Spaanse Teksten met Vertaling: 8 Korte Teksten (Beginners)

Oct 17, 2026

Spaanse teksten met vertaling zijn de fijnste manier om als beginner echt Spaans te lezen zonder elke tien seconden een woordenboek te pakken. Je leest de Spaanse zin, kijkt ernaast wat het betekent en gaat door. Zo zie je de grammatica die je geleerd hebt eindelijk in het wild: soy en estoy, me levanto, he estado, voy a ir. Hieronder staan acht korte, originele teksten die oplopen van A1 naar A2, elk zin voor zin naast het Nederlands, met de nieuwe woorden eronder en twee vragen om te checken of je het echt begrepen hebt.

🇪🇸 Gratis cursus Spaans (inclusief app)

Video's, oefeningen en persoonlijke hulp. Vul je naam en e-mail in en je zit binnen 2 minuten in je eerste les.

📚 Inhoudsopgave

Zo haal je het meeste uit Spaanse teksten met vertaling

De vertaling staat er, maar lees hem niet meteen. Doe het in vier stappen, dan blijft er veel meer hangen.

  • Lees eerst alleen het Spaans. Dek de rechterkolom af en lees de tekst een keer helemaal. Snap je de grote lijn? Mooi, meer hoeft niet.
  • Lees dan met de vertaling. Zin voor zin, links en rechts. Let op de woorden die je niet kende en op zinnen die anders in elkaar zitten dan in het Nederlands.
  • Lees hardop. Lezen is één ding, uitspreken is wat je op het terras nodig hebt. Rustig, met de klemtoon op de juiste plek.
  • Beantwoord de vragen. Onder elke tekst staan twee begripsvragen in het Spaans. Eerst zelf antwoorden, dan pas onder de streep kijken.

Wil je de zinnen daarna ook echt uitspreken tegen iemand die reageert, dan kan dat in onze spreek-app: probeer de Spreekapp 5 dagen gratis. Maar eerst lezen. Vamos.

Spaanse tekst 1 met vertaling (A1): Me llamo Ana

De tekst die iedereen als eerste nodig heeft: jezelf voorstellen. Let op het verschil tussen soy (ik ben, blijvend) en estoy (ik ben, hoe ik me nu voel). Alle zinnen om dit zelf te doen vind je in jezelf voorstellen in het Spaans.

Spaans Nederlands
¡Hola! Me llamo Ana y tengo treinta y dos años.Hallo! Ik heet Ana en ik ben tweeëndertig jaar.
Soy de Valencia, pero ahora vivo en Madrid.Ik kom uit Valencia, maar nu woon ik in Madrid.
Soy enfermera y trabajo en un hospital.Ik ben verpleegkundige en ik werk in een ziekenhuis.
Vivo con mi novio, Carlos, y nuestro perro, Tico.Ik woon met mijn vriend Carlos en onze hond Tico.
Hablo español, inglés y un poco de francés.Ik spreek Spaans, Engels en een beetje Frans.
Me gusta mucho leer y cocinar.Ik hou erg van lezen en koken.
Los fines de semana visito a mis padres o salgo con amigos.In het weekend bezoek ik mijn ouders of ga ik met vrienden op stap.
Estoy muy contenta con mi vida en Madrid.Ik ben heel blij met mijn leven in Madrid.
¿Y tú? ¿Cómo te llamas?En jij? Hoe heet je?
¿De dónde eres?Waar kom je vandaan?

Nieuwe woorden: la enfermera (de verpleegkundige), el novio (de vriend, partner), un poco de (een beetje), los fines de semana (in het weekend), visitar a (bezoeken, met a omdat het om personen gaat), salir con amigos (met vrienden op stap gaan)

Begripsvragen: 1. ¿Dónde vive Ana ahora? 2. ¿Qué hace Ana los fines de semana?

Antwoorden: 1. Vive en Madrid. 2. Visita a sus padres o sale con amigos.

Spaanse tekst 2 (A1): Mi familia

Nog steeds A1, maar nu praat je over anderen: mi padre tiene, mi madre trabaja, mi abuela vive. Alle familiewoorden op een rij staan in familieleden in het Spaans.

Spaans Nederlands
Mi familia no es muy grande.Mijn familie is niet heel groot.
Mis padres se llaman Pedro y Carmen.Mijn ouders heten Pedro en Carmen.
Mi padre tiene sesenta años y es profesor.Mijn vader is zestig jaar en hij is leraar.
Mi madre es médica y trabaja mucho.Mijn moeder is arts en ze werkt veel.
Tengo un hermano mayor, Javier, que vive en Barcelona.Ik heb een oudere broer, Javier, die in Barcelona woont.
Javier está casado y tiene dos hijos: Lucas y Marta.Javier is getrouwd en heeft twee kinderen: Lucas en Marta.
Mi abuela vive con nosotros y cocina muy bien.Mijn oma woont bij ons en kookt heel goed.
Los domingos comemos todos juntos en casa.Op zondag eten we allemaal samen thuis.

Nieuwe woorden: los padres (de ouders), el hermano mayor (de oudere broer), casado (getrouwd), los hijos (de kinderen), la abuela (de oma), juntos (samen)

Begripsvragen: 1. ¿Cuántos hijos tiene Javier? 2. ¿Qué hace la familia los domingos?

Antwoorden: 1. Tiene dos hijos, Lucas y Marta. 2. Comen todos juntos en casa.

Spaanse tekst 3 (A1): Un día normal

De dagindeling, met de wederkerende werkwoorden (me levanto, me ducho, me acuesto) en de tijden met a las. Je ziet meteen hoe een Spaanse werkdag loopt: lunch om half drie en daarna gewoon weer aan het werk.

Spaans Nederlands
Me levanto a las siete de la mañana.Ik sta om zeven uur 's ochtends op.
Me ducho, me visto y desayuno café con tostadas.Ik douche, kleed me aan en ontbijt met koffie en toast.
A las ocho salgo de casa y voy al trabajo en metro.Om acht uur ga ik de deur uit en ga ik met de metro naar mijn werk.
Trabajo en una oficina de nueve a dos y de cuatro a siete.Ik werk op een kantoor van negen tot twee en van vier tot zeven.
A las dos y media como con mis compañeros.Om half drie eet ik met mijn collega's.
Después del trabajo voy al gimnasio o doy un paseo.Na het werk ga ik naar de sportschool of maak ik een wandeling.
Ceno a las nueve y veo un poco la televisión.Ik eet 's avonds om negen uur en kijk een beetje televisie.
Me acuesto a las once y media.Ik ga om half twaalf naar bed.

Nieuwe woorden: levantarse (opstaan), ducharse (douchen), desayunar (ontbijten), los compañeros (de collega's), dar un paseo (een wandeling maken), acostarse (naar bed gaan)

Begripsvragen: 1. ¿A qué hora se levanta? 2. ¿Qué hace después del trabajo?

Antwoorden: 1. Se levanta a las siete. 2. Va al gimnasio o da un paseo.

Spaanse tekst 4 (A1/A2): En el supermercado

Een dialoogje bij de vleeswarenafdeling. De verkoper zegt usted tegen de klant, zoals dat in een winkel hoort, en de klant gebruikt het beleefde quería (ik wilde graag). Meer zinnen voor de winkel, de markt en de bakker vind je in boodschappen doen in het Spaans.

Spaans Nederlands
Dependiente: Hola, buenos días. ¿Qué le pongo?Hallo, goedemorgen. Wat mag het zijn?
Cliente: Buenos días. Quería doscientos gramos de jamón serrano, por favor.Goedemorgen. Ik wilde graag tweehonderd gram serranoham, alstublieft.
Dependiente: Muy bien. ¿Algo más?Prima. Nog iets anders?
Cliente: Sí, un cuarto de queso manchego. ¿Cuánto cuesta el kilo?Ja, een kwart kilo manchegokaas. Hoeveel kost een kilo?
Dependiente: Son dieciocho euros el kilo. Está muy bueno.Die is achttien euro per kilo. Hij is erg lekker.
Cliente: Perfecto. ¿Tiene también pan?Prima. Heeft u ook brood?
Dependiente: Sí, el pan está al fondo, al lado de la fruta.Ja, het brood ligt achterin, naast het fruit.
Cliente: Gracias. ¿Y dónde puedo pagar?Bedankt. En waar kan ik betalen?
Dependiente: En la caja, a la derecha. ¡Hasta luego!Bij de kassa, rechts. Tot ziens!

Nieuwe woorden: el dependiente (de verkoper), ¿Qué le pongo? (Wat mag het zijn?), quería (ik wilde graag, de beleefde manier om iets te bestellen), un cuarto (een kwart kilo), al fondo (achterin), la caja (de kassa)

Begripsvragen: 1. ¿Cuánto jamón quiere el cliente? 2. ¿Dónde está el pan?

Antwoorden: 1. Doscientos gramos. 2. Está al fondo, al lado de la fruta.

Spaanse tekst 5 (A2): Mi casa en el pueblo

Nu een beschrijving, en meteen de mooiste tekst van de acht. Je ziet hay (er is, er zijn) naast están, bijvoeglijke naamwoorden die meebuigen (casa blanca, ventanas azules) en het handige se ve, se oyen (je ziet, je hoort). De woorden voor elke kamer staan in het huis in het Spaans.

Spaans Nederlands
Tenemos una casa pequeña en un pueblo de la Costa Blanca.We hebben een klein huis in een dorp aan de Costa Blanca.
Es una casa blanca con ventanas azules y una terraza grande.Het is een wit huis met blauwe ramen en een groot terras.
Abajo hay un salón, una cocina y un baño.Beneden heb je een woonkamer, een keuken en een badkamer.
Arriba están los dormitorios: el nuestro y uno para los invitados.Boven zijn de slaapkamers: die van ons en één voor gasten.
Desde la terraza se ve el mar y, a lo lejos, las montañas.Vanaf het terras zie je de zee en, in de verte, de bergen.
Los vecinos son muy amables y siempre nos traen tomates de su huerto.De buren zijn heel vriendelijk en brengen ons altijd tomaten uit hun moestuin.
Por la noche hay mucho silencio y se oyen los grillos.'s Avonds is het heel stil en hoor je de krekels.
No es una casa grande, pero para nosotros es el mejor lugar del mundo.Het is geen groot huis, maar voor ons is het de mooiste plek van de wereld.

Nieuwe woorden: el pueblo (het dorp), el salón (de woonkamer), el dormitorio (de slaapkamer), los invitados (de gasten), a lo lejos (in de verte), el huerto (de moestuin), los grillos (de krekels)

Begripsvragen: 1. ¿Qué hay abajo? 2. ¿Qué traen los vecinos?

Antwoorden: 1. Un salón, una cocina y un baño. 2. Tomates de su huerto.

Spaanse tekst 6 (A2): Un fin de semana en Sevilla

De eerste tekst in de verleden tijd. Let op hoe Spanjaarden de twee tijden mengen: este fin de semana he estado (het weekend is nog niet voorbij, dus pretérito perfecto) en el sábado visitamos (zaterdag is afgesloten, dus indefinido). Hoe je he estado en hemos vuelto vormt, lees je in het voltooid deelwoord in het Spaans.

Spaans Nederlands
Este fin de semana he estado en Sevilla con mi amiga Laura.Dit weekend ben ik met mijn vriendin Laura in Sevilla geweest.
Hemos viajado en tren desde Madrid: solo dos horas y media.We zijn met de trein vanuit Madrid gereisd: maar twee en een half uur.
El sábado por la mañana visitamos la catedral y subimos a la Giralda.Zaterdagochtend bezochten we de kathedraal en klommen we de Giralda op.
Después comimos tapas en un bar pequeño del barrio de Triana.Daarna aten we tapas in een klein barretje in de wijk Triana.
El domingo hizo mucho calor, así que fuimos al Real Alcázar muy temprano.Zondag was het heel warm, dus gingen we heel vroeg naar het Real Alcázar.
Los jardines me encantaron.De tuinen vond ik geweldig.
Hemos vuelto esta noche, muy cansadas pero muy felices.We zijn vanavond teruggekomen, heel moe maar heel gelukkig.
Sevilla es una ciudad preciosa y queremos volver en primavera.Sevilla is een prachtige stad en we willen in de lente terugkomen.

Nieuwe woorden: he estado (ik ben geweest), subir a (opklimmen, omhooggaan), el barrio (de wijk), hizo mucho calor (het was heel warm), volver (terugkomen), precioso (prachtig)

Begripsvragen: 1. ¿Cómo han viajado a Sevilla? 2. ¿Qué visitaron el domingo?

Antwoorden: 1. Han viajado en tren. 2. El Real Alcázar.

Spaanse tekst 7 (A2): En el restaurante

Een dialoog met twee vrienden en een ober die vosotros gebruikt: ¿tenéis reserva?, ¿qué vais a beber?, os traigo. Dat hoor je in Spanje de hele tijd. Ook handig: de primero en de segundo voor voor- en hoofdgerecht. Meer zinnen om te bestellen en te betalen staan in 10 Spaanse zinnen voor in het restaurant.

Spaans Nederlands
Camarero: Buenas noches. ¿Tenéis reserva?Goedenavond. Hebben jullie gereserveerd?
Marta: Sí, una mesa para dos a nombre de Marta.Ja, een tafel voor twee op naam van Marta.
Camarero: Perfecto, seguidme. Aquí tenéis la carta. ¿Qué vais a beber?Prima, volg me maar. Hier is de kaart. Wat willen jullie drinken?
Marta: Para mí, una copa de vino blanco.Voor mij een glas witte wijn.
Tom: Y para mí una cerveza, por favor.En voor mij een biertje, graag.
Camarero: ¿Y de comer? ¿Ya sabéis lo que queréis?En om te eten? Weten jullie al wat jullie willen?
Marta: De primero, una ensalada mixta para compartir.Als voorgerecht een gemengde salade om te delen.
Tom: Y de segundo, yo quiero el pescado del día. ¿Qué pescado es?En als hoofdgerecht wil ik de vis van de dag. Welke vis is het?
Camarero: Hoy es dorada a la plancha. Está muy fresca.Vandaag is het gegrilde goudbrasem. Hij is heel vers.
Tom: Estupendo, pues la dorada.Prima, dan de goudbrasem.
Camarero: Muy bien. Ahora mismo os traigo las bebidas.Prima. Ik breng jullie zo de drankjes.

Nieuwe woorden: la reserva (de reservering), seguidme (volg me, tegen meerdere mensen), la carta (de menukaart), de primero / de segundo (als voorgerecht / als hoofdgerecht), compartir (delen), a la plancha (gegrild, van de bakplaat)

Begripsvragen: 1. ¿Qué bebe Tom? 2. ¿Qué pescado es el pescado del día?

Antwoorden: 1. Una cerveza. 2. Dorada a la plancha.

Spaanse tekst 8 (A2): Una carta a mi amiga

Tot slot een kort briefje van Sanne, een Nederlandse die Spaans leert, aan haar Spaanse vriendin Lucía. Hier draait alles om de toekomst met ir a (voy a ir, voy a pasar, ¿vas a estar?). Hoe die constructie werkt lees je in ir a + infinitivo. Let ook op un abrazo: zo sluit je een berichtje aan een vriend of vriendin af.

Spaans Nederlands
¡Hola, Lucía! ¿Qué tal estás?Hoi Lucía! Hoe gaat het met je?
Te escribo porque tengo una buena noticia: ¡en junio voy a ir a España!Ik schrijf je omdat ik goed nieuws heb: in juni ga ik naar Spanje!
Voy a pasar tres semanas en Málaga para hacer un curso de español.Ik ga drie weken in Málaga doorbrengen om een cursus Spaans te doen.
¿Vas a estar en Málaga en junio? Me gustaría mucho verte.Ben jij in juni in Málaga? Ik zou je heel graag zien.
Podemos ir a la playa, comer pescado frito y hablar mucho, en español, claro.We kunnen naar het strand gaan, gefrituurde vis eten en veel praten, in het Spaans natuurlijk.
También voy a visitar a tu familia, si os parece bien.Ik ga ook bij je familie langs, als jullie dat goed vinden.
Escríbeme pronto y dime qué días estás libre.Schrijf me snel terug en zeg me welke dagen je vrij bent.
Un abrazo muy fuerte, SanneEen dikke knuffel, Sanne

Nieuwe woorden: la noticia (het nieuws, het bericht), pasar (doorbrengen), me gustaría (ik zou graag), si os parece bien (als jullie dat goed vinden), pronto (snel, binnenkort), un abrazo (een knuffel, de gewone afsluiting van een berichtje)

Begripsvragen: 1. ¿Cuánto tiempo va a pasar Sanne en Málaga? 2. ¿Para qué va a Málaga?

Antwoorden: 1. Tres semanas. 2. Para hacer un curso de español.

Welk niveau heb je? Zo kies je de volgende Spaanse teksten met vertaling

Gebruik deze acht teksten gerust als test. Kon je tekst 1 tot 4 zonder de vertaling grotendeels volgen? Dan zit je stevig op A1. Ging dat ook met tekst 5 tot 8, inclusief he estado, visitamos en voy a ir? Dan ben je A2 en mag je naar langere teksten. Wat die niveaus precies betekenen, lees je in Spaanse niveaus A1 tot C1.

Wat lees je daarna, van makkelijk naar moeilijker:

  • Dezelfde teksten, anders. Lees tekst 3 in de él-vorm (se levanta a las siete) of schrijf tekst 1 over jezelf.
  • Kinderboeken en strips. Korte zinnen, veel plaatjes, echte taal. De Teo-boekjes zijn in Spanje een klassieker en voor een beginner goed te doen.
  • Nieuws in makkelijk Spaans. Er zijn websites en podcasts die het nieuws langzaam en eenvoudig brengen. Eerst lezen, dan luisteren.
  • Een boek dat je al kent. De Spaanse vertaling van een boek dat je in het Nederlands gelezen hebt. Je kent het verhaal, dus je kunt je op de taal richten.

En kom over een maand terug naar deze pagina. Dan lees je tekst 6 en 8 een stuk sneller dan nu, en dat merken is precies waar je het voor doet.

Overzicht in één beeld

Infographic Spaanse teksten met vertaling: korte Spaanse tekst voor beginners (A1) waarin Ana zichzelf voorstelt, zin voor zin met Nederlandse vertaling
Korte Spaanse tekst met vertaling (A1): Ana stelt zichzelf voor, zin voor zin naast het Nederlands.

Veelgemaakte fouten

❌ Fout: Soy muy contenta con mi vida.
✓ Correct: Estoy muy contenta con mi vida.
Uitleg: Blij zijn is een gevoel van dit moment, dus estar. Ser is voor wat blijvend is: soy enfermera, soy de Valencia. In tekst 1 staan ze allebei.
❌ Fout: Soy treinta y dos años.
✓ Correct: Tengo treinta y dos años.
Uitleg: In het Spaans heb je jaren, je bent ze niet. Altijd tener bij leeftijd: mi padre tiene sesenta años.
❌ Fout: Visito mis padres los fines de semana.
✓ Correct: Visito a mis padres los fines de semana.
Uitleg: Is het lijdend voorwerp een persoon, dan komt er a voor. Dat a vertaal je niet, maar weglaten klinkt voor een Spanjaard meteen fout. Zo ook voy a visitar a tu familia.
❌ Fout: Mi abuela cocina mucho bien.
✓ Correct: Mi abuela cocina muy bien.
Uitleg: Voor een bijwoord of bijvoeglijk naamwoord gebruik je muy: muy bien, muy grande. Mucho staat bij een zelfstandig naamwoord of na een werkwoord: trabaja mucho.
❌ Fout: Levanto a las siete y ducho.
✓ Correct: Me levanto a las siete y me ducho.
Uitleg: Opstaan, douchen, aankleden en naar bed gaan zijn in het Spaans wederkerend. Zonder me betekent levanto dat je iets anders optilt.

Oefening: vertaal 10 zinnen uit de teksten

Vertaal deze tien zinnen naar het Spaans. Ze komen allemaal uit de teksten hierboven, dus als je vastzit, kijk je terug. De antwoorden staan onder de streep.

1. Ik heet Ana en ik ben tweeëndertig jaar.

2. Ik kom uit Valencia, maar nu woon ik in Madrid.

3. Mijn oma woont bij ons en kookt heel goed.

4. Ik sta om zeven uur op.

5. Om half drie eet ik met mijn collega's.

6. Hoeveel kost een kilo?

7. Het brood ligt achterin, naast het fruit.

8. Vanaf het terras zie je de zee.

9. Dit weekend ben ik in Sevilla geweest.

10. In juni ga ik naar Spanje.

 

Antwoorden: 1: Me llamo Ana y tengo treinta y dos años. 2: Soy de Valencia, pero ahora vivo en Madrid. 3: Mi abuela vive con nosotros y cocina muy bien. 4: Me levanto a las siete. 5: A las dos y media como con mis compañeros. 6: ¿Cuánto cuesta el kilo? 7: El pan está al fondo, al lado de la fruta. 8: Desde la terraza se ve el mar. 9: Este fin de semana he estado en Sevilla. 10: En junio voy a ir a España.

Vond je deze oefening leuk? 🇪🇸
In onze gratis cursus Spaans krijg je hier veel meer van: video-uitleg, oefeningen en persoonlijke hulp bij elke les.
👉 Volg hier gratis de cursus Spaans

Veelgestelde vragen over Spaanse teksten met vertaling

Waar vind ik eenvoudige Spaanse teksten voor beginners?

Hier, om te beginnen: de acht teksten in deze blog zijn speciaal voor beginners geschreven, zin voor zin vertaald en oplopend van A1 naar A2. Daarna zijn kinderboeken, strips en nieuws in eenvoudig Spaans een goede volgende stap.

Welk niveau zijn deze Spaanse teksten?

Tekst 1 tot 4 zijn A1 (presente, ser en estar, tener, wederkerende werkwoorden). Tekst 5 tot 8 zijn A2: beschrijvingen, de verleden tijd met he estado en visitamos, en de toekomst met voy a.

Hoe oefen ik met Spaanse teksten met vertaling?

Lees eerst alleen het Spaans, dan zin voor zin met de vertaling ernaast, dan hardop, en beantwoord tot slot de begripsvragen in het Spaans. Zo lees je elke tekst drie keer en blijft er veel meer hangen.

Hoeveel Spaanse teksten moet ik per week lezen?

Liever elke dag tien minuten dan één keer per week een uur. Twee of drie korte teksten per week, elk een paar keer gelezen en één keer hardop, is voor een beginner ruim genoeg.

Wat is een goede korte Spaanse tekst om mee te beginnen?

Een tekst waarin iemand zichzelf voorstelt, zoals Me llamo Ana hierboven. Je kent het onderwerp, de zinnen zijn kort, en je kunt de tekst meteen over jezelf herschrijven: me llamo, soy de, vivo en.

Waar vind ik mooie Spaanse teksten?

Begin met tekst 5, Mi casa en el pueblo: een korte, persoonlijke beschrijving met se ve el mar en se oyen los grillos. Wil je meer, lees dan korte gedichten van Antonio Machado of de eerste bladzijden van een roman die je al in het Nederlands kent.

Hoe vertaal ik een Spaanse tekst naar het Nederlands?

Niet woord voor woord. Lees eerst de hele zin, zoek het werkwoord en het onderwerp, en vertaal dan de betekenis. Tengo treinta años is niet ik heb dertig jaar maar ik ben dertig.

Is lezen een goede manier om Spaans te leren?

Ja, zeker samen met luisteren en hardop lezen. Door te lezen zie je de grammatica en de woorden in echte zinnen en groeit je woordenschat snel. Lees je hardop, dan oefen je meteen je uitspraak.

Spaans leren met onze cursussen

Gebruik deze blog als opstap om verder te leren met onze online cursussen. Of je nu net begint of al gevorderd bent, je leert stap voor stap vloeiend Spaans spreken met persoonlijke begeleiding van twee docenten.

✨ Of bekijk het volledige overzicht: Bekijk alle cursussen Spaans.

🧭 Benieuwd wat jouw niveau is? Doe de gratis taaltest Spaans en ontdek direct welke cursus bij jou past.

👉 Bekijk hier onze complete bloghub Spaans leren

🎁 Start hier de gratis cursus Spaans (inclusief app) en leer de basis met leuke video's en oefeningen.

Saludos,
Lusiana y Leroy ❤️

🇪🇸 KRIJG ONZE GRATIS ONLINE CURSUS SPAANS! 🇪🇸

De leukste en beste manier om goed Spaans te leren spreken

✅ Gratis (en heel leuk!❤️)
✅ Videolessen, quizzen, podcasts en ebooks.
✅
Persoonlijke hulp in onze online leeromgeving (en ja, ook gratis!)

Na aanmelden ontvang je jouw inlogcode en instructies via email.

Al meer dan 30.000 mensen doen mee, jij ook?

We zullen jouw informatie nooit verkopen, om welke reden dan ook.