Tener Vervoegen in het Spaans: Hebben in 4 Tijden + Voorbeelden
Nov 17, 2025Tener vervoegen is een van de eerste dingen die je leert als je Spaans studeert. Het werkwoord tener betekent hebben en je gebruikt het voor zinnen als ik heb honger, ik heb dorst, ik heb het koud en ik moet studeren. Kortom: tener is een van de belangrijkste Spaanse werkwoorden die je als beginner moet kennen.
In deze blog leer je tener vervoegen in de vier tijden die je het meest gebruikt, plus hoe je hebben, ik heb, moeten en nodig hebben zegt in het Spaans, en de 16 vaste uitdrukkingen met tener die je dagelijks hoort:
- presente (tegenwoordige tijd)
- pretérito imperfecto (voortdurende verleden tijd)
- pretérito indefinido (afgeronde verleden tijd)
- futuro simple (toekomende tijd)
🇪🇸 Gratis cursus Spaans (inclusief app)
Video's, oefeningen en persoonlijke hulp. Vul je naam en e-mail in en je zit binnen 2 minuten in je eerste les.
Tener vervoegen: overzicht in 4 tijden
Hieronder vind je alle vormen van tener vervoegen, elk met voorbeeldzinnen. Tener staat ook in onze lijst met de belangrijkste Spaanse werkwoorden. Wil je eerst de basisregels van vervoegen herhalen? Bekijk dan: Spaanse werkwoorden vervoegen.
Hebben in het Spaans: tener (en wanneer het haber is)
"Hebben" is in het Spaans tener, zolang je iets bezit, voelt of moet: tengo un coche (ik heb een auto), tengo hambre (ik heb honger), tengo que trabajar (ik moet werken). Er is één uitzondering, en daar gaat het bij Nederlanders altijd mis: "ik heb gegeten" is niet tengo comido maar he comido. Voor de voltooide tijd gebruik je het hulpwerkwoord haber. Vuistregel: kun je "hebben" vervangen door "bezitten" of "voelen"? Dan is het tener. Staat er een voltooid deelwoord achter (gegeten, gezien, gedaan)? Dan is het haber.
Ik heb in het Spaans: tengo
"Ik heb" is tengo. Niet tiengo, dat is de fout die iedereen een keer maakt, want de andere vormen hebben wél die -ie- (tienes, tiene, tienen). Je gebruikt tengo veel vaker dan in het Nederlands, omdat het Spaans gevoelens en toestanden met "hebben" uitdrukt: tengo sed (ik heb dorst), tengo frío (ik heb het koud), tengo sueño (ik heb slaap), tengo 30 años (ik ben 30), tengo prisa (ik heb haast), tengo razón (ik heb gelijk). Zeg je soy 30 años of estoy hambre, dan begrijpt iedereen je, maar het klinkt meteen als een beginner.
Moeten in het Spaans: tener que
"Moeten" zeg je met tener que + infinitief: tengo que estudiar (ik moet studeren), tienes que venir (je moet komen), tenemos que irnos (we moeten gaan). Het woordje que is verplicht. Wil je het minder persoonlijk maken, zoals "je moet hier een kaartje kopen" in het algemeen, dan gebruik je hay que: hay que comprar un billete. En deber bestaat ook, maar dat is zachter, meer "zou moeten": debes descansar (je zou moeten rusten).
Nodig hebben in het Spaans: necesitar
"Nodig hebben" is niet tener maar necesitar: necesito ayuda (ik heb hulp nodig), necesitamos más tiempo (we hebben meer tijd nodig). Nederlanders zeggen vaak tengo necesidad de, dat is te formeel. In de spreektaal hoor je ook me hace falta: me hace falta dinero (ik heb geld nodig, letterlijk: geld ontbreekt mij). Necesitar is regelmatig en werkt net als een gewoon -ar-werkwoord.
Waarom is tener zo belangrijk?
Tener komt in bijna elk gesprek voor. Je gebruikt het voor bezit, leeftijd, gevoelens en verplichtingen. Wil je ook een ander onregelmatig werkwoord leren? Bekijk dan onze uitleg over ser vervoegen in 4 tijden of estar vervoegen in 4 tijden.
📘 Presente – tener vervoegen in de tegenwoordige tijd
Let op: tener is onregelmatig in de ik-vorm (tengo) en heeft klinkerwissels in andere vormen.
- yo tengo
Tengo hambre – Ik heb honger - tú tienes
Tienes tiempo – Je hebt tijd - él / ella / usted tiene
Ella tiene frío – Zij heeft het koud - nosotros tenemos
Tenemos una casa en España – Wij hebben een huis in Spanje - vosotros tenéis
Tenéis suerte – Jullie hebben geluk - ellos / ellas / ustedes tienen
Ellos tienen clase hoy – Zij hebben vandaag les
Heb je de persoonlijke voornaamwoorden nog niet helemaal onder de knie? Lees dan onze blog over Spaanse persoonlijke voornaamwoorden.
📙 Pretérito imperfecto – tener vervoegen in de voortdurende verleden tijd
De imperfecto gebruik je voor gewoontes of voortdurende situaties in het verleden. In de imperfecto is tener regelmatig:
- yo tenía
De niño tenía muchos juguetes – Als kind had ik veel speelgoed - tú tenías
Tenías una bici azul – Je had een blauwe fiets - él / ella / usted tenía
Él tenía mucho trabajo – Hij had veel werk - nosotros teníamos
Siempre teníamos vacaciones en julio – Wij hadden altijd in juli vakantie - vosotros teníais
Teníais una casa grande – Jullie hadden een groot huis - ellos / ellas / ustedes tenían
Ellos tenían un perro – Zij hadden een hond
📗 Pretérito indefinido – tener vervoegen in de afgeronde verleden tijd
De indefinido gebruik je voor afgeronde gebeurtenissen op een specifiek moment. Tener is hier onregelmatig: de stam wordt tuv-. Meer uitleg: Pretérito indefinido.
- yo tuve
Ayer tuve una reunión – Gisteren had ik een vergadering - tú tuviste
¿Tuviste tiempo? – Had je tijd? - él / ella / usted tuvo
Usted tuvo un problema – U had een probleem - nosotros tuvimos
Tuvimos visita el domingo – Wij hadden zondag visite - vosotros tuvisteis
¿Tuvisteis clase? – Hadden jullie les? - ellos / ellas / ustedes tuvieron
Ellos tuvieron suerte – Zij hadden geluk
📒 Futuro simple – tener vervoegen in de toekomende tijd
In de futuro simple krijgt tener een onregelmatige stam: tendr-. Meer uitleg: Futuro simple.
- yo tendré
Mañana tendré más tiempo – Morgen zal ik meer tijd hebben - tú tendrás
Tendrás muchas oportunidades – Je zult veel kansen hebben - él / ella / usted tendrá
Él tendrá un coche nuevo – Hij krijgt binnenkort een nieuwe auto - nosotros tendremos
Tendremos una reunión mañana – Wij hebben morgen een vergadering - vosotros tendréis
Tendréis mucho trabajo mañana – Jullie zullen morgen veel werk hebben - ellos / ellas / ustedes tendrán
Ustedes tendrán todas las instrucciones – Jullie zullen alle instructies hebben
📊 Overzichtsafbeelding: tener vervoegen
Uitdrukkingen met tener: 16 vaste combinaties
Dit is waar tener het echt bijzonder maakt. Het Spaans gebruikt "hebben" voor een hele reeks gevoelens en toestanden waar het Nederlands "zijn" gebruikt. Leer deze combinaties als geheel, dan hoef je er nooit meer over na te denken:
| Spaans | Nederlands | Voorbeeld |
|---|---|---|
| tener hambre | honger hebben | Tengo mucha hambre. (Ik heb erge honger.) |
| tener sed | dorst hebben | ¿Tienes sed? (Heb je dorst?) |
| tener frío / calor | het koud / warm hebben | Tengo calor. (Ik heb het warm.) |
| tener sueño | slaap hebben | Tengo sueño, me voy a la cama. (Ik heb slaap, ik ga naar bed.) |
| tener miedo (de) | bang zijn (voor) | Tengo miedo de volar. (Ik ben bang om te vliegen.) |
| tener prisa | haast hebben | Perdona, tengo prisa. (Sorry, ik heb haast.) |
| tener razón | gelijk hebben | Tienes razón. (Je hebt gelijk.) |
| tener suerte | geluk hebben | Hemos tenido mucha suerte. (We hebben veel geluk gehad.) |
| tener ganas de | zin hebben in / om | Tengo ganas de ir a la playa. (Ik heb zin om naar het strand te gaan.) |
| tener cuidado | voorzichtig zijn | ¡Ten cuidado! (Wees voorzichtig!) |
| tener ... años | ... jaar oud zijn | Mi hija tiene ocho años. (Mijn dochter is acht.) |
| tener éxito | succes hebben | El restaurante tiene mucho éxito. (Het restaurant heeft veel succes.) |
| tener sentido | logisch zijn | Eso no tiene sentido. (Dat slaat nergens op.) |
| tener lugar | plaatsvinden | La fiesta tiene lugar el sábado. (Het feest vindt zaterdag plaats.) |
| tener que ver con | te maken hebben met | No tiene nada que ver contigo. (Het heeft niets met jou te maken.) |
| tener que + infinitief | moeten | Tengo que estudiar. (Ik moet studeren.) |
Let op de versterking: bij al deze uitdrukkingen gebruik je mucho of mucha, niet muy. Het is tengo mucha hambre, niet tengo muy hambre, omdat hambre een zelfstandig naamwoord is. En hambre is vrouwelijk, ook al zeg je el hambre: vandaar mucha. Ook klachten heb je in het Spaans met tener: tengo fiebre, tengo tos, tengo dolor de cabeza. Meer daarover in lichaamsdelen in het Spaans.
Veelgemaakte fouten bij tener vervoegen
Hieronder zie je de vijf fouten die cursisten het vaakst maken bij tener vervoegen.
Fout: Tengo comido.
Juist: He comido.
In het Nederlands zeg je “ik heb gegeten”, maar in het Spaans gebruik je het hulpwerkwoord haber, niet tener. Lees meer: Voltooid deelwoord in het Spaans.
Fout: Yo tiengo hambre.
Juist: Yo tengo hambre.
De ik-vorm van tener in de presente is tengo – niet tiengo. De klinkerwissel (e → ie) geldt alleen voor de vormen tú, él en ellos.
Fout: Cuando era niño, tuve un perro.
Juist: Cuando era niño, tenía un perro.
Voor voortdurende situaties in het verleden gebruik je de imperfecto (tenía), niet de indefinido (tuve).
Fout: Tengo estudiar.
Juist: Tengo que estudiar.
De constructie “iets moeten doen” is altijd tener que + infinitief. Het woordje que mag je nooit weglaten.
Fout: Estoy hambre. Soy 30 años.
Juist: Tengo hambre. Tengo 30 años.
Honger, dorst, slaap, leeftijd, haast en gelijk: dat "heb" je in het Spaans. Nooit met ser of estar.
Andere onregelmatige Spaanse werkwoorden
Wil je verder oefenen met andere veelgebruikte onregelmatige werkwoorden? Hieronder vind je handige gidsen:
- 📘 Ser (zijn) vervoegen in 4 tijden
- 📗 Estar (zijn) vervoegen in 4 tijden
- 📚 Ir (gaan) vervoegen in 4 tijden
- 📙 Decir (zeggen) vervoegen in 4 tijden
- 📒 Hacer (doen/maken) vervoegen in 4 tijden
- 📒 Venir (komen) vervoegen in 4 tijden
- 📘 Poder (kunnen/mogen) vervoegen in 4 tijden
- 📘 Saber (weten/kunnen) in het Spaans
- 📚 Querer (willen) vervoegen in 4 tijden
- 📚 10 belangrijkste onregelmatige Spaanse werkwoorden
Oefenvragen: tener vervoegen
- Ik heb honger.
(...) hambre. - Wij hadden een hond. (voortdurend)
(...) un perro. - Hij had gisteren een vergadering. (afgerond)
Él (...) una reunión ayer. - Morgen zal ik meer tijd hebben.
Mañana (...) más tiempo. - Heb jij geluk?
¿(...) suerte? - Zij had het koud. (voortdurend)
Ella (...) frío. - Jullie moeten studeren.
(...) que estudiar. - Ik heb hulp nodig.
(...) ayuda. - Ik heb erge honger.
Tengo (...) hambre. - Ik heb zin om te dansen.
Tengo (...) de bailar.
Niet spieken 😉
Antwoorden
- Tengo hambre.
- Teníamos un perro.
- Él tuvo una reunión ayer.
- Mañana tendré más tiempo.
- ¿Tienes suerte?
- Ella tenía frío.
- Tenéis que estudiar.
- Necesito ayuda. (niet tengo: nodig hebben is necesitar)
- Tengo mucha hambre. (niet muy: hambre is een zelfstandig naamwoord)
- Tengo ganas de bailar.
In onze gratis cursus Spaans krijg je hier veel meer van: video-uitleg, oefeningen en persoonlijke hulp bij elke les.
👉 Volg hier gratis de cursus Spaans
Veelgestelde vragen over tener vervoegen
Hoe vervoeg je tener in de presente?
Tener in de presente: tengo, tienes, tiene, tenemos, tenéis, tienen. Let op de onregelmatige ik-vorm tengo en de klinkerwissel e → ie in tienes, tiene en tienen.
Hoe zeg je hebben in het Spaans?
Hebben is tener als het om bezit, gevoelens of een verplichting gaat: tengo un coche, tengo hambre, tengo que trabajar. Voor de voltooide tijd (ik heb gegeten) gebruik je haber: he comido.
Wat betekent tengo?
Tengo betekent "ik heb" en is de ik-vorm van tener. Je gebruikt het ook voor gevoelens en toestanden waar het Nederlands "zijn" gebruikt: tengo frío (ik heb het koud), tengo 30 años (ik ben 30), tengo sueño (ik ben slaperig).
Hoe zeg je moeten in het Spaans?
Met tener que + infinitief: tengo que estudiar (ik moet studeren). Algemeen, zonder persoon, gebruik je hay que: hay que comprar un billete (je moet een kaartje kopen). Deber is zachter, "zou moeten".
Hoe zeg je nodig hebben in het Spaans?
Met necesitar, niet met tener: necesito ayuda (ik heb hulp nodig), necesitamos tiempo (we hebben tijd nodig). In de spreektaal hoor je ook me hace falta.
Welke uitdrukkingen met tener moet je kennen?
De belangrijkste: tener hambre (honger hebben), tener sed (dorst), tener frío/calor (het koud/warm hebben), tener sueño (slaap hebben), tener miedo (bang zijn), tener prisa (haast hebben), tener razón (gelijk hebben), tener suerte (geluk hebben), tener ganas de (zin hebben in) en tener ... años (leeftijd). Versterk ze met mucho/mucha, niet met muy.
Wanneer gebruik je tener in het Spaans?
Je gebruikt tener voor bezit (Tengo un coche), leeftijd (Tengo 30 años), vaste uitdrukkingen met gevoelens (tener hambre, tener miedo) en verplichtingen (tener que + infinitief).
Wat is het verschil tussen tener en haber?
Tener betekent “hebben” in de zin van bezit of toestand. Haber is het hulpwerkwoord voor de voltooide tijden: He comido (ik heb gegeten). Je zegt nooit tengo comido.
Hoe zeg je ik heb honger in het Spaans?
Je zegt Tengo hambre. In het Spaans gebruik je tener voor veel gevoelens die in het Nederlands met “hebben” worden uitgedrukt: tener hambre (honger), tener sed (dorst), tener miedo (bang zijn), tener frío (het koud hebben).
Wat betekent tener que in het Spaans?
Tener que + infinitief betekent “iets moeten doen”. Voorbeelden: Tengo que estudiar (ik moet studeren), Tienes que comer (jij moet eten). Het woordje que is verplicht – je kunt het niet weglaten.
Wat zijn veelgemaakte fouten bij tener vervoegen?
De meest gemaakte fouten zijn: tengo comido in plaats van he comido (haber gebruiken voor de voltooide tijd), tiengo in plaats van tengo, de imperfecto en indefinido door elkaar halen, tener gebruiken zonder que voor een verplichting, en estoy hambre of soy 30 años in plaats van tener.
Spaans leren met onze cursussen
Gebruik deze blog als opstap om verder te leren met onze online cursussen. Of je nu net begint of al gevorderd bent, je leert stap voor stap vloeiend Spaans spreken met persoonlijke begeleiding van twee docenten.
✨ Of bekijk het volledige overzicht: Bekijk alle cursussen Spaans.
👉 Bekijk hier onze complete bloghub Spaans leren
🎁 Start hier de gratis cursus Spaans (inclusief app) en leer de basis met leuke video's en oefeningen.
Saludos,
Lusiana y Leroy ❤️
🇪🇸 KRIJG ONZE GRATIS ONLINE CURSUS SPAANS! 🇪🇸
De leukste en beste manier om goed Spaans te leren spreken
✅ Gratis (en heel leuk!❤️)
✅ Videolessen, quizzen, podcasts en ebooks.
✅ Persoonlijke hulp in onze online leeromgeving (en ja, ook gratis!)
Na aanmelden ontvang je jouw inlogcode en instructies via email.
Al meer dan 30.000 mensen doen mee, jij ook?
We zullen jouw informatie nooit verkopen, om welke reden dan ook.