10 Spaanse woordjes die iedereen moet kennen
May 22, 2025
Wil je snel Spaanse woorden leren die je direct kunt gebruiken in het dagelijks leven? In deze blog leer je de 10 meest gebruikte Spaanse woordjes, inclusief uitspraak, voorbeeldzinnen en de fouten die je het beste kunt vermijden. Perfect voor beginners en reizigers.
We hebben een gratis minicursus Spaans voor je klaarstaan, inclusief handige app, lesvideo’s en uitgeschreven lesmateriaal met oefeningen.
🇪🇸 Geen verplichtingen, gewoon gratis: https://www.overalspaans.nl/gratiscursus
Wil je daarna structureel verder leren? Bekijk ons volledige cursusaanbod Spaans met persoonlijke begeleiding.
Deze 10 Spaanse woorden zijn onmisbaar
Ben je net begonnen met Spaans leren? Dan zijn deze 10 Spaanse woordjes absoluut onmisbaar. Ze komen in dagelijkse gesprekken constant terug. Als je de betekenis en uitspraak goed kent, kun je daarna ook makkelijk korte zinnen vormen. Bekijk ook onze blog met 10 Spaanse zinnen die je meteen kunt gebruiken.
Wil je daarna ook de kleuren leren? Lees dan onze blog De kleuren in het Spaans met uitspraak en voorbeeldzinnen.
1. Hola – o-la – hallo
Veel beginners kennen dit woord al, maar maken er toch een fout mee. De ‘h’ spreek je niet uit: je zegt ola, maar schrijft het met een h: hola. Nederlanders zeggen soms per ongeluk “hola” met een h, of schrijven het zonder h als “ola”. Geen van beide is correct.
2. Gracias – GRA-sias – dankjewel
Wil je “heel erg bedankt” zeggen? Gebruik dan muchas gracias. Veel Nederlanders zeggen mucho gracias, maar dat klopt niet: gracias is vrouwelijk meervoud, dus het moet muchas gracias zijn.
3. Aquí – a-KI – hier
Als je een tafeltje hebt gevonden, kun je vragen: ¿Puedo sentarme aquí? (kan ik hier zitten?). Ook handig: por aquí (hier in de buurt), zoals in ¿Hay un supermercado por aquí? (is er een supermarkt in de buurt?)
4. Nada – NA-da – niks
Klaar met eten en hoef je niks meer? Zeg dan simpelweg nada más, gracias (ik hoef niks meer, dankjewel).
5. Más – mas – meer
Gebruik más als je van iets meer wilt: más café, por favor. Let op het accent: más met accent betekent “meer”, mas zonder accent is een archaïsch woord voor “maar”.
6. Algo – AL-go – iets
Dit hoor je veel op het terras: ¿Quieres algo más? (wil je nog iets?). Je kunt het ook zelf gebruiken om de aandacht van een ober te vragen: ¿Podemos pedir algo? (mogen we iets bestellen?)
7. Poco – PO-ko – een beetje
Met poco geef je aan dat iets in kleine hoeveelheid is: hablo un poco de español (ik spreek een beetje Spaans). Handig om te zeggen als je net begonnen bent.
8. Pero – PE-ro – maar
Net als in het Nederlands wordt pero heel veel gebruikt. Let op: zeg pero, niet perro. Dat laatste betekent hond. Zorg dus dat je de ‘r’ niet te overdreven uitspreekt, anders noem je iemand per ongeluk een hond.
9. Otra – O-tra – nog een / andere
Otra cerveza, por favor (nog een biertje, alstublieft). Eenvoudig en veelgebruikt.
10. Adiós – a-di-ÓS – doei / tot ziens
Let op de klemtoon: die ligt op de laatste lettergreep ós.
Veelgemaakte fouten met deze Spaanse woorden
✓ Correct: De h in het Spaans is altijd stil. Je zegt ola, maar schrijft hola. Beide fouten komen voor: uitspreken mét h, of schrijven zonder h.
✓ Correct: Muchas gracias.
Uitleg: Gracias is vrouwelijk meervoud, dus het bijvoeglijk naamwoord mucho moet ook vrouwelijk meervoud worden: muchas.
✓ Correct: Pero = maar. Perro (met dubbele r) = hond.
Uitleg: Spreek de r in pero licht uit. Overdrijf je de r, dan verander je “maar” in “hond”.
Waarom zijn deze Spaanse woorden zo belangrijk?
Wanneer je een nieuwe taal leert, lijkt het alsof je duizenden woorden moet onthouden. Gelukkig is dat niet nodig. In de praktijk wordt een klein deel van de woorden het vaakst gebruikt. Met slechts 20% van de woordenschat kun je al zo’n 80% van alledaagse gesprekken volgen. Door je te focussen op de meest gebruikte woorden leer je sneller en zie je sneller resultaat.
Wil je ook weten welke Spaanse werkwoorden het belangrijkst zijn? Lees dan onze blog over de 10 belangrijkste Spaanse werkwoorden en over het vervoegen van Spaanse werkwoorden.
Veelgestelde vragen over Spaanse woordjes
Wat zijn de 10 meest gebruikte Spaanse woorden?
De 10 meest gebruikte Spaanse woordjes zijn: hola, gracias, aquí, nada, más, algo, poco, pero, otra en adiós. Met deze basis kun je al veel eenvoudige zinnen vormen en dagelijkse situaties aan.
Hoe spreek je ‘hola’ correct uit?
Je spreekt hola uit als ola, zonder de h te laten horen. De h is in het Spaans altijd stil. Je schrijft het dus wel met een h, maar je spreekt die niet uit.
Waarom is ‘muchas gracias’ correct en ‘mucho gracias’ niet?
Omdat gracias vrouwelijk meervoud is. Het bijvoeglijk naamwoord moet daarin meegaan: muchas (vrouwelijk meervoud), niet mucho (mannelijk enkelvoud). Dit is een van de meest gemaakte fouten door Nederlanders.
Wat is het verschil tussen ‘pero’ en ‘perro’?
Pero met één r betekent “maar”. Perro met dubbele r betekent “hond”. De uitspraak verschilt: bij pero spreek je de r licht uit, bij perro rol je de r. Overdrijf je de r bij pero, dan zeg je per ongeluk “hond”.
Wanneer gebruik ik ‘poco’ en wanneer ‘un poco de’?
Als bijvoeglijk naamwoord gebruik je poco direct: tengo poco tiempo (ik heb weinig tijd). Als je “een beetje van iets” bedoelt, gebruik je un poco de: hablo un poco de español (ik spreek een beetje Spaans).
Hoe onthoud ik deze Spaanse woorden het snelst?
Gebruik ze dagelijks in korte zinnen en herhaal ze hardop. Koppel elk woord aan een situatie: aquí als je ergens naartoe wijst, otra als je iets wilt bestellen, nada más als je klaar bent met eten. Herhaling in context werkt veel beter dan woordjes stampen.
Oefeningen: ken jij de woordjes al?
Kies het juiste woord of antwoord. De antwoorden staan onder de streep.
1. Je wilt de ober bedanken. Wat zeg je?
a) Hola
b) Gracias
c) Adiós
2. Je bent klaar met eten en de ober vraagt of je nog iets wilt. Wat zeg je?
a) Más, por favor
b) Nada más, gracias
c) Algo más
3. Welke zin is correct?
a) Mucho gracias.
b) Muchas gracias.
c) Mucha gracias.
4. Je wilt nog een biertje bestellen. Welk woord gebruik je voor “nog een”?
a) Algo
b) Poco
c) Otra
5. Welke zin klopt?
a) Hablo un poco de español.
b) Hablo poco de español.
c) Beide zijn correct.
6. Je zegt “maar” in het Spaans. Welk woord gebruik je?
a) Perro
b) Pero
c) Poco
7. Je neemt afscheid. Wat zeg je?
a) Hola
b) Aquí
c) Adiós
Antwoorden: 1-b, 2-b, 3-b, 4-c, 5-a, 6-b, 7-c
🇪🇸 Vloeiend Spaans leren spreken?
Gebruik deze blog als opstap om verder te leren met onze online cursussen. Of je nu net begint of al gevorderd bent, je leert stap voor stap vloeiend Spaans spreken met persoonlijke begeleiding van twee docenten.
- 🇪🇸 Beginnerscursus Spaans (A1–A2) – leer de basis van grammatica, uitspraak en zinsbouw zodat je jezelf in het Spaans kunt redden en echte gesprekken kunt voeren.
- 🇪🇸 Cursus Spaans voor semi-gevorderden (B1–B2) – verbeter je spreekvaardigheid, breid je woordenschat uit en voer moeiteloos gesprekken in het Spaans.
- 🇪🇸 Cursus Spaans voor gevorderden (C1) – leer vloeiend spreken over alle onderwerpen, beheers de lastige grammatica en verbeter je luistervaardigheid.
Of bekijk het volledige overzicht: Bekijk alle cursussen Spaans.
🏗 Benieuwd wat jouw niveau is? Doe de gratis taaltest Spaans en ontdek direct welke cursus bij jou past.
We hebben een gratis minicursus Spaans voor je klaarstaan, inclusief handige app, lesvideo’s en uitgeschreven lesmateriaal met oefeningen.
🇪🇸 Probeer het gewoon – helemaal gratis: https://www.overalspaans.nl/gratiscursus
📚 Meer leren over Spaans? Bekijk dan onze Complete gids Spaans leren met alle blogs en tips op één plek.
Saludos,
Lusiana y Leroy ❤️
🇪🇸 KRIJG ONZE GRATIS ONLINE CURSUS SPAANS! 🇪🇸
De leukste en beste manier om goed Spaans te leren spreken
✅ Gratis (en heel leuk!❤️)
✅ Videolessen, quizzen, podcasts en ebooks.
✅ Persoonlijke hulp in onze online leeromgeving (en ja, ook gratis!)
Na aanmelden ontvang je jouw inlogcode en instructies via email.
Al meer dan 30.000 mensen doen mee, jij ook?
We zullen jouw informatie nooit verkopen, om welke reden dan ook.