Ontkenning in het Spaans: Nooit, Nunca, Jamás en Ni
Oct 18, 2026Ontkenning in het Spaans lijkt makkelijk: no vóór het werkwoord en klaar. Dat klopt, tot je "nooit", "niets" of "niemand" wilt zeggen. Dan zegt een Spanjaard No veo nada, letterlijk "ik zie niet niets", en dat is geen fout maar de regel. Nederlanders struikelen hier massaal over, want bij ons is een dubbele ontkenning juist fout. In deze blog leer je hoe no werkt (altijd vóór het werkwoord, ook vóór me, te en lo), wat het verschil is tussen nunca en jamás, waarom no... nunca verplicht is, hoe ni... ni en ni siquiera werken, en hoe je kort "nee" zegt met para nada en qué va. Aan het eind oefen je alles met tien zinnen.
🇪🇸 Gratis cursus Spaans (inclusief app)
Video's, oefeningen en persoonlijke hulp. Vul je naam en e-mail in en je zit binnen 2 minuten in je eerste les.
📚 Inhoudsopgave
- Ontkenning in het Spaans: no is de basis
- No lo sé, no me gusta: no vóór me, te, lo en bij samengestelde tijden
- Nooit in het Spaans: nunca en jamás
- Nunca voy of no voy nunca: de positie van de ontkenning in het Spaans
- De dubbele ontkenning in het Spaans: verplicht, geen fout
- Ni... ni en ni siquiera: noch... noch en zelfs niet
- Ya no en todavía no: niet meer en nog niet
- Nee zeggen in het Spaans: korte ontkennende antwoorden met uitspraak
- Overzicht in één beeld
- Veelgemaakte fouten
- Oefening
- Veelgestelde vragen
- Spaans leren met onze cursussen
Ontkenning in het Spaans: no is de basis
Het belangrijkste woord van deze blog is no (uitspraak: no, kort). Het betekent "niet" én "geen". In het Nederlands staat "niet" meestal achter het werkwoord (ik werk niet), in het Spaans staat no er altijd vóór: no trabajo. Je Nederlandse mond wil trabajo no zeggen. Niet doen.
| Spaans | Nederlands | Let op |
|---|---|---|
| No hablo francés. | Ik spreek geen Frans. | no vóór het werkwoord |
| No trabajo los domingos. | Ik werk niet op zondag. | niet = no |
| No tengo coche. | Ik heb geen auto. | geen = ook no |
| No está en casa. | Hij is niet thuis. | ook bij ser en estar |
| No hay leche. | Er is geen melk. | no hay = er is geen |
| No quiero ir. | Ik wil niet gaan. | no vóór het eerste werkwoord |
| Prefiero no salir hoy. | Ik ga vandaag liever niet uit. | no direct vóór de infinitief |
Het Spaans heeft geen apart woord voor "geen": no tengo coche is letterlijk "ik heb niet auto". Kaal, maar zo zeggen Spanjaarden het. De allerbekendste ontkenning, no sé (ik weet het niet), staat met no entiendo en no importa in veelgebruikte Spaanse uitdrukkingen.
No lo sé, no me gusta: no vóór me, te, lo en bij samengestelde tijden
Hier gaat het vaak mis. Staat er een voornaamwoord bij het werkwoord (me, te, lo, la, le, se), dan komt no dáárvoor. De volgorde is altijd: no + voornaamwoord + werkwoord.
| Fout | Goed | Nederlands |
|---|---|---|
| Lo no sé. | No lo sé. | Ik weet het niet. |
| Me no gusta. | No me gusta. | Ik vind het niet leuk. |
| Te no entiendo. | No te entiendo. | Ik begrijp je niet. |
| He no comido. | No he comido. | Ik heb niet gegeten. |
| Estoy no trabajando. | No estoy trabajando. | Ik ben niet aan het werk. |
Bij samengestelde tijden (he comido, estoy trabajando) zet je no vóór het hulpwerkwoord en breek je niets open: no he comido, niet he no comido. Eén geval waar de werkwoordsvorm wél verandert: het verbod. "Doe dat niet" wordt no lo hagas, en dat leggen we uit in de negatieve gebiedende wijs in het Spaans.
Nooit in het Spaans: nunca en jamás
"Nooit" heeft in het Spaans twee woorden: nunca (uitspraak: NOEN-ka) en jamás (cha-MAS, met de ch van "lachen"). Nunca hoor je veel vaker. Jamás is sterker en plechtiger, zoiets als "nooit van mijn leven", voor als je iets echt wilt uitsluiten. Combineer je ze, nunca jamás, dan is het "nooit maar dan ook nooit".
| Spaans | Nederlands | Toon |
|---|---|---|
| Nunca voy al gimnasio. | Ik ga nooit naar de sportschool. | neutraal, de standaard |
| Nunca he estado en Sevilla. | Ik ben nooit in Sevilla geweest. | neutraal |
| Jamás lo haría. | Dat zou ik nooit doen. | sterk, stellig |
| No vuelvo nunca jamás. | Ik kom nooit van mijn leven terug. | heel sterk |
| Nunca más. | Nooit meer. | kort en krachtig |
| Casi nunca como carne. | Ik eet bijna nooit vlees. | afgezwakt |
Handig: "nooit meer" is nunca más en "bijna nooit" is casi nunca. Het tegenovergestelde van nunca is siempre (altijd), met daartussen a veces (soms) en casi siempre (bijna altijd). Die hele reeks vind je in tijdwoorden in het Spaans.
Nunca voy of no voy nunca: de positie van de ontkenning in het Spaans
Nu het deel dat verwarrend lijkt maar heel logisch is. Nunca en jamás mogen op twee plekken staan: vóór het werkwoord of erachter. Vóór het werkwoord zijn ze zelf de ontkenning en komt er geen no bij. Erachter móet er een no vóór het werkwoord staan. Allebei even goed.
| Vóór het werkwoord (zonder no) | Achter het werkwoord (met no) | Nederlands |
|---|---|---|
| Nunca voy al gimnasio. | No voy nunca al gimnasio. | Ik ga nooit naar de sportschool. |
| Nunca he estado en Sevilla. | No he estado nunca en Sevilla. | Ik ben nooit in Sevilla geweest. |
| Jamás lo haría. | No lo haría jamás. | Dat zou ik nooit doen. |
| Nunca llega a tiempo. | No llega nunca a tiempo. | Hij komt nooit op tijd. |
Wat níet mag: nunca no voy. Staat nunca al vooraan, dan is een tweede ontkenning fout. En voy nunca zonder no mag ook niet. Onthoud: vóór het werkwoord staat altijd precies één ontkennend woord, no of nunca. Dezelfde regel geldt voor nadie, nada en tampoco, en daar gaan we nu naartoe.
De dubbele ontkenning in het Spaans: verplicht, geen fout
Op school leerde je dat twee keer "niet" in één zin fout is. In het Spaans is het andersom: staat een ontkennend woord (nunca, nadie, nada, ninguno, tampoco, ni) ná het werkwoord, dan is no vóór het werkwoord verplicht. No veo nada is dus gewoon "ik zie niets". Laat je no weg (veo nada), dan klinkt het voor een Spanjaard alsof er een woord ontbreekt.
| Spaans | Letterlijk | Nederlands |
|---|---|---|
| No veo nada. | ik zie niet niets | Ik zie niets. |
| No viene nadie. | er komt niet niemand | Er komt niemand. |
| No tengo ningún problema. | ik heb niet geen probleem | Ik heb geen enkel probleem. |
| No voy nunca. | ik ga niet nooit | Ik ga nooit. |
| Yo no fumo tampoco. | ik rook niet ook niet | Ik rook ook niet. |
| No le digo nunca nada a nadie. | ik zeg niet nooit niets aan niemand | Ik zeg nooit iets tegen iemand. |
Die laatste zin heeft vier ontkenningen en is honderd procent correct Spaans. De spiegelregel ken je al: staat het ontkennende woord vóór het werkwoord, dan valt no weg. Nadie viene (niemand komt), nada funciona (niets werkt), yo tampoco (ik ook niet). Over tampoco, de tegenhanger van también, lees je meer in kleine woordjes in het Spaans. En nada, nadie en ninguno zelf, met hun positieve broertjes algo, alguien en alguno, behandelen we in onbepaalde voornaamwoorden in het Spaans.
Ni... ni en ni siquiera: noch... noch en zelfs niet
Ni (uitspraak: nie) is het ontkennende broertje van y (en) en o (of). Waar je in het Nederlands "noch... noch" of "geen... en geen" zegt, zegt een Spanjaard ni... ni. Met ni siquiera (nie sie-KJEE-ra) zeg je "zelfs niet" of "niet eens". En de regel van hierboven blijft gelden: staat ni ná het werkwoord, dan hoort er no vóór het werkwoord.
| Spaans | Nederlands |
|---|---|
| No me gusta ni el café ni el té. | Ik hou niet van koffie en ook niet van thee. |
| Ni Juan ni María vienen. | Noch Juan noch María komt. |
| No tengo ni tiempo ni dinero. | Ik heb geen tijd en geen geld. |
| Ni siquiera me saludó. | Hij groette me niet eens. |
| No tengo ni siquiera un euro. | Ik heb zelfs geen euro. |
| No tengo ni idea. | Ik heb geen idee. |
Twee dingen vallen op. Na een ontkenning vervangt ni het woordje y: "geen tijd en geen geld" is ni tiempo ni dinero. En ni alleen, zonder tweede ni, versterkt de ontkenning tot "niet eens": no tengo ni idea. Wil je na een ontkenning juist het goede alternatief geven ("niet dit, maar dat"), dan gebruik je sino: no es caro, sino barato. Dat lees je in pero of sino in het Spaans.
Ya no en todavía no: niet meer en nog niet
Twee ontkenningen die je dagelijks nodig hebt. Ya no (ja no) betekent "niet meer": het was zo, maar nu niet meer. Todavía no (to-da-BIE-a no) betekent "nog niet": het is nog niet gebeurd, maar het komt wel. Allebei staan ze gewoon vóór het werkwoord, zoals no alleen.
| Spaans | Nederlands | Betekenis |
|---|---|---|
| Ya no fumo. | Ik rook niet meer. | vroeger wel, nu niet |
| Ya no tengo hambre. | Ik heb geen honger meer. | aan tafel |
| Todavía no he comido. | Ik heb nog niet gegeten. | komt nog |
| Todavía no hablo bien español. | Ik spreek nog niet goed Spaans. | komt nog |
| Aún no lo sé. | Ik weet het nog niet. | aún = todavía |
Twee valkuilen. "Nog niet" is altijd todavía no, nooit no todavía. En "niet meer" in de zin van "geen extra" (aan tafel) is gewoon no... más: no quiero más, gracias. Ya no gebruik je als iets veranderd is. Het hele verhaal achter ya (al) en todavía (nog), ook in positieve zinnen, lees je in ya of todavía in het Spaans.
Nee zeggen in het Spaans: korte ontkennende antwoorden met uitspraak
Een hele zin ontkennen is één ding, maar meestal wil je gewoon kort "nee" zeggen. Daar heeft het Spaans een hele reeks woorden voor, van beleefd tot heel direct.
| Spaans | Uitspraak | Nederlands | Wanneer |
|---|---|---|---|
| No, gracias. | no GRA-sie-as | Nee, dank je. | beleefd weigeren |
| Nunca. | NOEN-ka | Nooit. | op een vraag met ooit |
| Jamás. | cha-MAS | Nooit van mijn leven. | stellig |
| En absoluto. | en ab-so-LOE-to | Absoluut niet. | netjes maar stellig |
| Para nada. | PA-ra NA-da | Helemaal niet. | informeel, geruststellend |
| Qué va. | ke BA | Welnee. | informeel, luchtig |
| Ni hablar. | nie a-BLAR | Geen sprake van. | informeel, resoluut |
| Claro que no. | KLA-ro ke no | Natuurlijk niet. | neutraal |
Let op para nada: het betekent "helemaal niet" en Spanjaarden gebruiken het vooral om iemand gerust te stellen. ¿Te molesto? Para nada. (Stoor ik je? Helemaal niet.) Qué va is luchtiger, zoiets als "welnee, joh". Alle manieren om "ja" te zeggen, van sí en claro tot vale, staan in ja en nee in het Spaans.
Overzicht in één beeld
Veelgemaakte fouten
✓ Correct: No hablo español. / No lo sé.
Uitleg: No staat altijd vóór het werkwoord, en als er een voornaamwoord bij staat (lo, me, te) ook daarvóór. De Nederlandse volgorde (ik spreek niet, ik weet het niet) moet je loslaten.
✓ Correct: Nunca voy al gimnasio. / No voy nunca al gimnasio.
Uitleg: Staat nunca vóór het werkwoord, dan is het zelf de ontkenning en valt no weg. Wil je no gebruiken, dan moet nunca achter het werkwoord.
✓ Correct: No tengo nada.
Uitleg: De dubbele ontkenning: nada staat achter het werkwoord, dus is no ervoor verplicht. Tengo nada klinkt voor een Spanjaard als een onaffe zin.
✓ Correct: Nadie viene. / No viene nadie.
Uitleg: De omgekeerde fout. Nadie staat al vóór het werkwoord, dus er mag geen no meer bij. Twee ontkenningen vóór het werkwoord is wél fout.
✓ Correct: Ni siquiera me saludó.
Uitleg: "Zelfs niet" is in het Spaans niet incluso no maar ni siquiera. Incluso (zelfs) past bij een positieve zin:incluso me ayudó (hij heeft me zelfs geholpen). Ni siquiera staat meestal vooraan, zonder no.
✓ Correct: Nunca he estado en Madrid. / No he estado nunca en Madrid.
Uitleg: "Nooit" vertaal je niet met no nunca. Kies: nunca vooraan zonder no, of no vooraan en nunca erachter. En he estado blijft bij elkaar.
Oefening: ontkenning in het Spaans
Vul in: no, nunca, nada, nadie, ni... ni, ni siquiera, ya no of todavía no. De Nederlandse zin staat erachter, de antwoorden onder de streep.
1. _______ entiendo. (Ik begrijp het niet.)
2. _______ lo sé. (Ik weet het niet.)
3. _______ voy al gimnasio. (Ik ga nooit naar de sportschool.)
4. No voy _______ al gimnasio. (Ik ga nooit naar de sportschool.)
5. No quiero _______, gracias. (Ik wil niets, dank je.)
6. No viene _______. (Er komt niemand.)
7. No tengo _______ tiempo _______ dinero. (Ik heb geen tijd en geen geld.)
8. _______ me saludó. (Hij groette me niet eens.)
9. _______ fumo. (Ik rook niet meer.)
10. _______ he comido. (Ik heb nog niet gegeten.)
Antwoorden: 1: No, 2: No, 3: Nunca, 4: nunca, 5: nada, 6: nadie, 7: ni... ni, 8: Ni siquiera, 9: Ya no, 10: Todavía no
In onze gratis cursus Spaans krijg je hier veel meer van: video-uitleg, oefeningen en persoonlijke hulp bij elke les.
👉 Volg hier gratis de cursus Spaans
Veelgestelde vragen over ontkenning in het Spaans
Hoe zeg je nooit in het Spaans?
Nooit is nunca (NOEN-ka) of, sterker, jamás (cha-MAS). Je zet het vóór het werkwoord zonder no (nunca voy) of erachter mét no (no voy nunca). Nooit meer is nunca más.
Wat betekent nunca?
Nunca betekent nooit. Het is het gewone, neutrale woord dat je dagelijks hoort: nunca he estado en Sevilla (ik ben nooit in Sevilla geweest). Bijna nooit is casi nunca.
Wat is het verschil tussen nunca en jamás?
Allebei betekenen ze nooit. Nunca is neutraal en komt het vaakst voor. Jamás is sterker en plechtiger, zoiets als nooit van mijn leven: jamás lo haría. Samen, nunca jamás, is het nooit maar dan ook nooit.
Hoe zeg je niet in het Spaans?
Niet is no, en het staat altijd vóór het werkwoord: no trabajo (ik werk niet). Staat er een voornaamwoord bij, dan komt no daar ook voor: no lo sé, no me gusta. Geen is ook no: no tengo coche.
Wat is de dubbele ontkenning in het Spaans?
Staat een ontkennend woord zoals nada, nadie of nunca achter het werkwoord, dan moet er ook no vóór het werkwoord staan: no veo nada (ik zie niets). In het Spaans is die dubbele ontkenning verplicht en geen fout.
Wat betekent ni?
Ni betekent noch (en ook niet). Dubbel is het noch... noch: ni café ni té. In z'n eentje versterkt het een ontkenning: no tengo ni idea (ik heb geen idee). Ni siquiera betekent zelfs niet of niet eens.
Hoe zeg je niet meer in het Spaans?
Niet meer is ya no: ya no fumo (ik rook niet meer), ya no vivo aquí (ik woon hier niet meer). Nog niet is todavía no of aún no: todavía no he comido.
Wat betekent para nada?
Para nada betekent helemaal niet en is een informeel, geruststellend antwoord: ¿Te molesto? Para nada. (Stoor ik je? Helemaal niet.) Vergelijkbaar zijn en absoluto (absoluut niet) en qué va (welnee).
Spaans leren met onze cursussen
Gebruik deze blog als opstap om verder te leren met onze online cursussen. Of je nu net begint of al gevorderd bent, je leert stap voor stap vloeiend Spaans spreken met persoonlijke begeleiding van twee docenten.
✨ Of bekijk het volledige overzicht: Bekijk alle cursussen Spaans.
🧭 Benieuwd wat jouw niveau is? Doe de gratis taaltest Spaans en ontdek direct welke cursus bij jou past.
👉 Bekijk hier onze complete bloghub Spaans leren
🎁 Start hier de gratis cursus Spaans (inclusief app) en leer de basis met leuke video's en oefeningen.
Saludos,
Lusiana y Leroy ❤️
🇪🇸 KRIJG ONZE GRATIS ONLINE CURSUS SPAANS! 🇪🇸
De leukste en beste manier om goed Spaans te leren spreken
✅ Gratis (en heel leuk!❤️)
✅ Videolessen, quizzen, podcasts en ebooks.
✅ Persoonlijke hulp in onze online leeromgeving (en ja, ook gratis!)
Na aanmelden ontvang je jouw inlogcode en instructies via email.
Al meer dan 30.000 mensen doen mee, jij ook?
We zullen jouw informatie nooit verkopen, om welke reden dan ook.