Saber of Conocer: het Verschil Uitgelegd met Voorbeelden
Oct 17, 2026Saber of conocer? Allebei vertaal je met "weten" of "kennen", en daar begint de verwarring. Het Spaans is strenger dan het Nederlands: saber is voor feiten, informatie en dingen die je kunt, conocer is voor mensen, plaatsen en dingen die je uit ervaring kent. In deze blog leer je de regel in één zin, vervoeg je conocer, zie je het verschil tussen sé nadar en puedo nadar, en leer je wat supe en conocí in de verleden tijd ineens betekenen. Aan het eind oefen je alles met tien zinnen.
🇪🇸 Gratis cursus Spaans (inclusief app)
Video's, oefeningen en persoonlijke hulp. Vul je naam en e-mail in en je zit binnen 2 minuten in je eerste les.
📚 Inhoudsopgave
- Saber of conocer: de regel in één zin
- Conocer vervoegen: presente, indefinido en perfecto (naast saber)
- Saber: weten dat, weten of, weten hoe
- Saber + infinitief: kunnen (sé nadar) en het verschil met poder
- Conocer: mensen (met a), plaatsen, boeken en films
- Saber of conocer in dezelfde zin: sé la respuesta, conozco la ciudad
- Saber en conocer in de verleden tijd: supe, sabía, conocí, conocía
- Uitdrukkingen met saber en conocer: que yo sepa, encantado de conocerte
- Saber of conocer: 20 zinnen op een rij
- Overzicht in één beeld
- Veelgemaakte fouten
- Oefening
- Veelgestelde vragen
- Spaans leren met onze cursussen
Saber of conocer: de regel in één zin
De regel: saber gebruik je voor feiten, informatie en vaardigheden (weten dat, weten of, weten hoe, kunnen). Conocer gebruik je voor mensen, plaatsen en dingen die je uit ervaring kent (ontmoet, bezocht, gelezen, gehoord). Weten is saber, kennen is conocer.
| Werkwoord | Gebruik je voor | Voorbeeld | Nederlands |
|---|---|---|---|
| saber | feiten, informatie, weten dat/of/hoe | Sé la respuesta. | Ik weet het antwoord. |
| saber + infinitief | iets kunnen (vaardigheid) | Sé nadar. | Ik kan zwemmen. |
| conocer | personen (met a) | Conozco a tu hermana. | Ik ken je zus. |
| conocer | plaatsen | Conozco Madrid. | Ik ken Madrid. |
| conocer | dingen uit ervaring (boeken, films, liedjes) | Conozco esa película. | Ik ken die film. |
Ezelsbruggetje: kun je er "dat", "of", "hoe" of "waar" achter zetten, dan is het saber. Kun je het ontmoeten, bezoeken, lezen of horen, dan is het conocer. Dit soort twijfel ken je misschien van ser of estar in het Spaans: twee Spaanse werkwoorden voor één Nederlands woord, en na een tijdje wordt het gewoon een gevoel.
Conocer vervoegen: presente, indefinido en perfecto (naast saber)
Conocer (uitspraak: ko-no-SER, met een licht geslispte s) is bijna helemaal regelmatig. Alleen de ik-vorm in het presente is anders: conozco (ko-NOS-ko), met een z. Werkwoorden als parecer (parezco) doen hetzelfde. Saber is een stuk onregelmatiger: sé in de ik-vorm, supe in de verleden tijd. Hier zie je het presente van beide naast elkaar, plus de twee verleden tijden van conocer die je het meest nodig hebt.
| Persoon | saber (presente) | conocer (presente) | conocer (indefinido) | conocer (perfecto) |
|---|---|---|---|---|
| yo | sé | conozco | conocí | he conocido |
| tú | sabes | conoces | conociste | has conocido |
| él / ella / usted | sabe | conoce | conoció | ha conocido |
| nosotros | sabemos | conocemos | conocimos | hemos conocido |
| vosotros | sabéis | conocéis | conocisteis | habéis conocido |
| ellos / ellas / ustedes | saben | conocen | conocieron | han conocido |
Let op het accent op sé. Zonder accent is se het wederkerende woordje uit se llama. De volledige vervoeging van saber in vier tijden, inclusief supe en sabré, vind je in saber vervoegen.
Saber: weten dat, weten of, weten hoe
Saber (sa-BER) is weten: een feit, een stukje informatie, iets dat je kunt opzeggen. Vaak staat er een bijzin achter met que (dat), si (of), dónde (waar), cuándo (wanneer), cómo (hoe), quién (wie) of qué (wat).
| Spaans | Nederlands |
|---|---|
| Sé que vives en Valencia. | Ik weet dat je in Valencia woont. |
| No sé si el banco está abierto. | Ik weet niet of de bank open is. |
| ¿Sabes dónde está la farmacia? | Weet je waar de apotheek is? |
| No sabemos cuándo llega el tren. | We weten niet wanneer de trein komt. |
| ¿Sabes qué hora es? | Weet je hoe laat het is? |
| Sé tu número de teléfono. | Ik ken je telefoonnummer (uit mijn hoofd). |
Zie je die laatste zin? In het Nederlands zeg je soms "kennen" waar het Spaans saber gebruikt: een telefoonnummer, een adres, een gedicht uit je hoofd. Kun je het opzeggen, dan is het saber. En "ik weet het niet" is gewoon no sé of no lo sé. Dat zinnetje, met ni idea en een stapel andere alledaagse uitdrukkingen, vind je in veelgebruikte Spaanse uitdrukkingen.
Saber + infinitief: kunnen (sé nadar) en het verschil met poder
Zet je een heel werkwoord achter saber, dan betekent het "kunnen" in de zin van: ik heb het geleerd. Sé nadar is "ik kan zwemmen". Nederlanders grijpen hier automatisch naar poder, en dat is net niet hetzelfde.
| Spaans | Nederlands |
|---|---|
| Sé nadar. | Ik kan zwemmen. |
| ¿Sabes conducir? | Kun je autorijden? |
| Mi hija ya sabe leer. | Mijn dochter kan al lezen. |
| No sé cocinar. | Ik kan niet koken. |
| ¿Sabéis tocar la guitarra? | Kunnen jullie gitaar spelen? |
Het verschil met poder: saber is een vaardigheid die je hebt geleerd, poder is de mogelijkheid op dit moment.
| Saber (vaardigheid) | Poder (mogelijkheid) | Nederlands |
|---|---|---|
| Sé nadar. | Hoy no puedo nadar, estoy enfermo. | Ik kan zwemmen. / Vandaag kan ik niet zwemmen, ik ben ziek. |
| No sé conducir. | No puedo conducir, he bebido. | Ik kan niet autorijden (nooit geleerd). / Ik kan niet rijden, ik heb gedronken. |
Iemand om iets vragen is altijd poder: ¿Puedes abrir la ventana? (kun je het raam opendoen?). Alles over dat werkwoord lees je in poder vervoegen en gebruiken.
Conocer: mensen (met a), plaatsen, boeken en films
Conocer is kennen uit ervaring. Je hebt iemand ontmoet, je bent ergens geweest, je hebt het boek gelezen of het liedje gehoord. Bij een bepaalde persoon komt er a tussen: conozco a María, nooit conozco María. Dat is de a personal, en die vergeten Nederlanders bijna altijd.
| Spaans | Nederlands |
|---|---|
| ¿Conoces a mi hermano? | Ken je mijn broer? |
| Conozco a María desde hace diez años. | Ik ken María al tien jaar. |
| No conozco a nadie aquí. | Ik ken hier niemand. |
| ¿Conoces Sevilla? | Ken je Sevilla? (ben je er geweest?) |
| Conozco un restaurante muy bueno. | Ik ken een heel goed restaurant. |
| Quiero conocer Galicia. | Ik wil Galicië leren kennen (bezoeken). |
Let op twee dingen. Eén: bij plaatsen en dingen komt er geen a: conozco Madrid, conozco el libro. Die a is alleen voor personen. Twee: conocer + plaats betekent vaak gewoon "er geweest zijn": ¿Conoces Granada? is "ben je in Granada geweest?". Waarom die a er staat, lees je in lijdend voorwerp in het Spaans.
Saber of conocer in dezelfde zin: sé la respuesta, conozco la ciudad
De beste manier om het verschil te voelen: bijna dezelfde zin, twee werkwoorden. Links saber (informatie), rechts conocer (ervaring).
| Saber (weten) | Conocer (kennen) | Het verschil |
|---|---|---|
| Sé la respuesta. | Conozco la ciudad. | Ik weet het antwoord. / Ik ken de stad. |
| Sé dónde está el museo. | Conozco el museo. | Ik weet waar het museum is. / Ik ben in het museum geweest. |
| ¿Sabes quién es ese hombre? | ¿Conoces a ese hombre? | Weet je wie die man is? / Ken je die man? |
| Me sé la canción. | Conozco la canción. | Ik ken de tekst uit mijn hoofd. / Ik heb het liedje wel eens gehoord. |
| ¿Sabes Madrid? (fout) | ¿Conoces Madrid? (goed) | Een stad kun je niet weten. Alleen kennen. |
Die laatste is de klassieker. ¿Sabes Madrid? klinkt voor een Spanjaard als "weet je Madrid?". Een stad weet je niet, een stad ken je. En kijk naar de vierde rij: een liedje kennen omdat je het hebt gehoord is conocer, een liedje kennen omdat je elke regel kunt meezingen is saber.
Saber en conocer in de verleden tijd: supe, sabía, conocí, conocía
In de verleden tijd verschuift de betekenis. In het imperfecto (sabía, conocía) betekenen ze gewoon "wist" en "kende": een toestand. In het indefinido (supe, conocí) wordt het een moment: supe is "ik kwam erachter" of "ik hoorde", conocí is "ik leerde kennen" of "ik ontmoette".
| Vorm | Voorbeeld | Nederlands |
|---|---|---|
| sabía (imperfecto) | Ya sabía que venías. | Ik wist al dat je kwam. |
| no sabía (imperfecto) | No sabía que eras holandés. | Ik wist niet dat je Nederlander was. |
| supe (indefinido) | Lo supe ayer. | Ik ben er gisteren achter gekomen. |
| conocía (imperfecto) | Ya conocía a tu hermana. | Ik kende je zus al. |
| conocí (indefinido) | Conocí a mi mujer en Málaga. | Ik heb mijn vrouw in Málaga ontmoet. |
| conocí + plaats | Conocí Sevilla el año pasado. | Ik ben vorig jaar voor het eerst in Sevilla geweest. |
Onthoud: conocí a Ana is altijd het moment van de eerste ontmoeting. "Ik ken Ana al jaren" is gewoon presente: conozco a Ana desde hace años. Wanneer je het indefinido kiest en wanneer het imperfecto, lees je in pretérito indefinido in het Spaans en imperfecto in het Spaans.
Uitdrukkingen met saber en conocer: que yo sepa, encantado de conocerte
Er zijn een paar vaste zinnetjes met saber en conocer die je in Spanje dagelijks hoort.
| Spaans | Nederlands |
|---|---|
| Ya lo sé. | Ik weet het (al). |
| No lo sé. / No sé. | Ik weet het niet. |
| Que yo sepa... | Voor zover ik weet... |
| ¡Yo qué sé! | Weet ik veel! |
| No sé qué decir. | Ik weet niet wat ik moet zeggen. |
| Sabe a ajo. | Het smaakt naar knoflook. (saber a = smaken naar) |
| Encantado de conocerte. / Encantada de conocerte. | Leuk je te ontmoeten. (encantada als je een vrouw bent) |
| Nos conocimos en Valencia. | We hebben elkaar in Valencia leren kennen. |
| Dar a conocer. | Bekendmaken. (formeel) |
Que yo sepa gebruikt de subjuntivo (sepa), daarom ziet die vorm er anders uit. En spreek je iemand met usted aan, dan zeg je encantado de conocerle. Alle zinnen voor een eerste kennismaking vind je in jezelf voorstellen in het Spaans.
Saber of conocer: 20 zinnen op een rij
Tot slot twintig zinnen door elkaar. Bedenk bij elke zin: informatie (saber) of ervaring (conocer)?
| Spaans | Nederlands |
|---|---|
| Sé que mañana llueve. | Ik weet dat het morgen regent. |
| ¿Sabes a qué hora abre la tienda? | Weet je hoe laat de winkel opengaat? |
| No sé si tengo tiempo. | Ik weet niet of ik tijd heb. |
| Sé cocinar paella. | Ik kan paella maken. |
| ¿Sabes montar en bici? | Kun je fietsen? |
| No sabemos dónde aparcar. | We weten niet waar we kunnen parkeren. |
| Mi hijo sabe contar hasta cien. | Mijn zoon kan tot honderd tellen. |
| Sé su nombre, pero no lo conozco. | Ik weet zijn naam, maar ik ken hem niet. |
| ¿Conoces a la profesora? | Ken je de lerares? |
| Conozco un hotel barato en Alicante. | Ik ken een goedkoop hotel in Alicante. |
| No conozco Bilbao. | Ik ken Bilbao niet. |
| ¿Conocéis este bar? | Kennen jullie deze bar? |
| Conozco bien la zona. | Ik ken de omgeving goed. |
| Quiero conocer a tus padres. | Ik wil je ouders leren kennen. |
| Conocí a Laura en el trabajo. | Ik heb Laura op het werk leren kennen. |
| Lo supe por mi vecina. | Ik heb het van mijn buurvrouw gehoord. |
| No sabía que tenías perro. | Ik wist niet dat je een hond had. |
| Ya conocía la historia. | Ik kende het verhaal al. |
| Encantada de conocerte, Carmen. | Leuk je te ontmoeten, Carmen. |
| Que yo sepa, está cerrado. | Voor zover ik weet, is het dicht. |
Op papier gaat dit snel goed. Het lastige moment is een echt gesprek, zonder tijd om na te denken. Dat went alleen door het hardop te doen, bijvoorbeeld met de spreek-app: probeer de Spreekapp 5 dagen gratis.
Overzicht in één beeld
Veelgemaakte fouten
✓ Correct: ¿Conoces Madrid?
Uitleg: Een plaats ken je uit ervaring, dus conocer. Saber is alleen voor informatie en vaardigheden.
✓ Correct: Sé que vives aquí.
Uitleg: Staat er que, si, dónde of cómo achter, dan is het altijd saber.
✓ Correct: Conozco a mi hermano.
Uitleg: Bij een bepaalde persoon komt er a achter conocer: de a personal. Bij plaatsen niet: conozco Madrid.
✓ Correct: No sé nadar.
Uitleg: Een vaardigheid is saber. No puedo nadar betekent dat je nu niet kunt zwemmen, bijvoorbeeld omdat je ziek bent.
✓ Correct: Yo conozco a tu madre.
Uitleg: De ik-vorm van conocer krijgt een z: conozco. De andere vormen zijn regelmatig.
✓ Correct: Conozco a Pedro desde hace cinco años.
Uitleg: Ken je iemand nog steeds, dan gebruik je het presente met desde hace. He conocido en conocí zijn alleen het moment van de eerste ontmoeting.
Oefening: saber of conocer
Vul de juiste vorm van saber of conocer in (presente, tenzij er een andere tijd tussen haakjes staat). De antwoorden staan onder de streep.
1. ¿_______ (tú) a mi madre?
2. No _______ (yo) dónde está el hotel.
3. Mi hijo ya _______ nadar.
4. ¿_______ (vosotros) Valencia?
5. No _______ (yo) a nadie en esta ciudad.
6. ¿_______ (tú) qué hora es?
7. _______ (nosotros) un bar muy bueno cerca de aquí.
8. Ayer _______ (yo, indefinido) a tu hermano en la fiesta.
9. No _______ (yo, imperfecto) que hablabas español.
10. Encantado de _______ (tú).
Antwoorden: 1: Conoces, 2: sé, 3: sabe, 4: Conocéis, 5: conozco, 6: Sabes, 7: Conocemos, 8: conocí, 9: sabía, 10: conocerte
In onze gratis cursus Spaans krijg je hier veel meer van: video-uitleg, oefeningen en persoonlijke hulp bij elke les.
👉 Volg hier gratis de cursus Spaans
Veelgestelde vragen over saber en conocer
Wat is het verschil tussen saber en conocer?
Saber is voor feiten, informatie en vaardigheden: sé que vives aquí, sé nadar. Conocer is voor mensen, plaatsen en dingen die je uit ervaring kent: conozco a María, conozco Madrid.
Hoe vervoeg je conocer in het Spaans?
In het presente: conozco, conoces, conoce, conocemos, conocéis, conocen. Alleen de ik-vorm is onregelmatig, met een z. In het indefinido: conocí, conociste, conoció, conocimos, conocisteis, conocieron. Perfecto: he conocido.
Wat betekent conocer?
Conocer betekent kennen: een persoon (conozco a tu hermano), een plaats waar je geweest bent (conozco Sevilla) of iets uit ervaring (conozco este libro). In het indefinido betekent conocí leren kennen of ontmoeten.
Is kennen in het Spaans saber of conocer?
Kennen is bijna altijd conocer: ¿Conoces a Pedro? (ken je Pedro?), conozco Barcelona. Bij een bepaalde persoon komt er a tussen. Gaat het om informatie uit je hoofd, zoals een telefoonnummer, dan is het saber: sé tu número.
Hoe zeg je weten in het Spaans?
Weten is saber: sé, sabes, sabe, sabemos, sabéis, saben. Vaak met een bijzin: sé que (ik weet dat), no sé si (ik weet niet of).
Wat is het verschil tussen supe en sabía?
Sabía is het imperfecto: ik wist, een toestand. Supe is het indefinido: het moment dat je erachter kwam. Ya sabía que venías (ik wist al dat je kwam), lo supe ayer (ik kwam er gisteren achter).
Wat is het verschil tussen saber en poder?
Saber + werkwoord is een vaardigheid die je hebt geleerd: sé nadar (ik kan zwemmen). Poder is de mogelijkheid op dit moment: hoy no puedo nadar (vandaag kan ik niet zwemmen). Iemand om iets vragen is altijd poder: ¿puedes ayudarme?
Wat betekent encantado de conocerte?
Encantado de conocerte betekent leuk je te ontmoeten. Een vrouw zegt encantada de conocerte, en met usted wordt het encantado de conocerle. Je antwoordt met igualmente (insgelijks).
Spaans leren met onze cursussen
Gebruik deze blog als opstap om verder te leren met onze online cursussen. Of je nu net begint of al gevorderd bent, je leert stap voor stap vloeiend Spaans spreken met persoonlijke begeleiding van twee docenten.
✨ Of bekijk het volledige overzicht: Bekijk alle cursussen Spaans.
🧭 Benieuwd wat jouw niveau is? Doe de gratis taaltest Spaans en ontdek direct welke cursus bij jou past.
👉 Bekijk hier onze complete bloghub Spaans leren
🎁 Start hier de gratis cursus Spaans (inclusief app) en leer de basis met leuke video's en oefeningen.
Saludos,
Lusiana y Leroy ❤️
🇪🇸 KRIJG ONZE GRATIS ONLINE CURSUS SPAANS! 🇪🇸
De leukste en beste manier om goed Spaans te leren spreken
✅ Gratis (en heel leuk!❤️)
✅ Videolessen, quizzen, podcasts en ebooks.
✅ Persoonlijke hulp in onze online leeromgeving (en ja, ook gratis!)
Na aanmelden ontvang je jouw inlogcode en instructies via email.
Al meer dan 30.000 mensen doen mee, jij ook?
We zullen jouw informatie nooit verkopen, om welke reden dan ook.