Vergelijkingen Maken in het Spaans: Más, Menos & Tan
Jul 03, 2026"Groter dan", "net zo leuk als", "de beste van allemaal". Vergelijkingen maken in het Spaans doe je in bijna elk gesprek: over het weer, over eten, over mensen. Toch struikelen veel Nederlanders over de juiste woordjes. Is het más que of más de? Wanneer gebruik je tan en wanneer tanto? En waarom zeg je mejor in plaats van más bueno?
In deze blog leer je stap voor stap de vergrotende trap (comparativo) en de overtreffende trap (superlativo) in het Spaans: van "meer/minder dan" tot "even ... als", de onregelmatige vormen en de handige uitgang -ísimo. Met een overzicht om te bewaren, oefeningen en de fouten die je vanaf nu niet meer maakt.
🇪🇸 Gratis cursus Spaans (inclusief app)
Video's, oefeningen en persoonlijke hulp. Vul je naam en e-mail in en je zit binnen 2 minuten in je eerste les.
📚 Inhoudsopgave
- Meer/minder dan: más que & menos que
- Más que vs. más de
- Even ... als: tan/tanto ... como
- Vergelijken met werkwoorden en bijwoorden
- De overtreffende trap: el/la más...
- Heel erg: de uitgang -ísimo
- Onregelmatige vergelijkingsvormen
- Overzicht in één beeld
- Oefening
- Veelgemaakte fouten
- Veelgestelde vragen
- Spaans leren met onze cursussen
- Meer blogs & onderwerpen
- Conclusie
Meer/minder dan: más que & menos que
De meest gebruikte vergelijking in het Spaans is de vergrotende trap met más ... que (meer ... dan) of menos ... que (minder ... dan):
- Madrid es más grande que Sevilla. – Madrid is groter dan Sevilla.
- Este libro es menos interesante que el otro. – Dit boek is minder interessant dan het andere.
- Yo hablo más español que tú. – Ik spreek meer Spaans dan jij.
De structuur is steeds hetzelfde: más/menos + bijvoeglijk naamwoord of zelfstandig naamwoord + que. Het bijvoeglijk naamwoord past zich gewoon aan aan het woord waar het bij hoort (más alta, más altos). Meer over die vormen lees je in onze blog over het bijvoeglijk naamwoord in het Spaans.
Handig om te weten: in het Nederlands zeg je "groter dan", met een aparte vorm van het woord. In het Spaans verandert het bijvoeglijk naamwoord zelf niet, je zet er alleen más voor. Dat maakt de Spaanse vergrotende trap makkelijker dan de Nederlandse.
Más que vs. más de
Een klassieke valkuil: bij een vergelijking met een getal of hoeveelheid gebruik je de in plaats van que.
| Situatie | Voorbeeld | Nederlands |
|---|---|---|
| Vergelijking tussen twee dingen of personen | Más alto que yo. | Langer dan ik. |
| Vergelijking met een getal | Más de diez euros. | Meer dan tien euro. |
| Ontkenning met een getal | No tengo más que diez euros. | Ik heb maar tien euro. |
Más de diez euros betekent "meer dan tien euro": je vergelijkt met een hoeveelheid, niet twee dingen met elkaar, dus gebruik je de. Let op de uitzondering in de derde regel: no ... más que + getal betekent "niet meer dan" in de zin van "slechts". Wil je de Spaanse getallen zelf nog even opfrissen? Bekijk dan onze blog over tellen in het Spaans.
Even ... als: tan/tanto ... como
Wil je zeggen dat twee dingen gelijk zijn? Dan gebruik je tan ... como (met een bijvoeglijk naamwoord of bijwoord) of tanto/a/os/as ... como (met een zelfstandig naamwoord):
- Ella es tan simpática como su hermana. – Zij is net zo aardig als haar zus.
- Tengo tanto tiempo como tú. – Ik heb net zoveel tijd als jij.
- No hay tantas playas aquí como en España. – Er zijn hier niet zoveel stranden als in Spanje.
Onthoud het zo: tan verandert nooit, tanto past zich aan in geslacht en aantal (tanto, tanta, tantos, tantas), net als een bijvoeglijk naamwoord. Twijfel je? Vraag jezelf af of er een zelfstandig naamwoord na komt. Zo ja, dan is het tanto.
Vergelijken met werkwoorden en bijwoorden
Je kunt niet alleen eigenschappen vergelijken, maar ook hoeveel of hoe iemand iets doet. Dan zet je más que, menos que of tanto como direct achter het werkwoord:
- Trabajo más que tú. – Ik werk meer dan jij.
- Duermo menos que antes. – Ik slaap minder dan vroeger.
- Ella estudia tanto como yo. – Zij studeert net zoveel als ik.
Bij een bijwoord (hoe je iets doet) werkt het precies als bij een bijvoeglijk naamwoord: Corre más rápido que yo. (Hij rent sneller dan ik.) Het verschil tussen bijvoeglijk naamwoord en bijwoord leggen we uit in onze blog over bijvoeglijk naamwoord en bijwoord in het Spaans.
De overtreffende trap: el/la más...
Voor de overtreffende trap ("de mooiste", "het grootste") gebruik je el/la/los/las + más + bijvoeglijk naamwoord, meestal gevolgd door de om aan te geven waarbinnen iets het meest is:
- Es el edificio más alto de la ciudad. – Het is het hoogste gebouw van de stad.
- Ana es la más inteligente de la clase. – Ana is de slimste van de klas.
- Son los días menos fríos del año. – Het zijn de minst koude dagen van het jaar.
Let op: na de overtreffende trap gebruik je de, niet en, ook al zou je in het Nederlands "in" zeggen ("de slimste in de klas" wordt la más inteligente de la clase). Het lidwoord past zich aan: el más, la más, los más, las más.
Heel erg: de uitgang -ísimo
Het Spaans heeft nog een handige vorm die het Nederlands niet kent: de superlativo absoluto. Je plakt -ísimo/a/os/as achter een bijvoeglijk naamwoord en het betekent "heel erg" of "ontzettend", zonder dat je iets met iets anders vergelijkt:
| Basisvorm | Met -ísimo | Nederlands |
|---|---|---|
| grande | grandísimo | enorm groot |
| fácil | facilísimo | supermakkelijk |
| rico | riquísimo | ontzettend lekker |
| mucho | muchísimo | heel erg veel |
Eindigt het woord op een klinker, dan haal je die eerst weg (grande → grandísimo). Eindigt het op -co of -go, dan verandert de spelling om de klank te bewaren (rico → riquísimo, largo → larguísimo). Je hoort deze vorm de hele dag in Spanje: ¡Está riquísimo! is hét compliment aan tafel.
Onregelmatige vergelijkingsvormen
Een paar veelgebruikte bijvoeglijke naamwoorden hebben een onregelmatige vergelijkingsvorm, net als "goed → beter" in het Nederlands:
| Spaans | Vergrotende trap | Overtreffende trap | Nederlands |
|---|---|---|---|
| bueno | mejor | el/la mejor | beter / de beste |
| malo | peor | el/la peor | slechter / de slechtste |
| grande | mayor | el/la mayor | ouder / de oudste |
| pequeño | menor | el/la menor | jonger / de jongste |
Bij bueno en malo zeg je dus nooit más bueno of más malo, maar altijd mejor en peor. Voor het verschil tussen bien en bueno bekijk je onze blog bien of bueno?
Mayor en menor zijn een verhaal apart. Voor leeftijd gebruik je altijd deze vormen: Mi hermano es mayor que yo (mijn broer is ouder dan ik). Gaat het om formaat, dan zeg je in de spreektaal gewoon más grande en más pequeño: Tu casa es más grande que la mía (jouw huis is groter dan het mijne). Beide zijn correct, maar dit onderscheid klinkt het meest natuurlijk.
Overzicht in één beeld
Alle vergelijkingsvormen uit deze blog bij elkaar. Handig om op te slaan als spiekbriefje:
Oefening: vergelijkingen maken
Vertaal de zinnen naar het Spaans. De antwoorden staan eronder.
- Mijn broer is ouder dan ik.
- Dit restaurant is net zo goed als het andere.
- Ik heb meer dan twintig boeken.
- Zij is de beste student van de klas.
- Ik ben minder moe dan gisteren.
- Ik werk net zoveel als jij.
- De paella is ontzettend lekker. (rico)
Antwoorden:
- Mi hermano es mayor que yo.
- Este restaurante es tan bueno como el otro.
- Tengo más de veinte libros.
- Ella es la mejor estudiante de la clase.
- Estoy menos cansado/a que ayer.
- Trabajo tanto como tú.
- La paella está riquísima.
In onze gratis cursus Spaans krijg je hier veel meer van: video-uitleg, oefeningen en persoonlijke hulp bij elke les.
👉 Volg hier gratis de cursus Spaans
Veelgemaakte fouten
✓ Más de veinte años.
Bij een getal gebruik je altijd de, nooit que.
✓ Es mejor que yo.
Bueno en malo hebben onregelmatige vergelijkingsvormen: mejor en peor.
✓ Tengo tantos libros como tú.
Bij een zelfstandig naamwoord gebruik je tanto/a/os/as, niet tan. Tan gebruik je alleen bij een bijvoeglijk naamwoord of bijwoord.
✓ Es la más alta de la clase.
Na de overtreffende trap gebruik je de, ook als het Nederlands "in" zegt.
✓ Madrid es más grande que Sevilla.
Como hoort bij tan/tanto (gelijk). Bij más/menos gebruik je que.
Veelgestelde vragen over vergelijkingen in het Spaans
Wat is het verschil tussen más que en más de?
Más que gebruik je bij een vergelijking tussen twee dingen of personen (más alto que yo). Más de gebruik je wanneer er een getal of hoeveelheid volgt (más de diez euros).
Wanneer gebruik je tan en wanneer tanto?
Tan gebruik je voor een bijvoeglijk naamwoord of bijwoord (tan bonito). Tanto (en de vormen tanta, tantos, tantas) gebruik je voor een zelfstandig naamwoord, en past zich aan in geslacht en aantal.
Hoe maak je de overtreffende trap in het Spaans?
Je gebruikt het lidwoord (el, la, los, las) gevolgd door más en het bijvoeglijk naamwoord, bijvoorbeeld el más rápido (de snelste). Om aan te geven waarbinnen iets het meest is, gebruik je de, niet en.
Wat betekent de uitgang -ísimo in het Spaans?
-ísimo betekent "heel erg" of "ontzettend" en plak je achter een bijvoeglijk naamwoord: grandísimo (enorm groot), riquísimo (ontzettend lekker). Je vergelijkt dan niets met iets anders, je versterkt alleen de eigenschap.
Wanneer gebruik je mayor en wanneer más grande?
Voor leeftijd gebruik je mayor (ouder) en menor (jonger): mi hermano mayor is mijn oudere broer. Voor formaat zeg je in de spreektaal meestal más grande en más pequeño: una casa más grande is een groter huis.
Hoe zeg je "net zoveel als" in het Spaans?
Met tanto como. Bij een werkwoord blijft het tanto: trabajo tanto como tú (ik werk net zoveel als jij). Bij een zelfstandig naamwoord past het zich aan: tengo tantos libros como tú (ik heb net zoveel boeken als jij).
Spaans leren met onze cursussen
Wil je stap voor stap Spaans leren spreken met duidelijke uitleg, veel voorbeelden en persoonlijke begeleiding?
Meer blogs over Spaanse grammatica
Bijvoeglijk naamwoord in het Spaans
Uitleg over de plek in de zin en de vorm van het bijvoeglijk naamwoord.
Bien of bueno?
Wanneer gebruik je 'goed' als bijwoord en wanneer als bijvoeglijk naamwoord?
Bijvoeglijk naamwoord en bijwoord
Wat is het verschil en hoe gebruik je ze correct in een Spaanse zin?
10 veelgemaakte fouten bij Spaans leren
Ontdek de meest gemaakte fouten en leer hoe je ze kunt voorkomen.
Ir a + infinitivo in het Spaans
Zo praat je met voy a, vas a en vamos a over de nabije toekomst.
👉 Bekijk hier onze complete bloghub Spaans leren
Conclusie
Vergelijkingen maken in het Spaans draait om een paar vaste bouwstenen: más/menos ... que voor meer en minder, tan/tanto ... como voor gelijk, el/la más ... de voor de overtreffende trap en -ísimo voor "heel erg". Let extra op bij getallen (gebruik de), bij tanto voor een zelfstandig naamwoord en bij de onregelmatige vormen mejor, peor, mayor en menor. Sla het overzicht op, doe de oefening nog een keer en je hebt deze structuren zo onder de knie.
🇪🇸 Ga verder met onze gratis cursus Spaans, inclusief app, lesvideo's en uitgeschreven lesmateriaal met oefeningen. Helemaal gratis, geen verplichtingen.
🎁Gratis cadeautje voor jou (gratis cursus inclusief app)
Start hier de gratis cursus Spaans
Saludos,
Lusiana y Leroy ❤️
🇪🇸 KRIJG ONZE GRATIS ONLINE CURSUS SPAANS! 🇪🇸
De leukste en beste manier om goed Spaans te leren spreken
✅ Gratis (en heel leuk!❤️)
✅ Videolessen, quizzen, podcasts en ebooks.
✅ Persoonlijke hulp in onze online leeromgeving (en ja, ook gratis!)
Na aanmelden ontvang je jouw inlogcode en instructies via email.
Al meer dan 30.000 mensen doen mee, jij ook?
We zullen jouw informatie nooit verkopen, om welke reden dan ook.