Beroepen in het Spaans: 60 Beroepen + Praten over je Werk

Sep 26, 2026
Thumbnail beroepen in het Spaans

Beroepen in het Spaans heb je nodig bij elke kennismaking. Na ¿cómo te llamas? en ¿de dónde eres? komt onvermijdelijk de derde vraag: ¿a qué te dedicas?, wat doe je voor werk? In deze blog leer je 60 beroepen met de mannelijke en de vrouwelijke vorm en met uitspraak, van médico tot fontanero. Je leert waarom je soy profesor zegt zonder un, hoe je vertelt waar en voor wie je werkt, wat je zegt als je gepensioneerd, student of zzp'er bent, en de fouten die Nederlanders het vaakst maken. Met een oefening aan het eind.

🇪🇸 Gratis cursus Spaans (inclusief app)

Video's, oefeningen en persoonlijke hulp. Vul je naam en e-mail in en je zit binnen 2 minuten in je eerste les.

📚 Inhoudsopgave

Wat doe je voor werk? De vraag en het antwoord

Een beroep is una profesión, werk is el trabajo. Er zijn drie manieren om te vragen wat iemand doet. De HOOFDLETTERS in de uitspraak geven de klemtoon aan.

Nederlands Spaans Uitspraak
Wat doe je voor werk? (informeel)¿A qué te dedicas?a ke te de-DIE-kas
Wat doet u voor werk? (formeel)¿A qué se dedica?a ke se de-DIE-ka
Waar werk je?¿Dónde trabajas?DON-de tra-BA-chas
Wat ben je van beroep?¿Cuál es tu profesión?kwal es toe pro-fe-SJON
Ik ben leraarSoy profesorsoj pro-fe-SOR
Ik werk als verpleegkundigeTrabajo como enfermeratra-BA-cho KO-mo en-fer-ME-ra
Ik werk bij een bankTrabajo en un bancotra-BA-cho en oen BAN-ko
Ik werk voor mezelfTrabajo por mi cuentatra-BA-cho por mie KWEN-ta
Ik zit in de horecaMe dedico a la hosteleríame de-DIE-ko a la os-te-le-RIE-a

Dedicarse a betekent letterlijk "zich wijden aan" en is een wederkerend werkwoord: me dedico, te dedicas, se dedica. Het is dé manier om naar iemands werk te vragen, natuurlijker dan ¿qué trabajo tienes?. Meer van dit soort werkwoorden vind je in wederkerende werkwoorden, en andere vraagwoorden in vragen stellen in het Spaans.

Soy profesor: waarom zonder lidwoord?

De belangrijkste regel van deze blog: bij een beroep na ser laat je het lidwoord weg. In het Nederlands zeg je "ik ben een leraar" of "ik ben leraar", in het Spaans altijd soy profesor, nooit soy un profesor. Een beroep is in het Spaans een soort etiket, geen telbaar ding.

Het lidwoord komt pas terug als je er een bijvoeglijk naamwoord bij zet: soy un profesor muy paciente (ik ben een heel geduldige leraar), es una médica excelente. Dan beschrijf je een persoon, geen categorie. Je gebruikt ser en niet estar, want je beroep hoort bij wie je bent. Estar de gebruik je alleen voor een tijdelijk baantje: estoy de camarero este verano (ik werk deze zomer als ober). Het verschil tussen die twee werkwoorden staat in ser of estar, en alle vormen van ser in ser vervoegen.

Mannelijke en vrouwelijke beroepen

Bijna elk beroep heeft een mannelijke en een vrouwelijke vorm. Er zijn vier patronen:

Patroon Mannelijk Vrouwelijk Voorbeelden
-o wordt -ael médicola médicacocinero/a, abogado/a, ingeniero/a
-or wordt -orael profesorla profesoradirector/a, vendedor/a, pintor/a
-e of -ista blijft gelijk, alleen het lidwoord verandertel estudiantela estudianteel/la periodista, el/la dentista, el/la gerente
-ante blijft meestal gelijkel cantantela cantanteel/la comerciante, el/la representante

Vroeger was la médico gebruikelijk, tegenwoordig is la médica de norm, net als la jueza (rechter) en la presidenta. Zeg je el policía, dan bedoel je de agent; la policía is de agente, maar ook de politie als organisatie. Hoe je het geslacht van een woord herkent, lees je in el of la in het Spaans.

60 beroepen in het Spaans met uitspraak

De vrouwelijke vorm staat erbij waar die verschilt. Staat er één vorm, dan is die voor beide geslachten en verandert alleen het lidwoord.

Gezondheid en zorg

Nederlands Spaans Uitspraak
arts, doktermédico / médicaME-die-ko
verpleegkundigeenfermero / enfermeraen-fer-ME-ro
tandartsdentistaden-TIS-ta
apothekerfarmacéutico / farmacéuticafar-ma-SEU-tie-ko
fysiotherapeutfisioterapeuta (informeel: fisio)fie-sjo-te-ra-PEU-ta
psycholoogpsicólogo / psicólogasie-KO-lo-go
dierenartsveterinario / veterinariabe-te-rie-NA-rjo

Onderwijs en kantoor

Nederlands Spaans Uitspraak
leraar, docentprofesor / profesorapro-fe-SOR
juf, meester (basisschool)maestro / maestrama-ES-tro
studentestudiantees-toe-DJAN-te
advocaatabogado / abogadaa-bo-GA-do
boekhouder, accountantcontablekon-TA-ble
secretaris, secretaressesecretario / secretariase-kre-TA-rjo
directeur, managerdirector / directoradie-rek-TOR
ambtenaarfuncionario / funcionariafoen-sjo-NA-rjo
ondernemerempresario / empresariaem-pre-SA-rjo
zzp'er, zelfstandigeautónomo / autónomaau-TO-no-mo
journalistperiodistape-rjo-DIS-ta
vertalertraductor / traductoratra-doek-TOR

Techniek en bouw

Nederlands Spaans Uitspraak
ingenieuringeniero / ingenierain-che-NJE-ro
programmeurprogramador / programadorapro-gra-ma-DOR
informaticus, IT'erinformático / informáticain-for-MA-tie-ko
architectarquitecto / arquitectaar-kie-TEK-to
elektricienelectricistae-lek-trie-SIS-ta
loodgieterfontanero / fontanerafon-ta-NE-ro
monteurmecánico / mecánicame-KA-nie-ko
metselaar, bouwvakkeralbañilal-ba-NJIEL
timmermancarpintero / carpinterakar-pin-TE-ro
schilder (huis)pintor / pintorapin-TOR

Horeca, winkel en dienstverlening

Nederlands Spaans Uitspraak
ober, serveerstercamarero / camareraka-ma-RE-ro
kokcocinero / cocinerako-sie-NE-ro
bakkerpanadero / panaderapa-na-DE-ro
slagercarnicero / carnicerakar-nie-SE-ro
kapperpeluquero / peluquerape-loe-KE-ro
verkoper, winkelmedewerkerdependiente / dependientade-pen-DJEN-te
kassamedewerkercajero / cajeraka-CHE-ro
schoonmakerlimpiador / limpiadoralim-pja-DOR
chauffeurconductor / conductorakon-doek-TOR
taxichauffeurtaxistatak-SIS-ta
receptionistrecepcionistare-sep-sjo-NIS-ta
makelaaragente inmobiliario / inmobiliariaa-CHEN-te in-mo-bie-LJA-rjo

Overig

Nederlands Spaans Uitspraak
politieagentpolicíapo-lie-SIE-a
brandweerman, brandweervrouwbombero / bomberabom-BE-ro
boeragricultor / agricultoraa-grie-koel-TOR
visserpescador / pescadorapes-ka-DOR
pilootpilotopie-LO-to
kunstenaarartistaar-TIS-ta
muzikantmúsico / músicaMOE-sie-ko
zangercantantekan-TAN-te
acteur, actriceactor / actrizak-TOR / ak-TRIES
schrijverescritor / escritoraes-krie-TOR
fotograaffotógrafo / fotógrafafo-TO-gra-fo
huisvrouw, huismanama de casa / amo de casaA-ma de KA-sa

Twee valse vrienden om te onthouden: een dependiente is geen afhankelijke maar een winkelmedewerker, en een conductor is geen dirigent maar een chauffeur (een dirigent is director de orquesta).

Praten over je werk

Na het beroep komen de vervolgvragen. Dit zijn de zinnen om over je werk te vertellen, van de werkplek tot het rooster.

Nederlands Spaans
Ik werk in een kantoor / een ziekenhuis / een schoolTrabajo en una oficina / un hospital / un colegio
Ik werk voor een Nederlands bedrijfTrabajo para una empresa holandesa
Ik werk fulltime / parttimeTrabajo a jornada completa / a media jornada
Ik werk thuisTrabajo desde casa / Teletrabajo
Ik werk van negen tot vijfTrabajo de nueve a cinco
Ik ben werkloosEstoy en paro / Estoy desempleado
Ik ben gepensioneerdEstoy jubilado / jubilada
Ik ben op zoek naar werkEstoy buscando trabajo
Ik ben studentSoy estudiante
Ik ben zzp'erSoy autónomo / autónoma
Ik ben met vakantieEstoy de vacaciones
Ik heb een vergaderingTengo una reunión
mijn baas / mijn collegami jefe (jefa) / mi compañero (compañera) de trabajo
het salaris / het contractel sueldo / el contrato

Let op de werkwoorden: soy voor wat je bent (soy estudiante, soy autónomo), estoy voor een situatie (estoy en paro, estoy jubilado, estoy de vacaciones). Het bedrijf heet la empresa, de baan el trabajo of el puesto, de werkgever el empleador en de werknemer el empleado. Werktijden zeg je met de klok, en die oefen je in klokkijken in het Spaans.

Werken, solliciteren en ontslag: de werkwoorden

  • trabajar - werken: Trabajo en Madrid.
  • dedicarse a - werkzaam zijn in: Me dedico a la enseñanza. (Ik zit in het onderwijs.)
  • buscar trabajo - werk zoeken: Estoy buscando trabajo en Valencia.
  • solicitar un puesto - solliciteren: He solicitado un puesto de camarero.
  • contratar - aannemen: Me han contratado. (Ze hebben me aangenomen.)
  • despedir - ontslaan: Le han despedido. (Hij is ontslagen.)
  • jubilarse - met pensioen gaan: Mi padre se jubila el año que viene.
  • ganar - verdienen: ¿Cuánto ganas? (Hoeveel verdien je? Alleen onder vrienden!)
  • hacerse - worden (van beroep): Quiero hacerme profesora. (Ik wil lerares worden.)

Voor "ik wil dokter worden" gebruikt het Spaans hacerse of ser met querer: quiero ser médico. Hoe je "worden" in andere situaties zegt, staat in worden in het Spaans. En vertel je over de baan van je partner of kinderen, dan combineer je deze blog met familieleden in het Spaans: Mi hija es enfermera y mi marido está jubilado.

Een kennismakingsgesprek over werk

Zo klinkt het als je iemand ontmoet op een terras in Spanje. Lees het hardop.

  • Ana: ¿Y tú a qué te dedicas? - En wat doe jij voor werk?
  • Jij: Soy contable. Trabajo para una empresa holandesa, pero desde casa. - Ik ben boekhouder. Ik werk voor een Nederlands bedrijf, maar vanuit huis.
  • Ana: ¡Qué bien! ¿Y te gusta? - Wat fijn! En bevalt het?
  • Jij: Sí, mucho. ¿Y tú, dónde trabajas? - Ja, heel erg. En jij, waar werk je?
  • Ana: Soy enfermera en el hospital de aquí. Trabajo a turnos. - Ik ben verpleegkundige in het ziekenhuis hier. Ik werk in ploegendienst.
  • Jij: Mi mujer también es enfermera, pero ahora está jubilada. - Mijn vrouw is ook verpleegkundige, maar ze is nu met pensioen.

De begroeting en het voorstellen dat hieraan voorafgaat, vind je in begroetingen in het Spaans.

Overzicht in één beeld

Infographic beroepen in het Spaans: de meest voorkomende beroepen met mannelijke en vrouwelijke vorm en uitspraak
Overzicht: de belangrijkste beroepen in het Spaans, met vrouwelijke vorm en uitspraak.

Veelgemaakte fouten

❌ Fout: Soy un profesor.
✓ Correct: Soy profesor.
Uitleg: Bij een beroep na ser laat je het lidwoord weg. Het komt alleen terug met een bijvoeglijk naamwoord: soy un profesor paciente.
❌ Fout: Estoy profesor.
✓ Correct: Soy profesor.
Uitleg: Je beroep hoort bij wie je bent, dus ser. Estar de is alleen voor een tijdelijk baantje: estoy de camarero este verano.
❌ Fout: Soy jubilado. / Soy en paro.
✓ Correct: Estoy jubilado. / Estoy en paro.
Uitleg: Gepensioneerd of werkloos zijn is een situatie, geen beroep. Daarom estar.
❌ Fout: Ella es médico.
✓ Correct: Ella es médica.
Uitleg: Vrouwelijke vormen zijn tegenwoordig de norm: médica, abogada, ingeniera, jueza. Alleen woorden op -ista en -e blijven gelijk.
❌ Fout: ¿Qué es tu trabajo?
✓ Correct: ¿A qué te dedicas? / ¿En qué trabajas?
Uitleg: De letterlijke vertaling van "wat is je werk" klinkt onnatuurlijk. Spanjaarden vragen het met dedicarse of trabajar en.

Oefening: beroepen in het Spaans

Vul in of kies. De antwoorden staan onder de streep.

1. Ik ben advocaat (vrouw). → Soy _______.

2. Wat doe je voor werk? → ¿A qué te _______?

3. Welke zin is goed?
a) Soy un médico.
b) Soy médico.
c) Estoy médico.

4. Mijn vader is met pensioen. → Mi padre _______ jubilado.

5. De vrouwelijke vorm van periodista is:
a) periodista
b) periodisto
c) periodistisa

6. Ik werk vanuit huis. → Trabajo _______ casa.

7. Wat is een dependiente?
a) iemand die afhankelijk is
b) een winkelmedewerker
c) een ambtenaar

8. Ik wil lerares worden. → Quiero _______ profesora.

 

Antwoorden: 1: abogada, 2: dedicas, 3-b, 4: está, 5-a, 6: desde, 7-b, 8: hacerme (of ser)

Vond je deze oefening leuk? 🇪🇸
In onze gratis cursus Spaans krijg je hier veel meer van: video-uitleg, oefeningen en persoonlijke hulp bij elke les.
👉 Volg hier gratis de cursus Spaans

Veelgestelde vragen over beroepen in het Spaans

Hoe vraag je wat doe je voor werk in het Spaans?

¿A qué te dedicas? (informeel) of ¿A qué se dedica? (formeel). Ook goed: ¿En qué trabajas? en ¿Dónde trabajas?

Waarom zeg je soy profesor zonder un?

Omdat een beroep in het Spaans een categorie is, geen telbaar ding. Na ser laat je het lidwoord weg: soy profesor, es médica. Alleen met een bijvoeglijk naamwoord komt het terug: soy un profesor paciente.

Hoe zeg je ik ben gepensioneerd in het Spaans?

Estoy jubilado (man) of estoy jubilada (vrouw). Met estar, omdat het een situatie is. Met pensioen gaan is jubilarse.

Hoe maak je een beroep vrouwelijk in het Spaans?

Meestal -o naar -a (médico, médica) of -or naar -ora (profesor, profesora). Beroepen op -ista en -e veranderen niet, alleen het lidwoord: el periodista, la periodista.

Hoe zeg je werk in het Spaans?

El trabajo. Werken is trabajar, een baan is un trabajo of un puesto, en het bedrijf is la empresa. Ik werk bij een bank is trabajo en un banco.

Hoe zeg je zzp'er in het Spaans?

Autónomo of autónoma: soy autónomo. Voor jezelf werken is trabajar por cuenta propia of trabajar por mi cuenta.

Wat betekent a qué te dedicas?

Letterlijk "waaraan wijd je je?", dus: wat doe je voor werk? Het werkwoord is dedicarse a, en je antwoordt met soy plus je beroep of me dedico a plus je vakgebied.

Hoe zeg je ik ben werkloos in het Spaans?

Estoy en paro is de gewone Spaanse uitdrukking; estoy desempleado is formeler. Werk zoeken is buscar trabajo: estoy buscando trabajo.

Spaans leren met onze cursussen

Gebruik deze blog als opstap om verder te leren met onze online cursussen. Of je nu net begint of al gevorderd bent, je leert stap voor stap vloeiend Spaans spreken met persoonlijke begeleiding van twee docenten.

✨ Of bekijk het volledige overzicht: Bekijk alle cursussen Spaans.

🧭 Benieuwd wat jouw niveau is? Doe de gratis taaltest Spaans en ontdek direct welke cursus bij jou past.

👉 Bekijk hier onze complete bloghub Spaans leren

🎁 Start hier de gratis cursus Spaans (inclusief app) en leer de basis met leuke video's en oefeningen.

Saludos,
Lusiana y Leroy ❤️

🇪🇸 KRIJG ONZE GRATIS ONLINE CURSUS SPAANS! 🇪🇸

De leukste en beste manier om goed Spaans te leren spreken

✅ Gratis (en heel leuk!❤️)
✅ Videolessen, quizzen, podcasts en ebooks.
✅
Persoonlijke hulp in onze online leeromgeving (en ja, ook gratis!)

Na aanmelden ontvang je jouw inlogcode en instructies via email.

Al meer dan 30.000 mensen doen mee, jij ook?

We zullen jouw informatie nooit verkopen, om welke reden dan ook.