๐ช๐ธ Gaan in het Spaans: zo gebruik je het werkwoord 'ir'
Nov 21, 2025Het Spaanse werkwoord ir vervoegen is een van de eerste dingen die je als Spaans leerder moet leren, want ir (gaan) is een van de meest gebruikte werkwoorden in het Spaans, en bovendien volledig onregelmatig.
Je gebruikt ir overal:
Voy al supermercado – Ik ga naar de supermarkt
Vamos a estudiar – We gaan studeren
¿A dónde vas? – Waar ga je naartoe?
Ella fue al médico – Zij ging naar de dokter
Wil je alle belangrijke onregelmatige Spaanse werkwoorden in één overzicht? Bekijk dan ๐ 10 belangrijkste onregelmatige Spaanse werkwoorden
๐ Gratis minicursus Spaans: leer de basis met leuke video’s en oefeningen, er zit zelfs een app bij
๐ https://www.overalspaans.nl/gratiscursus
๐ Inhoudsopgave (klik om naar onderdeel te gaan)
- Waarom is ir zo belangrijk?
- Presente – ir in de tegenwoordige tijd
- Pretérito imperfecto – voortdurende verleden tijd
- Pretérito indefinido – afgeronde verleden tijd
- Futuro simple – toekomende tijd
- Overzicht van ir vervoegen (infographic)
- Ir vs. irse
- Veelgemaakte fouten
- Oefening
- Antwoorden
- Andere onregelmatige werkwoorden
- Spaans leren spreken (cursussen)
- Veelgestelde vragen (FAQ)
- Conclusie
Waarom is het werkwoord ir zo belangrijk?
Ir is een sleutelwerkwoord omdat je het bijna overal voor gebruikt: om te zeggen waar je naartoe gaat, wat je van plan bent te doen, en om toekomstige acties uit te drukken via de constructie ir + a + infinitief.
- Voy al trabajo – Ik ga naar mijn werk
- Vamos a estudiar – We gaan studeren
- ¿A dónde vas? – Waar ga je naartoe?
- Ella va en coche – Zij gaat met de auto
Voy a cocinar – Ik ga koken
Va a llover – Het gaat regenen
Vamos a comer – We gaan eten
Dit is de meest gebruikte manier om over de nabije toekomst te spreken in dagelijks Spaans.
Wil je de basis van Spaanse werkwoorden vervoegen leren? Bekijk dan ๐ Spaanse werkwoorden vervoegen
๐ Presente – ir vervoegen in de tegenwoordige tijd
Volledig onregelmatig: voy, vas, va...
In de presente is ir volledig onregelmatig – de vormen lijken totaal niet op de infinitief. Je moet ze gewoon uit je hoofd leren.
- yo voy
Voy a casa – Ik ga naar huis - tú vas
¿Vas al médico? – Ga je naar de dokter? - él / ella / usted va
Ella va en autobús – Zij gaat met de bus - nosotros vamos
Vamos al centro – Wij gaan naar het centrum - vosotros vais
¿Vais mañana? – Gaan jullie morgen? - ellos / ellas / ustedes van
Ellos van al partido – Zij gaan naar de wedstrijd
Wil je de persoonlijke voornaamwoorden herhalen? Bekijk dan ๐ Persoonlijke voornaamwoorden in het Spaans
๐ Pretérito imperfecto – ir in de voortdurende verleden tijd
Imperfecto: gewoonten en voortdurende situaties
Gebruik de imperfecto om gewoontes of voortdurende situaties uit het verleden te beschrijven. De vormen van ir in de imperfecto zijn onregelmatig (stam ib-), maar onderling consistent.
- yo iba
De niño iba mucho al parque – Als kind ging ik vaak naar het park - tú ibas
Ibas siempre muy rápido – Je ging altijd erg snel - él / ella / usted iba
Ella iba en bici al trabajo – Zij ging met de fiets naar haar werk - nosotros íbamos
Íbamos juntos al colegio – Wij gingen samen naar school - vosotros ibais
Ibais cada verano a la playa – Jullie gingen elke zomer naar het strand - ellos / ellas / ustedes iban
Iban al mismo gimnasio – Zij gingen naar dezelfde sportschool
๐ Pretérito indefinido – ir in de afgeronde verleden tijd
Dezelfde vormen als ser: fui, fuiste, fue...
Gebruik de indefinido bij eenmalige, afgeronde gebeurtenissen in het verleden. Let op: in de indefinido hebben ir en ser exact dezelfde vormen. De context bepaalt de betekenis.
Fue a Madrid – Hij/zij ging naar Madrid (ir)
Fue profesora – Zij was lerares (ser)
De context maakt altijd duidelijk welk werkwoord bedoeld wordt.
- yo fui
Fui a Madrid el año pasado – Ik ging vorig jaar naar Madrid - tú fuiste
¿Fuiste tú al concierto? – Ging jij naar het concert? - él / ella / usted fue
Ella fue al médico – Zij ging naar de dokter - nosotros fuimos
Fuimos de vacaciones a Valencia – Wij gingen op vakantie naar Valencia - vosotros fuisteis
¿Fuisteis juntos? – Gingen jullie samen? - ellos / ellas / ustedes fueron
Fueron a cenar fuera – Zij gingen uit eten
Wil je meer weten over deze werkwoordstijd? Bekijk dan ๐ Pretérito indefinido (verleden tijd) in het Spaans
๐ Futuro simple – ir in de toekomende tijd
Uitzondering: de futuro van ir is wél regelmatig
In de futuro simple is ir een van de weinige werkwoorden die gewoon regelmatig is: je gebruikt de infinitief ir- als stam en plakt daar de uitgangen achter.
- yo iré
Iré más temprano – Ik zal eerder gaan - tú irás
Irás con nosotros, ¿no? – Je gaat toch met ons mee? - él / ella / usted irá
Ella irá a la reunión – Zij zal naar de vergadering gaan - nosotros iremos
Iremos en coche – Wij zullen met de auto gaan - vosotros iréis
Iréis juntos – Jullie zullen samen gaan - ellos / ellas / ustedes irán
Irán contigo – Zij zullen met je meegaan
Wil je meer oefenen met de toekomende tijd? Bekijk dan ๐ Futuro simple (toekomende tijd) in het Spaans
Gaan in het Spaans: overzicht van ir vervoegen
Hieronder vind je een handig overzicht van de vervoegingen van ir in de vier belangrijkste tijden.
Ir vs. irse: wat is het verschil?
Een fout die veel studenten maken, is het verwarren van ir en irse. Beide betekenen ‘gaan’, maar de betekenis verschilt subtiel:
- ir → gaan (beweging naar een bestemming)
- irse → weggaan / vertrekken (focus ligt op het vertrek)
Voy al trabajo – Ik ga naar mijn werk (bestemming: werk)
Me voy – Ik ga weg / ik vertrek (nadruk: het weggaan zelf)
Me voy a casa – Ik ga naar huis (en vertrek hier)
We hebben een volledige blog over dit onderwerp: ๐ Ir vs. irse: gaan of weggaan in het Spaans
Ben je ook benieuwd naar het verschil tussen ser en estar? Lees dan ook ๐ Ser of estar in het Spaans?
โ Veelgemaakte fouten bij ir vervoegen
Dit zijn de meest voorkomende fouten die Nederlandstalige leerders maken bij het vervoegen van ir.
De presente van ir is volledig onregelmatig – de vormen lijken niet op de infinitief.
โ
โ Yo voy al trabajo – Ik ga naar mijn werk
De constructie voor de nabije toekomst is altijd ir + a + infinitief. De ‘a’ wordt heel vaak vergeten.
โ
โ Voy a cocinar esta noche – Ik ga vanavond koken
In de pretérito indefinido hebben ir en ser exact dezelfde vormen. Studenten denken soms dat er een fout in de tekst zit.
Fui al mercado – Ik ging naar de markt (ir) ๐
Fue profesora – Zij was lerares (ser) ๐
Beide zijn correct – de context bepaalt de betekenis.
Anders dan hacer (har-) of venir (vendr-), is de futuro van ir gewoon regelmatig: stam = ir-.
โ
โ Ella irá mañana – Zij zal morgen gaan
Oefening: vertaal naar het Spaans
Probeer zelf de juiste vormen van ir vervoegen in te vullen
- Wij gaan morgen naar Spanje
...... a España mañana - Als kind ging ik vaak naar het strand
De niño ...... mucho a la playa - Zij ging vorige week naar de dokter
Ella ...... al médico la semana pasada - Ik zal met jullie meegaan
...... con vosotros - Waar ga jij naartoe?
¿A dónde ......? - Gingen jullie samen?
¿...... juntos? - We gaan vanavond uit eten (nabije toekomst)
...... a cenar esta noche
Een paar witregels, zodat we niet kunnen spieken ๐
Antwoorden
- Vamos a España mañana
- De niño iba mucho a la playa
- Ella fue al médico la semana pasada
- Iré con vosotros
- ¿A dónde vas?
- ¿Fuisteis juntos?
- Vamos a cenar esta noche
Andere belangrijke onregelmatige Spaanse werkwoorden
Lees ook onze blogs over andere belangrijke Spaanse onregelmatige werkwoorden, vervoegd in de vier belangrijkste tijden.
- ๐ Ser (zijn) vervoegen in 4 tijden
- ๐ Estar (zijn) vervoegen in 4 tijden
- ๐ Decir (zeggen/vertellen) in 4 tijden
- ๐ Tener (hebben) vervoegen in 4 tijden
- ๐ Hacer (doen/maken) in 4 tijden
- ๐ Venir (komen) in 4 tijden
- ๐ Poder (kunnen/mogen) in 4 tijden
- ๐ Saber (weten) in het Spaans
- ๐ Querer (willen) vervoegen in 4 tijden
- ๐ 10 belangrijkste onregelmatige Spaanse werkwoorden
๐ Spaans leren spreken (onze volledige cursussen)
Wil je vloeiend Spaans leren spreken, met persoonlijke begeleiding en levenslang toegang? Bekijk dan ook onze volledige cursussen voor alle niveaus.
- ๐ช๐ธ Beginnerscursus Spaans A1–A2
- ๐ช๐ธ Spaans voor semi-gevorderden B1–B2
- ๐ช๐ธ Spaans voor gevorderden C1
โจ Bekijk hier alle cursussen: Volledig cursusoverzicht
๐ Meer leren? Bezoek onze hubpagina ๐ Spaans leren
Wil je extra oefenen met luisteren en spreken, met zinnen waarin ir en andere kernwerkwoorden voorkomen? Bekijk dan ook:
- ๐ง Oefen met Spaans goed leren verstaan
- ๐ฃ๏ธ Vloeiend Spaans leren spreken met onze AI-app
- โก Snel Spaans leren spreken
Veelgestelde vragen over ir vervoegen
Hoe zeg je ‘gaan’ in het Spaans?
‘Gaan’ in het Spaans zeg je met het werkwoord ir. In de tegenwoordige tijd: voy (ik ga), vas (jij gaat), va (hij/zij gaat), vamos (wij gaan), vais (jullie gaan), van (zij gaan).
Is ir een onregelmatig werkwoord?
Ja, ir is volledig onregelmatig. De vervoegingen wijken in bijna alle tijden af van de infinitief. In de presente: voy, vas, va... In de imperfecto: iba, ibas... In de indefinido: fui, fuiste, fue... Alleen de futuro is regelmatig: iré, irás...
Wanneer gebruik je ir + a + infinitief?
Je gebruikt ir + a + infinitief om de nabije toekomst uit te drukken, vergelijkbaar met ‘going to’ in het Engels: voy a cocinar (ik ga koken), va a llover (het gaat regenen). Dit is in dagelijks Spaans veel gebruikelijker dan de futuro simple.
Wat is het verschil tussen ir en irse?
Ir gebruik je om aan te geven dat je ergens naartoe gaat: Voy al trabajo (ik ga naar mijn werk). Irse gebruik je als de nadruk ligt op het vertrekken zelf: Me voy (ik ga weg / ik vertrek). Meer details: Ir vs. irse.
Waarom hebben ir en ser dezelfde vormen in de indefinido?
Dat is historisch gegroeid in het Spaans – beide werkwoorden zijn in de pretérito indefinido identiek (fui, fuiste, fue, fuimos, fuisteis, fueron). De context maakt altijd duidelijk welk werkwoord bedoeld wordt: fue al mercado (hij ging naar de markt) vs. fue profesora (zij was lerares).
Hoe gebruik je ir om de toekomst uit te drukken?
Er zijn twee manieren: de nabije toekomst met ir + a + infinitief (vamos a comer – we gaan eten) en de futuro simple met iré, irás... (iremos en verano – we gaan in de zomer). De nabije toekomst is in dagelijks Spaans het meest gebruikt.
Conclusie
Ir vervoegen is een van de meest essentiële bouwstenen voor vloeiend Spaans. Of je nu zegt waar je naartoe gaat, wat je vroeger deed, of wat je van plan bent te doen – je hebt ir overal nodig.
Onthoud de drie belangrijkste sets: voy/vas/va in de presente, iba/ibas/iba in de imperfecto, en fui/fuiste/fue in de indefinido. En vergeet nooit de ‘a’ bij ir + a + infinitief!
๐ Gratis minicursus Spaans: leer de basis met leuke video’s en oefeningen, er zit zelfs een app bij
๐ https://www.overalspaans.nl/gratiscursus
Saludos
Lusiana y Leroy โค๏ธ
๐ช๐ธ KRIJG ONZE GRATISย ONLINE CURSUS SPAANS! ๐ช๐ธ
De leukste en beste manier om goed Spaans te leren spreken
โ
Gratis (en heel leuk!โค๏ธ)
โ
Videolessen, quizzen, podcasts en ebooks.
โ
Persoonlijke hulp in onze online leeromgevingย (en ja,ย ook gratis!)
Na aanmelden ontvang je jouw inlogcode en instructies via email.
Al meer dan 30.000 mensen doen mee, jij ook?
We zullen jouw informatie nooit verkopen, om welke reden dan ook.