Ir a + Infinitivo in het Spaans: Uitleg & Oefeningen
Jul 03, 2026
Wil je in het Spaans zeggen "ik ga morgen koken", "we gaan naar het strand" of "ga je mee eten"? Dan heb je ir a + infinitivo nodig: de Spaanse versie van "gaan + werkwoord". Het is de meest gebruikte manier om in het Spaans over de nabije toekomst te praten, en je hoort het in vrijwel elk gesprek: voy a comer, vamos a salir, va a llover.
Spanjaarden gebruiken deze vorm veel vaker dan de "echte" toekomende tijd (de futuro simple). Wil je natuurlijk klinken, dan is dit een van de eerste dingen die je onder de knie moet krijgen. In deze blog leer je stap voor stap hoe ir a + infinitivo werkt, wanneer je het gebruikt in plaats van de futuro simple, welke tijdsaanduidingen erbij horen en welke fouten beginners het vaakst maken.
🇪🇸 Gratis cursus Spaans (inclusief app)
Video's, oefeningen en persoonlijke hulp. Vul je naam en e-mail in en je zit binnen 2 minuten in je eerste les.
📚 Inhoudsopgave
- Wat betekent ir a + infinitivo?
- Ir vervoegen in de presente
- Overzichtstabel ir a + infinitivo
- Handige tijdsaanduidingen
- Ir a + infinitivo vs. futuro simple
- Vamos a: ook "laten we..."
- Ir a + infinitivo met wederkerende werkwoorden
- Iba a + infinitivo: toekomst in het verleden
- Voorbeeldzinnen
- Ontkennende en vragende vorm
- Oefening
- Veelgemaakte fouten
- Veelgestelde vragen
- Spaans leren met onze cursussen
- Meer blogs & onderwerpen
- Conclusie
Wat betekent ir a + infinitivo?
Ir a + infinitivo is de Spaanse tegenhanger van "gaan + werkwoord" in het Nederlands: "ik ga werken", "we gaan eten", "zij gaan verhuizen". De constructie bestaat altijd uit drie vaste delen:
- Een vervoegde vorm van ir (gaan): voy, vas, va, vamos, vais, van
- Het woordje a
- Een infinitief (het hele werkwoord, bv. hablar, comer, vivir)
Bijvoorbeeld: Voy a estudiar betekent "ik ga studeren". Alleen ir verandert mee met de persoon; de infinitief blijft altijd hetzelfde. Je gebruikt deze vorm voor plannen, voornemens en dingen die (bijna) zeker gaan gebeuren, meestal in de nabije toekomst. Het Spaans noemt dit ook wel het futuro próximo (de nabije toekomst).
Ir vervoegen in de presente
Om ir a + infinitivo te gebruiken, moet je ir goed kunnen vervoegen in de tegenwoordige tijd:
| Voornaamwoord | Ir | Voorbeeld |
|---|---|---|
| yo | voy | Voy a comer. – Ik ga eten. |
| tú | vas | ¿Vas a venir? – Kom je? |
| él / ella / usted | va | Va a llover. – Het gaat regenen. |
| nosotros/as | vamos | Vamos a viajar. – We gaan reizen. |
| vosotros/as | vais | ¿Vais a salir? – Gaan jullie uit? |
| ellos/as / ustedes | van | Van a ganar. – Ze gaan winnen. |
Ir is een onregelmatig werkwoord: er zit geen herkenbare stam in, dus deze zes vormen leer je het beste uit je hoofd. Alles over het werkwoord zelf lees je in onze blog over gaan in het Spaans: het werkwoord ir. Meer werkwoorden die niet de standaardregels volgen vind je in 10 onregelmatige Spaanse werkwoorden.
Overzichtstabel: ir a + infinitivo
Hieronder zie je in één oogopslag hoe je ir a + infinitivo vormt voor elke persoonsvorm, met het werkwoord comer (eten) als voorbeeld. Handig om op te slaan als geheugensteun:
Handige tijdsaanduidingen bij ir a + infinitivo
Omdat ir a + infinitivo over de nabije toekomst gaat, combineer je het bijna altijd met een tijdsaanduiding. Deze woorden zul je het vaakst nodig hebben:
| Spaans | Nederlands | Voorbeeld |
|---|---|---|
| mañana | morgen | Mañana voy a trabajar. |
| esta tarde / esta noche | vanmiddag / vanavond | Esta noche vamos a cenar fuera. |
| luego / más tarde | straks / later | Luego te voy a llamar. |
| la semana que viene | volgende week | La semana que viene van a viajar. |
| el año que viene | volgend jaar | El año que viene voy a estudiar español. |
| dentro de (dos días) | over (twee dagen) | Dentro de dos días vamos a salir. |
Meer over dagen en momenten van de week vind je in onze blog over de dagen van de week in het Spaans.
Ir a + infinitivo vs. futuro simple
Het Spaans kent twee manieren om over de toekomst te praten: ir a + infinitivo en de futuro simple (comeré, hablarás). Het verschil zit vooral in gevoel en gebruik:
| Ir a + infinitivo | Futuro simple |
|---|---|
| Nabije, geplande toekomst | Verdere of onzekere toekomst, voorspellingen |
| Spreektaal, veel gebruikt | Iets formeler, ook in geschreven taal |
| Alleen ir vervoegen, verder geen nieuwe uitgangen | Eigen uitgangen leren (-é, -ás, -á, -emos, -éis, -án) |
| Voy a llamar a mi madre. | Llamaré a mi madre. |
Vuistregel: heb je al een plan of gaat het zo gebeuren, dan gebruik je ir a + infinitivo. Gaat het om een voorspelling, een belofte of iets verder in de toekomst, dan past de futuro simple beter. In gesproken Spaans kom je met ir a + infinitivo bijna altijd weg.
Vamos a: ook "laten we..."
De vorm vamos a + infinitivo heeft een handige extra betekenis. Naast "we gaan..." gebruik je het ook als uitnodiging of voorstel, net als "laten we..." in het Nederlands:
- ¡Vamos a comer! – Laten we eten! / We gaan eten.
- Vamos a ver. – Eens kijken. / Laten we kijken.
- Vamos a empezar. – Laten we beginnen.
Uit de context blijkt meestal welke betekenis bedoeld wordt. Hoor je vamos a aan het begin van een zin met een uitroepende toon, dan is het bijna altijd een voorstel.
Ir a + infinitivo met wederkerende werkwoorden
Bij wederkerende werkwoorden zoals levantarse (opstaan) of ducharse (douchen) heb je twee mogelijkheden. Je plakt het wederkerend voornaamwoord aan de infinitief, óf je zet het vóór de vervoegde vorm van ir. Beide zijn correct:
- Voy a levantarme temprano. = Me voy a levantar temprano. – Ik ga vroeg opstaan.
- Vamos a ducharnos. = Nos vamos a duchar. – We gaan douchen.
Let op dat het voornaamwoord altijd meeverandert met de persoon: me, te, se, nos, os, se.
Iba a + infinitivo: toekomst in het verleden
Je kunt ir ook in de imperfecto zetten: iba a + infinitivo. Dan zeg je wat je ging doen of van plan was, vaak met de bijklank dat het uiteindelijk niet gebeurde:
- Iba a llamarte, pero se me olvidó. – Ik ging je bellen, maar ik vergat het.
- Íbamos a salir, pero empezó a llover. – We zouden uitgaan, maar het begon te regenen.
De vormen zijn iba, ibas, iba, íbamos, ibais, iban. Handig om te kennen, want deze constructie hoor je heel vaak in gesprekken over plannen die anders liepen.
Voorbeeldzinnen met ir a + infinitivo
- Voy a estudiar español este año. – Ik ga dit jaar Spaans studeren.
- Vamos a cenar en un restaurante. – We gaan uit eten.
- ¿Vas a venir a la fiesta? – Kom je naar het feest?
- Va a llover mañana. – Het gaat morgen regenen.
- Mis padres van a visitarnos. – Mijn ouders komen ons bezoeken.
- Esta noche voy a ver una película. – Vanavond ga ik een film kijken.
Ontkennende en vragende vorm
Voor de ontkennende vorm zet je no gewoon vóór de vervoegde vorm van ir: No voy a salir hoy. (Ik ga vandaag niet uit.) Voor de vragende vorm gebruik je dezelfde woordvolgorde met vraagtekens en een stijgende intonatie: ¿Vas a salir hoy? (Ga je vandaag uit?) Wil je meer weten over vraagzinnen? Lees onze blog over vragen stellen in het Spaans.
Oefening: ir a + infinitivo
Vertaal de volgende zinnen met ir a + infinitivo. De antwoorden staan eronder.
- Ik ga morgen werken.
- We gaan naar het strand.
- Ga je (tú) mee eten?
- Zij (meervoud) gaan Spaans leren.
- Het gaat regenen.
- Vanavond ga ik vroeg naar bed. (acostarse)
- Laten we beginnen!
Antwoorden:
- Voy a trabajar mañana.
- Vamos a ir a la playa.
- ¿Vas a comer conmigo?
- Van a aprender español.
- Va a llover.
- Esta noche voy a acostarme temprano. (of: Me voy a acostar temprano.)
- ¡Vamos a empezar!
In onze gratis cursus Spaans krijg je hier veel meer van: video-uitleg, oefeningen en persoonlijke hulp bij elke les.
👉 Volg hier gratis de cursus Spaans
Veelgemaakte fouten
✓ Voy a comer mañana.
Het woordje a tussen ir en de infinitief wordt vaak vergeten. Zonder die a klopt de zin niet.
✓ Voy a comer.
Na ir a volgt altijd de infinitief (de -ar/-er/-ir vorm), nooit het gerundio (-ando/-iendo).
✓ Yo voy a estudiar.
Ir is onregelmatig: voy, vas, va, vamos, vais, van. Verwar de vormen niet met elkaar.
✓ Voy a comer.
Sommige cursisten mengen ir a met de uitgangen van de futuro simple. Kies één vorm: óf voy a comer, óf comeré.
Veelgestelde vragen over ir a + infinitivo
Wat betekent voy a in het Spaans?
Voy a betekent "ik ga" en wordt gevolgd door een infinitief: voy a comer (ik ga eten), voy a trabajar (ik ga werken). Het is de ik-vorm van ir a + infinitivo, de meest gebruikte manier om in het Spaans over de nabije toekomst te praten.
Wanneer gebruik je ir a + infinitivo in plaats van de futuro simple?
Gebruik ir a + infinitivo voor plannen en dingen die op korte termijn of vrijwel zeker gaan gebeuren, zoals voy a llamarte esta noche. De futuro simple gebruik je eerder voor voorspellingen, beloftes of gebeurtenissen verder in de toekomst.
Is ir a + infinitivo moeilijk om te leren?
Nee, dit is juist een van de makkelijkste manieren om over de toekomst te praten in het Spaans. Je hoeft alleen ir te vervoegen; de infinitief die volgt verandert nooit.
Wat is het verschil tussen vamos a comer en comemos?
Vamos a comer betekent "we gaan eten" of "laten we eten" en wijst naar de nabije toekomst. Comemos is de tegenwoordige tijd: "we eten" (nu, of als gewoonte). Met vamos a maak je dus duidelijk dat iets nog moet gebeuren.
Kun je ir a + infinitivo ook in de verleden tijd gebruiken?
Ja, met iba a + infinitivo zeg je wat je ging doen of van plan was: iba a llamarte (ik ging je bellen). Vaak zit daar de bijklank in dat het uiteindelijk niet gebeurde.
Kan ik ir a + infinitivo altijd gebruiken in plaats van de futuro simple?
In spreektaal wel, en Spanjaarden doen dit ook vaak. In formele of geschreven teksten wordt de futuro simple echter nog regelmatig gebruikt, dus het is goed om beide vormen te kennen.
Spaans leren met onze cursussen
Wil je stap voor stap Spaans leren spreken met duidelijke uitleg, veel voorbeelden en persoonlijke begeleiding?
Meer blogs over Spaanse werkwoorden
Futuro simple (toekomende tijd)
Zo praat je over wat er in de toekomst zal gebeuren.
Gaan in het Spaans: werkwoord ir
Alles over het werkwoord ir: uitleg, vervoegingen en handige voorbeelden.
Spaanse werkwoorden vervoegen
Stap-voor-stap uitleg over vervoegingen in de tegenwoordige tijd.
10 onregelmatige Spaanse werkwoorden
Een overzicht van de belangrijkste werkwoorden die niet de standaardregels volgen.
Wederkerende werkwoorden in het Spaans
Leer hoe je wederkerende werkwoorden herkent en vervoegt.
👉 Bekijk hier onze complete bloghub Spaans leren
Conclusie
Ir a + infinitivo is de makkelijkste en meest gebruikte manier om in het Spaans over de nabije toekomst te praten. Vervoeg ir goed, vergeet de a niet en laat de infinitief altijd onveranderd. Combineer het met een tijdsaanduiding als mañana of esta noche, gebruik vamos a ook voor "laten we..." en je klinkt meteen een stuk natuurlijker. Oefen met de zinnen hierboven en je gebruikt deze vorm binnen no-time vanzelfsprekend.
🇪🇸 Ga verder met onze gratis cursus Spaans, inclusief app, lesvideo's en uitgeschreven lesmateriaal met oefeningen. Helemaal gratis, geen verplichtingen.
🎁Gratis cadeautje voor jou (gratis cursus inclusief app)
Start hier de gratis cursus Spaans
Saludos,
Lusiana y Leroy ❤️
🇪🇸 KRIJG ONZE GRATIS ONLINE CURSUS SPAANS! 🇪🇸
De leukste en beste manier om goed Spaans te leren spreken
✅ Gratis (en heel leuk!❤️)
✅ Videolessen, quizzen, podcasts en ebooks.
✅ Persoonlijke hulp in onze online leeromgeving (en ja, ook gratis!)
Na aanmelden ontvang je jouw inlogcode en instructies via email.
Al meer dan 30.000 mensen doen mee, jij ook?
We zullen jouw informatie nooit verkopen, om welke reden dan ook.