Eten en Drinken in het Spaans: Alle Woorden + Uitspraak
Sep 26, 2026Over eten en drinken in het Spaans praten doe je in Spanje de hele dag door. Het ontbijt bij de bar op de hoek, de lange lunch om drie uur, een caña op het terras en een late cena: eten is in Spanje geen bijzaak maar het ritme van de dag. In deze blog leer je alle woorden die je nodig hebt, van el desayuno tot el postre, met uitspraak. Je leert de maaltijden en de Spaanse eettijden, de woorden voor vlees, vis, zuivel en drankjes, hoe je zegt dat iets lekker is, hoe je boodschappen doet op de markt en hoe je een Spaanse menukaart leest. We sluiten af met de fouten die Nederlanders het vaakst maken en een oefening.
🇪🇸 Gratis cursus Spaans (inclusief app)
Video's, oefeningen en persoonlijke hulp. Vul je naam en e-mail in en je zit binnen 2 minuten in je eerste les.
📚 Inhoudsopgave
- Eten en drinken in het Spaans: de basiswoorden
- De maaltijden en eettijden in Spanje
- Ontbijt in het Spaans
- Vlees, vis en zeevruchten
- Zuivel, brood en basisproducten
- Drinken in het Spaans: alle drankjes
- Smaken: zeggen dat iets lekker is
- Boodschappen doen en op de markt
- De Spaanse menukaart lezen
- Overzicht in één beeld
- Veelgemaakte fouten
- Oefening
- Veelgestelde vragen
- Spaans leren met onze cursussen
Eten en drinken in het Spaans: de basiswoorden
Eten is comer en drinken is beber, maar Spanjaarden zeggen bij een drankje bijna altijd tomar (nemen): ¿Tomamos algo? betekent "zullen we wat drinken?". De HOOFDLETTERS in de uitspraak geven de klemtoon aan.
| Nederlands | Spaans | Uitspraak |
|---|---|---|
| eten (werkwoord) | comer | ko-MER |
| drinken (werkwoord) | beber / tomar | be-BER / to-MAR |
| het eten, de maaltijd | la comida | la ko-MIE-da |
| het drankje, de drank | la bebida | la be-BIE-da |
| ik heb honger | tengo hambre | TEN-go AM-bre |
| ik heb dorst | tengo sed | TEN-go sed |
| eet smakelijk | ¡que aproveche! | ke a-pro-BE-tsje |
| proost | ¡salud! | sa-LOED |
| lekker | rico / bueno | RIE-ko / BWE-no |
| de rekening | la cuenta | la KWEN-ta |
Let op tengo hambre: honger en dorst zijn in het Spaans dingen die je hebt, niet dingen die je bent. Daarom gebruik je tener, net als bij tengo calor. Hoe dat werkwoord werkt, lees je in tener vervoegen.
De maaltijden en eettijden in Spanje
De grootste cultuurschok voor Nederlanders is niet het eten zelf, maar hoe laat het op tafel komt. Spanje eet ongeveer twee uur later dan Nederland, en de lunch is de hoofdmaaltijd.
| Maaltijd | Spaans | Uitspraak | Hoe laat in Spanje |
|---|---|---|---|
| ontbijt | el desayuno | el de-sa-JOE-no | 7:00 tot 9:00, vaak klein: koffie met een tostada |
| tussendoortje (ochtend) | el almuerzo | el al-MWER-so | rond 11:00, een bocadillo of een stuk fruit |
| lunch (hoofdmaaltijd) | la comida | la ko-MIE-da | 14:00 tot 15:30, warm en uitgebreid |
| vieruurtje | la merienda | la me-RJEN-da | 17:00 tot 18:00, vooral voor kinderen |
| avondeten | la cena | la SE-na | 21:00 tot 22:30, lichter dan de lunch |
Verwarrend: la comida betekent zowel "het eten" in het algemeen als "de lunch". In Spanje is el almuerzo meestal het tussendoortje halverwege de ochtend, al hoor je in sommige regio's almuerzo ook voor de lunch. De werkwoorden zijn desayunar (ontbijten), comer (lunchen), merendar en cenar: ¿A qué hora cenamos? (hoe laat eten we vanavond?). De tijden zelf oefen je in klokkijken in het Spaans.
Ontbijt in het Spaans
Het Spaanse ontbijt is klein: een café con leche met een tostada (geroosterd brood) met olijfolie en tomaat, of op zondag churros con chocolate. De uitgebreide Nederlandse boterham met kaas is in Spanje een lunchgerecht.
| Nederlands | Spaans | Nederlands | Spaans |
|---|---|---|---|
| het brood | el pan | het geroosterde brood | la tostada |
| de boter | la mantequilla | de jam | la mermelada |
| het ei | el huevo (WE-bo) | de ontbijtgranen | los cereales |
| de yoghurt | el yogur | de honing | la miel |
| de koffie met melk | el café con leche | het sinaasappelsap | el zumo de naranja (SOE-mo) |
| de churro | el churro | het broodje (belegd) | el bocadillo |
| de suiker | el azúcar (a-SOE-kar) | de melk | la leche |
Bestellen doe je zo: Un café con leche y una tostada con tomate, por favor. Sinaasappelsap heet in Spanje zumo, en dat is bijna altijd vers geperst: zumo de naranja natural.
Vlees, vis en zeevruchten
Spanje is een land van jamón en van vis. De Spanjaarden eten per persoon meer vis dan bijna elk ander land in Europa, dus deze woorden kom je overal tegen: op de markt, op de menukaart en in de tapasbar.
| Nederlands | Spaans | Nederlands | Spaans |
|---|---|---|---|
| het vlees | la carne | de vis | el pescado |
| de kip | el pollo (PO-jo) | de tonijn | el atún |
| het rundvlees | la ternera | de zalm | el salmón |
| het varkensvlees | el cerdo (SER-do) | de heek | la merluza (mer-LOE-sa) |
| het lamsvlees | el cordero | de kabeljauw | el bacalao |
| de ham | el jamón (cha-MON) | de zeevruchten | el marisco |
| de chorizo | el chorizo (tsjo-RIE-so) | de garnalen | las gambas |
| het gehakt | la carne picada | de mosselen | los mejillones |
| de biefstuk | el filete | de inktvis (ringen) | los calamares |
| de worst | la salchicha | de octopus | el pulpo |
Twee soorten ham om te onthouden: jamón serrano (gedroogde ham) en jamón ibérico (van het zwarte Iberische varken, duurder en beter). Gekookte ham is jamón cocido of jamón york. En let op de uitspraak van pollo (kip): de dubbele l klinkt als een j, dus PO-jo. Zeg je polo, dan bestel je een ijslolly.
Zuivel, brood en basisproducten
Dit zijn de woorden op je boodschappenlijstje. Groenten en fruit hebben elk een eigen blog, dus die vind je in groenten in het Spaans en fruit in het Spaans.
| Nederlands | Spaans | Nederlands | Spaans |
|---|---|---|---|
| de kaas | el queso (KE-so) | de rijst | el arroz (a-ROS) |
| de melk | la leche | de pasta | la pasta |
| de eieren | los huevos | de aardappelen | las patatas |
| de olijfolie | el aceite de oliva (a-SEJ-te) | de peulvruchten | las legumbres |
| het zout | la sal | de kikkererwten | los garbanzos |
| de peper | la pimienta | de linzen | las lentejas |
| de bloem | la harina | de soep | la sopa |
| het stokbrood | la barra de pan | de olijven | las aceitunas |
| het toetje | el postre | het ijs | el helado |
Elk woord heeft een geslacht, en dat bepaalt of je el of la zegt. Bij el agua (het water) zie je iets geks: het woord is vrouwelijk, maar krijgt el omdat het met een beklemtoonde a begint. Hoe dat zit, lees je in el of la in het Spaans.
Drinken in het Spaans: alle drankjes
Drinken bestel je in Spanje met tomar of gewoon met ponme (geef me): Ponme una caña, por favor. Dit zijn de drankjes die je op elke kaart ziet.
| Nederlands | Spaans | Uitspraak |
|---|---|---|
| het water (met / zonder koolzuur) | el agua con gas / sin gas | el A-gwa kon gas / sin gas |
| de rode wijn | el vino tinto | el BIE-no TIN-to |
| de witte wijn | el vino blanco | el BIE-no BLAN-ko |
| de rosé | el vino rosado | el BIE-no ro-SA-do |
| het bier | la cerveza | la ser-BE-sa |
| het biertje van de tap (klein glas) | la caña | la KA-nja |
| rode wijn met citroenlimonade | el tinto de verano | el TIN-to de be-RA-no |
| de sangria | la sangría | la san-GRIE-a |
| de zwarte koffie (espresso) | el café solo | el ka-FE SO-lo |
| de espresso met een scheutje melk | el cortado | el kor-TA-do |
| de thee | el té | el te |
| het sap | el zumo | el SOE-mo |
| de frisdrank | el refresco | el re-FRES-ko |
| de cava (Spaanse bubbels) | el cava | el KA-ba |
| de cider (Asturië, Baskenland) | la sidra | la SIE-dra |
Spanjaarden bestellen zelden una cerveza: ze zeggen una caña (klein tapbier), un doble (groter glas) of un tercio (flesje van 33 cl). En bestel je een vino, dan vraag je om una copa de vino, niet un vaso. Een vaso is een gewoon drinkglas, een copa heeft een steel. Meer zinnen voor het bestellen vind je in Spaanse zinnen voor op het terras.
Smaken: zeggen dat iets lekker is
Na de eerste hap wil de Spaanse kok maar één ding horen: ¡Está buenísimo! Deze woorden gebruik je om over smaak te praten.
| Nederlands | Spaans | Voorbeeld |
|---|---|---|
| lekker | rico / bueno | Está muy rico. (Het is heel lekker.) |
| heerlijk | delicioso / buenísimo | La paella está buenísima. |
| zoet | dulce (DOEL-se) | El postre es demasiado dulce. |
| zout, hartig | salado | El jamón está un poco salado. |
| bitter | amargo | El café solo es amargo. |
| zuur | ácido (A-sie-do) | El limón es ácido. |
| pittig, scherp | picante | ¿Es picante? (Is het pittig?) |
| flauw, smakeloos | soso | La sopa está sosa. |
| vers | fresco | El pescado es muy fresco. |
Let op: met smaak gebruik je estar, omdat je iets zegt over dit bord, nu: está rico. Zeg je es rico, dan zeg je dat iets altijd lekker is (of dat iemand rijk is). Vind je iets lekker, dan zeg je me gusta of, sterker, me encanta: Me encanta el gazpacho. Hoe dat werkwoord werkt, lees je in me gusta uitleg.
Boodschappen doen en op de markt
Boodschappen doen is hacer la compra. In de supermarkt (el supermercado, in de volksmond el súper) red je je zonder te praten, maar op de markt (el mercado) en bij de kleine winkels moet je bestellen.
| Winkel | Spaans | Wat je er koopt |
|---|---|---|
| de bakker | la panadería | una barra de pan (een stokbrood) |
| de slager | la carnicería | medio kilo de carne picada |
| de viswinkel | la pescadería | un kilo de gambas |
| de groente- en fruitwinkel | la frutería | un kilo de tomates |
| de banketbakker | la pastelería | una tarta (een taart) |
| de markt | el mercado | van alles, vooral vers |
Zo bestel je aan de toonbank:
- ¿Quién es el último? - Wie is de laatste? (Zo vraag je wie er vóór jou is in de rij. Doe dit altijd op de markt!)
- ¿Me pone medio kilo de queso? - Mag ik een halve kilo kaas?
- Un cuarto de jamón, por favor. - Een ons (250 gram) ham, alstublieft.
- Una docena de huevos. - Een dozijn eieren.
- ¿Algo más? - Anders nog iets? / Nada más, gracias. - Dat was het, dank u.
- ¿Cuánto es? - Hoeveel is het?
Hoeveelheden: un kilo, medio kilo, un cuarto (250 gram), una lata (een blik), una botella (een fles), un paquete (een pak), una bolsa (een zak). De getallen die je bij het afrekenen hoort, oefen je in tellen in het Spaans.
De Spaanse menukaart lezen
Een Spaanse menukaart (la carta) ziet er anders uit dan een Nederlandse. Het menú del día is een dagmenu van drie gangen inclusief brood en een drankje, doordeweeks tussen de middag, meestal voor 12 tot 16 euro. Dit zijn de woorden die je nodig hebt.
| Op de kaart | Betekenis |
|---|---|
| entrantes / para picar | voorgerechten / om te delen |
| primer plato | eerste gang (vaak soep, salade of pasta) |
| segundo plato | hoofdgerecht (vlees of vis) |
| postre | toetje |
| tapa / ración / media ración | klein hapje / grote portie / halve portie |
| a la plancha | gebakken op de plaat (zonder veel vet) |
| frito / al horno / a la brasa | gefrituurd / uit de oven / gegrild op houtskool |
| guiso / estofado | stoofpot |
| de la casa | van het huis (huiswijn, huisgerecht) |
| tortilla de patatas | Spaanse aardappelomelet (geen Mexicaanse pannenkoek!) |
| gazpacho / salmorejo | koude tomatensoep / dikkere variant uit Córdoba |
| croquetas / patatas bravas | kroketjes / gebakken aardappelen met pittige saus |
Bestellen, om een aanbeveling vragen en de rekening vragen oefen je in Spaanse zinnen voor in het restaurant. Één tip alvast: vraag ¿Qué me recomienda? (wat raadt u aan?) en je krijgt bijna altijd het beste gerecht van de dag.
Overzicht in één beeld
Veelgemaakte fouten
✓ Correct: Tengo hambre.
Uitleg: Honger en dorst heb je in het Spaans, met tener. Hetzelfde geldt voor tengo sed.
✓ Correct: Una copa de vino, por favor.
Uitleg: Wijn drink je uit een copa (glas met steel). Een vaso is een gewoon glas, voor water of frisdrank.
✓ Correct: Quiero tomar un café.
Uitleg: Beber is niet fout, maar Spanjaarden zeggen bij koffie en drankjes bijna altijd tomar: ¿Tomamos algo?
✓ Correct: Quiero pollo.
Uitleg: De dubbele l klinkt als een j: PO-jo. Polo met één l is een ijslolly (of een poloshirt).
✓ Correct: La comida está rica.
Uitleg: Over de smaak van wat er nu op tafel staat praat je met estar. Es rico betekent eerder "is rijk".
Oefening: eten en drinken in het Spaans
Vul in of kies. De antwoorden staan onder de streep.
1. Ik heb honger. → _______ hambre.
2. Het avondeten is om tien uur. → La _______ es a las diez.
3. Een biertje van de tap, alstublieft. → Una _______, por favor.
4. Welk woord betekent kip?
a) el polo
b) el pollo
c) el pulpo
5. De paella is heerlijk (nu, op tafel). → La paella _______ buenísima.
6. Eet smakelijk! → ¡Que _______!
7. Wat is een menú del día?
a) de menukaart
b) een dagmenu van drie gangen
c) het ontbijt
8. Sinaasappelsap → el _______ de naranja
Antwoorden: 1: tengo, 2: cena, 3: caña, 4-b, 5: está, 6: aproveche, 7-b, 8: zumo
In onze gratis cursus Spaans krijg je hier veel meer van: video-uitleg, oefeningen en persoonlijke hulp bij elke les.
👉 Volg hier gratis de cursus Spaans
Veelgestelde vragen over eten en drinken in het Spaans
Hoe zeg je eten in het Spaans?
Eten als werkwoord is comer, het eten als zelfstandig naamwoord is la comida. Let op: la comida betekent in Spanje ook de lunch, de warme hoofdmaaltijd rond twee of drie uur.
Hoe zeg je drinken in het Spaans?
Drinken is beber, maar bij een drankje zeggen Spanjaarden meestal tomar: ¿Tomamos algo? (zullen we wat drinken?). Het drankje zelf is la bebida.
Wat betekent que aproveche?
¡Que aproveche! betekent eet smakelijk. Je hoort het van de ober, maar ook van vreemden die langs je tafel lopen. Het antwoord is gracias.
Hoe zeg je ik heb honger in het Spaans?
Tengo hambre. Ik heb dorst is tengo sed. Je gebruikt tener (hebben), niet estar of ser.
Hoe laat eten Spanjaarden?
Ontbijt tussen 7 en 9, de lunch (la comida, de hoofdmaaltijd) tussen 14:00 en 15:30 en het avondeten (la cena) tussen 21:00 en 22:30. Restaurants gaan 's avonds vaak pas om half negen open.
Wat is het verschil tussen almuerzo en comida?
In Spanje is la comida de lunch, de warme hoofdmaaltijd. El almuerzo is meestal het tussendoortje halverwege de ochtend, al gebruiken sommige regio's het ook voor de lunch.
Hoe bestel je een biertje in Spanje?
Una caña, por favor. Een caña is een klein glas tapbier. Een groter glas is un doble, een flesje van 33 cl is un tercio.
Hoe zeg je boodschappen doen in het Spaans?
Hacer la compra. De supermarkt is el supermercado of kortweg el súper, de markt is el mercado. Aan de toonbank vraag je eerst ¿Quién es el último? om te weten wie er vóór je is.
Spaans leren met onze cursussen
Gebruik deze blog als opstap om verder te leren met onze online cursussen. Of je nu net begint of al gevorderd bent, je leert stap voor stap vloeiend Spaans spreken met persoonlijke begeleiding van twee docenten.
✨ Of bekijk het volledige overzicht: Bekijk alle cursussen Spaans.
🧭 Benieuwd wat jouw niveau is? Doe de gratis taaltest Spaans en ontdek direct welke cursus bij jou past.
👉 Bekijk hier onze complete bloghub Spaans leren
🎁 Start hier de gratis cursus Spaans (inclusief app) en leer de basis met leuke video's en oefeningen.
Saludos,
Lusiana y Leroy ❤️
🇪🇸 KRIJG ONZE GRATIS ONLINE CURSUS SPAANS! 🇪🇸
De leukste en beste manier om goed Spaans te leren spreken
✅ Gratis (en heel leuk!❤️)
✅ Videolessen, quizzen, podcasts en ebooks.
✅ Persoonlijke hulp in onze online leeromgeving (en ja, ook gratis!)
Na aanmelden ontvang je jouw inlogcode en instructies via email.
Al meer dan 30.000 mensen doen mee, jij ook?
We zullen jouw informatie nooit verkopen, om welke reden dan ook.