Saber Vervoegen: Weten en Kunnen in het Spaans (4 tijden)

Dec 24, 2025
Thumbnail Spaanse werkwoord saber (kunnen / weten)

Het Spaanse werkwoord saber vervoegen is een van de eerste dingen die je moet leren, want saber gebruik je de hele dag. Het betekent weten (kennis) en in veel situaties ook kunnen in de betekenis van: iets geleerd hebben.

Je hoort saber overal in dagelijkse gesprekken:
¿Sabes dónde está? – Weet je waar het is?
No sé – Ik weet het niet
¿Sabes hablar español? – Kun je Spaans spreken?
¿Sabes a qué hora abre? – Weet je hoe laat het open gaat?

Saber is een onregelmatig werkwoord en staat daarom ook in onze lijst met de belangrijkste onregelmatige werkwoorden. Wil je die lijst zien? Bekijk dan 👉 10 belangrijkste onregelmatige Spaanse werkwoorden

🇪🇸 Gratis cursus Spaans (inclusief app)

Video's, oefeningen en persoonlijke hulp. Vul je naam en e-mail in en je zit binnen 2 minuten in je eerste les.

📚 Inhoudsopgave (klik om naar onderdeel te gaan)

Wat betekent saber?

Saber betekent "weten", en daarnaast "kunnen" als je iets geleerd hebt. Met saber druk je uit wat je wel of niet weet (kennis), en ook wat je wel of niet kunt omdat je het hebt geleerd (een vaardigheid). Het zit ook in een paar uitdrukkingen die je constant hoort:

Spaans Nederlands Voorbeeld
saber + ietswetenNo sé la respuesta. (Ik weet het antwoord niet.)
saber + infinitiefkunnen (geleerd hebben)Sé nadar. (Ik kan zwemmen.)
no séik weet het niet, geen idee¿Dónde está Juan? No sé.
¿sabes qué?weet je wat?¿Sabes qué? Me voy a España.
saber asmaken naarEsto sabe a limón. (Dit smaakt naar citroen.)
que yo sepavoor zover ik weetQue yo sepa, está cerrado.
¡qué sé yo!weet ik veel!¿Cuándo vuelve? ¡Qué sé yo!

Die laatste betekenis, "smaken naar", verrast veel cursisten: sabor (smaak) en saber (weten) komen uit dezelfde Latijnse bron. ¡Qué bien sabe! is "wat smaakt dat lekker", niet "wat weet hij goed".

Moet je de basis van werkwoordvervoegingen nog even opfrissen? Lees dan 👉 Spaanse werkwoorden vervoegen

Saber of conocer: twee keer "weten/kennen"

Het Spaans heeft twee werkwoorden waar het Nederlands "weten" en "kennen" gebruikt, en de grens ligt net iets anders dan bij ons.

  • saber = feiten, informatie en vaardigheden weten. Sé que vive en Madrid. (Ik weet dat hij in Madrid woont.) Sé cocinar.
  • conocer = bekend zijn met personen, plaatsen en dingen; iemand of iets kennen of ontmoet hebben. Conozco a Juan. (Ik ken Juan.) Conozco Madrid. (Ik ken Madrid, ik ben er geweest.)
Vuistregel
Kun je er "dat", "of", "hoe", "waar" of een infinitief achter zetten? Dan is het saber. Is het een persoon, stad of ding dat je "kent"? Dan is het conocer.
✅ ¿Sabes dónde está el museo? (Weet je waar het museum is?)
✅ ¿Conoces el museo? (Ken je het museum?)

Saber vs poder: waarom zeg je "ik weet zwemmen"?

In het Nederlands zeggen we: "ik kan zwemmen". In het Spaans maak je hier een verschil tussen:

  • saber = iets geleerd hebben (kennis/vaardigheid)
  • poder = mogelijkheid / vermogen / toestemming (kunnen/mogen)
Voorbeeld: "ik kan zwemmen"
✅ Sé nadar – Ik kan zwemmen (ik heb het geleerd)
✅ Puedo nadar – Ik kan zwemmen (nu, op dit moment: het is mogelijk/ik mag)

Dus: saber gaat over de vaardigheid, poder gaat over de situatie.

Wil je poder ook goed beheersen? Bekijk dan 👉 Poder (kunnen/mogen) in het Spaans – in 4 tijden

📘 Presente – saber vervoegen in de tegenwoordige tijd

Onregelmatig: yo sé

In de presente is saber bijna helemaal regelmatig, behalve de yo-vorm: dat wordt sé (met accent, anders is het se, het wederkerend voornaamwoord).

Persoon Presente Imperfecto Indefinido Futuro
yosésabíasupesabré
túsabessabíassupistesabrás
él / ella / ustedsabesabíasuposabrá
nosotrossabemossabíamossupimossabremos
vosotrossabéissabíaissupisteissabréis
ellos / ustedessabensabíansupieronsabrán
  • yo sé
    No sé ahora – Ik weet het nu niet
  • tú sabes
    ¿Sabes dónde está el baño? – Weet je waar het toilet is?
  • él / ella / usted sabe
    Ella sabe la verdad – Zij weet de waarheid
  • nosotros sabemos
    Sabemos hablar español – We kunnen Spaans spreken
  • vosotros sabéis
    ¿Sabéis cocinar paella? – Kunnen jullie paella maken?
  • ellos / ellas / ustedes saben
    No saben qué hacer – Ze weten niet wat ze moeten doen

Net als bij andere Spaanse werkwoorden laat je de persoonlijke voornaamwoorden (yo, tú, nosotros...) vaak weg, omdat de vorm van het werkwoord al duidelijk maakt wie het is. Meer hierover: 👉 Persoonlijke voornaamwoorden in het Spaans

📙 Pretérito imperfecto – saber in de voortdurende verleden tijd

Imperfecto: gewoonten, situaties en achtergrond

Je gebruikt de imperfecto om gewoonten, herhaling en achtergrond in het verleden te beschrijven. In deze tijd is saber gewoon regelmatig.

  • yo sabía
    Antes no sabía nada de español – Vroeger wist ik niets van Spaans
  • tú sabías
    ¿Sabías que hoy es festivo? – Wist je dat het vandaag een feestdag is?
  • él / ella / usted sabía
    Ella sabía la respuesta – Zij wist het antwoord
  • nosotros sabíamos
    Sabíamos que iba a llover – We wisten dat het zou gaan regenen
  • vosotros sabíais
    No sabíais la dirección – Jullie wisten het adres niet
  • ellos / ellas / ustedes sabían
    Sabían mucho de vino – Ze wisten veel van wijn

📗 Pretérito indefinido – saber in de afgeronde verleden tijd

Onregelmatige stam: sup-

Met de pretérito indefinido beschrijf je éénmalige, afgeronde acties op een specifiek moment in het verleden. In deze tijd is saber onregelmatig: de stam wordt sup-. En let op de betekenis: in de indefinido betekent saber meestal "te weten komen", "erachter komen". Supe la verdad = ik kwam de waarheid te weten.

Let op
Veel studenten denken dat de vervoegingen voor yo en él iets worden als sabí of sabió. Dat is niet correct.
De juiste vormen zijn supe en supo.
  • yo supe
    Ayer supe la verdad – Gisteren kwam ik de waarheid te weten
  • tú supiste
    ¿Supiste la noticia? – Heb je het nieuws gehoord?
  • él / ella / usted supo
    Él supo la respuesta en un segundo – Hij wist het antwoord binnen een seconde
  • nosotros supimos
    Supimos que el vuelo estaba cancelado – We kwamen te weten dat de vlucht geannuleerd was
  • vosotros supisteis
    ¿Supisteis la dirección al final? – Wisten jullie uiteindelijk het adres?
  • ellos / ellas / ustedes supieron
    Al final supieron la verdad – Uiteindelijk kwamen ze de waarheid te weten

Wil je deze verleden tijd beter begrijpen? Lees dan 👉 Pretérito indefinido (verleden tijd) in het Spaans

📒 Futuro simple – saber in de toekomende tijd

Onregelmatige stam: sabr-

In de futuro simple is saber onregelmatig: de stam wordt sabr- en daar plak je de uitgangen van de toekomende tijd achter.

  • yo sabré
    Mañana sabré la respuesta – Morgen zal ik het antwoord weten
  • tú sabrás
    Pronto sabrás hablar mejor – Binnenkort zul je beter kunnen spreken
  • él / ella / usted sabrá
    Ella sabrá qué decir – Zij zal weten wat ze moet zeggen
  • nosotros sabremos
    Pronto sabremos la verdad – Binnenkort zullen we de waarheid weten
  • vosotros sabréis
    Sabréis hacerlo sin ayuda – Jullie zullen het zonder hulp kunnen
  • ellos / ellas / ustedes sabrán
    No sabrán qué pasa – Ze zullen niet weten wat er aan de hand is

Stap-voor-stap uitleg over de futuro simple vind je hier 👉 Futuro simple (toekomende tijd) in het Spaans

Ben je benieuwd hoe je zou weten zegt in het Spaans? Bekijk dan ook 👉 Condicional simple (voorwaardelijke tijd) in het Spaans

Weten en "kunnen" in het Spaans: overzicht van saber vervoegen

Alle tijden in één oogopslag

Saber vervoegen in 4 tijden: presente, pretérito imperfecto, pretérito indefinido en futuro simple – overzicht van het Spaanse werkwoord saber weten kunnen
Infographic: saber vervoegen – het Spaanse werkwoord saber (weten/kunnen) in 4 tijden in één overzicht
Mini-samenvatting (handig om te onthouden)
✅ Presente: yo sé (alleen yo-vorm onregelmatig)
✅ Imperfecto: regelmatig (sabía, sabías...)
✅ Indefinido: stam sup- (supe, supo...)
✅ Futuro: stam sabr- (sabré, sabrá...)

❌ Veelgemaakte fouten met saber

Fout 1: yo-vorm vergeten (presente)

🇳🇱 Ik weet het niet.
❌ Yo sabo no / Yo saber no.
✅ No sé. (de yo-vorm is sé, niet sabo of saber)

Fout 2: onregelmatige stam vergeten (indefinido)

🇳🇱 Gisteren kwam ik de waarheid te weten.
❌ Ayer yo sabí la verdad.
✅ Ayer yo supe la verdad. (stam wordt sup-, niet sab-)

Fout 3: futuro stam verkeerd (sabr- niet saber-)

🇳🇱 Morgen zullen we de waarheid weten.
❌ Mañana nosotros saberemos la verdad.
✅ Mañana nosotros sabremos la verdad. (futuro stam = sabr-, de -er valt weg)

Fout 4: poder gebruiken voor een aangeleerde vaardigheid

🇳🇱 Ik kan gitaar spelen (ik heb het geleerd).
❌ Puedo tocar la guitarra.
✅ Sé tocar la guitarra. (aangeleerde vaardigheid → saber, niet poder)

Fout 5: saber gebruiken voor een persoon of plaats

🇳🇱 Ken je María?
❌ ¿Sabes a María?
✅ ¿Conoces a María? (personen en plaatsen → conocer)

Oefening: vertaal naar het Spaans

Oefen met de vier tijden van saber

  1. Weet je waar het station is?
    ¿ ......... dónde está la estación?
  2. Vroeger wist ik helemaal niets van Spaans.
    Antes yo no ......... nada de español.
  3. Gisteren kwam zij de waarheid te weten.
    Ayer ella ......... la verdad.
  4. Toen ik kind was, kon ik al zwemmen.
    Cuando era niño/niña, yo ya ......... nadar.
  5. Morgen zullen we het zeker weten.
    Mañana nosotros lo ......... con seguridad.
  6. Ze wisten veel van wijn. (imperfecto)
    Ellos ......... mucho de vino.
  7. Weet jij hoe laat de winkel opengaat?
    ¿ ......... a qué hora abre la tienda?
  8. Ken je Barcelona? (saber of conocer?)
    ¿ ......... Barcelona?
  9. Dit smaakt naar knoflook.
    Esto ......... a ajo.



Een paar witregels, zodat we niet kunnen spieken 😉

 

 

Antwoorden

  1. ¿Sabes dónde está la estación?
  2. Antes yo no sabía nada de español.
  3. Ayer ella supo la verdad.
  4. Cuando era niño/niña, yo ya sabía nadar.
  5. Mañana nosotros lo sabremos con seguridad.
  6. Ellos sabían mucho de vino.
  7. ¿Sabes a qué hora abre la tienda?
  8. ¿Conoces Barcelona? (een plaats: conocer)
  9. Esto sabe a ajo.
Vond je deze oefening leuk? 🇪🇸
In onze gratis cursus Spaans krijg je hier veel meer van: video-uitleg, oefeningen en persoonlijke hulp bij elke les.
👉 Volg hier gratis de cursus Spaans

📌 Andere belangrijke onregelmatige Spaanse werkwoorden

Wil je verder oefenen met andere veelgebruikte onregelmatige werkwoorden? Hieronder vind je handige gidsen met alle vervoegingen.

Spaans leren met onze cursussen

Wil je vloeiend Spaans leren spreken, met persoonlijke begeleiding en levenslang toegang? In onze volledige cursussen begeleiden we je stap voor stap, zodat je niet verdwaalt of vastloopt.

Twijfel je welk niveau bij jou past? Doe dan eerst onze gratis Spaanse taaltest.
👉 Doe hier de gratis taaltest

✨ Of bekijk het volledige overzicht: Bekijk alle cursussen Spaans.

👉 Bekijk hier onze complete bloghub Spaans leren

Veelgestelde vragen over saber

Wat betekent saber?

Saber betekent "weten" (kennis) en in veel situaties ook "kunnen" in de zin van een aangeleerde vaardigheid. Bijvoorbeeld: No sé (ik weet het niet) en Sé nadar (ik kan zwemmen). Met a erachter betekent het "smaken naar": sabe a limón.

Hoe zeg je weten in het Spaans?

Weten is saber als het om feiten, informatie of vaardigheden gaat: sé que..., ¿sabes dónde...?. Ken je een persoon, stad of ding, dan gebruik je conocer: conozco a Juan, conozco Madrid.

Wat is het verschil tussen saber en conocer?

Saber is weten: feiten, informatie, iets kunnen. Conocer is kennen: personen, plaatsen en dingen waarmee je bekend bent. Sé dónde vive (ik weet waar hij woont) tegenover Conozco a su hermano (ik ken zijn broer).

Wat is het verschil tussen saber en poder?

Saber gebruik je voor kennis of een aangeleerde vaardigheid: Sé nadar (ik kan zwemmen, ik heb het geleerd). Poder gaat over mogelijkheid, vermogen of toestemming in een situatie: Puedo nadar (ik kan/mag nu zwemmen).

Is saber een onregelmatig werkwoord?

Ja. In de tegenwoordige tijd is alleen de yo-vorm onregelmatig: yo sé. In de indefinido wordt de stam sup- (supe, supo). In de futuro simple wordt de stam sabr- (sabré, sabrá).

Hoe vervoeg je saber in 4 tijden?

Presente: sé, sabes, sabe, sabemos, sabéis, saben. Imperfecto: sabía, sabías, sabía, sabíamos, sabíais, sabían. Indefinido: supe, supiste, supo, supimos, supisteis, supieron. Futuro: sabré, sabrás, sabrá, sabremos, sabréis, sabrán.

Hoe gebruik ik saber + infinitief?

Saber + infinitief gebruik je om te zeggen wat je kunt doen (omdat je het hebt geleerd). Bijvoorbeeld: Sé cocinar (ik kan koken), Sabe tocar la guitarra (hij/zij kan gitaar spelen). De infinitief blijft onveranderd na saber.

Wat betekent no sé in het dagelijks Spaans?

No sé betekent letterlijk "ik weet het niet" en is een van de meest gebruikte uitdrukkingen in het Spaans. Je hoort het constant in dagelijkse gesprekken als iemand ergens het antwoord niet op weet. Vaak ingekort tot no sé, no sé of met een schouderophalen erbij.

Conclusie

Saber vervoegen is een must voor elke Spaansleerder. Je gebruikt het om te zeggen wat je weet, wat je niet weet, en ook om vaardigheden te beschrijven die je hebt geleerd (zoals sé nadar). Beheers je de vier tijden (presente, imperfecto, indefinido en futuro simple), dan kun je saber in bijna elke situatie moeiteloos gebruiken.

De drie onregelmatigheden om extra op te letten: yo sé in de presente, sup- in de indefinido en sabr- in de futuro. Oefen ze een paar keer hardop en ze zitten er snel in!

🎁 Start hier de gratis cursus Spaans (inclusief app) en leer de basis met leuke video's en oefeningen.

Saludos,
Lusiana y Leroy ❤️

🇪🇸 KRIJG ONZE GRATIS ONLINE CURSUS SPAANS! 🇪🇸

De leukste en beste manier om goed Spaans te leren spreken

✅ Gratis (en heel leuk!❤️)
✅ Videolessen, quizzen, podcasts en ebooks.
✅
Persoonlijke hulp in onze online leeromgeving (en ja, ook gratis!)

Na aanmelden ontvang je jouw inlogcode en instructies via email.

Al meer dan 30.000 mensen doen mee, jij ook?

We zullen jouw informatie nooit verkopen, om welke reden dan ook.