Familieleden in het Spaans: compleet overzicht
May 05, 2026¡Hola!
De familieleden in het Spaans leren is een van de eerste en leukste stappen bij het Spaans leren. Of je nu kennismaakt met een Spaanstalige familie, je vakantiegesprekken wil verbeteren of gewoon je woordenschat wil uitbreiden: in dit artikel vind je alle woorden, de mannelijke en vrouwelijke vormen, handige zinnen en de meest gemaakte fouten.
🇪🇸 We hebben een gratis minicursus Spaans voor je klaarstaan, inclusief app, lesvideo's en uitgeschreven lesmateriaal met oefeningen. Geen verplichtingen, gewoon gratis.
🎁Gratis cadeautje voor jou (gratis cursus inclusief app)
https://www.overalspaans.nl/gratiscursus
Familieleden in het Spaans: compleet overzicht
Hieronder vind je alle belangrijke familieleden in het Spaans. Let goed op de mannelijke en vrouwelijke vormen.
Directe familie in het Spaans
| Nederlands | Spaans |
|---|---|
| vader | padre |
| moeder | madre |
| ouders | padres |
| broer | hermano |
| zus | hermana |
| broers en zussen | hermanos |
| opa / grootvader | abuelo |
| oma / grootmoeder | abuela |
| grootouders | abuelos |
| oom | tío |
| tante | tía |
| neef (zoon van je oom/tante) | primo |
| nicht (dochter van je oom/tante) | prima |
| neef (zoon van je broer/zus) | sobrino |
| nicht (dochter van je broer/zus) | sobrina |
| zoon | hijo |
| dochter | hija |
| kleinzoon | nieto |
| kleindochter | nieta |
Aangetrouwde familie en stieffamilie in het Spaans
| Nederlands | Spaans |
|---|---|
| man / echtgenoot | esposo / marido |
| vrouw / echtgenote | esposa / mujer |
| schoonvader | suegro |
| schoonmoeder | suegra |
| zwager | cuñado |
| schoonzus | cuñada |
| stiefvader | padrastro |
| stiefmoeder | madrastra |
| stiefzoon | hijastro |
| stiefdochter | hijastra |
Mannelijk en vrouwelijk bij familieleden in het Spaans
De meeste familieleden in het Spaans bestaan in een mannelijke en vrouwelijke vorm. De basisregel is eenvoudig: mannelijk eindigt op -o, vrouwelijk op -a.
- hermano (broer) / hermana (zus)
- tío (oom) / tía (tante)
- primo (neef/kozijn) / prima (nicht/kozijn)
- hijo (zoon) / hija (dochter)
- abuelo (opa) / abuela (oma)
- nieto (kleinzoon) / nieta (kleindochter)
Let op: padre en madre zijn uitzonderingen op de -o/-a-regel. Hetzelfde geldt voor esposo/esposa en marido/mujer. Wil je meer weten over het geslacht van Spaanse woorden? Lees dan ons artikel over el of la in het Spaans.
Hoe praat je over je familie in het Spaans?
Om over je familie te praten gebruik je in het Spaans het werkwoord tener (hebben) gecombineerd met bezittelijke voornaamwoorden zoals mi (mijn), tu (jouw) en su (zijn/haar). Meer over die voornaamwoorden vind je in ons artikel over bezittelijke voornaamwoorden in het Spaans. Wil je tener helemaal goed leren vervoegen? Bekijk dan tener vervoegen in 4 tijden.
Handige zinnen om over je familie te praten:
- ¿Tienes hermanos? (Heb je broers of zussen?)
- Tengo un hermano y una hermana. (Ik heb een broer en een zus.)
- Mi padre se llama Juan. (Mijn vader heet Juan.)
- Mis abuelos viven en Madrid. (Mijn grootouders wonen in Madrid.)
- Mi hermana es mayor que yo. (Mijn zus is ouder dan ik.)
- Mi hermano menor se llama Pablo. (Mijn jongere broer heet Pablo.)
- Somos cuatro en familia. (We zijn met z'n vieren in de familie.)
- ¿Cuántos hermanos tienes? (Hoeveel broers of zussen heb je?)
Wil je ook leren hoe je zulke vragen stelt in het Spaans? Bekijk ons artikel over vragen stellen in het Spaans. En als je familieleden beschrijft met bijvoeglijke naamwoorden (zoals mayor of simpático), lees dan ons artikel over het bijvoeglijk naamwoord in het Spaans.
Veelgemaakte fouten bij familieleden in het Spaans
Nederlandstalige leerders maken bij familieleden steeds dezelfde fouten. Herken jij ze?
✓ Los hermanos = de broers en zussen
In het Spaans gebruik je de mannelijke meervoudsvorm voor een gemengde groep. "Los hermanos" betekent broers en zussen samen, niet alleen broers. Hetzelfde geldt voor "los padres" (ouders, niet "de vaders") en "los abuelos" (grootouders). Dit is voor Nederlandstaligen heel verrassend.
✓ Primo/a = neef/nicht via oom of tante
✓ Sobrino/a = neef/nicht via broer of zus
In het Nederlands dekt "neef" twee relaties. In het Spaans zijn dit compleet verschillende woorden. De zoon van je oom of tante is je primo. De zoon van je broer of zus is je sobrino. Verwar ze niet, want het is een veelgemaakte en opvallende fout.
✓ Mi hermana es mayor que yo
Bij vergelijkingen gebruik je in het Spaans altijd que (dan), niet "de". "Mi hermana es mayor que yo" betekent "mijn zus is ouder dan ik". Hetzelfde patroon: "El es más alto que yo" (hij is langer dan ik).
✓ Nuestro padre / Nuestra madre
Het bezittelijk voornaamwoord past zich aan aan het geslacht van het familielid, niet aan de spreker. Een vrouw zegt "nuestro padre" (onze vader), niet "nuestra padre". Meer over dit onderwerp vind je in ons artikel over bezittelijke voornaamwoorden in het Spaans.
Veelgestelde vragen over familieleden in het Spaans
Hoe zeg je familieleden in het Spaans?
De basiswoorden zijn: padre (vader), madre (moeder), hermano/hermana (broer/zus), abuelo/abuela (opa/oma), tío/tía (oom/tante), hijo/hija (zoon/dochter), primo/prima (neef/nicht via oom of tante) en sobrino/sobrina (neef/nicht via broer of zus). De meeste familieleden hebben een mannelijke vorm op -o en een vrouwelijke vorm op -a.
Wat is het verschil tussen primo en sobrino in het Spaans?
Een primo is de zoon van je oom of tante, dus je kozijn. Een sobrino is de zoon van je broer of zus, dus je oomzegger. In het Nederlands dekt het woord "neef" beide relaties. In het Spaans zijn het twee heel verschillende woorden, en ze door elkaar gebruiken is een opvallende fout.
Hoe zeg je "mijn ouders" in het Spaans?
"Mijn ouders" is mis padres in het Spaans. Let op: "padres" betekent ouders (vader en moeder samen), niet "vaders". In het Spaans gebruik je de mannelijke meervoudsvorm voor een gemengde groep. "Mijn grootouders" is mis abuelos en "mijn broers en zussen" is mis hermanos.
Hoe gebruik je bezittelijke voornaamwoorden bij familieleden in het Spaans?
In het Spaans gebruik je bezittelijke voornaamwoorden als mi (mijn), tu (jouw), su (zijn/haar), nuestro/nuestra (ons/onze) zonder lidwoord vóór het familielid. Dus: "mi madre" (mijn moeder), "tu padre" (jouw vader), "nuestro abuelo" (onze opa). Belangrijk: het voornaamwoord past zich aan aan het geslacht van het familielid, niet dat van de spreker.
Hoe zeg je aangetrouwde familieleden in het Spaans?
Aangetrouwde familieleden hebben in het Spaans eigen woorden: suegro (schoonvader), suegra (schoonmoeder), cuñado (zwager), cuñada (schoonzus), esposo/marido (man/echtgenoot) en esposa/mujer (vrouw/echtgenote). Stieffamilie begint met "padrastro" (stiefvader), "madrastra" (stiefmoeder), "hijastro" (stiefzoon) en "hijastra" (stiefdochter).
Hoe praat je over je familie in het Spaans in een gesprek?
Begin met het werkwoord tener: "Tengo un hermano" (ik heb een broer) of "Tengo dos hijos" (ik heb twee kinderen). Gebruik llamarse voor namen: "Mi padre se llama Carlos." Zeg hoe oud iemand is met tener: "Mi hermana tiene 25 años." En beschrijf met een bijvoeglijk naamwoord: "Mi abuela es muy simpática." (Mijn oma is heel aardig.)
Oefeningen: familieleden in het Spaans
Vul het juiste woord in. Schrijf je antwoorden op en controleer ze daarna.
- Mijn vader heet Carlos. → Mi ___ se llama Carlos.
- Ze heeft twee broers en een zus. → Tiene dos ___ y una hermana.
- Mijn grootouders wonen in Sevilla. → Mis ___ viven en Sevilla.
- Zijn oom heet Pedro. → Su ___ se llama Pedro.
- Mijn zus is ouder dan ik. → Mi hermana es mayor ___ yo.
- Onze moeder werkt elke dag. → ___ madre trabaja todos los días.
- Mijn neef (kozijn) woont in Barcelona. → Mi ___ vive en Barcelona.
Antwoorden:
- padre
- hermanos (hermanos = broers en zussen samen)
- abuelos (abuelos = grootouders)
- tío
- que (mayor que yo = ouder dan ik)
- Nuestra (madre is vrouwelijk, dus nuestra)
- primo (kozijn = primo; oomzegger = sobrino)
Wil je je woordenschat verder uitbreiden? Bekijk ook onze blogs over kleuren in het Spaans, de dagen van de week in het Spaans of tellen in het Spaans.
📘 Vloeiend Spaans leren spreken?
Gebruik deze blog als opstap om verder te leren met onze online cursussen. Of je nu net begint of al gevorderd bent, je leert stap voor stap vloeiend Spaans spreken met persoonlijke begeleiding van twee docenten.
- 🇪🇸 Beginnerscursus Spaans (A1–A2) – leer de basis van grammatica, uitspraak en zinsbouw zodat je jezelf in het Spaans kunt redden en echte gesprekken kunt voeren.
- 🇪🇸 Cursus Spaans voor semi-gevorderden (B1–B2) – verbeter je spreekvaardigheid, breid je woordenschat uit en voer moeiteloos gesprekken in het Spaans.
- 🇪🇸 Cursus Spaans voor gevorderden (C1) – leer vloeiend spreken over alle onderwerpen, beheers de lastige grammatica en verbeter je luistervaardigheid.
✨ Of bekijk het volledige overzicht: Bekijk alle cursussen Spaans.
🧭 Benieuwd wat jouw niveau is?
Doe de gratis taaltest Spaans en ontdek direct welke cursus het beste bij jou past.
🇪🇸 Ga verder met onze gratis minicursus Spaans, inclusief app, lesvideo's en uitgeschreven lesmateriaal met oefeningen. Helemaal gratis, geen verplichtingen.
🎁Gratis cadeautje voor jou (gratis cursus inclusief app)
https://www.overalspaans.nl/gratiscursus
Saludos,
Lusiana y Leroy ❤️
🇪🇸 KRIJG ONZE GRATIS ONLINE CURSUS SPAANS! 🇪🇸
De leukste en beste manier om goed Spaans te leren spreken
✅ Gratis (en heel leuk!❤️)
✅ Videolessen, quizzen, podcasts en ebooks.
✅ Persoonlijke hulp in onze online leeromgeving (en ja, ook gratis!)
Na aanmelden ontvang je jouw inlogcode en instructies via email.
Al meer dan 30.000 mensen doen mee, jij ook?
We zullen jouw informatie nooit verkopen, om welke reden dan ook.