πŸ‡ͺπŸ‡Έ Saber (weten) in het Spaans: 4 tijden (met oefening)

Dec 24, 2025
Thumbnail Spaanse werkwoord saber (kunnen / weten)

Het Spaanse werkwoord saber vervoegen is een van de eerste dingen die je moet leren, want saber gebruik je de hele dag. Het betekent ‘weten’ (kennis) en in veel situaties ook ‘kunnen’ in de betekenis van: iets geleerd hebben.

Je hoort saber overal in dagelijkse gesprekken:
¿Sabes dónde está? – Weet je waar het is?
No sé – Ik weet het niet
¿Sabes hablar español? – Kun je Spaans spreken?
¿Sabes a qué hora abre? – Weet je hoe laat het open gaat?

Saber is een onregelmatig werkwoord en staat daarom ook in onze lijst met de belangrijkste onregelmatige werkwoorden. Wil je die lijst zien? Bekijk dan πŸ‘‰ 10 belangrijkste onregelmatige Spaanse werkwoorden

πŸŽ‰ Gratis minicursus Spaans: leer de basis met leuke video's en oefeningen, er zit zelfs een app bij
πŸ‘‰ https://www.overalspaans.nl/gratiscursus

πŸ“š Inhoudsopgave (klik om naar onderdeel te gaan)

Waarom is het werkwoord saber zo belangrijk?

Met saber druk je uit wat je wel of niet weet (kennis), en ook wat je wel of niet kunt omdat je het hebt geleerd (een vaardigheid).

  • No sé la respuesta – Ik weet het antwoord niet
  • ¿Sabes dónde vive? – Weet je waar hij/zij woont?
  • Sé nadar – Ik kan zwemmen (letterlijk: ik weet zwemmen)
  • ¿Sabes cocinar? – Kun je koken?

Extra handig: saber zie je vaak in twee vaste structuren:

  • saber + zelfstandig naamwoord:
    Sé la verdad – Ik weet de waarheid
    No sé tu nombre – Ik weet je naam niet
  • saber + infinitief:
    Sé nadar – Ik kan zwemmen
    Sabemos hablar español – Wij kunnen Spaans spreken

Moet je de basis van werkwoordvervoegingen nog even opfrissen? Lees dan πŸ‘‰ Spaanse werkwoorden vervoegen

Saber vs poder: waarom zeg je ‘ik weet zwemmen’?

In het Nederlands zeggen we: ‘ik kan zwemmen’. In het Spaans maak je hier een verschil tussen:

  • saber = iets geleerd hebben (kennis/vaardigheid)
  • poder = mogelijkheid / vermogen / toestemming (kunnen/mogen)
Voorbeeld: ‘ik kan zwemmen’
βœ… Sé nadar – Ik kan zwemmen (ik heb het geleerd)
βœ… Puedo nadar – Ik kan zwemmen (nu, op dit moment: het is mogelijk/ik mag)

Dus: saber gaat over de vaardigheid, poder gaat over de situatie.

Wil je poder ook goed beheersen? Bekijk dan πŸ‘‰ Poder (kunnen/mogen) in het Spaans – in 4 tijden

πŸ“˜ Presente – saber vervoegen in de tegenwoordige tijd

Onregelmatig: yo sé

In de presente is saber bijna helemaal regelmatig, behalve de yo-vorm: dat wordt (met accent).

  • yo
    No sé ahora – Ik weet het nu niet
  • sabes
    ¿Sabes dónde está el baño? – Weet je waar het toilet is?
  • él / ella / usted sabe
    Ella sabe la verdad – Zij weet de waarheid
  • nosotros sabemos
    Sabemos hablar español – We kunnen Spaans spreken
  • vosotros sabéis
    ¿Sabéis cocinar paella? – Kunnen jullie paella maken?
  • ellos / ellas / ustedes saben
    No saben qué hacer – Ze weten niet wat ze moeten doen

Net als bij andere Spaanse werkwoorden laat je de persoonlijke voornaamwoorden (yo, tú, nosotros...) vaak weg, omdat de vorm van het werkwoord al duidelijk maakt wie het is. Meer hierover: πŸ‘‰ Persoonlijke voornaamwoorden in het Spaans

πŸ“™ Pretérito imperfecto – saber in de voortdurende verleden tijd

Imperfecto: gewoonten, situaties en achtergrond

Je gebruikt de imperfecto om gewoonten, herhaling en achtergrond in het verleden te beschrijven. In deze tijd is saber gewoon regelmatig.

  • yo sabía
    Antes no sabía nada de español – Vroeger wist ik niets van Spaans
  • sabías
    ¿Sabías que hoy es festivo? – Wist je dat het vandaag een feestdag is?
  • él / ella / usted sabía
    Ella sabía la respuesta – Zij wist het antwoord
  • nosotros sabíamos
    Sabíamos que iba a llover – We wisten dat het zou gaan regenen
  • vosotros sabíais
    No sabíais la dirección – Jullie wisten het adres niet
  • ellos / ellas / ustedes sabían
    Sabían mucho de vino – Ze wisten veel van wijn

πŸ“— Pretérito indefinido – saber in de afgeronde verleden tijd

Onregelmatige stam: sup-

Met de pretérito indefinido beschrijf je éénmalige, afgeronde acties op een specifiek moment in het verleden. In deze tijd is saber onregelmatig: de stam wordt sup-.

Let op
Veel studenten denken dat de vervoegingen voor yo en él iets worden als sabí of sabió. Dat is niet correct.
De juiste vormen zijn supe en supo.
  • yo supe
    Ayer supe la verdad – Gisteren kwam ik de waarheid te weten
  • supiste
    ¿Supiste la noticia? – Heb je het nieuws gehoord?
  • él / ella / usted supo
    Él supo la respuesta en un segundo – Hij wist het antwoord binnen een seconde
  • nosotros supimos
    Supimos que el vuelo estaba cancelado – We kwamen te weten dat de vlucht geannuleerd was
  • vosotros supisteis
    ¿Supisteis la dirección al final? – Wisten jullie uiteindelijk het adres?
  • ellos / ellas / ustedes supieron
    Al final supieron la verdad – Uiteindelijk kwamen ze de waarheid te weten

Wil je deze verleden tijd beter begrijpen? Lees dan πŸ‘‰ Pretérito indefinido (verleden tijd) in het Spaans

πŸ“’ Futuro simple – saber in de toekomende tijd

Onregelmatige stam: sabr-

In de futuro simple is saber onregelmatig: de stam wordt sabr- en daar plak je de uitgangen van de toekomende tijd achter.

  • yo sabré
    Mañana sabré la respuesta – Morgen zal ik het antwoord weten
  • sabrás
    Pronto sabrás hablar mejor – Binnenkort zul je beter kunnen spreken
  • él / ella / usted sabrá
    Ella sabrá qué decir – Zij zal weten wat ze moet zeggen
  • nosotros sabremos
    Pronto sabremos la verdad – Binnenkort zullen we de waarheid weten
  • vosotros sabréis
    Sabréis hacerlo sin ayuda – Jullie zullen het zonder hulp kunnen
  • ellos / ellas / ustedes sabrán
    No sabrán qué pasa – Ze zullen niet weten wat er aan de hand is

Stap-voor-stap uitleg over de futuro simple vind je hier πŸ‘‰ Futuro simple (toekomende tijd) in het Spaans

Ben je benieuwd hoe je zou weten zegt in het Spaans? Bekijk dan ook πŸ‘‰ Condicional simple (voorwaardelijke tijd) in het Spaans

Weten en ‘kunnen’ in het Spaans: overzicht van saber vervoegen

Alle tijden in één oogopslag

Saber vervoegen in 4 tijden: presente, pretérito imperfecto, pretérito indefinido en futuro simple – overzicht van het Spaanse werkwoord saber weten kunnen
Infographic: saber vervoegen – het Spaanse werkwoord saber (weten/kunnen) in 4 tijden in één overzicht
Mini-samenvatting (handig om te onthouden)
βœ… Presente: yo (alleen yo-vorm onregelmatig)
βœ… Imperfecto: regelmatig (sabía, sabías...)
βœ… Indefinido: stam sup- (supe, supo...)
βœ… Futuro: stam sabr- (sabré, sabrá...)

❌ Veelgemaakte fouten met saber

Fout 1: yo-vorm vergeten (presente)

πŸ‡³πŸ‡± Ik weet het niet.
❌ Yo sabo no / Yo saber no.
βœ… No sé. (de yo-vorm is sé, niet sabo of saber)

Fout 2: onregelmatige stam vergeten (indefinido)

πŸ‡³πŸ‡± Gisteren kwam ik de waarheid te weten.
❌ Ayer yo sabí la verdad.
βœ… Ayer yo supe la verdad. (stam wordt sup-, niet sab-)

Fout 3: futuro stam verkeerd (sabr- niet saber-)

πŸ‡³πŸ‡± Morgen zullen we de waarheid weten.
❌ Mañana nosotros saberemos la verdad.
βœ… Mañana nosotros sabremos la verdad. (futuro stam = sabr-, de -er valt weg)

Fout 4: poder gebruiken voor een aangeleerde vaardigheid

πŸ‡³πŸ‡± Ik kan gitaar spelen (ik heb het geleerd).
❌ Puedo tocar la guitarra.
βœ… tocar la guitarra. (aangeleerde vaardigheid → saber, niet poder)

Oefening: vertaal naar het Spaans

Oefen met de vier tijden van saber

  1. Weet je waar het station is?
    ¿ ......... dónde está la estación?
  2. Vroeger wist ik helemaal niets van Spaans.
    Antes yo ......... nada de español.
  3. Gisteren kwam zij de waarheid te weten.
    Ayer ella ......... la verdad.
  4. Toen ik kind was, kon ik al zwemmen.
    Cuando era niño/niña, yo ......... nadar.
  5. Morgen zullen we het zeker weten.
    Mañana nosotros lo ......... con seguridad.
  6. Ze wisten veel van wijn. (imperfecto)
    Ellos ......... mucho de vino.
  7. Weet jij hoe laat de winkel opengaat?
    ¿ ......... a qué hora abre la tienda?



Een paar witregels, zodat we niet kunnen spieken πŸ˜‰

 

 

Antwoorden

  1. ¿Sabes dónde está la estación?
  2. Antes yo sabía nada de español.
  3. Ayer ella supo la verdad.
  4. Cuando era niño/niña, yo sabía nadar.
  5. Mañana nosotros lo sabremos con seguridad.
  6. Ellos sabían mucho de vino.
  7. ¿Sabes a qué hora abre la tienda?

πŸ“Œ Andere belangrijke onregelmatige Spaanse werkwoorden

Wil je vanuit één overzicht verder leren? Check dan onze bloghub πŸ‘‰ Alle blogs om Spaans te leren.

Wil je verder oefenen met andere veelgebruikte onregelmatige werkwoorden? Hieronder vind je handige gidsen met alle vervoegingen.

πŸ“˜ Spaans leren spreken (onze cursussen)

Wil je vloeiend Spaans leren spreken, met persoonlijke begeleiding en levenslang toegang? In onze volledige cursussen begeleiden we je stap voor stap, zodat je niet verdwaalt of vastloopt.

Twijfel je welk niveau bij jou past? Doe dan eerst onze gratis Spaanse taaltest.
πŸ‘‰ Doe hier de gratis taaltest

✨ Bekijk hier alle cursussen: Volledig cursusoverzicht

Veelgestelde vragen (FAQ) over saber

Wat betekent saber in het Spaans?

Saber betekent ‘weten’ (kennis) en in veel situaties ook ‘kunnen’ in de zin van een aangeleerde vaardigheid. Bijvoorbeeld: No sé (ik weet het niet) en Sé nadar (ik kan zwemmen).

Wat is het verschil tussen saber en poder?

Saber gebruik je voor kennis of een aangeleerde vaardigheid: Sé nadar (ik kan zwemmen – ik heb het geleerd). Poder gaat over mogelijkheid, vermogen of toestemming in een situatie: Puedo nadar (ik kan/mag nu zwemmen).

Is saber een onregelmatig werkwoord?

Ja. In de tegenwoordige tijd is alleen de yo-vorm onregelmatig: yo sé. In de indefinido wordt de stam sup- (supe, supo). In de futuro simple wordt de stam sabr- (sabré, sabrá).

Hoe vervoeg je saber in 4 tijden?

Presente: sé, sabes, sabe, sabemos, sabéis, saben. Imperfecto: sabía, sabías... Indefinido: supe, supiste, supo, supimos, supisteis, supieron. Futuro: sabré, sabrás, sabrá, sabremos, sabréis, sabrán.

Hoe gebruik ik saber + infinitief?

Saber + infinitief gebruik je om te zeggen wat je kunt doen (omdat je het hebt geleerd). Bijvoorbeeld: Sé cocinar (ik kan koken), Sabe tocar la guitarra (hij/zij kan gitaar spelen). De infinitief blijft onveranderd na saber.

Wat betekent “no sé” in het dagelijks Spaans?

No sé betekent letterlijk “ik weet het niet” en is een van de meest gebruikte uitdrukkingen in het Spaans. Je hoort het constant in dagelijkse gesprekken als iemand ergens het antwoord niet op weet.

Conclusie

Saber vervoegen is een must voor elke Spaansleerder. Je gebruikt het om te zeggen wat je weet, wat je niet weet, en ook om vaardigheden te beschrijven die je hebt geleerd (zoals sé nadar). Beheers je de vier tijden (presente, imperfecto, indefinido en futuro simple), dan kun je saber in bijna elke situatie moeiteloos gebruiken.

De drie onregelmatigheden om extra op te letten: yo sé in de presente, sup- in de indefinido en sabr- in de futuro. Oefen ze een paar keer hardop en ze zitten er snel in!

πŸŽ‰ Gratis minicursus Spaans
πŸ‘‰ https://www.overalspaans.nl/gratiscursus
Wil je alle onregelmatige werkwoorden en werkwoordstijden stap voor stap doorlopen? Start dan hier.

Saludos
Lusiana y Leroy ❀️

πŸ‡ͺπŸ‡Έ KRIJG ONZE GRATISΒ ONLINE CURSUS SPAANS! πŸ‡ͺπŸ‡Έ

De leukste en beste manier om goed Spaans te leren spreken

βœ… Gratis (en heel leuk!❀️)
βœ… Videolessen, quizzen, podcasts en ebooks.
βœ…
Persoonlijke hulp in onze online leeromgevingΒ (en ja,Β ook gratis!)

Na aanmelden ontvang je jouw inlogcode en instructies via email.

Al meer dan 30.000 mensen doen mee, jij ook?

We zullen jouw informatie nooit verkopen, om welke reden dan ook.