Kleine Woordjes in het Spaans: Dus, Eigenlijk, Vooral en Ook
Oct 12, 2026De kleine woordjes in het Spaans staan in geen enkele woordenlijst, maar je hebt ze in elke zin nodig: dus, eigenlijk, vooral, ook, iets, alles, toch. Je kunt honderd werkwoorden kennen en nog steeds vastlopen op "eigenlijk wil ik ook wel", want deze woordjes zijn zelden één op één te vertalen. "Dus" is soms entonces, soms así que en soms o sea. "Ook niet" is tampoco, niet también no. En "wel", "gewoon" en "hoor" bestaan in het Spaans niet eens. Toch maken ze het verschil: Quiero ir. No tengo tiempo klinkt als een telegram, Quiero ir, pero la verdad es que no tengo tiempo klinkt als een mens. Hier zetten we ze op een rij, met vertaling, voorbeeldzinnen, de fouten die Nederlanders ermee maken, een tabel van 40 woordjes en een oefening.
🇪🇸 Gratis cursus Spaans (inclusief app)
Video's, oefeningen en persoonlijke hulp. Vul je naam en e-mail in en je zit binnen 2 minuten in je eerste les.
📚 Inhoudsopgave
- Dus in het Spaans: entonces, así que, por eso en o sea
- Eigenlijk, trouwens en echt in het Spaans: en realidad, por cierto en de verdad
- Vooral, bovendien en zelfs in het Spaans: sobre todo, además en incluso
- Ook en ook niet in het Spaans: también en tampoco
- Iets, alles, niets en alle in het Spaans: algo, todo, nada en todos
- Maar, toch, hoewel en tenminste in het Spaans: pero, sin embargo, aunque en al menos
- Kleine woordjes in het Spaans die niet bestaan: wel, gewoon, lekker en hoor
- Overzichtstabel: 40 kleine woordjes in het Spaans
- Overzicht in één beeld
- Veelgemaakte fouten
- Oefening
- Veelgestelde vragen
- Spaans leren met onze cursussen
Dus in het Spaans: entonces, así que, por eso en o sea
"Dus" is het lastigste kleine woordje, omdat het Spaans er vier woorden voor heeft. Welk woord je kiest, hangt af van wat je met "dus" bedoelt.
| Spaans | Wanneer | Voorbeeld | Nederlands |
|---|---|---|---|
| entonces (en-TON-ses) | conclusie | Entonces, ¿qué hacemos? | Dus, wat doen we? |
| así que (a-SIE ke) | gevolg | Llueve, así que nos quedamos. | Het regent, dus we blijven. |
| por eso | daarom | Por eso me voy a la cama. | Daarom ga ik naar bed. |
| o sea (o SE-a) | dat wil zeggen | Vamos a las ocho, o sea, en media hora. | We gaan om acht uur, dus over een half uur. |
| pues (pwes) | stopwoordje | Pues no sé. | Nou, ik weet het niet. |
Vuistregel: conclusie is entonces, twee zinnen verbinden is así que, uitleggen wat je net zei is o sea. En pues gebruik je zoals wij "nou": om tijd te winnen. Spanjaarden strooien met pues, bueno en o sea, een van de redenen dat je ze zo moeilijk volgt. Daarover lees je meer in waarom praten Spanjaarden zo snel. En let op de plek: así que staat altijd vooraan, nooit achteraan zoals ons "dus" (ik blijf dus). Alleen entonces mag achteraan: ¿Qué hacemos, entonces?
Eigenlijk, trouwens en echt in het Spaans: en realidad, por cierto en de verdad
"Eigenlijk" is het woord dat Nederlanders het meest missen in het Spaans. Er is geen één woord voor, maar wel drie goede oplossingen.
| Spaans | Betekenis | Voorbeeld | Nederlands |
|---|---|---|---|
| en realidad | eigenlijk, in werkelijkheid | En realidad no me gusta el fútbol. | Eigenlijk hou ik niet van voetbal. |
| la verdad es que | eigenlijk, eerlijk gezegd | La verdad es que no tengo ganas. | Eigenlijk heb ik geen zin. |
| de hecho | sterker nog, eigenlijk | De hecho, ya he estado allí. | Sterker nog, ik ben er al geweest. |
| por cierto | trouwens | Por cierto, ¿has visto a Carmen? | Trouwens, heb je Carmen gezien? |
| de verdad | echt (waar) | ¿De verdad? | Echt? |
La verdad es que is onze favoriet. Spanjaarden beginnen er de helft van hun zinnen mee. Grote valkuil: actualmente. Dat lijkt op het Engelse "actually", maar het betekent "tegenwoordig". Actualmente vivo en Málaga is "ik woon nu in Málaga". Dat woord hoort bij de tijdwoorden in het Spaans, niet hier.
Vooral, bovendien en zelfs in het Spaans: sobre todo, además en incluso
Drie woordjes waarmee je een zin kracht geeft, plus de ontkenning van "zelfs".
| Spaans | Betekenis | Voorbeeld | Nederlands |
|---|---|---|---|
| sobre todo (SO-bre TO-do) | vooral | Me gusta España, sobre todo el sur. | Ik hou van Spanje, vooral het zuiden. |
| además (a-de-MAS) | bovendien | Además, es muy barato. | Bovendien is het heel goedkoop. |
| incluso (in-KLOE-so) | zelfs | Incluso mi abuela usa WhatsApp. | Zelfs mijn oma gebruikt WhatsApp. |
| ni siquiera | niet eens | Ni siquiera me ha llamado. | Hij heeft me niet eens gebeld. |
De valkuil bij sobre todo: schrijf het los. Sobretodo aan elkaar is een overjas. En "zelfs" kan ook hasta zijn (Hasta los niños lo entienden, zelfs de kinderen begrijpen het), maar hasta betekent meestal "tot". Twijfel je, pak dan incluso.
Ook en ook niet in het Spaans: también en tampoco
"Ook" is también (tam-BJEN). Makkelijk. Maar "ook niet" is niet también no. Daar heeft het Spaans een eigen woord voor: tampoco (tam-PO-ko). Iedere Nederlander maakt deze fout een keer.
| Positief: también | Negatief: tampoco | Nederlands |
|---|---|---|
| Yo también. | Yo tampoco. | Ik ook. / Ik ook niet. |
| A mí también. | A mí tampoco. | Ik ook. / Ik ook niet. (na me gusta) |
| Yo también tengo hambre. | Yo tampoco tengo hambre. | Ik heb ook honger. / Ik heb ook geen honger. |
Let op het verschil tussen yo también en a mí también. Op Tengo hambre antwoord je Yo también. Op Me gusta el vino antwoord je A mí también, want bij gustar ben jij niet het onderwerp. Meer korte reacties zoals "ik ook", "misschien" en "ik weet het niet" vind je in veelgebruikte Spaanse uitdrukkingen. En anders dan "ook" staan también en tampoco meestal vlak voor het werkwoord: También quiero ir, ik wil ook gaan.
Iets, alles, niets en alle in het Spaans: algo, todo, nada en todos
Vier woordjes voor elke dag: algo (iets), todo (alles), nada (niets) en todos (alle, iedereen). De vertaling is simpel, de zinsbouw heeft twee verrassingen.
| Spaans | Nederlands |
|---|---|
| ¿Quieres algo de beber? | Wil je iets drinken? |
| No quiero nada, gracias. | Ik wil niets, dank je. |
| No pasa nada. | Er is niets aan de hand. |
| Todo está bien. | Alles is goed. |
| Todo el día. Toda la semana. | De hele dag. De hele week. |
| Todos los días. | Alle dagen, elke dag. |
Verrassing één: de dubbele ontkenning. "Ik wil niets" is No quiero nada, letterlijk "ik wil niet niets". In het Nederlands fout, in het Spaans verplicht. Staat nada vooraan, dan valt no weg: Nada es fácil. Alles over algo, nada, alguien en nadie lees je in onbepaalde voornaamwoorden in het Spaans.
Verrassing twee: todos krijgt altijd een lidwoord: todos los días, niet todos días. Dat lidwoord vergeten is de meest gehoorde fout met todo, en die staat dan ook in onze lijst met veelgemaakte fouten bij Spaans leren.
Maar, toch, hoewel en tenminste in het Spaans: pero, sin embargo, aunque en al menos
Met deze woordjes nuanceer je. Ja, maar. Het is duur, toch koop ik het. Spanjaarden doen dit de hele dag.
| Spaans | Betekenis | Voorbeeld | Nederlands |
|---|---|---|---|
| pero | maar | Quiero ir, pero no tengo tiempo. | Ik wil gaan, maar ik heb geen tijd. |
| sino | maar (na een ontkenning) | No es español, sino italiano. | Hij is geen Spanjaard, maar Italiaan. |
| sin embargo | toch, echter | Es caro. Sin embargo, vale la pena. | Het is duur. Toch is het de moeite waard. |
| aun así | toch, desondanks | Llovía. Aun así, salimos. | Het regende. Toch gingen we eropuit. |
| ¿no? / ¿verdad? | toch? (achteraan) | Vienes mañana, ¿no? | Je komt morgen toch? |
| aunque (AUN-ke) | hoewel, ook al | Aunque llueve, vamos a la playa. | Hoewel het regent, gaan we naar het strand. |
| al menos / por lo menos | tenminste, minstens | Al menos no llueve. | Het regent tenminste niet. |
De valkuil hier is pero tegenover sino. Corrigeer je na een ontkenning ("niet dit, maar dat"), dan is het sino: No quiero café, sino té. Gewoon "maar" is pero. "Toch wel" na twijfel is sí que: Al final sí que fui, uiteindelijk ben ik toch gegaan. "Omdat" en "want" zijn allebei porque, één woord zonder accent; het verschil met ¿por qué? lees je in vragen stellen in het Spaans.
Kleine woordjes in het Spaans die niet bestaan: wel, gewoon, lekker en hoor
Nu de woordjes waar je echt op vastloopt. "Ik kom wel, hoor." "Het is gewoon lekker." "Even wachten." Zoek ze op en je vindt niets, want het Spaans heeft ze niet. Een Spanjaard zegt het anders.
| Nederlands | Spaans | Voorbeeld | Vertaling |
|---|---|---|---|
| wel | sí que, of alleen sí | Yo sí que tengo hambre. A mí sí. | Ik heb wel honger. Ik wel. |
| gewoon | simplemente, sin más | Simplemente no me gusta. | Ik vind het gewoon niet lekker. |
| lekker | rico (eten), bueno, bien | Está muy rico. Hace buen tiempo. | Het is heel lekker. Lekker weer. |
| hoor | ¿eh?, of que vooraan | No hace falta, ¿eh? ¡Que no! | Dat hoeft niet, hoor. Nee hoor! |
| even | un momento | Espera un momento. | Wacht even. |
Het trucje met que is goud waard. Spanjaarden zetten que voor een antwoord om het te versterken: ¡Que sí! (jawel!), ¡Que no! (nee hoor!), Que voy, que voy (ik kom al). Dat is precies wat "hoor" en "wel" bij ons doen. Alle manieren om ja en nee te zeggen, van claro tot vale, staan in ja en nee in het Spaans. En "lekker" moet je loslaten: vertaal het gevoel, niet het woord.
Overzichtstabel: 40 kleine woordjes in het Spaans
Hier staan ze allemaal, plus een paar woordjes zonder eigen kopje die je wel elke dag gebruikt, zoals casi (bijna), entre (tussen) en bastante (genoeg, best). Over dat laatste woord en zijn vriendjes lees je meer in muy of mucho in het Spaans.
| Nederlands | Spaans | Voorbeeldzin |
|---|---|---|
| dus | entonces / así que | Así que me quedo. Dus ik blijf. |
| daarom | por eso | Por eso no vine. Daarom kwam ik niet. |
| dat wil zeggen | o sea | O sea, que no vienes. Dus je komt niet. |
| nou, tja | pues | Pues no sé. Nou, ik weet het niet. |
| eigenlijk | en realidad | En realidad es fácil. Eigenlijk is het makkelijk. |
| eerlijk gezegd | la verdad es que | La verdad es que no quiero. Eigenlijk wil ik niet. |
| sterker nog | de hecho | De hecho, lo sabía. Sterker nog, ik wist het. |
| trouwens | por cierto | Por cierto, gracias. Trouwens, bedankt. |
| echt | de verdad | ¿De verdad? Echt? |
| werkelijk | realmente | Es realmente bonito. Het is echt mooi. |
| vooral | sobre todo | Sobre todo en verano. Vooral in de zomer. |
| bovendien | además | Además, es barato. Bovendien is het goedkoop. |
| zelfs | incluso | Incluso en invierno. Zelfs in de winter. |
| niet eens | ni siquiera | Ni siquiera llamó. Hij belde niet eens. |
| ook | también | Yo también. Ik ook. |
| ook niet | tampoco | Yo tampoco. Ik ook niet. |
| iets | algo | ¿Quieres algo? Wil je iets? |
| niets | nada | No quiero nada. Ik wil niets. |
| alles | todo | Todo está bien. Alles is goed. |
| alle, elke | todos / todas | Todos los días. Elke dag. |
| maar | pero | Sí, pero no hoy. Ja, maar niet vandaag. |
| maar (wel) | sino | No es él, sino ella. Niet hij, maar zij. |
| echter | sin embargo | Sin embargo, funciona. Toch werkt het. |
| toch | aun así | Aun así, lo compro. Toch koop ik het. |
| toch? | ¿no? / ¿verdad? | Vienes, ¿no? Je komt toch? |
| hoewel | aunque | Aunque es caro. Hoewel het duur is. |
| tenminste | al menos | Al menos no llueve. Tenminste geen regen. |
| minstens | por lo menos | Por lo menos dos horas. Minstens twee uur. |
| omdat, want | porque | Porque tengo hambre. Want ik heb honger. |
| tussen | entre | Entre tú y yo. Tussen jou en mij. |
| bijna | casi | Casi siempre. Bijna altijd. |
| genoeg | suficiente | Es suficiente. Het is genoeg. |
| best | bastante | Bastante bien. Best goed. |
| wel | sí que | Yo sí que voy. Ik ga wel. |
| gewoon | simplemente | Simplemente no quiero. Ik wil gewoon niet. |
| even | un momento | Espera un momento. Wacht even. |
| in ieder geval | de todas formas | De todas formas, voy. Ik ga sowieso. |
| alleen, maar | solo | Solo tengo diez euros. Ik heb maar tien euro. |
| te | demasiado | Es demasiado caro. Het is te duur. |
| zo | así | Así se hace. Zo doe je dat. |
Overzicht in één beeld
Veelgemaakte fouten
✓ Correct: Yo tampoco quiero.
Uitleg: También no bestaat niet. Ook niet is altijd tampoco, één woord voor ook en niet samen.
✓ Correct: Voy al gimnasio todos los días.
Uitleg: Todos en todas krijgen altijd een lidwoord: todos los días, todas las semanas, todo el día.
✓ Correct: En realidad no me gusta.
Uitleg: Actualmente betekent tegenwoordig, een valse vriend via het Engelse actually. Eigenlijk is en realidad.
✓ Correct: No es español, sino italiano.
Uitleg: Corrigeer je na een ontkenning (niet dit maar dat), dan gebruik je sino. Pero is voor een gewone tegenstelling.
✓ Correct: No tengo nada.
Uitleg: De dubbele ontkenning is verplicht. Staat nada achter het werkwoord, dan moet er no voor.
✓ Correct: Me gusta España, sobre todo el sur.
Uitleg: Sobre todo (vooral) schrijf je los. Sobretodo aan elkaar is een overjas.
Oefening: kleine woordjes in het Spaans
Kies uit: tampoco, nada, todos, sobre todo, además, así que, en realidad, por cierto, sino, al menos. Elk woord één keer. De antwoorden staan onderaan.
1. No me gusta el café. A mí _______.
2. Me gusta España, _______ el sur.
3. _______ los días voy al mercado.
4. No quiero _______, gracias.
5. Llueve, _______ nos quedamos en casa.
6. _______ no soy de Madrid, soy de Toledo.
7. _______, ¿has visto mis llaves?
8. No es alemán, _______ holandés.
9. El piso es bonito. _______, está muy bien situado.
10. No hay playa, pero _______ hay piscina.
Antwoorden: 1: tampoco, 2: sobre todo, 3: Todos, 4: nada, 5: así que, 6: En realidad, 7: Por cierto, 8: sino, 9: Además, 10: al menos
In onze gratis cursus Spaans krijg je hier veel meer van: video-uitleg, oefeningen en persoonlijke hulp bij elke les.
👉 Volg hier gratis de cursus Spaans
Veelgestelde vragen over kleine woordjes in het Spaans
Hoe zeg je dus in het Spaans?
Trek je een conclusie, dan is het entonces. Verbind je twee zinnen (het regent, dus we blijven), dan is het así que. Leg je uit wat je net zei, dan is het o sea.
Wat betekent o sea?
O sea betekent oftewel of dat wil zeggen: Vamos a las ocho, o sea, en media hora. Spanjaarden gebruiken het ook als stopwoordje, zoals wij zeg maar.
Hoe zeg je eigenlijk in het Spaans?
Meestal en realidad of la verdad es que: La verdad es que no tengo ganas, eigenlijk heb ik geen zin. Let op: actualmente betekent tegenwoordig, niet eigenlijk.
Hoe zeg je vooral in het Spaans?
Vooral is sobre todo, los geschreven: Me gusta España, sobre todo el sur. Sobretodo aan elkaar betekent overjas.
Wat is het verschil tussen también en tampoco?
También is ook, tampoco is ook niet: yo también, yo tampoco. También no bestaat niet. Na me gusta zeg je a mí también of a mí tampoco.
Hoe zeg je alles en niets in het Spaans?
Alles is todo en niets is nada: Todo está bien, No quiero nada. Alle is todos of todas, altijd met lidwoord: todos los días.
Hoe zeg je toch in het Spaans?
Als tegenstelling is toch sin embargo of aun así: Aun así, lo compro. Als vraagje achteraan is het ¿no?: Vienes mañana, ¿no? Toch wel is sí que: Al final sí que fui.
Wat betekent además?
Además betekent bovendien: Además, es muy barato, bovendien is het heel goedkoop. Met de erachter betekent het behalve: Además de español, habla francés.
Spaans leren met onze cursussen
Gebruik deze blog als opstap om verder te leren met onze online cursussen. Of je nu net begint of al gevorderd bent, je leert stap voor stap vloeiend Spaans spreken met persoonlijke begeleiding van twee docenten.
✨ Of bekijk het volledige overzicht: Bekijk alle cursussen Spaans.
🧭 Benieuwd wat jouw niveau is? Doe de gratis taaltest Spaans en ontdek direct welke cursus bij jou past.
👉 Bekijk hier onze complete bloghub Spaans leren
🎁 Start hier de gratis cursus Spaans (inclusief app) en leer de basis met leuke video's en oefeningen.
Saludos,
Lusiana y Leroy ❤️
🇪🇸 KRIJG ONZE GRATIS ONLINE CURSUS SPAANS! 🇪🇸
De leukste en beste manier om goed Spaans te leren spreken
✅ Gratis (en heel leuk!❤️)
✅ Videolessen, quizzen, podcasts en ebooks.
✅ Persoonlijke hulp in onze online leeromgeving (en ja, ook gratis!)
Na aanmelden ontvang je jouw inlogcode en instructies via email.
Al meer dan 30.000 mensen doen mee, jij ook?
We zullen jouw informatie nooit verkopen, om welke reden dan ook.