon is. Voorbeelden: hace calor (het is warm), hace frío (het is koud), hace sol (het is zonnig), hace viento (het waait). De vorm is altijd hace in de tegenwoordige tijd.

Conclusie

Hacer vervoegen is een onmisbare stap als je spontaan gesprekken in het Spaans wilt voeren. Je gebruikt het telkens wanneer je wilt zeggen wat je doet of maakt – van huiswerk en boodschappen tot vragen wat iemand aan het doen is.

Door de vier tijden (presente, imperfecto, indefinido en futuro simple) goed te beheersen en de drie onregelmatigheden te onthouden (hago, hic-, har-), kun je al snel natuurlijke zinnen maken over je dagelijks leven, vroeger en in de toekomst.

๐ŸŽ‰ Gratis minicursus Spaans: leer de basis met leuke video’s en oefeningen, er zit zelfs een app bij
๐Ÿ‘‰ https://www.overalspaans.nl/gratiscursus

Saludos
Lusiana y Leroy โค๏ธ

๐Ÿ‡ช๐Ÿ‡ธ KRIJG ONZE GRATISย ONLINE CURSUS SPAANS! ๐Ÿ‡ช๐Ÿ‡ธ

De leukste en beste manier om goed Spaans te leren spreken

โœ… Gratis (en heel leuk!โค๏ธ)
โœ… Videolessen, quizzen, podcasts en ebooks.
โœ…
Persoonlijke hulp in onze online leeromgevingย (en ja,ย ook gratis!)

Na aanmelden ontvang je jouw inlogcode en instructies via email.

Al meer dan 30.000 mensen doen mee, jij ook?

We zullen jouw informatie nooit verkopen, om welke reden dan ook.