🇪🇸 Venir (komen) in het Spaans: vervoegd in 4 tijden

Dec 06, 2025
Thumbnail Spaans werkwoord venir (komen)

Het Spaanse werkwoord venir vervoegen is een van de eerste dingen die je wilt leren, want venir gebruik je de hele dag door, overal waar je zegt dat iemand ergens naartoe komt.

Je hoort venir overal in dagelijkse gesprekken:
¿Vienes conmigo? – Kom je met mij mee?
Ya viene – Hij/zij komt eraan
Mis amigos vienen a mi casa – Mijn vrienden komen naar mijn huis
Vendré mañana – Ik kom morgen

Venir is een onregelmatig werkwoord en staat daarmee in onze lijst met de belangrijkste onregelmatige werkwoorden. Wil je die lijst zien? Bekijk dan 👉 10 belangrijkste onregelmatige Spaanse werkwoorden

🎉 Gratis minicursus Spaans: leer de basis met leuke video’s en oefeningen, er zit zelfs een app bij
👉 https://www.overalspaans.nl/gratiscursus

📚 Inhoudsopgave (klik om naar onderdeel te gaan)

Waarom is het werkwoord venir zo belangrijk?

Met venir geef je aan dat iemand naar de plek van de spreker of luisteraar toe komt. Het gaat niet zomaar over bewegen, maar specifiek over richting jou.

  • ¿Vienes a mi casa? – Kom je naar mijn huis?
  • Mis amigos vienen esta noche – Mijn vrienden komen vanavond
  • Ya viene el autobús – De bus komt eraan
  • Mi jefe viene de Madrid – Mijn baas komt uit Madrid

Als je leert hoe venir vervoegen werkt in verschillende tijden, kun je al snel veel natuurlijke zinnen maken. Vind je vervoegingen nog lastig? Lees dan 👉 Spaanse werkwoorden vervoegen

📘 Presente – venir vervoegen in de tegenwoordige tijd

Onregelmatig: vengo en klinkerwisseling (e → ie)

In de presente is venir onregelmatig in de yo-vorm (vengo) en heeft het een klinkerwisseling van e naar ie in bijna alle andere vormen (behalve nosotros/vosotros).

  • yo vengo
    Siempre vengo temprano – Ik kom altijd vroeg
  • vienes
    ¿Vienes mañana? – Kom je morgen?
  • él / ella / usted viene
    Ella viene a la fiesta – Zij komt naar het feestje
  • nosotros venimos
    Venimos en coche – Wij komen met de auto
  • vosotros venís
    ¿Venís esta noche? – Komen jullie vanavond?
  • ellos / ellas / ustedes vienen
    Ellos vienen de lejos – Zij komen van ver

Merk op dat de persoonlijke voornaamwoorden (yo, tú, nosotros...) in het Spaans vaak worden weggelaten, omdat de werkwoordvorm al duidelijk maakt wie de handeling uitvoert. Meer weten? Lees dan 👉 Persoonlijke voornaamwoorden in het Spaans

📙 Pretérito imperfecto – venir in de voortdurende verleden tijd

Imperfecto: gewoonten en achtergrondinformatie

Gebruik de imperfecto om gewoontes, herhaling of achtergrondinformatie in het verleden te beschrijven. De vormen van venir zijn hier regelmatig – geen verrassingen.

  • yo venía
    Siempre venía en tren – Ik kwam altijd met de trein
  • venías
    Venías todos los domingos – Je kwam elke zondag
  • él / ella / usted venía
    Mi vecino venía mucho a casa – Mijn buurman kwam vaak bij mij thuis
  • nosotros veníamos
    Veníamos de vacaciones cada verano – Wij kwamen elke zomer op vakantie
  • vosotros veníais
    Veníais muy tarde – Jullie kwamen erg laat
  • ellos / ellas / ustedes venían
    Venían cuando podían – Zij kwamen wanneer ze konden

📗 Pretérito indefinido – venir in de afgeronde verleden tijd

Onregelmatige stam: vin-

Gebruik de pretérito indefinido voor éénmalige acties die afgerond zijn op een specifiek moment in het verleden. In deze tijd verandert de stam van venir in vin-.

Let op
Veel studenten schrijven per ongeluk venieron. Dat is niet correct.
De juiste stam is vin-: vine, viniste, vino, vinimos, vinisteis, vinieron.
  • yo vine
    Vine muy temprano – Ik kwam heel vroeg
  • viniste
    ¿Viniste ayer? – Ben je gisteren gekomen?
  • él / ella / usted vino
    Ella vino sola – Zij kwam alleen
  • nosotros vinimos
    Vinimos a la fiesta – Wij kwamen naar het feestje
  • vosotros vinisteis
    ¿Vinisteis en coche? – Zijn jullie met de auto gekomen?
  • ellos / ellas / ustedes vinieron
    Vinieron de otra ciudad – Zij kwamen uit een andere stad

Wil je deze verleden tijd beter begrijpen? Bekijk dan 👉 Pretérito indefinido (verleden tijd) in het Spaans

📒 Futuro simple – venir in de toekomende tijd

Onregelmatige stam: vendr-

In de futuro simple gebruik je vendr- als stam en voeg je de uitgangen van de toekomende tijd toe. Zo kun je praten over wat zal gebeuren in de toekomst.

  • yo vendré
    Vendré mañana – Ik zal morgen komen
  • vendrás
    ¿Vendrás esta noche? – Kom je vanavond?
  • él / ella / usted vendrá
    Él vendrá más tarde – Hij zal later komen
  • nosotros vendremos
    Vendremos con nuestros hijos – Wij zullen met onze kinderen komen
  • vosotros vendréis
    ¿Vendréis el próximo fin de semana? – Komen jullie volgend weekend?
  • ellos / ellas / ustedes vendrán
    Vendrán si tienen tiempo – Zij zullen komen als ze tijd hebben

Wil je de toekomende tijd verder oefenen? Lees dan 👉 Futuro simple (toekomende tijd) in het Spaans

Komen in het Spaans: overzicht van venir vervoegen

Belangrijkste tijden in één oogopslag

Venir vervoegen in het Spaans: overzicht van komen in 4 tijden (presente, pretérito imperfecto, pretérito indefinido en futuro simple)
Infographic: venir vervoegen (komen) in het Spaans – alle vervoegingen in 4 tijden

Venir vs. ir vs. llegar: wat is het verschil?

Ze betekenen niet precies hetzelfde

Veel studenten verwarren venir, ir en llegar. Ze hebben allemaal met beweging te maken, maar je gebruikt ze in verschillende situaties.

  • venirkomen (richting de spreker of luisteraar)
    Mis amigos vienen a mi casa – Mijn vrienden komen naar mijn huis
  • irgaan (van de spreker vandaan naar een andere plek)
    Voy al trabajo – Ik ga naar mijn werk
    Meer voorbeelden? Bekijk 👉 Gaan in het Spaans: werkwoord ir
  • llegaraankomen (het moment van arriveren benadrukken)
    Llegamos tarde – Wij komen laat aan
Ezelsbruggetje
👉 Gebruik venir als iemand naar jou toe komt.
👉 Gebruik ir als jij ergens anders naartoe gaat.
👉 Gebruik llegar als je het moment van aankomst wilt benadrukken.

In combinatie met een goede uitspraak maak je echt indruk. Tip: lees ook 👉 Leer een goede Spaanse uitspraak

❌ Veelgemaakte fouten bij venir vervoegen

Dit zijn de meest voorkomende fouten die Nederlandstalige leerders maken bij het vervoegen van venir.

Fout 1: veno in plaats van vengo (presente yo)
De yo-vorm van venir is onregelmatig en eindigt op -go.
Yo veno mañana
Yo vengo mañana – Ik kom morgen
Fout 2: venieron in plaats van vinieron (indefinido ellos)
In de pretérito indefinido is de stam vin-, niet ven-.
Ellos venieron ayer
Ellos vinieron ayer – Zij kwamen gisteren
Fout 3: venirá in plaats van vendrá (futuro)
In de toekomende tijd gebruikt venir de onregelmatige stam vendr-, niet de infinitief.
Mañana ella venirá
Mañana ella vendrá – Morgen komt zij
Fout 4: venir gebruiken waar ir nodig is
Venir = naar jou toe komen. Ir = ergens anders naartoe gaan.
Vengo a tu casa (als jij naar háar huis gaat)
Voy a tu casa – Ik ga naar jouw huis (jij verplaatst je naar een andere plek)
Vengo a tu casa is wél correct als je al bij de ander staat en ergens naartoe gaat dat richting de luisteraar is.

Oefening: vertaal naar het Spaans

Probeer zelf de juiste vormen van venir vervoegen in te vullen

  1. Kom je vanavond?
    ¿...... esta noche?
  2. Mijn ouders komen elke zomer naar Spanje
    Mis padres ...... cada verano a España
  3. Gisteren kwam hij niet naar het feestje
    Ayer él no ...... a la fiesta
  4. Wij kwamen altijd te laat
    Siempre ...... tarde
  5. Volgend jaar zullen we weer naar Madrid komen
    El año que viene ...... otra vez a Madrid
  6. Komen jullie met de auto of met de trein?
    ¿...... en coche o en tren?
  7. Zij kwamen uit een andere stad
    ...... de otra ciudad




Een paar witregels, zodat we niet kunnen spieken 😉


Antwoorden

  1. ¿Vienes esta noche?
  2. Mis padres vienen cada verano a España
  3. Ayer él no vino a la fiesta
  4. Siempre veníamos tarde
  5. El año que viene vendremos otra vez a Madrid
  6. ¿Venís en coche o en tren?
  7. Vinieron de otra ciudad

Andere belangrijke onregelmatige Spaanse werkwoorden

Wil je verder oefenen met andere veelgebruikte onregelmatige werkwoorden? Hieronder vind je handige gidsen met alle vervoegingen.

📘 Spaans leren spreken (onze volledige cursussen)

Wil je vloeiend Spaans leren spreken, met persoonlijke begeleiding en levenslang toegang? Bekijk dan ook onze volledige cursussen voor alle niveaus.

✨ Bekijk hier alle cursussen: Volledig cursusoverzicht

📚 Meer leren? Bezoek onze hubpagina 👉 Spaans leren

Wil je extra oefenen met luisteren en spreken, met zinnen waarin venir en andere kernwerkwoorden voorkomen? Bekijk dan ook:

Veelgestelde vragen over venir vervoegen

Hoe zeg je ‘komen’ in het Spaans?

‘Komen’ in het Spaans zeg je met het werkwoord venir. In de tegenwoordige tijd: vengo (ik kom), vienes (jij komt), viene (hij/zij komt), venimos (wij komen), venís (jullie komen), vienen (zij komen).

Is venir een onregelmatig werkwoord?

Ja, venir is onregelmatig. Het heeft een -go yo-vorm in de presente (vengo), een klinkerwisseling e → ie (vienes, viene, vienen), de onregelmatige stam vin- in de indefinido (vine, vino, vinieron) en de stam vendr- in de futuro (vendré, vendrá...).

Wanneer gebruik je venir en niet ir?

Gebruik venir als iemand naar de plek van de spreker of luisteraar toe komt: ¿Vienes a mi casa? (kom je naar mijn huis?). Gebruik ir als je beschrijft dat iemand ergens anders naartoe gaat: Voy a tu casa (ik ga naar jouw huis).

Hoe vervoeg je venir in de pretérito indefinido?

In de pretérito indefinido heeft venir de onregelmatige stam vin-: vine, viniste, vino, vinimos, vinisteis, vinieron. Schrijf nooit venieron – dat is een van de meest gemaakte fouten.

Wat is de stam van venir in de futuro simple?

In de futuro simple is de stam van venir vendr-: vendré, vendrás, vendrá, vendremos, vendréis, vendrán. Gebruik nooit de infinitief als basis – schrijf dus niet venirá.

Wat betekent ‘el año que viene’?

El año que viene is een vaste uitdrukking die ‘volgend jaar’ betekent – letterlijk ‘het jaar dat komt’. Vergelijkbaar: la semana que viene (volgende week), el mes que viene (volgende maand). Heel handig en veelgebruikt!

Hoe zeg je ‘aankomen’ in het Spaans?

‘Aankomen’ – het moment van arriveren – zeg je met llegar: Llegamos a las ocho (we komen om acht uur aan). Gebruik llegar als je het arriveren zelf wilt benadrukken, en venir als je de beweging richting een plek wilt beschrijven.

Conclusie

Venir vervoegen is een onmisbare stap als je echte gesprekken in het Spaans wilt voeren. Je gebruikt het telkens wanneer iemand naar jou of naar een bepaalde plek komt. Door de vier tijden (presente, imperfecto, indefinido en futuro simple) goed te beheersen en de drie onregelmatigheden te onthouden (vengo, vin-, vendr-), kun je al snel vloeiende zinnen maken.

Wil je nog meer kernwerkwoorden leren? Combineer deze gids met de andere artikelen over Spaanse werkwoorden en je legt een stevige basis voor vloeiend Spaans.

🎉 Gratis minicursus Spaans: leer de basis met leuke video’s en oefeningen, er zit zelfs een app bij
👉 https://www.overalspaans.nl/gratiscursus

Saludos
Lusiana y Leroy ❤️

🇪🇸 KRIJG ONZE GRATIS ONLINE CURSUS SPAANS! 🇪🇸

De leukste en beste manier om goed Spaans te leren spreken

Gratis (en heel leuk!❤️)
Videolessen, quizzen, podcasts en ebooks.
Persoonlijke hulp in onze online leeromgeving (en ja, ook gratis!)

Na aanmelden ontvang je jouw inlogcode en instructies via email.

Al meer dan 30.000 mensen doen mee, jij ook?

We zullen jouw informatie nooit verkopen, om welke reden dan ook.