Boodschappen Doen in het Spaans: Supermarkt, Markt en Bakker

Oct 17, 2026

Boodschappen doen in het Spaans is het eerste wat je echt nodig hebt als je een huis of een vakantie in Spanje hebt. Gewoon een brood halen, een kilo tomaten vragen en afrekenen zonder dat de caissière overschakelt op Engels. En juist dat gaat vaak mis, omdat de zinnen die je in de winkel hoort (¿quién es el último?, ¿algo más?) in geen schoolboek staan. In deze blog krijg je alles voor de supermarkt, de markt, de bakker en de slager: de winkels, de woorden, de hoeveelheden, de prijs, het betalen en een compleet gesprek. Met uitspraak en een oefening.

🇪🇸 Gratis cursus Spaans (inclusief app)

Video's, oefeningen en persoonlijke hulp. Vul je naam en e-mail in en je zit binnen 2 minuten in je eerste les.

📚 Inhoudsopgave

Boodschappen doen in het Spaans: hacer la compra en de winkels

Boodschappen doen is hacer la compra (a-SER la KOM-pra), letterlijk "de inkoop doen". Let op dat la: ir de compras of hacer compras is winkelen, dus kleding en schoenen kopen. Zeg je voy de compras, dan denkt een Spanjaard aan een middag in het winkelcentrum, niet aan melk en brood.

Spaans Nederlands
Voy a hacer la compra.Ik ga boodschappen doen.
Hago la compra los sábados.Ik doe op zaterdag de boodschappen.
Voy a la panadería a por pan.Ik ga naar de bakker om brood te halen.

A por pan is typisch Spaans van Spanje: ir a por algo is iets gaan halen. Dan de winkels. De meeste eindigen op -ería, met de klemtoon op de i.

Spaans Uitspraak Nederlands
el supermercadosoe-per-mer-KA-dode supermarkt (in gesprekken: el súper)
el mercadomer-KA-dode markt, meestal een overdekte markthal
la fruteríafroe-te-RIE-ade groente- en fruitwinkel
la panaderíapa-na-de-RIE-ade bakker
la carniceríakar-nie-se-RIE-ade slager
la pescaderíapes-ka-de-RIE-ade visboer
la drogueríadro-ge-RIE-ade drogist: schoonmaakmiddelen, geen medicijnen

De woorden voor wat je koopt (brood, kaas, vlees, koffie) staan in eten en drinken in het Spaans. Deze blog gaat over wat je zegt in de winkel.

Boodschappen doen in het Spaans in de supermarkt: woorden en zinnen

In de supermarkt hoef je weinig te zeggen, maar je moet een paar woorden kunnen lezen en de vragen bij de kassa verstaan.

Spaans Uitspraak Nederlands
el carritoka-RRIE-tohet winkelwagentje
el pasillopa-SIE-johet gangpad
la ofertao-FER-tade aanbieding
la básculaBAS-koe-lade weegschaal
la cajaKA-chade kassa
la tarjeta de sociotar-CHE-ta de SO-sie-ode klantenkaart
la bolsaBOL-sahet tasje

Twee dingen gaan in Spanje anders. Fruit en groente weeg je zelf, op de báscula, en je plakt de sticker op de zak. En bij de kassa vraagt de caissière bijna altijd naar de klantenkaart en of je een tasje wilt.

Spaans Nederlands
Perdone, ¿dónde está el aceite?Pardon, waar staat de olie?
Está en el pasillo tres, al fondo.In gangpad drie, achterin.
¿Hay que pesar la fruta?Moet je het fruit zelf wegen?
¿Tiene la tarjeta del supermercado?Heeft u de klantenkaart?
¿Quiere bolsa?Wilt u een tasje?

¿Quiere bolsa? komt zonder lidwoord, zo kort zegt de caissière het echt. Wil je zo'n supermarktsituatie als korte tekst lezen, kijk dan bij Spaanse teksten met vertaling.

Op de markt in het Spaans: ¿quién es el último? en ¿me pone?

Op de markt praat je wel, en er is één zin die je als eerste moet kennen: ¿Quién es el último? (kjen es el OEL-tie-mo), wie is de laatste? Spanjaarden staan niet netjes in een rij. Je vraagt wie de laatste is, iemand zegt yo, en je weet: na die persoon ben ik. Vraag je niets, dan word je overgeslagen.

Spaans Nederlands
¿Quién es el último?Wie is de laatste? (wie is er voor mij aan de beurt?)
¿Qué le pongo?Wat mag het zijn? (letterlijk: wat zet ik voor u neer?)
¿Me pone un kilo de tomates?Mag ik een kilo tomaten?
Póngame medio kilo de fresas.Doet u mij een half kilo aardbeien.
Quería dos kilos de naranjas.Ik wilde graag twee kilo sinaasappels.
¿Algo más?Nog iets?
No, nada más, gracias.Nee, dat was het, dank u.

Het werkwoord van de markt is poner. ¿Me pone...? is de standaardmanier om iets te vragen: beleefd, kort en honderd procent Spaans. Póngame is de gebiedende wijs ervan. Allebei usted-vormen, en dat is op de markt heel gewoon. Wanneer je welke vorm gebruikt, lees je in tú of usted in het Spaans. ¿Algo más? en nada más hoor je bij elke kraam; die woordjes komen terug in kleine woordjes in het Spaans.

Hoeveelheden in het Spaans: een kilo, een half kilo, 100 gram

Op de markt bestel je in hoeveelheden, en de regel is simpel: hoeveelheid + de + product. Un kilo de tomates, nooit un kilo tomates. Dat de vergeten is de meest gehoorde fout op de markt.

Spaans Uitspraak Nederlands
un kilo deoen KIE-lo deeen kilo
medio kilo deME-dio KIE-lo deeen half kilo (zonder un!)
un cuarto deoen KWAR-to de250 gram
cien gramos desien GRA-mos de100 gram
una docena deOE-na do-SE-na deeen dozijn (twaalf)
media docena deME-dia do-SE-na deeen half dozijn (zes)
una lata deOE-na LA-ta deeen blikje (tonijn, bier)
un bote deoen BO-te deeen pot, een blik (tomatensaus)
unas lonchas deOE-nas LON-tsjas deeen paar plakjes (ham, kaas)

Eieren koop je in Spanje per dozijn of half dozijn, niet per tien. En medio past zich aan: medio kilo, maar media docena. De namen van het fruit en de groente zelf vind je in fruit in het Spaans en groenten in het Spaans.

Hoeveel kost het in het Spaans: ¿cuánto cuesta?, ¿cuánto es? en prijzen verstaan

Er zijn een paar manieren om naar de prijs te vragen. ¿Cuánto cuesta? (KWAN-to KWES-ta) vraagt de prijs van één ding. ¿Cuánto es? (KWAN-to es) vraagt het totaal, bij het afrekenen. ¿Cuánto vale? (KWAN-to BA-le) betekent hetzelfde als cuesta en hoor je in Spanje heel veel.

Spaans Nederlands
¿Cuánto cuesta?Hoeveel kost het? (één ding)
¿Cuánto cuestan las fresas?Hoeveel kosten de aardbeien?
¿Cuánto es?Hoeveel is het? (het totaal)
¿A cuánto está el kilo?Hoeveel is de kilo?

Op de markt hoor je vooral ¿a cuánto está?, letterlijk "op hoeveel staat het?", omdat de prijs van fruit en vis elke dag anders is. Dan het antwoord verstaan. Het woord con staat tussen de euro's en de centen, en valt in gesproken taal vaak weg.

Prijs Zo zegt de verkoper het
1,20uno con veinte of un euro veinte
2,50dos con cincuenta of dos cincuenta

Versta je het niet, kijk dan op het display van de kassa. Maar het helpt enorm als de getallen tot honderd er automatisch in zitten. Die oefen je in tellen in het Spaans.

Betalen in het Spaans: contant of pin, het bonnetje en een tasje

Bij het betalen komt de bekendste vraag van allemaal: ¿En efectivo o con tarjeta? (en e-fek-TIE-bo o kon tar-CHE-ta), contant of met de kaart? Het Nederlandse "pinnen" bestaat in Spanje niet: el pin is daar alleen je code. Pinnen is pagar con tarjeta.

Spaans Nederlands
¿En efectivo o con tarjeta?Contant of pin?
¿Puedo pagar con tarjeta?Kan ik pinnen?
Solo en efectivo.Alleen contant. (hoor je nog vaak op de markt)
¿Tiene cambio?Heeft u wisselgeld?
¿Quiere el tique?Wilt u het bonnetje?
Una bolsa, por favor.Een tasje, graag.

Het bonnetje heet el tique (TIE-ke), geschreven zoals het klinkt. Bij contactloos betalen zegt de caissière acerque la tarjeta, houd de kaart ertegen. Tasjes kosten in Spanje overal geld, dus die vraag komt altijd.

Bij de bakker en de slager in het Spaans

Eerst het brood, want een Spaanse bakker verkoopt geen "brood" maar een barra, een pan de pueblo of een pan de molde, en die zijn totaal verschillend.

Spaans Uitspraak Nederlands
la barra (de pan)BA-rrahet standaardbrood, langwerpig, lijkt op stokbrood
el pan de pueblopan de PWE-blogroot rond boerenbrood
el pan integralpan in-te-GRALvolkorenbrood
el pan de moldepan de MOL-deboterhambrood in sneetjes
la bolleríabo-je-RIE-aal het zoete broodgoed samen
Spaans Nederlands
¿Me pone una barra?Mag ik een stokbrood?
¿Está recién hecho?Is het net gebakken?

Dan de slager, la carnicería. Hier kom je niet weg met wijzen: het vlees ligt achter de toonbank en de slager snijdt het voor je.

Spaans Uitspraak Nederlands
la pechuga de pollope-TSJOE-ga de PO-jode kipfilet
las chuletas de cerdotsjoe-LE-tas de SER-dode varkenskarbonades
los filetes de ternerafie-LE-tes de ter-NE-rade runderlapjes (dun gesneden)
la carne picada / la picadapie-KA-dahet gehakt
la picada mixtapie-KA-da MIKS-tahalf-om-half gehakt
el jamón serrano / el jamón yorkcha-MONgedroogde ham / gekookte ham (ook: jamón cocido)
Spaans Nederlands
Póngame medio kilo de picada mixta.Doet u mij een half kilo half-om-half.
Quería cuatro filetes de ternera.Ik wilde graag vier runderlapjes.
Más fino, por favor.Dunner, graag.

Bij de visboer (la pescadería) werkt het precies zo, met twee extra zinnen: ¿me lo limpia? (maakt u hem schoon?) en sin espinas (zonder graten). En quería is een verleden tijd van querer, maar betekent hier gewoon "ik wil graag": zo bestel je beleefd. Quiero is niet fout, maar klinkt directer. Alle vormen staan in querer vervoegen.

Boodschappen doen in het Spaans: een compleet gesprek op de markt

Zo klinkt het allemaal achter elkaar. Je staat bij de frutería op de markt, er staan al een paar mensen, en je wilt tomaten en aardbeien.

Wie Spaans Nederlands
JijHola, ¿quién es el último?Hallo, wie is de laatste?
Een mevrouwYo.Ik.
Verkoper¿Qué le pongo?Wat mag het zijn?
JijPóngame un kilo de tomates, por favor. Para ensalada.Doet u mij een kilo tomaten, graag. Voor de salade.
VerkoperSe pasa un poco, ¿se lo dejo?Het is iets meer, zal ik het zo laten?
JijSí, déjelo. Y medio kilo de fresas. ¿Están dulces?Ja, laat maar. En een half kilo aardbeien. Zijn ze zoet?
VerkoperMuy dulces, son de Huelva. ¿Algo más?Heel zoet, ze komen uit Huelva. Nog iets?
JijNo, nada más, gracias. ¿Cuánto es?Nee, dat was het, dank u. Hoeveel is het?
VerkoperSon cinco con veinte.Dat is vijf twintig.
JijAquí tiene. Gracias, hasta luego.Hier heeft u. Bedankt, tot ziens.

Lees dit een paar keer hardop, ook de antwoorden van de verkoper. Op de markt gaat het namelijk niet om wat jij zegt, maar om wat je terugkrijgt: ¿se lo dejo?, ¿algo más?. Wil je dit oefenen met iemand die terugpraat, dan kun je de Spreekapp 5 dagen gratis proberen, zonder rij achter je. Begin met vijf zinnen: ¿quién es el último?, ¿me pone...?, ¿cuánto es?, nada más en con tarjeta. Daarmee kom je door elke winkel in Spanje.

Overzicht in één beeld

Infographic boodschappen doen in het Spaans: hacer la compra, de supermarkt, de markt, een kilo, een half kilo, hoeveel kost het, nog iets, contant of pin en een tasje, met uitspraak
Overzicht: de belangrijkste woorden en zinnen om boodschappen te doen in het Spaans, met uitspraak.

Veelgemaakte fouten

❌ Fout: Voy de compras al supermercado.
✓ Correct: Voy a hacer la compra.
Uitleg: Ir de compras is winkelen: kleding, schoenen, cadeaus. Boodschappen doen is hacer la compra, met la.
❌ Fout: ¿Puedo pagar con pin?
✓ Correct: ¿Puedo pagar con tarjeta?
Uitleg: El pin is in Spanje alleen je code. De betaalwijze is con tarjeta.
❌ Fout: Un kilo tomates, por favor.
✓ Correct: Un kilo de tomates, por favor.
Uitleg: Na een hoeveelheid komt altijd de: un kilo de, cien gramos de. In het Spaans valt dat woordje nooit weg.
❌ Fout: Un medio kilo de queso.
✓ Correct: Medio kilo de queso.
Uitleg: Medio krijgt geen un ervoor. En het buigt mee met het woord erna: medio kilo, maar media docena.
❌ Fout: Quiero un kilo de naranjas.
✓ Correct: ¿Me pone un kilo de naranjas?
Uitleg: Quiero is grammaticaal goed, maar klinkt bot aan de toonbank. Spanjaarden zeggen ¿me pone...?, póngame of quería.

Oefening: boodschappen doen in het Spaans

Vul het ontbrekende woord in; tussen haakjes staat het Nederlands. De antwoorden staan onder de streep.

1. Mañana voy a hacer _______. (boodschappen doen)

2. Hola, ¿_______ es el último? (wie)

3. ¿Me _______ un kilo de manzanas? (mag ik)

4. _______ kilo de carne picada, por favor. (een half)

5. Una _______ de huevos. (dozijn)

6. ¿Algo más? No, _______, gracias. (dat was het)

7. ¿Cuánto _______? Son seis con cuarenta. (is het, totaal)

8. ¿En efectivo o con _______? (pin)

9. ¿Me da el _______, por favor? (bonnetje)

10. Una _______ de pan y una _______, por favor. (brood, tasje)

 

Antwoorden: 1: la compra, 2: quién, 3: pone, 4: Medio, 5: docena, 6: nada más, 7: es, 8: tarjeta, 9: tique, 10: barra / bolsa

Vond je deze oefening leuk? 🇪🇸
In onze gratis cursus Spaans krijg je hier veel meer van: video-uitleg, oefeningen en persoonlijke hulp bij elke les.
👉 Volg hier gratis de cursus Spaans

Veelgestelde vragen over boodschappen doen in het Spaans

Hoe zeg je boodschappen doen in het Spaans?

Boodschappen doen is hacer la compra: voy a hacer la compra, ik ga boodschappen doen. Ir de compras en hacer compras betekenen winkelen.

Wat is supermarkt in het Spaans?

Supermarkt is el supermercado, in gesprekken vaak el súper. Het karretje is el carrito, de kassa la caja.

Hoe vraag je hoeveel kost het in het Spaans?

Voor één ding vraag je ¿cuánto cuesta? of ¿cuánto vale?. Bij het afrekenen vraag je naar het totaal met ¿cuánto es?. Op de markt hoor je ook ¿a cuánto está el kilo?.

Wat betekent me pone?

¿Me pone...? betekent letterlijk "zet u ... voor mij neer?" en is de normale manier om in een winkel iets te vragen: ¿me pone un kilo de tomates?, mag ik een kilo tomaten. Póngame betekent hetzelfde.

Hoe zeg je een kilo in het Spaans?

Een kilo is un kilo, altijd met de erachter: un kilo de naranjas. Een half kilo is medio kilo (zonder un), 250 gram is un cuarto en 100 gram is cien gramos.

Hoe zeg je contant of pin in het Spaans?

Contant of pin is ¿en efectivo o con tarjeta?. Contant is en efectivo, pinnen is pagar con tarjeta.

Wat is bakker in het Spaans?

De bakker is la panadería. Het standaardbrood heet una barra, een rond boerenbrood pan de pueblo en boterhambrood in sneetjes pan de molde.

Wat betekent quién es el último?

¿Quién es el último? betekent "wie is de laatste?" en is de zin waarmee je in Spanje in de rij gaat staan, bij de bakker, op de markt of bij de dokter. Iemand antwoordt yo, en jij bent na die persoon aan de beurt.

Spaans leren met onze cursussen

Gebruik deze blog als opstap om verder te leren met onze online cursussen. Of je nu net begint of al gevorderd bent, je leert stap voor stap vloeiend Spaans spreken met persoonlijke begeleiding van twee docenten.

✨ Of bekijk het volledige overzicht: Bekijk alle cursussen Spaans.

🧭 Benieuwd wat jouw niveau is? Doe de gratis taaltest Spaans en ontdek direct welke cursus bij jou past.

👉 Bekijk hier onze complete bloghub Spaans leren

🎁 Start hier de gratis cursus Spaans (inclusief app) en leer de basis met leuke video's en oefeningen.

Saludos,
Lusiana y Leroy ❤️

🇪🇸 KRIJG ONZE GRATIS ONLINE CURSUS SPAANS! 🇪🇸

De leukste en beste manier om goed Spaans te leren spreken

✅ Gratis (en heel leuk!❤️)
✅ Videolessen, quizzen, podcasts en ebooks.
✅
Persoonlijke hulp in onze online leeromgeving (en ja, ook gratis!)

Na aanmelden ontvang je jouw inlogcode en instructies via email.

Al meer dan 30.000 mensen doen mee, jij ook?

We zullen jouw informatie nooit verkopen, om welke reden dan ook.