Salir Vervoegen: Vertrekken en Uitgaan in 4 Tijden
Oct 18, 2026Salir vervoegen heb je in Spanje elke dag nodig. Salir betekent naar buiten gaan, vertrekken, weggaan en uitgaan: de trein vertrekt (el tren sale), je gaat van huis (salgo de casa), je gaat vanavond stappen (esta noche salimos) en als iets lukt, dan sale bien. Het is onregelmatig op maar twee plekken: de ik-vorm salgo en de toekomende tijd saldré. In deze blog leer je alle betekenissen van salir, de vervoeging in vier tijden met voorbeeldzinnen, de voorzetsels (salir de, salir a, salir con, salir para), vaste uitdrukkingen als salir de fiesta, de fouten die Nederlanders het vaakst maken en een oefening.
🇪🇸 Gratis cursus Spaans (inclusief app)
Video's, oefeningen en persoonlijke hulp. Vul je naam en e-mail in en je zit binnen 2 minuten in je eerste les.
📚 Inhoudsopgave
- Wat betekent salir?
- Salir vervoegen in de presente: salgo
- Salir vervoegen in de indefinido: salí
- Salir in de imperfecto: salía
- Salir vervoegen in de futuro: saldré
- Gebiedende wijs van salir: sal en salga
- Salir de, salir a, salir con of salir para?
- Uitdrukkingen met salir: salir de fiesta, salir bien
- Salir, irse of dejar: weggaan of verlaten?
- Overzicht in één beeld
- Veelgemaakte fouten
- Oefening
- Veelgestelde vragen
- Spaans leren met onze cursussen
Wat betekent salir?
Salir (uitspraak: sa-LIER) is het tegenovergestelde van entrar (binnengaan). De kern is altijd: van binnen naar buiten. Daar komen alle betekenissen uit voort.
| Betekenis | Spaans | Nederlands |
|---|---|---|
| naar buiten gaan | Salgo a la calle un momento. | Ik ga even naar buiten. |
| vertrekken (vervoer) | El tren sale a las diez. | De trein vertrekt om tien uur. |
| weggaan, van huis gaan | Salimos de casa a las ocho. | We gaan om acht uur van huis. |
| uitgaan, stappen | ¿Sales esta noche? | Ga je vanavond uit? |
| lukken, aflopen | El examen me salió bien. | Het examen ging goed. |
| opkomen (de zon) | El sol sale a las siete. | De zon komt om zeven uur op. |
Zie je het patroon? Trein, zon of jijzelf: iets komt ergens uit en gaat naar buiten. Daarom hoort salir bij de werkwoorden die je als eerste nodig hebt, samen met ir (gaan), waarover je alles leest in gaan in het Spaans. Het voltooid deelwoord is regelmatig: salido.
Salir vervoegen in de presente: salgo
In de tegenwoordige tijd is salir een gewoon werkwoord op -ir, met één uitzondering: de ik-vorm. Die is niet salo maar salgo (uitspraak: SAL-go), met een extra g, net als pongo en tengo.
| Persoon | Salir (presente) | Voorbeeldzin | Nederlands |
|---|---|---|---|
| yo | salgo | Salgo de casa a las siete y media. | Ik ga om half acht van huis. |
| tú | sales | ¿Sales mucho los fines de semana? | Ga je in het weekend veel uit? |
| él / ella / usted | sale | El autobús sale cada veinte minutos. | De bus vertrekt elke twintig minuten. |
| nosotros / nosotras | salimos | Los viernes salimos a cenar. | Op vrijdag gaan we uit eten. |
| vosotros / vosotras | salís | ¿A qué hora salís del trabajo? | Hoe laat gaan jullie van je werk weg? |
| ellos / ellas / ustedes | salen | Mis padres salen a pasear cada tarde. | Mijn ouders gaan elke middag wandelen. |
Let op de vosotros-vorm salís, met accent op de i. En let op salimos: die vorm is in de presente en in de indefinido hetzelfde, zoals bij alle regelmatige werkwoorden op -ir. Welke werkwoorden nog meer zo'n g in de ik-vorm krijgen, zie je in 10 onregelmatige Spaanse werkwoorden.
Salir vervoegen in de indefinido: salí
De indefinido gebruik je voor iets wat op een bepaald moment gebeurde en klaar is. Goed nieuws: salir is hier helemaal regelmatig. Stam sal- plus de normale uitgangen van -ir.
| Persoon | Salir (indefinido) | Voorbeeldzin | Nederlands |
|---|---|---|---|
| yo | salí | Ayer salí con mis amigos. | Gisteren ben ik met mijn vrienden uit geweest. |
| tú | saliste | ¿A qué hora saliste de la oficina? | Hoe laat ben je van kantoor weggegaan? |
| él / ella / usted | salió | El vuelo salió con retraso. | De vlucht vertrok met vertraging. |
| nosotros / nosotras | salimos | Salimos de Madrid a las seis. | We zijn om zes uur uit Madrid vertrokken. |
| vosotros / vosotras | salisteis | ¿Salisteis anoche? | Zijn jullie gisteravond uit geweest? |
| ellos / ellas / ustedes | salieron | Salieron de fiesta hasta las cinco. | Ze zijn tot vijf uur uit geweest. |
Twee accenten om te onthouden: salí (sa-LIE) en salió (sa-LJOO). De andere vormen hebben er geen, dus niet salíste. Wanneer je de indefinido kiest en wanneer de imperfecto, lees je in pretérito indefinido in het Spaans.
Salir in de imperfecto: salía
De imperfecto is de verleden tijd van gewoontes en beschrijvingen. Ook hier is salir volledig regelmatig: stam sal- plus de uitgangen op -ía. Alle zes vormen hebben een accent op de i.
| Persoon | Salir (imperfecto) | Voorbeeldzin | Nederlands |
|---|---|---|---|
| yo | salía | Antes salía todos los sábados. | Vroeger ging ik elke zaterdag uit. |
| tú | salías | ¿Salías mucho cuando vivías en Sevilla? | Ging je veel uit toen je in Sevilla woonde? |
| él / ella / usted | salía | El tren salía siempre a las siete. | De trein vertrok altijd om zeven uur. |
| nosotros / nosotras | salíamos | Salíamos a pasear después de cenar. | Na het eten gingen we altijd wandelen. |
| vosotros / vosotras | salíais | ¿Salíais juntos del colegio? | Gingen jullie samen van school weg? |
| ellos / ellas / ustedes | salían | Mis abuelos salían poco de casa. | Mijn opa en oma kwamen weinig buiten. |
De ik-vorm en de hij-vorm zijn gelijk (salía). Is niet duidelijk wie je bedoelt, zet er dan yo of él bij. Zie je het verschil met de vorige tabel? Ayer salí (één keer, klaar) tegenover antes salía (gewoonte). Meer uitleg vind je in imperfecto in het Spaans.
Salir vervoegen in de futuro: saldré
Hier zit de tweede onregelmatigheid. In de toekomende tijd gebruikt salir niet de stam salir- maar saldr-: de i valt weg en er komt een d tussen. Saliré bestaat dus niet, het is saldré (uitspraak: sal-DREE). Dezelfde truc zie je bij tener (tendré) en venir (vendré).
| Persoon | Salir (futuro) | Voorbeeldzin | Nederlands |
|---|---|---|---|
| yo | saldré | Mañana saldré temprano. | Morgen vertrek ik vroeg. |
| tú | saldrás | ¿Saldrás con nosotros el sábado? | Ga je zaterdag met ons mee uit? |
| él / ella / usted | saldrá | El tren saldrá del andén dos. | De trein vertrekt van perron twee. |
| nosotros / nosotras | saldremos | Saldremos para Sevilla el lunes. | We vertrekken maandag naar Sevilla. |
| vosotros / vosotras | saldréis | ¿Saldréis esta noche? | Gaan jullie vanavond uit? |
| ellos / ellas / ustedes | saldrán | Saldrán de viaje en agosto. | Ze gaan in augustus op reis. |
Heb je saldr- eenmaal in je hoofd, dan heb je de condicional er gratis bij: saldría, saldrías, saldría, saldríamos, saldríais, saldrían. Saldría contigo, pero tengo que trabajar: ik zou met je meegaan, maar ik moet werken. Alle regels voor de toekomende tijd staan in futuro simple in het Spaans.
Gebiedende wijs van salir: sal en salga
De gebiedende wijs van salir heb je vaker nodig dan je denkt. De tú-vorm is kort en onregelmatig: sal. De beleefde vorm komt van de ik-vorm salgo: salga.
| Tegen wie | Vorm | Voorbeeldzin | Nederlands |
|---|---|---|---|
| tú | sal | ¡Sal de aquí ahora mismo! | Ga hier nu meteen weg! |
| usted | salga | Salga por la puerta de la derecha. | Gaat u via de deur rechts naar buiten. |
| vosotros | salid | Salid ya, que llegamos tarde. | Ga nu, we komen te laat. |
| tú (ontkennend) | no salgas | No salgas sin abrigo. | Ga niet zonder jas naar buiten. |
Grappig weetje: sal is ook het Spaanse woord voor zout. ¡Sal! kan dus "ga weg!" betekenen, of iemand die aan tafel om het zout roept. Hoe de gebiedende wijs voor alle werkwoorden werkt, lees je in gebiedende wijs in het Spaans.
Salir de, salir a, salir con of salir para?
Dit is het stuk waar de meeste fouten vallen. Van huis gaan, naar buiten gaan, uitgaan met vrienden, vertrekken naar Madrid: in het Spaans is dat allemaal salir plus het juiste voorzetsel. Onthoud vooral: de plek die je verlaat krijgt altijd de.
| Combinatie | Betekenis | Voorbeeldzin | Nederlands |
|---|---|---|---|
| salir de | vertrekken uit, weggaan van (de plek die je verlaat) | Salgo del trabajo a las seis. | Ik ga om zes uur van mijn werk weg. |
| salir a | naar buiten gaan naar, eropuit gaan om te | Salimos a tomar algo. | We gaan wat drinken. |
| salir con | uitgaan met, verkering hebben met | Salgo con mis compañeros los jueves. | Op donderdag ga ik met mijn collega's uit. |
| salir para | vertrekken naar (de bestemming) | El autobús sale para Granada a las nueve. | De bus naar Granada vertrekt om negen uur. |
Over salir con nog even dit. Salgo con mis amigos is gewoon: ik ga met mijn vrienden uit. Maar Pablo sale con Ana, en zeker Pablo está saliendo con Ana, betekent in de praktijk: ze hebben iets met elkaar. Wil je gewoon zeggen dat je met iemand uit eten was, zeg dan salí a cenar con él. En let op: de + el wordt del (salgo del hotel), a + el wordt al (salgo al jardín).
Uitdrukkingen met salir: salir de fiesta, salir bien
Spanjaarden gebruiken salir in een hele reeks vaste combinaties. Deze hoor je elke dag, zeker als je op vakantie bent of in Spanje woont.
| Uitdrukking | Betekenis | Voorbeeldzin | Nederlands |
|---|---|---|---|
| salir de fiesta | uitgaan, stappen | El sábado salimos de fiesta. | Zaterdag gaan we stappen. |
| salir a cenar | uit eten gaan | ¿Salimos a cenar esta noche? | Gaan we vanavond uit eten? |
| salir bien / mal | goed of slecht aflopen, lukken | Todo salió bien. | Alles is goed gegaan. |
| salir caro | duur uitvallen | La cena nos salió muy cara. | Het etentje viel erg duur uit. |
| la salida | de uitgang, het vertrek | La salida está a la izquierda. | De uitgang is links. |
Dat laatste woord, salida, zie je overal: op het station, in de metro en bij de supermarkt. Salida de emergencia is de nooduitgang, en op het vliegveld staat salidas boven de vertrekhal, tegenover llegadas (aankomst). Handig om te herkennen, net als de andere woorden in 20 Spaanse woorden voor je reis.
Salir, irse of dejar: weggaan of verlaten?
Salir of irse. Salir legt de nadruk op het naar buiten gaan uit een plek (salgo de casa) en op het vertrek van een trein of vlucht. Irse is weggaan in de zin van ergens niet langer zijn, vooral voor personen: aan het eind van een feestje zeg je me voy, niet salgo. Het complete verhaal over ir en irse lees je in gaan of weggaan in het Spaans.
Salir of dejar. Dejar is verlaten in de zin van achterlaten of ermee stoppen, en het heeft in die betekenis altijd een lijdend voorwerp: dejé el trabajo (ik heb mijn baan opgezegd), dejó a su novia (hij heeft zijn vriendin verlaten). Verlaat je een gebouw, dan is het salir de; laat je iets of iemand achter, dan is het dejar.
Kort op een rij:
- Salgo de casa a las ocho. Ik ga om acht uur van huis. (salir de)
- Me voy, hasta mañana. Ik ga (weg), tot morgen. (irse)
- Ha dejado el trabajo. Hij heeft zijn baan opgezegd. (dejar)
- Esta noche salimos. We gaan vanavond uit. (salir)
Overzicht in één beeld
Veelgemaakte fouten
✓ Correct: Yo salgo de casa a las ocho.
Uitleg: De ik-vorm in de presente is onregelmatig en krijgt een g, net als pongo en tengo.
✓ Correct: ¿A qué hora saliste?
Uitleg: In de indefinido hebben alleen salí en salió een accent. Saliste, salimos, salisteis en salieron schrijf je zonder.
✓ Correct: Mañana saldré temprano.
Uitleg: De futuro gebruikt de onregelmatige stam saldr-. Hetzelfde geldt voor de condicional: saldría, niet saliría.
✓ Correct: Salgo de Madrid a las ocho.
Uitleg: De plek die je verlaat krijgt de. Vertrek je naar Madrid, dan zeg je salgo para Madrid.
✓ Correct: Esta noche salgo a cenar con mi jefe.
Uitleg: Estar saliendo con alguien betekent dat je verkering hebt. Noem wat je gaat doen: salir a cenar con.
✓ Correct: Es tarde, me voy.
Uitleg: Zegt een persoon dat hij weggaat, dan gebruik je irse. Salir is voor het naar buiten gaan uit een plek, voor vervoer en voor uitgaan.
Oefening: salir vervoegen
Vul de juiste vorm van salir in. Tussen haakjes staat de tijd. De antwoorden staan onder de streep.
1. Yo _______ (presente) de casa a las siete.
2. ¿A qué hora _______ (presente) el tren?
3. Ayer nosotros _______ (indefinido) a cenar.
4. Mis amigos _______ (indefinido) de fiesta el sábado.
5. Cuando era joven, yo _______ (imperfecto) todos los fines de semana.
6. Mañana nosotros _______ (futuro) para Sevilla.
7. ¿Tú _______ (futuro) conmigo el viernes?
8. ¡_______ (gebiedende wijs, tú) de aquí!
9. Mis abuelos _______ (imperfecto) a pasear cada tarde.
10. ¿Vosotros _______ (presente) esta noche?
Antwoorden: 1: salgo, 2: sale, 3: salimos, 4: salieron, 5: salía, 6: saldremos, 7: saldrás, 8: Sal, 9: salían, 10: salís
In onze gratis cursus Spaans krijg je hier veel meer van: video-uitleg, oefeningen en persoonlijke hulp bij elke les.
👉 Volg hier gratis de cursus Spaans
Veelgestelde vragen over salir vervoegen
Hoe vervoeg je salir?
Presente: salgo, sales, sale, salimos, salís, salen. Indefinido: salí, saliste, salió, salimos, salisteis, salieron. Imperfecto: salía, salías, salía, salíamos, salíais, salían. Futuro: saldré, saldrás, saldrá, saldremos, saldréis, saldrán. Onregelmatig zijn alleen salgo en de stam saldr-.
Wat betekent salir?
Salir betekent naar buiten gaan, vertrekken, weggaan en uitgaan: el tren sale a las diez (de trein vertrekt om tien uur), salgo de casa (ik ga van huis), esta noche salimos (vanavond gaan we uit). Ook: lukken (salir bien).
Wat is salgo?
Salgo is de ik-vorm van salir in de tegenwoordige tijd: ik ga naar buiten, ik vertrek, ik ga uit. Het is de enige onregelmatige vorm in de presente, met een extra g: Salgo de casa a las ocho.
Hoe zeg je uitgaan in het Spaans?
Uitgaan is salir: ¿Sales esta noche? (ga je vanavond uit?). Stappen is salir de fiesta, uit eten gaan is salir a cenar en wat gaan drinken is salir a tomar algo.
Wat betekent salir con alguien?
Salir con alguien is letterlijk met iemand uitgaan, maar betekent vaak dat je verkering hebt, zeker als estar saliendo con: Pablo está saliendo con Ana. Bedoel je gewoon samen uitgaan, zeg dan wat je gaat doen: salgo a cenar con mis amigos.
Hoe zeg je vertrekken in het Spaans?
Vertrekken is salir. De plek die je verlaat krijgt de, de bestemming para: Salimos de Madrid a las seis, el tren sale para Valencia. Voor een persoon die weggaat is irse gebruikelijker: me voy.
Wat is het verschil tussen salir en irse?
Salir is naar buiten gaan uit een plek, het vertrek van vervoer en uitgaan: salgo de la oficina, el tren sale. Irse is weggaan, meestal voor personen: me voy a casa (ik ga naar huis).
Wat betekent salida?
Salida betekent uitgang of vertrek. Je ziet het op borden: salida de emergencia (nooduitgang) en op het vliegveld salidas (vertrek) tegenover llegadas (aankomst). Het komt van salir.
Spaans leren met onze cursussen
Gebruik deze blog als opstap om verder te leren met onze online cursussen. Of je nu net begint of al gevorderd bent, je leert stap voor stap vloeiend Spaans spreken met persoonlijke begeleiding van twee docenten.
✨ Of bekijk het volledige overzicht: Bekijk alle cursussen Spaans.
🧭 Benieuwd wat jouw niveau is? Doe de gratis taaltest Spaans en ontdek direct welke cursus bij jou past.
👉 Bekijk hier onze complete bloghub Spaans leren
🎁 Start hier de gratis cursus Spaans (inclusief app) en leer de basis met leuke video's en oefeningen.
Saludos,
Lusiana y Leroy ❤️
🇪🇸 KRIJG ONZE GRATIS ONLINE CURSUS SPAANS! 🇪🇸
De leukste en beste manier om goed Spaans te leren spreken
✅ Gratis (en heel leuk!❤️)
✅ Videolessen, quizzen, podcasts en ebooks.
✅ Persoonlijke hulp in onze online leeromgeving (en ja, ook gratis!)
Na aanmelden ontvang je jouw inlogcode en instructies via email.
Al meer dan 30.000 mensen doen mee, jij ook?
We zullen jouw informatie nooit verkopen, om welke reden dan ook.