Onbepaalde Voornaamwoorden in het Spaans: Algo & Nada
Jul 03, 2026"Iemand", "niemand", "iets", "niets". Deze woordjes gebruik je de hele dag door, ook in het Spaans. De onbepaalde voornaamwoorden in het Spaans zoals algo, nada, alguien en nadie lijken simpel, maar er zit een addertje onder het gras: het Spaans gebruikt een dubbele ontkenning, precies wat in het Nederlands fout is. Zeg je veo nadie in plaats van no veo a nadie, dan hoort een Spanjaard meteen dat je nog aan het leren bent.
In deze blog leer je precies wanneer je welk onbepaald voornaamwoord gebruikt: voor dingen of personen, met of zonder zelfstandig naamwoord, en hoe die dubbele ontkenning werkt met nada, nadie, ninguno, nunca en tampoco. Met een overzicht om te bewaren, oefeningen en de fouten die Nederlanders het vaakst maken.
🇪🇸 Gratis cursus Spaans (inclusief app)
Video's, oefeningen en persoonlijke hulp. Vul je naam en e-mail in en je zit binnen 2 minuten in je eerste les.
📚 Inhoudsopgave
- Overzicht: onbepaalde voornaamwoorden
- Algo & nada (iets/niets)
- Alguien & nadie (iemand/niemand)
- Alguno & ninguno (een/geen enkele)
- De dubbele ontkenning in het Spaans
- También & tampoco (ook/ook niet)
- Andere onbepaalde woorden: todo, cada, otro, cualquiera
- Overzicht in één beeld
- Oefening
- Veelgemaakte fouten
- Veelgestelde vragen
- Spaans leren met onze cursussen
- Meer blogs & onderwerpen
- Conclusie
Overzicht: onbepaalde voornaamwoorden in het Spaans
Onbepaalde voornaamwoorden (pronombres indefinidos) verwijzen naar iets of iemand zonder precies te zeggen wie of wat. Dit zijn de zes die je het meest nodig hebt, steeds in een paar: een positieve en een negatieve vorm.
| Positief | Negatief | Gebruik je voor |
|---|---|---|
| algo (iets) | nada (niets) | dingen en situaties |
| alguien (iemand) | nadie (niemand) | personen |
| alguno/a/os/as (een, sommige) | ninguno/a (geen enkele) | dingen én personen, vaak met zelfstandig naamwoord |
Handig ezelsbruggetje: begint het woord met al-, dan is het positief (algo, alguien, alguno). Begint het met n-, dan is het negatief (nada, nadie, ninguno).
Algo & nada (iets/niets)
Algo en nada verwijzen naar dingen of situaties, nooit naar personen. Ze veranderen nooit van vorm:
- ¿Quieres algo de beber? – Wil je iets drinken?
- No quiero nada, gracias. – Ik wil niets, dank je.
- Algo huele bien. – Er ruikt iets lekker.
- ¿Necesitas algo más? – Heb je nog iets nodig?
Let op de combinatie algo de / nada de + zelfstandig naamwoord voor "wat ... / geen ...": ¿Tienes algo de dinero? (Heb je wat geld?), No tengo nada de tiempo (Ik heb helemaal geen tijd).
En nog een handige extra: vóór een bijvoeglijk naamwoord betekenen algo en nada "een beetje" en "helemaal niet": Estoy algo cansado (Ik ben een beetje moe), No es nada fácil (Het is helemaal niet makkelijk).
Alguien & nadie (iemand/niemand)
Alguien en nadie gebruik je juist wel voor personen. Ook deze twee veranderen nooit van vorm:
- ¿Hay alguien en casa? – Is er iemand thuis?
- No hay nadie aquí. – Er is hier niemand.
- Alguien llamó por teléfono. – Iemand belde op.
- No conozco a nadie en Madrid. – Ik ken niemand in Madrid.
Zie je de a in dat laatste voorbeeld? Omdat alguien en nadie personen zijn, krijgen ze als lijdend voorwerp de a personal: busco a alguien, no veo a nadie. Meer daarover lees je in onze blog over het lijdend voorwerp in het Spaans. Wil je ook leren wanneer je hay gebruikt in plaats van estar? Bekijk dan onze blog over er is / er zijn in het Spaans.
Alguno & ninguno (een/geen enkele)
Alguno en ninguno gebruik je vaak samen met een zelfstandig naamwoord, en ze passen zich aan in geslacht en aantal:
| Vorm | Voorbeeld | Nederlands |
|---|---|---|
| algún (vóór mannelijk enkelvoud) | ¿Tienes algún libro interesante? | Heb je een interessant boek? |
| alguna | Alguna vez he estado en España. | Ik ben weleens in Spanje geweest. |
| algunos / algunas | Algunos amigos viven en Sevilla. | Sommige vrienden wonen in Sevilla. |
| ningún (vóór mannelijk enkelvoud) | No tengo ningún problema. | Ik heb geen enkel probleem. |
| ninguna | No hay ninguna razón para preocuparse. | Er is geen enkele reden om je zorgen te maken. |
Twee dingen om te onthouden. Ten eerste: vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord wordt alguno ingekort tot algún en ninguno tot ningún, net zoals bueno buen wordt. Ten tweede: ninguno gebruik je bijna altijd in het enkelvoud, ook als het Nederlands meervoud klinkt. "Ik heb geen problemen" wordt no tengo ningún problema, niet ningunos problemas.
Staat er geen zelfstandig naamwoord bij, dan gebruik je de volledige vorm: ¿Tienes libros? Sí, tengo algunos. / No, no tengo ninguno.
De dubbele ontkenning in het Spaans
In het Nederlands is een dubbele ontkenning fout ("ik zie niemand niet"), maar in het Spaans is dit juist verplicht als het ontkennende woord ná het werkwoord staat. De regel is simpel: staat nada, nadie, ninguno, nunca of tampoco achter het werkwoord, dan moet er no vóór het werkwoord:
- No veo a nadie. – Ik zie niemand. (letterlijk: ik zie niet niemand)
- No tengo nada. – Ik heb niets.
- No hay ningún problema. – Er is geen enkel probleem.
- No voy nunca al gimnasio. – Ik ga nooit naar de sportschool.
Staat het ontkennende woord vóór het werkwoord, dan laat je no weg. Beide zinnen betekenen hetzelfde:
| Ontkenning ná het werkwoord (met no) | Ontkenning vóór het werkwoord (zonder no) |
|---|---|
| No vino nadie a la fiesta. | Nadie vino a la fiesta. |
| No pasa nada. | Nada pasa. |
| No como nunca carne. | Nunca como carne. |
In de spreektaal hoor je de versie met no het vaakst. Je kunt zelfs drie ontkenningen stapelen en dat is nog steeds correct: No le digas nunca nada a nadie (Zeg nooit iets tegen iemand). Ook ni ... ni (noch ... noch) volgt deze regel: No tengo ni tiempo ni dinero (Ik heb tijd noch geld).
También & tampoco (ook/ook niet)
Bij deze twee gaat het vaak mis. También betekent "ook" en gebruik je in een positieve zin. Wil je "ook niet" zeggen, dan gebruik je niet también no, maar tampoco:
- Me gusta el café. A mí también. – Ik hou van koffie. Ik ook.
- No me gusta el té. A mí tampoco. – Ik hou niet van thee. Ik ook niet.
- Yo tampoco lo sé. – Ik weet het ook niet.
- No lo sé yo tampoco. – Ik weet het ook niet. (met dubbele ontkenning)
Hetzelfde geldt voor siempre (altijd) en nunca of jamás (nooit): het positieve woord in een positieve zin, het negatieve woord in een ontkennende zin.
Andere onbepaalde woorden: todo, cada, otro, cualquiera
Naast de zes uit het overzicht kom je nog een paar onbepaalde woorden vaak tegen. Ze werken als bijvoeglijk naamwoord (vóór een zelfstandig naamwoord) of staan op zichzelf:
| Spaans | Nederlands | Voorbeeld |
|---|---|---|
| todo/a/os/as | alles, heel, alle | Todos los días estudio español. – Ik studeer elke dag Spaans. |
| cada | elk, ieder | Cada semana voy al mercado. – Elke week ga ik naar de markt. |
| otro/a/os/as | ander, nog een | ¿Quieres otro café? – Wil je nog een koffie? |
| cualquier(a) | welke dan ook, om het even | Cualquier día está bien. – Elke dag is goed. |
Let op bij otro: het Spaans gebruikt hier nooit een onbepaald lidwoord. "Nog een koffie" is otro café, niet un otro café. En cada verandert nooit van vorm: cada día, cada semana.
Overzicht in één beeld
Alle onbepaalde voornaamwoorden uit deze blog bij elkaar, met waar je ze voor gebruikt en een voorbeeld. Handig om op te slaan:
Oefening: onbepaalde voornaamwoorden
Vul het juiste woord in. De antwoorden staan eronder.
- Er is niemand thuis.
No hay _______ en casa. - Wil je iets eten?
¿Quieres _______ de comer? - Ik heb geen enkel probleem.
No tengo _______ problema. - Iemand belde vanmorgen.
_______ llamó esta mañana. - Ik wil niets, dank je.
No quiero _______, gracias. - Ik hou niet van vis. Ik ook niet.
No me gusta el pescado. A mí _______. - Ik ga nooit naar het strand in de winter.
_______ voy a la playa en invierno.
Antwoorden:
- nadie
- algo
- ningún
- Alguien
- nada
- tampoco
- Nunca (of: No voy nunca a la playa en invierno)
In onze gratis cursus Spaans krijg je hier veel meer van: video-uitleg, oefeningen en persoonlijke hulp bij elke les.
👉 Volg hier gratis de cursus Spaans
Veelgemaakte fouten
✓ No veo a nadie.
Staat het ontkennende woord ná het werkwoord, dan is no voor het werkwoord verplicht. Vergeet ook de a personal niet bij personen.
✓ No tengo ningún problema.
Vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord wordt ninguno ingekort tot ningún. Hetzelfde geldt voor alguno → algún.
✓ ¿Hay alguien en la fiesta?
Algo gebruik je voor dingen, alguien voor personen. Verwissel ze niet.
✓ Yo tampoco lo sé.
"Ook niet" is nooit también no, maar altijd tampoco.
✓ No tengo ningún problema.
Ninguno gebruik je vrijwel altijd in het enkelvoud, ook als het Nederlands meervoud is.
Veelgestelde vragen over onbepaalde voornaamwoorden
Wat is het verschil tussen algo en alguien?
Algo betekent "iets" en verwijst naar dingen. Alguien betekent "iemand" en verwijst naar personen. Hetzelfde onderscheid geldt voor nada (niets, dingen) en nadie (niemand, personen).
Waarom gebruikt het Spaans een dubbele ontkenning?
Dit is gewoon de standaardregel in het Spaans: als nada, nadie, ninguno, nunca of tampoco ná het werkwoord staat, is no vóór het werkwoord verplicht. Dit voelt voor Nederlanders dubbel op, maar in het Spaans is het grammaticaal correct en zelfs noodzakelijk.
Wanneer wordt alguno ingekort tot algún?
Vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord wordt alguno ingekort tot algún, bijvoorbeeld algún día (op een dag). Voor vrouwelijke of meervoudige vormen gebruik je gewoon alguna, algunos of algunas.
Wat is het verschil tussen también en tampoco?
También betekent "ook" en hoort bij een positieve zin: a mí también (ik ook). Tampoco betekent "ook niet" en hoort bij een ontkennende zin: a mí tampoco (ik ook niet). Zeg dus nooit también no.
Is nadie enkelvoud of meervoud?
Nadie is altijd enkelvoud en het werkwoord staat dus in de derde persoon enkelvoud: nadie sabe (niemand weet), nadie vino (niemand kwam). Hetzelfde geldt voor alguien: alguien llama (iemand belt).
Hoe zeg je "nog een" in het Spaans?
Met otro of otra, zonder lidwoord: otro café (nog een koffie), otra vez (nog een keer). Un otro bestaat niet in het Spaans.
Spaans leren met onze cursussen
Wil je stap voor stap Spaans leren spreken met duidelijke uitleg, veel voorbeelden en persoonlijke begeleiding?
Meer blogs over Spaanse grammatica
Persoonlijke voornaamwoorden in het Spaans
Wanneer gebruik je yo, tú, él wel en wanneer laat je ze juist weg?
Dit, dat, deze & die in het Spaans
Wanneer gebruik je este, ese of aquel?
Bezittelijke voornaamwoorden in het Spaans
Uitleg over mi, tu, su en waarom het bezittelijk voornaamwoord soms lastig is.
Er is / er zijn in het Spaans (Hay vs Estar)
Leer wanneer je hay of estar gebruikt.
Vergelijkingen maken in het Spaans
Leer hoe je met más, menos en tan dingen vergelijkt.
👉 Bekijk hier onze complete bloghub Spaans leren
Conclusie
De onbepaalde voornaamwoorden in het Spaans zijn niet moeilijk zodra je het onderscheid tussen dingen (algo/nada) en personen (alguien/nadie) helder hebt, en weet dat alguno en ninguno meebuigen met het zelfstandig naamwoord. Onthoud vooral de dubbele ontkenning: staat nada, nadie, ninguno, nunca of tampoco ná het werkwoord, zet dan altijd no ervoor. Sla het overzicht op, doe de oefening nog een keer en je hoort binnen no-time zelf wanneer een zin "Spaans klinkt".
🇪🇸 Ga verder met onze gratis cursus Spaans, inclusief app, lesvideo's en uitgeschreven lesmateriaal met oefeningen. Helemaal gratis, geen verplichtingen.
🎁Gratis cadeautje voor jou (gratis cursus inclusief app)
Start hier de gratis cursus Spaans
Saludos,
Lusiana y Leroy ❤️
🇪🇸 KRIJG ONZE GRATIS ONLINE CURSUS SPAANS! 🇪🇸
De leukste en beste manier om goed Spaans te leren spreken
✅ Gratis (en heel leuk!❤️)
✅ Videolessen, quizzen, podcasts en ebooks.
✅ Persoonlijke hulp in onze online leeromgeving (en ja, ook gratis!)
Na aanmelden ontvang je jouw inlogcode en instructies via email.
Al meer dan 30.000 mensen doen mee, jij ook?
We zullen jouw informatie nooit verkopen, om welke reden dan ook.