🇪🇸 Fruit in het Spaans – met uitspraak en voorbeeldzinnen

Nov 12, 2025
Thumbnail fruit in het Spaans

Als je fruit in het Spaans wilt leren, ben je hier op de juiste plek. 🍎 Je hoort fruitwoorden overal: in de supermarkt, op de markt of wanneer je in Spanje een vers sapje bestelt. In deze blog ontdek je de Spaanse namen van 20 bekende fruitsoorten, leer je hoe je ze uitspreekt en hoe je ze in echte zinnen gebruikt. 🇪🇸

Lees hierna ook onze blog over groenten in het Spaans om je woordenschat verder uit te breiden.

🎉 Gratis minicursus Spaans: leer de basis met video’s, app en oefeningen.
👉 https://www.overalspaans.nl/gratiscursus

🍊 Fruit in het Spaans: 20 fruitsoorten met uitspraak

Hieronder vind je de 20 bekendste fruitsoorten in het Spaans, met uitspraak zoals ze klinken in Spanje en een voorbeeldzin. Zo kun je ze direct gebruiken op de markt of in een Spaans restaurant.

Appella manzana [man-SA-na]
Me gusta la manzana verde. → Ik hou van groene appels.

Banaanel plátano [PLÁ-ta-no]
El plátano es dulce. → De banaan is zoet.

Sinaasappella naranja [na-RAN-cha]
Comemos naranjas por la mañana. → We eten sinaasappels in de ochtend.

Citroenel limón [li-MON]
El limón es ácido. → De citroen is zuur.

Aardbeila fresa [FRE-sa]
Las fresas son mis favoritas. → Aardbeien zijn mijn favoriet.

Druifla uva [OE-ba]
Las uvas son pequeñas. → De druiven zijn klein.

Watermeloenla sandía [san-DÍ-a]
La sandía es muy refrescante. → De watermeloen is erg verfrissend.

Meloenel melón [me-LON]
El melón está muy dulce. → De meloen is erg zoet.

Peerla pera [PE-ra]
La pera está madura. → De peer is rijp.

Kersla cereza [se-RE-sa]
Me encantan las cerezas. → Ik ben dol op kersen.

Perzikel melocotón [me-lo-ko-TON]
El melocotón es jugoso. → De perzik is sappig.

Abrikoosel albaricoque [al-ba-ri-KO-ke]
Los albaricoques son dulces. → Abrikozen zijn zoet.

Ananasla piña [PI-nya]
La piña está muy rica. → De ananas is erg lekker.

Mangoel mango [MAN-go]
El mango es tropical. → De mango is tropisch.

Kiwiel kiwi [KI-wi]
El kiwi tiene mucha vitamina C. → Kiwi bevat veel vitamine C.

Kokosnootel coco [KO-ko]
El coco tiene un sabor suave. → Kokos heeft een zachte smaak.

Granaatappella granada [gra-NA-da]
La granada es muy típica en Granada. → De granaatappel is typisch voor Granada.

Pruimla ciruela [si-RUE-la]
Las ciruelas son moradas. → Pruimen zijn paars.

Framboosla frambuesa [fram-BOE-e-sa]
La frambuesa es pequeña y dulce. → De framboos is klein en zoet.

Mandarijnla mandarina [man-da-RÍ-na]
Comemos mandarinas en invierno. → We eten mandarijnen in de winter.

📊 Overzicht: fruit in het Spaans

Overzicht van 20 fruitsoorten in het Spaans met vertaling: la manzana (appel), el platano (banaan), la naranja (sinaasappel), el limon (citroen), la fresa (aardbei), la uva (druif), la sandia (watermeloen), el melon (meloen), la pera (peer), la cereza (kers), el melocoton (perzik), el albaricoque (abrikoos), la pina (ananas), el mango (mango), el kiwi (kiwi), el coco (kokosnoot), la granada (granaatappel), la ciruela (pruim), la frambuesa (framboos) en la mandarina (mandarijn)
Infographic met de 20 belangrijkste fruitsoorten in het Spaans met uitspraak en vertaling.

💬 Handige zinnen met fruit in het Spaans

  • ¿Tenéis fruta fresca? → Hebben jullie vers fruit?
  • Quiero un zumo de naranja. → Ik wil een sinaasappelsap.
  • Me encantan las fresas con nata. → Ik ben dol op aardbeien met slagroom.
  • ¿Cuánto cuestan las manzanas? → Wat kosten de appels?
  • Quiero medio kilo de uvas, por favor. → Ik wil een halve kilo druiven, alsjeblieft.

Veelgemaakte fouten bij fruit in het Spaans

Hieronder zie je de vier fouten die cursisten het vaakst maken bij fruit in het Spaans.

❌ Fout 1: verkeerd lidwoord bij fruitwoorden
Fout: el manzana
Juist: la manzana
In het Spaans heeft elk zelfstandig naamwoord een vast lidwoord: la manzana (appel), la naranja (sinaasappel), el plátano (banaan). Leer elk woord samen met zijn lidwoord.
❌ Fout 2: la banana in plaats van el plátano
Fout: Quiero una banana. (in Spanje)
Juist: Quiero un plátano.
In Spanje zeg je el plátano voor banaan. La banana is gebruikelijker in Latijns-Amerika. Als je naar Spanje gaat, gebruik dan plátano.

🧠 Tips om Spaanse woorden sneller te onthouden

Lees ook: Spaanse woorden die je moet kennen – een handige lijst om je woordenschat uit te breiden.

Oefenvragen: fruit in het Spaans

  1. Ik eet een appel.
    Como ...
  2. De banaan is geel.
    ... es amarillo.
  3. Wij kopen sinaasappels.
    Compramos ...
  4. Ik hou van aardbeien.
    Me gustan ...
  5. De citroen is zuur.
    ... es ácido.
  6. De watermeloen is erg verfrissend.
    La ... es muy refrescante.
  7. Hebben jullie vers fruit?
    ¿... fruta fresca?

 
Niet spieken 😉
 

Antwoorden

  1. Como una manzana.
  2. El plátano es amarillo.
  3. Compramos naranjas.
  4. Me gustan las fresas.
  5. El limón es ácido.
  6. La sandía es muy refrescante.
  7. ¿Tenéis fruta fresca?

Veelgestelde vragen over fruit in het Spaans

Wat is fruit in het Spaans?

Fruit in het Spaans heet la fruta. Voorbeelden zijn la manzana (appel), el plátano (banaan) en la naranja (sinaasappel).

Hoe zeg je appel en banaan in het Spaans?

Appel is la manzana en banaan is el plátano in het Spaans. La banana wordt ook gebruikt maar is typischer voor Latijns-Amerika. In Spanje zeg je el plátano.

Hoe oefen je Spaanse fruitwoorden het beste?

Gebruik woorden in zinnen zoals Compro manzanas y plátanos (ik koop appels en bananen). Combineer fruit met groenten in het Spaans en herhaling helpt om ze sneller te onthouden.

Welke fruitsoorten zijn het populairst in Spanje?

Populaire fruitsoorten in Spanje zijn sinaasappel (naranja), appel (manzana), meloen (melón), watermeloen (sandía) en aardbei (fresa). Spanje is een van de grootste fruitleveranciers van Europa.

Wat is het verschil tussen la fresa en la frutilla?

Beide woorden betekenen aardbei. La fresa is de term die in Spanje wordt gebruikt. La frutilla is gebruikelijker in Argentinië, Chili en Uruguay. Gebruik la fresa als je naar Spanje gaat.

Wat zijn veelgemaakte fouten bij fruit in het Spaans?

De meest gemaakte fouten zijn: verkeerd lidwoord gebruiken (el manzana in plaats van la manzana), banana zeggen in Spanje (zeg plátano), gusta gebruiken bij meervoud (Me gustan las fresas) en regionale varianten door elkaar halen.

🎉 Gratis minicursus Spaans: leer de basis met duidelijke uitleg, video’s en oefeningen (inclusief app).
👉 https://www.overalspaans.nl/gratiscursus

Verder oefenen

📘 Vloeiend Spaans leren spreken

✨ Bekijk hier alle cursussen: Volledig cursusoverzicht

📚 Meer leren? Bezoek onze hubpagina Spaans leren

Saludos,
Lusiana y Leroy ❤️

🇪🇸 KRIJG ONZE GRATIS ONLINE CURSUS SPAANS! 🇪🇸

De leukste en beste manier om goed Spaans te leren spreken

Gratis (en heel leuk!❤️)
Videolessen, quizzen, podcasts en ebooks.
Persoonlijke hulp in onze online leeromgeving (en ja, ook gratis!)

Na aanmelden ontvang je jouw inlogcode en instructies via email.

Al meer dan 30.000 mensen doen mee, jij ook?

We zullen jouw informatie nooit verkopen, om welke reden dan ook.