Spaanse Leenwoorden in het Nederlands: 40 Woorden + Herkomst
Oct 22, 2026Spaanse leenwoorden gebruik je elke dag zonder dat je het merkt. Je doet een siësta, je eet tapas op de patio en je hoort op het nieuws over een embargo of een tornado. Allemaal woorden die uit het Spaans komen, en het Nederlands heeft er ruim veertig die iedereen kent. Hier zie je ze in vier tabellen, met herkomst, met wat ze in Spanje echt betekenen (een siësta is daar korter dan je denkt) en met de echte uitspraak. Want "pa-EL-la" zeg je na deze blog nooit meer.
🇪🇸 Gratis cursus Spaans (inclusief app)
Video's, oefeningen en persoonlijke hulp. Vul je naam en e-mail in en je zit binnen 2 minuten in je eerste les.
📚 Inhoudsopgave
- Waarom het Nederlands zoveel Spaanse leenwoorden heeft
- Spaanse leenwoorden voor eten en drinken: paella, tapas en chocolade
- Spaanse woorden in het Nederlands voor wonen en leven: siësta, patio en fiesta
- Leenwoorden uit het Spaans voor oorlog, zee en politiek: armada en embargo
- Nederlandse woorden uit het Spaans voor natuur en dieren: tornado en kakkerlak
- Spaanse woorden die iedereen kent van vakantie: hola, adiós en olé
- Wat Spaanse leenwoorden in Spanje echt betekenen (en hoe je ze uitspreekt)
- Andersom: Nederlandse woorden in het Spaans, zoals flamenco
- Overzicht in één beeld
- Veelgemaakte fouten
- Oefening
- Veelgestelde vragen
- Spaans leren met onze cursussen
Waarom het Nederlands zoveel Spaanse leenwoorden heeft
Nederland en Spanje hebben een lange gezamenlijke geschiedenis, en niet altijd een gezellige. De Spaanse woorden kwamen in golven binnen: via soldaten, via de zeehandel, via het Engels en via de vakantie.
| Periode | Wat er gebeurde | Woorden die toen kwamen |
|---|---|---|
| 16e en 17e eeuw | Spaanse overheersing en de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). Spaanse soldaten zaten overal in de Nederlanden. | armada, embargo, kameraad |
| 16e tot 18e eeuw | Zeehandel. Spanjaarden brachten uit hun koloniën planten en producten mee, met de Spaanse naam erbij. | tomaat, cacao, chocolade, maïs, tabak, orkaan, kakkerlak |
| 19e en 20e eeuw | Via het Engels en het Frans, uit romans en films. | canyon, lasso, desperado, tornado, guerrilla, flottielje |
| Vanaf de jaren zestig | Vakantie in Spanje en Spaans eten in Nederland en België. | paella, tapas, sangria, siësta, fiesta, mañana, chorizo |
Die eerste golf zie je ook in uitdrukkingen: "het Spaans benauwd krijgen" komt uit de tijd dat Spanje hier de baas was. Spanjaarden hebben zelf ook gezegden met een verhaal erachter, en de leukste vind je in Spaanse spreekwoorden en gezegden.
Spaanse leenwoorden voor eten en drinken: paella, tapas en chocolade
De grootste groep, en de woorden die je het vaakst hardop zegt. Let op de kolom met de uitspraak: de Spaanse c en z klinken als een s (met een lichte slis), de ll als een j, de j als de ch van lachen en de v als een b.
| Nederlands | Spaans | Herkomst en betekenis in Spanje | Uitspraak |
|---|---|---|---|
| paella | paella | Van het Latijnse patella, pan. Genoemd naar de pan. | pa-E-ja |
| tapas | tapa | Letterlijk deksel, van tapar, bedekken. | TA-pa |
| sangria | sangría | Van sangre, bloed, vanwege de kleur. | san-GRIE-a |
| tortilla | tortilla | Verkleinwoord van torta, koek. Een omelet. | tor-TIE-ja |
| chorizo | chorizo | Gedroogde worst met pimentón, gerookt paprikapoeder. | tjo-RIE-so |
| gazpacho | gazpacho | Koude tomatensoep uit Andalusië. | gas-PA-tjo |
| sherry | jerez | Engelse verbastering van de stad Jerez. De wijn heet gewoon jerez. | che-RES |
| cacao | cacao | Via het Spaans uit het Nahuatl, de taal van de Azteken. | ka-KA-o |
| chocolade | chocolate | Ook uit het Nahuatl. In Spanje drink je het dik en warm, met churros. | tjo-ko-LA-te |
| tomaat | tomate | Uit het Nahuatl, tomatl, via het Spaans en Frans. | to-MA-te |
| vanille | vainilla | Verkleinwoord van vaina, peul, via het Spaans en Frans. | bai-NIE-ja |
| maïs | maíz | Via het Spaans uit het Taíno, een taal uit het Caribisch gebied. | ma-IES |
| avocado | aguacate | Uit het Nahuatl. In Spanje zegt niemand avocado. | a-gwa-KA-te |
Valt je iets op? Alles uit de plantenwereld (cacao, chocolade, tomaat, maïs, avocado) heeft het Spaans zelf ook geleend. De Spanjaarden brachten die producten naar Europa, en wij namen de namen over zoals zij die uitspraken. Alle andere woorden voor op je bord vind je in eten en drinken in het Spaans.
Spaanse woorden in het Nederlands voor wonen en leven: siësta, patio en fiesta
Deze woorden zeggen iets over hoe Nederlanders naar Spanje kijken: zon, rust, feest en een beetje mañana-mentaliteit. In Spanje zijn ze nuchterder, zoals je straks ziet.
| Nederlands | Spaans | Herkomst en betekenis in Spanje | Uitspraak |
|---|---|---|---|
| siësta | siesta | Van het Latijnse sexta hora, het zesde uur: het middaguur. | sie-ES-ta |
| patio | patio | Binnenplaats van een huis, vaak met planten. | PA-tio |
| fiesta | fiesta | Feest, en ook feestdag en dorpsfeest. | fie-ES-ta |
| plaza | plaza | Plein. Bij ons een winkelcentrum, in Spanje het hart van elk dorp. | PLA-sa |
| hacienda | hacienda | Landgoed, van hacer. Nu vooral: de belastingdienst. | a-sie-EN-da |
| bodega | bodega | Wijnkelder of wijnmakerij, van het Latijnse apotheca. | bo-DE-ga |
| mañana | mañana | Morgen, en ook ochtend. Niets met uitstellen te maken. | ma-NJA-na |
| macho | macho | Mannetje bij dieren, van het Latijnse masculus. | MA-tjo |
| aficionado | aficionado | Liefhebber, fan. Van afición, liefhebberij. | a-fie-sio-NA-do |
| sombrero | sombrero | Gewoon elke hoed, van sombra, schaduw. | som-BRE-ro |
De ñ in mañana klinkt als nj, zoals in oranje, en hacienda begint met een stille h. Mañana por la mañana tengo cita en Hacienda: morgenochtend heb ik een afspraak bij de belastingdienst.
Leenwoorden uit het Spaans voor oorlog, zee en politiek: armada en embargo
Hier zie je de Tachtigjarige Oorlog en de zeevaart terug. De meeste kwamen via soldaten en zeelui, een paar via het Frans of het Engels.
| Nederlands | Spaans | Herkomst en betekenis in Spanje | Uitspraak |
|---|---|---|---|
| armada | armada | Vloot, van armar, bewapenen. Nu de Spaanse marine. | ar-MA-da |
| embargo | embargo | Beslag, van embargar, belemmeren. Sin embargo = toch. | em-BAR-go |
| guerrilla | guerrilla | Kleine oorlog, van guerra. Uit de strijd tegen Napoleon (1808-1814). | ge-RIE-ja |
| flottielje | flotilla | Verkleinwoord van flota, vloot. Via het Frans. | flo-TIE-ja |
| junta | junta | Vergadering, bestuur. La Junta de Andalucía is de regionale regering. | CHOEN-ta |
| cargo | cargo | Lading, en ook een functie of een afschrijving op je bankafschrift. | KAR-go |
| kameraad | camarada | Kamergenoot, van cámara: soldaten die een kamer deelden. Via het Frans. | ka-ma-RA-da |
| desperado | desesperado | Wanhopig. Bij ons een filmbandiet, in Spanje gewoon wanhopig. | des-es-pe-RA-do |
| canyon | cañón | Buis, en ook kanon. Een kloof lijkt op een buis. | ka-NJON |
| lasso | lazo | Lus, strik. In Spanje een strik in je haar of op een cadeau. | LA-so |
De verrassing voor veel cursisten is sin embargo. Het staat in elke krant en heeft niets met een boycot te maken: Llueve; sin embargo, vamos a la playa: het regent, toch gaan we naar het strand.
Nederlandse woorden uit het Spaans voor natuur en dieren: tornado en kakkerlak
De Spanjaarden kwamen als eerste Europeanen dieren, planten en stormen tegen waar ze geen woord voor hadden. Ze namen de lokale naam over, en Europa nam die van hen over.
| Nederlands | Spaans | Herkomst en betekenis in Spanje | Uitspraak |
|---|---|---|---|
| tornado | tornado | Van tronada, onweersbui, vermengd met tornar, draaien. | tor-NA-do |
| orkaan | huracán | Uit het Taíno. De h spreek je niet uit. | oe-ra-KAN |
| alligator | el lagarto | Letterlijk: de hagedis. Het Engels plakte het aan elkaar. | el la-GAR-to |
| muskiet | mosquito | Verkleinwoord van mosca, vlieg. In Spanje gewoon elke mug. | mos-KIE-to |
| kakkerlak | cucaracha | Waarschijnlijk van cucaracha, flink verbouwd. | koe-ka-RA-tja |
| barbecue | barbacoa | Uit het Taíno: een houten rooster voor vlees. | bar-ba-KO-a |
| savanne | sabana | Uit het Taíno, via het Spaans en Frans. Let op: sábana met accent is een laken. | sa-BA-na |
| kanarie | canario | Vogel van de Canarische Eilanden. | ka-NA-rio |
| tabak | tabaco | De Spanjaarden brachten de plant naar Europa. | ta-BA-ko |
Tel je mee? In de vier tabellen staan 42 woorden, zonder de twijfelgevallen. Ons favoriete woord is el lagarto: Engelse zeelui maakten er één woord van, en zo hebben wij nu een alligator.
Spaanse woorden die iedereen kent van vakantie: hola, adiós en olé
Dan is er nog een groep woorden die officieel geen leenwoorden zijn, maar die elke Nederlander kent van de camping, uit liedjes en uit films. Je kent dus al meer Spaans dan je denkt; lees maar eens of Spaans moeilijk is om te leren.
| Spaans | Nederlands | Zo hoor je het in Nederland |
|---|---|---|
| hola | hallo | In appjes en op kaartjes. De h is stil: O-la. |
| adiós | dag, tot ziens | "Nou, adios dan maar." Spanjaarden zeggen vaker hasta luego. |
| amigo | vriend | "Hé amigo!" Een Spanjaard zegt eerder tío. |
| gracias | dankjewel | "Gracias!" op de camping. Uitspraak: GRA-sie-as. |
| playa | strand | In hotelnamen. Uitspraak: PLA-ja. |
| olé | bravo, hoera | In het stadion. In Spanje ook bij flamenco. |
| nada | niets | "Nul, nada, niks." De nada betekent graag gedaan. |
| mi casa es su casa | mijn huis is jouw huis | Op tegeltjes. In Spanje hoor je eerder estás en tu casa. |
Een prima start, maar de woorden die je echt elke dag nodig hebt in Spanje staan in Spaanse woorden leren: de 10 onmisbare woordjes.
Wat Spaanse leenwoorden in Spanje echt betekenen (en hoe je ze uitspreekt)
Nu het leukste deel. Een leenwoord verandert onderweg vaak van betekenis. Nederlanders hebben van een paar Spaanse woorden hun eigen plaatje gemaakt, en dat klopt in Spanje niet altijd.
| Woord | Wat Nederlanders denken | Wat het in Spanje is |
|---|---|---|
| siesta | Elke middag twee uur slapen. | Een slaapje van twintig tot dertig minuten, vooral in het weekend en in de zomer. Wie werkt, slaat hem meestal over. |
| tapas | Een maaltijd van kleine gerechtjes. | Una tapa is één hapje bij je drankje; een groter bord is una ración. |
| bodega | Een gezellige wijnbar met hapjes. | Een wijnkelder of wijnmakerij. In het vliegtuig is la bodega het bagageruim. |
| patio | Het terras van een café. | De binnenplaats van een huis. Het terras heet la terraza. |
| tortilla | Een wrap. | Een omelet met aardappel: tortilla de patatas. De wrap heet tortilla de trigo. |
| hacienda | Een groot landgoed. | Vooral: de belastingdienst. |
| mañana | Morgen, ooit, misschien nooit. | Gewoon morgen, en ook ochtend: por la mañana. |
Dan de uitspraak. Nederlanders spreken Spaanse leenwoorden uit met Nederlandse leesregels, en dan klinkt het voor een Spanjaard al snel vreemd. De dubbele l is het grootste struikelblok, en daar is de uitspraak van de ll en y helemaal aan gewijd.
| Woord | Zo zeggen Nederlanders het | Zo zegt een Spanjaard het | Regel |
|---|---|---|---|
| sangría | SAN-gria | san-GRIE-a | klemtoon op de í |
| paella | pa-EL-la | pa-E-ja | ll = j |
| jerez | sjer-rie | che-RES | j = ch, z = s |
| chorizo | sjo-RIE-zo | tjo-RIE-so | ch = tj, z = s |
| gazpacho | gas-PAT-sjo | gas-PA-tjo | ch = tj |
| tortilla | tor-TIL-la | tor-TIE-ja | ll = j |
| guerrilla | ge-RIL-la | ge-RIE-ja | ll = j, u is stil |
Wil je het hele systeem leren, van de rollende r tot de slissende c, kijk dan bij Spaanse uitspraak: leer een perfecte uitspraak. De klassieke missers van Nederlanders, ook met deze woorden, staan in de 10 veelgemaakte fouten bij het Spaans leren.
Andersom: Nederlandse woorden in het Spaans, zoals flamenco
Het ging ook de andere kant op, en het bekendste voorbeeld is flamenco. Als bijvoeglijk naamwoord betekent flamenco in het Spaans gewoon Vlaams: un pintor flamenco is een Vlaamse schilder. Het woord komt van "Vlaming". Hoe de muziek en de dans uit Andalusië aan die naam kwamen, daar zijn taalkundigen het niet over eens, maar het woord komt uit onze streken. En un flamenco is ook een flamingo.
| Spaans | Nederlands | Hoe het in het Spaans kwam |
|---|---|---|
| flamenco | Vlaams, flamenco, flamingo | Van Vlaming, al in de zestiende eeuw. |
| escaparate | etalage | Van het oude Nederlandse schaprade, een kast. |
| yate | jacht (boot) | Via het Engelse yacht, van het Nederlandse jacht. |
| maniquí | etalagepop, mannequin | Via het Frans, van het Nederlandse mannekijn, mannetje. |
| babor en estribor | bakboord en stuurboord | Via het Frans, van de Nederlandse zeevaarders. |
Die laatste twee laten zien wie er toen de baas was op zee. Spanjaarden noemen hun taal trouwens vaak castellano; wat dat precies is, lees je in onze blog over het castellano.
Overzicht in één beeld
Veelgemaakte fouten
✓ Correct: Una sangría, por favor. (san-GRIE-a)
Uitleg: Het accent staat op de í en daar ligt de klemtoon. Zeg je SAN-gria, dan hoort een Spanjaard meteen een toerist.
✓ Correct: Una tapa, por favor.
Uitleg: Tapas is meervoud. Eén hapje is una tapa, een groter bord om te delen is una ración.
✓ Correct: Un jerez, por favor.
Uitleg: Sherry is de Engelse verbastering van Jerez. In Spanje vraag je om un jerez (che-RES) of om de soort, zoals un fino.
✓ Correct: ¿Tenéis terraza?
Uitleg: Patio is een binnenplaats van een huis. Het terras van een bar of restaurant is la terraza.
✓ Correct: paella uitgesproken als pa-E-ja
Uitleg: De dubbele l is in het Spaans een j-klank. Hetzelfde geldt voor tortilla (tor-TIE-ja) en guerrilla.
✓ Correct: Nos vemos por la mañana.
Uitleg: Voor 's ochtends zeg je por la mañana. Mañana alleen is morgen, en morgenochtend is mañana por la mañana.
Oefening: Spaanse leenwoorden herkennen
Vul het Spaanse woord in. Let op de accenten. De antwoorden staan onder de streep.
1. Después de comer me echo una _______ de veinte minutos. (siësta)
2. ¿Me pones una _______ de jamón? (één hapje)
3. Una _______ con mucho hielo, por favor. (wijn met fruit)
4. La _______ de patatas es el plato más típico de España. (omelet)
5. Mi maleta va en la _______ del avión. (bagageruim)
6. Hay un _______ en la habitación y no puedo dormir. (mug)
7. Tengo que pagar los impuestos a _______. (de belastingdienst)
8. No tengo mucho dinero, sin _______ me voy de vacaciones. (toch)
9. Mañana por la _______ vamos a la playa. (ochtend)
10. Los niños juegan en el _______ de la casa. (binnenplaats)
Antwoorden: 1: siesta, 2: tapa, 3: sangría, 4: tortilla, 5: bodega, 6: mosquito, 7: Hacienda, 8: embargo, 9: mañana, 10: patio
In onze gratis cursus Spaans krijg je hier veel meer van: video-uitleg, oefeningen en persoonlijke hulp bij elke les.
👉 Volg hier gratis de cursus Spaans
Veelgestelde vragen over Spaanse leenwoorden
Welke Nederlandse woorden komen uit het Spaans?
Bekende Spaanse leenwoorden zijn siesta, patio, tapas, paella, bodega, mañana, embargo, guerrilla, tornado, huracán (orkaan), mosquito (muskiet) en cucaracha (kakkerlak). Ook cacao, chocolade en tomaat kwamen via het Spaans.
Hoeveel Spaanse leenwoorden heeft het Nederlands?
Etymologische woordenboeken komen op een paar honderd woorden die direct of via een andere taal uit het Spaans komen. Daarvan gebruik je er veertig tot vijftig regelmatig, zoals siesta, paella en embargo.
Komt chocolade uit het Spaans?
Ja, via het Spaans. Het Spaanse chocolate komt uit het Nahuatl, de taal van de Azteken, en de Spanjaarden brachten het woord en de drank naar Europa. Hetzelfde geldt voor cacao en tomate (tomaat).
Wat betekent siësta echt in Spanje?
La siesta is in Spanje een kort slaapje van twintig tot dertig minuten na het middageten. De meeste Spanjaarden doen het niet elke dag, maar vooral in het weekend of in de zomer. Je zegt echarse una siesta of dormir la siesta.
Hoe spreek je paella uit?
Als pa-E-ja, met de klemtoon op de e. De dubbele l klinkt in het Spaans als een j, niet als een l. Zo zeg je ook tortilla (tor-TIE-ja).
Komt het woord kakkerlak uit het Spaans?
Waarschijnlijk wel. Volgens de meeste woordenboeken komt het van het Spaanse cucaracha (koe-ka-RA-tja). Ook mosquito (muskiet) kwam zo in onze taal.
Wat betekent tapas letterlijk?
Tapa betekent letterlijk deksel, van tapar, bedekken. Het verhaal gaat dat een schoteltje met een hapje op het glas lag om vliegen buiten te houden. In Spanje is una tapa één klein hapje bij je drankje.
Komt het woord flamenco uit het Nederlands?
Het Spaanse woord flamenco betekent als bijvoeglijk naamwoord Vlaams en komt van Vlaming. Hoe de muziek en dans uit Andalusië aan die naam kwamen, is niet zeker, maar het woord zelf komt uit de Nederlanden. Un flamenco is in Spanje ook een flamingo.
Spaans leren met onze cursussen
Gebruik deze blog als opstap om verder te leren met onze online cursussen. Of je nu net begint of al gevorderd bent, je leert stap voor stap vloeiend Spaans spreken met persoonlijke begeleiding van twee docenten.
✨ Of bekijk het volledige overzicht: Bekijk alle cursussen Spaans.
🧭 Benieuwd wat jouw niveau is? Doe de gratis taaltest Spaans en ontdek direct welke cursus bij jou past.
👉 Bekijk hier onze complete bloghub Spaans leren
🎁 Start hier de gratis cursus Spaans (inclusief app) en leer de basis met leuke video's en oefeningen.
Saludos,
Lusiana y Leroy ❤️
🇪🇸 KRIJG ONZE GRATIS ONLINE CURSUS SPAANS! 🇪🇸
De leukste en beste manier om goed Spaans te leren spreken
✅ Gratis (en heel leuk!❤️)
✅ Videolessen, quizzen, podcasts en ebooks.
✅ Persoonlijke hulp in onze online leeromgeving (en ja, ook gratis!)
Na aanmelden ontvang je jouw inlogcode en instructies via email.
Al meer dan 30.000 mensen doen mee, jij ook?
We zullen jouw informatie nooit verkopen, om welke reden dan ook.