Dar Vervoegen in het Spaans: Geven in 4 Tijden + Voorbeelden

Oct 31, 2026

Dar vervoegen lijkt simpel: het is een werkwoord op -ar, dus je denkt aan hablar en je bent klaar. Bijna. Twee dingen doen niet mee. De ik-vorm is doy (niet do), en de verleden tijd gaat ineens als een -er-werkwoord: di, diste, dio. Daar komt bij dat Spanjaarden dar (geven) voor veel meer gebruiken dan geven alleen. Ze geven een wandeling (dar un paseo), ze geven les (dar clase) en iets maakt ze niet uit omdat het "gelijk geeft" (me da igual). In deze blog krijg je alle vormen van dar in vier tijden, met uitspraak en voorbeeldzinnen. Daarna de gebiedende wijs en de subjuntivo (waar dé een accent krijgt), de uitdrukkingen die je in Spanje elke dag hoort en het verschil met regalar en entregar.

🇪🇸 Gratis cursus Spaans (inclusief app)

Video's, oefeningen en persoonlijke hulp. Vul je naam en e-mail in en je zit binnen 2 minuten in je eerste les.

📚 Inhoudsopgave

Dar betekenis: geven in het Spaans, maar ook dar un paseo en dar clase

Dar betekent geven, en het is na ser, estar, tener en hacer een van de werkwoorden die je in Spanje het vaakst hoort. Maar geven is pas het begin. Spanjaarden geven een wandeling, geven les, geven iemand een schrik, en een raam geeft op de straat.

Spaans Letterlijk Nederlands
Te doy mi número.ik geef je mijn nummerIk geef je mijn nummer.
Damos un paseo por la playa.we geven een wandelingWe maken een wandeling over het strand.
Lusiana da clases de español.geeft lessenLusiana geeft Spaanse les.
La terraza da al mar.het terras geeft aan de zeeHet terras kijkt uit op zee.
¡Qué susto me has dado!wat een schrik heb je me gegevenWat heb je me laten schrikken!

Zie je het patroon? Dar is een allrounder, net als hacer, dat maken en doen betekent maar ook opduikt bij het weer en bij hoe lang iets geleden is. Eén vuistregel: een wandeling, een les, een kus, een knuffel en een schrik geef je in het Spaans, die maak je niet. Alles over hacer lees je in hacer in het Spaans.

De vorm is grotendeels regelmatig: voltooid deelwoord dado (DA-do), gerundio dando (DAN-do). Alleen doy en de pretérito indefinido (di, diste, dio) wijken af.

Dar vervoegen in de tegenwoordige tijd: doy, das, da

Geven in de tegenwoordige tijd is doy, das, da, damos, dais, dan. Alleen de ik-vorm is onregelmatig: doy in plaats van het verwachte do. De rest gaat precies als hablar. En let op: dais krijgt geen accent, want het is maar één lettergreep.

Persoon Dar Uitspraak Voorbeeld
yodoydojTe doy las llaves. Ik geef je de sleutels.
túdasdas¿Me das la sal? Geef je me het zout?
él / ella / usteddadaMi vecino me da tomates. Mijn buurman geeft me tomaten.
nosotrosdamosDA-mosDamos un paseo después de cenar. We maken een wandeling na het eten.
vosotrosdaisdajs¿Nos dais vuestra dirección? Geven jullie ons jullie adres?
ellos / ellas / ustedesdandanLos abuelos siempre dan caramelos. Opa en oma geven altijd snoepjes.

Die -y achter de ik-vorm ken je al van soy, estoy en voy. Dar hoort bij dat clubje van vier korte werkwoorden die in de yo-vorm een y krijgen. Zet dar naast de echt lastige gevallen in 10 onregelmatige Spaanse werkwoorden en je ziet dat het er genadig afkomt. Doy klinkt als "dooi", maar korter.

Wat je in de tabel al ziet: bij geven hoort bijna altijd iemand aan wie je geeft, en die zet je als me, te, le, nos, os of les vóór het werkwoord. Le doy el libro a Juan, met le én a Juan: dat dubbele klinkt voor ons overbodig, maar zonder le klinkt de zin voor een Spanjaard stijf. Komt er ook een lo of la bij, dan wordt le ineens se: se lo doy mañana. Hoe dat zit, staat in meewerkend voorwerp in het Spaans. En ¿me das una caña? is in een bar niet onbeleefd, zo vraag je in Spanje gewoon om iets.

Dar vervoegen in de verleden tijd: di, diste, dio (indefinido)

Dar in de verleden tijd (pretérito indefinido) is di, diste, dio, dimos, disteis, dieron. Dit is de lastige kant van dar: het is een -ar-werkwoord, maar in de indefinido vervoegt het zich als een werkwoord op -er of -ir. En er staat nergens een accent: di en dio zijn één lettergreep.

Persoon Dar Uitspraak Voorbeeld
yodidieLe di las llaves al portero. Ik gaf de portier de sleutels.
túdisteDIES-te¿Le diste mi mensaje? Heb je hem mijn bericht gegeven?
él / ella / usteddiodjoMi hermana dio a luz ayer. Mijn zus is gisteren bevallen.
nosotrosdimosDIE-mosDimos una vuelta por el centro. We liepen een rondje door het centrum.
vosotrosdisteisDIES-tejs¿Qué le disteis a vuestra madre? Wat hebben jullie je moeder gegeven?
ellos / ellas / ustedesdieronDJE-ronNos dieron una habitación con vistas. Ze gaven ons een kamer met uitzicht.

Vergelijk het met comer: comí, comiste, comió, comimos, comisteis, comieron. Haal com- weg, zet er een d voor en je hebt dar, min de accenten. Dió met een streepje is een veelgemaakte fout.

Je gebruikt deze vorm voor afgeronde gebeurtenissen: gisteren, vorige week, in 2019. Ayer le di el regalo, gisteren gaf ik hem het cadeau. Alle regels en signaalwoorden staan in pretérito indefinido, de Spaanse verleden tijd.

Dar vervoegen in de imperfecto: daba, dabas, daba

Dar vervoegen in de imperfecto is helemaal regelmatig: daba, dabas, daba, dábamos, dabais, daban. Je gebruikt deze tweede verleden tijd voor gewoontes en achtergrond: wat iemand altijd gaf, hoe het vroeger was.

Persoon Dar Uitspraak Voorbeeld
yodabaDA-baDe niño daba de comer a las gallinas. Als kind gaf ik de kippen eten.
túdabasDA-basSiempre me dabas buenos consejos. Je gaf me altijd goede raad.
él / ella / usteddabaDA-baMi abuela nos daba caramelos a escondidas. Mijn oma gaf ons stiekem snoepjes.
nosotrosdábamosDA-ba-mosCada tarde dábamos un paseo. Elke middag maakten we een wandeling.
vosotrosdabaisDA-bajs¿Dabais clases en Madrid? Gaven jullie les in Madrid?
ellos / ellas / ustedesdabanDA-banLas ventanas daban a un patio. De ramen kwamen uit op een binnenplaats.

Let op het accent in dábamos. Dat is de enige vorm met een streepje, zoals bij alle -ar-werkwoorden in de imperfecto (hablábamos, estábamos).

De keus tussen daba en dio: daba voor gewoonte of achtergrond, dio voor wat één keer gebeurde. Mi abuela siempre me daba dinero, pero aquel día me dio un reloj: mijn oma gaf me altijd geld, maar die dag gaf ze me een horloge. Hoe alle tijden zich tot elkaar verhouden, lees je in Spaanse werkwoordstijden.

Dar in de toekomende tijd en de zou-vorm: daré en daría

Dar in de toekomende tijd is daré, darás, dará, daremos, daréis, darán, en de zou-vorm (condicional) is daría, darías, daría, daríamos, daríais, darían. Allebei volledig regelmatig: je plakt de uitgang achter het hele werkwoord dar.

Persoon Futuro Condicional Voorbeeld
yodaré (da-RE)daría (da-RIE-a)Te daré una respuesta mañana. Ik geef je morgen antwoord.
túdarásdarías¿Me darías tu opinión? Zou je me je mening willen geven?
él / ella / usteddarádaríaEl médico le dará una receta. De dokter geeft hem een recept.
nosotrosdaremosdaríamosDaremos una fiesta en junio. We geven een feest in juni.
vosotrosdaréisdaríais¿Le daréis la noticia hoy? Vertellen jullie hem het nieuws vandaag?
ellos / ellas / ustedesdarándaríanNos darán los resultados el lunes. We krijgen de uitslag maandag.

In gesproken Spaans hoor je voor de toekomst vaker voy a dar dan daré: voy a darte mi número, ik ga je mijn nummer geven. Daré klinkt stelliger, als een belofte. De condicional gebruik je om beleefd iets te vragen (¿me daría su número?) en in als-dan-zinnen: si tuviera dinero, te lo daría, als ik geld had, zou ik het je geven. Accenten: in de futuro overal, behalve in daremos; in de condicional op elke i.

Dar in de gebiedende wijs en subjuntivo: da, dé en no des

Geef! is in het Spaans da (jij-vorm), dad (jullie) en dé (u). In de subjuntivo is dar dé, des, dé, demos, deis, den. Het accent op dé staat er alleen om het te onderscheiden van het voorzetsel de (van): quiero que me dé la cuenta, ik wil dat u me de rekening geeft.

Persoon Gebiedende wijs Ontkennend en subjuntivo Voorbeeld
yo(geen)déQuiere que le dé mi dirección. Hij wil dat ik hem mijn adres geef.
túda(no) desNo le des más galletas al perro. Geef de hond geen koekjes meer.
usteddé(no) déDeme su pasaporte, por favor. Geeft u mij uw paspoort, alstublieft.
nosotrosdemos(no) demosEs importante que demos ejemplo. Het is belangrijk dat we het voorbeeld geven.
vosotrosdad(no) deisDadle las gracias a la abuela. Bedank oma.
ellos / ustedesden(no) denEspero que te den el trabajo. Ik hoop dat je de baan krijgt.

De ontkennende gebiedende wijs is altijd de subjuntivo: da wordt no des, dad wordt no deis. Voornaamwoorden plak je achter de bevestigende vorm (dame, dadle, deme) en zet je los vóór de ontkennende (no me des). Plak je iets achter dé, dan verdwijnt het accent (deme, denos), want dan valt de klemtoon vanzelf goed. Alle regels voor bevelen en verzoeken lees je in gebiedende wijs in het Spaans, en wanneer je de subjuntivo nodig hebt (na quiero que, espero que, ojalá) staat in presente de subjuntivo. Kom je diera of diese tegen, dan is dat de imperfecto de subjuntivo: si me dieras tiempo, als je me de tijd gaf.

Uitdrukkingen met dar: dar igual, darse cuenta, dar la vuelta en dar las gracias

Me da igual (het maakt me niet uit), me doy cuenta (ik besef het), da la vuelta (keer om) en dar las gracias (bedanken) zijn de vier uitdrukkingen met dar die je als eerste moet kennen, en de reden dat je dit werkwoord elke dag hoort.

Uitdrukking Betekenis Voorbeeld
dar igualniet uitmakenMe da igual, elige tú. Het maakt mij niet uit, kies jij maar.
darse cuenta debeseffen, in de gaten krijgenMe di cuenta de que había perdido las llaves. Ik merkte dat ik mijn sleutels kwijt was.
dar la vueltaomkeren, omdraaienDa la vuelta, nos hemos pasado la salida. Keer om, we zijn de afslag voorbij.
dar una vueltaeen rondje lopen of rijden¿Damos una vuelta por el puerto? Lopen we een rondje door de haven?
dar las graciasbedankenQuiero darte las gracias por todo. Ik wil je voor alles bedanken.
dar un abrazo / un besoeen knuffel / een kus geven¡Dame un abrazo! Geef me een knuffel!
dar convinden, stuiten opPor fin di con la calle. Eindelijk vond ik de straat.
dar a luzbevallenMi cuñada dio a luz a una niña. Mijn schoonzus heeft een meisje gekregen.
dar miedo / pena / ascobang maken / jammer vinden / vies vindenMe dan miedo las tormentas. Ik ben bang voor onweer.

Twee dingen om extra op te letten. Me da igual werkt als me gusta: het ding dat je niet uitmaakt is het onderwerp, dus me da igual el color maar me dan igual los colores. En darse cuenta is wederkerend en heeft altijd de achter zich: me doy cuenta de que, nooit me doy cuenta que.

Me da miedo, me da pena en me da asco zijn gevoelens, en daarover hebben we een hele blog: emoties in het Spaans. Wil je deze uitdrukkingen hardop oefenen tot ze er vanzelf uitkomen, dan kan dat met Spaans spreken oefenen met de Spreekapp.

Dar, regalar of entregar: welk werkwoord voor geven?

Geven is dar, maar niet elk Nederlands geven is in het Spaans dar. Een cadeau geef je met regalar, iets overhandigen of inleveren is entregar, en iets te leen geven is prestar. Kies je altijd dar, dan word je begrepen, maar het klinkt een beetje kaal.

Werkwoord Wanneer Voorbeeld
dar (dar)geven, algemeen¿Me das el bolígrafo? Geef je me de pen?
regalar (re-ga-LAR)cadeau geven, schenkenMe regalaron un reloj por mi cumpleaños. Ik kreeg een horloge voor mijn verjaardag.
entregar (en-tre-GAR)overhandigen, inleveren, bezorgenHay que entregar el formulario el lunes. Het formulier moet maandag ingeleverd worden.
prestar (pres-TAR)uitlenen¿Me prestas tu coche? Leen je me je auto?
devolver (de-bol-BER)teruggevenTengo que devolver el libro. Ik moet het boek terugbrengen.

Regalar betekent ook weggeven: te lo regalo, je mag het hebben. Entregar hoor je bij pakketjes, huiswerk en documenten op het gemeentehuis. Teruggeven is devolver, dus niet iets met dar. Regalar, entregar en prestar zijn regelmatige -ar-werkwoorden, alleen devolver gaat onregelmatig, precies als volver.

Overzicht in één beeld

Infographic dar vervoegen in het Spaans: doy, das, da, damos, dais, dan in de tegenwoordige tijd, di, dio en dieron in de verleden tijd, daba, daré en dé, met vertaling en uitspraak
Overzicht: dar vervoegen in de tegenwoordige tijd, de verleden tijd en de toekomst, met de vertaling en de uitspraak van elke vorm.

Veelgemaakte fouten

❌ Fout: Yo do las llaves.
✓ Correct: Yo doy las llaves.
Uitleg: De ik-vorm van dar eindigt op -y, net als soy, estoy en voy. Do bestaat niet.
❌ Fout: Ayer me dió un regalo.
✓ Correct: Ayer me dio un regalo.
Uitleg: Dio en di krijgen geen accent, want ze zijn één lettergreep. Spanjaarden maken deze fout zelf ook, maar hij blijft fout.
❌ Fout: Doy el libro a Juan.
✓ Correct: Le doy el libro a Juan.
Uitleg: Spanjaarden zetten le er bijna altijd bij, ook al noemen ze Juan daarna nog. Zonder le is de zin niet fout, maar hij klinkt stijf en geschreven.
❌ Fout: Me realicé de que era tarde.
✓ Correct: Me di cuenta de que era tarde.
Uitleg: Realizar betekent uitvoeren, niet beseffen. Beseffen is darse cuenta de, en vergeet die de niet: me di cuenta de que, niet me di cuenta que.
❌ Fout: Quiero que me de la cuenta.
✓ Correct: Quiero que me dé la cuenta.
Uitleg: Dé (subjuntivo van dar) krijgt een accent om het te onderscheiden van het voorzetsel de (van). Zonder accent staat er letterlijk: ik wil dat u mij van de rekening.
❌ Fout: Hacemos un paseo por el pueblo.
✓ Correct: Damos un paseo por el pueblo.
Uitleg: Een wandeling maken is in het Spaans een wandeling geven. Hetzelfde geldt voor dar un abrazo, dar un beso en dar clase: niet met hacer.

Oefening: dar vervoegen

Vul de juiste vorm van dar in. Tussen haakjes staat de tijd of de persoon. De antwoorden staan eronder.

1. Yo te _______ mi número ahora mismo. (presente)

2. ¿Me _______ la sal, por favor? (tú, presente)

3. Ayer Juan me _______ un regalo. (indefinido)

4. Mis padres siempre me _______ dinero para el cine. (imperfecto)

5. Mañana os _______ las llaves. (yo, futuro)

6. Me _______ igual lo que digas. (presente)

7. No me _______ cuenta del error. (yo, indefinido)

8. Quiero que me _______ la factura. (usted, subjuntivo)

9. ¡_______ la vuelta, nos hemos pasado la salida! (tú, gebiedende wijs)

10. Nos _______ una habitación con vistas al mar. (ellos, indefinido)

 

Antwoorden: 1: doy, 2: das, 3: dio (zonder accent), 4: daban, 5: daré, 6: da, 7: di, 8: dé (met accent), 9: Da, 10: dieron

Vond je deze oefening leuk? 🇪🇸
In onze gratis cursus Spaans krijg je hier veel meer van: video-uitleg, oefeningen en persoonlijke hulp bij elke les.
👉 Volg hier gratis de cursus Spaans

Veelgestelde vragen over dar vervoegen

Hoe vervoeg je dar in het Spaans?

Dar vervoegen in de tegenwoordige tijd is doy, das, da, damos, dais, dan. In de pretérito indefinido is het di, diste, dio, dimos, disteis, dieron, in de imperfecto daba en in de toekomende tijd daré. Alleen doy en de indefinido zijn onregelmatig.

Wat betekent dar?

Dar betekent geven. Maar Spanjaarden gebruiken het veel breder: dar un paseo is een wandeling maken, dar clase is lesgeven, dar a is uitkomen op en me da igual is het maakt me niet uit.

Hoe zeg je geven in het Spaans?

Geven in het Spaans is dar: te doy mi número, ik geef je mijn nummer. Een cadeau geven is regalar, overhandigen of inleveren is entregar en uitlenen is prestar.

Wat is dar in de verleden tijd?

Dar in de verleden tijd (pretérito indefinido) is di, diste, dio, dimos, disteis, dieron, zonder accenten. Het vervoegt zich als een -er-werkwoord, al eindigt het op -ar. In de imperfecto is het regelmatig: daba, dabas, daba.

Is dar een onregelmatig werkwoord?

Ja, maar een klein beetje. Dar is onregelmatig in de ik-vorm van de tegenwoordige tijd (doy), in de pretérito indefinido (di, diste, dio); in de subjuntivo is alleen het accent op dé bijzonder. De imperfecto, de toekomende tijd en de condicional zijn regelmatig.

Wat betekent me da igual?

Me da igual betekent het maakt me niet uit, letterlijk: het geeft mij gelijk. Je hoort het in Spanje constant: ¿Vino o cerveza? Me da igual. Als vraag zeg je ¿qué más da?, wat maakt het uit?

Wat betekent darse cuenta?

Darse cuenta de betekent beseffen of in de gaten krijgen. Me doy cuenta de que es tarde is ik besef dat het laat is. Het is wederkerend en krijgt altijd de erachter. Niet verwarren met realizar, dat uitvoeren betekent.

Wat is het verschil tussen dar en regalar?

Dar is geven in het algemeen: le doy las llaves, ik geef hem de sleutels. Regalar is cadeau geven: me regalaron un libro, ik kreeg een boek cadeau. Entregar gebruik je voor overhandigen en inleveren.

Spaans leren met onze cursussen

Werkwoorden als dar oefen je het snelst met uitleg en feedback: in onze online cursus Spaans doe je dat op jouw niveau. Of je nu net begint of al gevorderd bent, je leert stap voor stap vloeiend Spaans spreken met persoonlijke begeleiding van twee docenten.

✨ Twijfel je over je niveau? Op de pagina van onze cursus Spaans staan alle drie de niveaus naast elkaar.

🧭 Benieuwd wat jouw niveau is? Doe de gratis taaltest Spaans en ontdek direct welke cursus bij jou past.

👉 Bekijk hier onze complete bloghub Spaans leren

🎁 Start hier de gratis cursus Spaans (inclusief app) en leer de basis met leuke video's en oefeningen.

Saludos,
Lusiana y Leroy ❤️

🇪🇸 KRIJG ONZE GRATIS ONLINE CURSUS SPAANS! 🇪🇸

De leukste en beste manier om goed Spaans te leren spreken

✅ Gratis (en heel leuk!❤️)
✅ Videolessen, quizzen, podcasts en ebooks.
✅
Persoonlijke hulp in onze online leeromgeving (en ja, ook gratis!)

Na aanmelden ontvang je jouw inlogcode en instructies via email.

Al meer dan 30.000 mensen doen mee, jij ook?

We zullen jouw informatie nooit verkopen, om welke reden dan ook.