Relatieve Voornaamwoorden Spaans: Que, Quien, Donde en Cuyo
Oct 31, 2026Relatieve voornaamwoorden Spaans: je gebruikt ze in bijna elke zin van meer dan zes woorden. Het zijn de woordjes die, dat, wat, waar en wiens, waarmee je twee zinnen aan elkaar knoopt. In het Spaans: que, quien, el que, lo que, donde en cuyo. Het goede nieuws: que past bijna altijd. Het lastige nieuws: Nederlanders zeggen te vaak quien, vergeten het voorzetsel bij el que en kijken glazig bij cuyo. Hieronder alle vormen met tabellen, het verschil tussen een bijzin met en zonder komma, en wanneer je na que de subjuntivo nodig hebt.
🇪🇸 Gratis cursus Spaans (inclusief app)
Video's, oefeningen en persoonlijke hulp. Vul je naam en e-mail in en je zit binnen 2 minuten in je eerste les.
📚 Inhoudsopgave
- Wat zijn relatieve voornaamwoorden in het Spaans? Que, quien, donde en cuyo
- Que in het Spaans: die en dat voor personen en dingen
- Quien of que: wanneer gebruik je quien en quienes?
- El que, la que, los que, las que en el cual: na een voorzetsel
- Lo que betekent wat: haz lo que quieras en lo que pasa es que
- Donde en cuando zonder accent: de plaats waar en het moment waarop
- Cuyo, cuya, cuyos en cuyas: wiens en waarvan in het Spaans
- Komma en subjuntivo bij relatieve voornaamwoorden in het Spaans: busco un piso que tenga
- Overzicht in één beeld
- Veelgemaakte fouten
- Oefening
- Veelgestelde vragen
- Spaans leren met onze cursussen
Wat zijn relatieve voornaamwoorden in het Spaans? Que, quien, donde en cuyo
De relatieve voornaamwoorden in het Spaans zijn que (die, dat), quien (die, wie, alleen voor personen), el que en el cual (die, welke), lo que (wat), donde (waar) en cuyo (wiens, waarvan). De belangrijkste is que: die gebruik je voor personen én dingen, in negen van de tien bijzinnen. Ze heten ook betrekkelijke voornaamwoorden. Ze verwijzen terug naar een woord eerder in de zin (het antecedent) en beginnen een bijzin: el coche que compré, de auto die ik kocht.
| Spaans | Nederlands | Uitspraak | Voorbeeld |
|---|---|---|---|
| que | die, dat | ke | El libro que leo. Het boek dat ik lees. |
| quien / quienes | die, wie (personen) | KJEN / KJE-nes | La chica con quien hablo. Het meisje met wie ik praat. |
| el que, la que, los que, las que | die, waarin, degene die | el ke, la ke | La casa en la que vivo. Het huis waarin ik woon. |
| lo que | wat | lo ke | No entiendo lo que dices. Ik begrijp niet wat je zegt. |
| donde | waar | DON-de | El pueblo donde nací. Het dorp waar ik geboren ben. |
| cuyo, cuya, cuyos, cuyas | wiens, waarvan | KOE-jo | El hombre cuya casa compramos. De man wiens huis we kochten. |
Verwar ze niet met de persoonlijke voornaamwoorden yo, tú, él: die zijn het onderwerp van een zin, een relatief voornaamwoord plakt twee zinnen aan elkaar. Die eerste groep staat in persoonlijke voornaamwoorden in het Spaans, en de andere basisregels vind je in Spaanse grammatica voor beginners.
Que in het Spaans: die en dat voor personen en dingen
Que betekent die of dat en is het relatieve voornaamwoord dat je het vaakst gebruikt. Het werkt voor personen en dingen, enkelvoud en meervoud. Het verandert nooit van vorm.
| Spaans | Nederlands | Verwijst naar |
|---|---|---|
| El hombre que vive aquí es médico. | De man die hier woont is arts. | persoon, enkelvoud |
| Los amigos que tengo en Málaga son españoles. | De vrienden die ik in Málaga heb, zijn Spanjaarden. | personen, meervoud |
| Es la casa que compramos el año pasado. | Het is het huis dat we vorig jaar kochten. | ding, vrouwelijk |
| No encuentro las llaves que me diste. | Ik kan de sleutels die je me gaf niet vinden. | dingen, meervoud |
Twee regels. Eén: je laat que nooit weg. In het Engels kun je zeggen "the book I read"; in het Spaans is het altijd el libro que leí. Twee: que schrijf je hier zonder accent. En que in creo que (ik denk dat) is geen relatief voornaamwoord maar een voegwoord: het verwijst niet terug naar een woord ervoor. Wil je zien hoe vaak que voorkomt, lees dan een paar Spaanse teksten met vertaling en onderstreep elke que.
Quien of que: wanneer gebruik je quien en quienes?
Quien gebruik je alleen voor personen, en alleen na een voorzetsel of na een komma. In alle andere gevallen gebruik je que. Nederlanders overtreden die regel constant, omdat "die" voor een persoon zo op "wie" lijkt. El hombre quien vive aquí is fout; het is el hombre que vive aquí. Het meervoud is quienes.
| Spaans | Nederlands | Waarom quien? |
|---|---|---|
| La chica con quien hablé es de Valencia. | Het meisje met wie ik sprak komt uit Valencia. | na voorzetsel con |
| Los vecinos a quienes saludé son muy simpáticos. | De buren die ik begroette zijn heel aardig. | na voorzetsel a, meervoud |
| Mi hermano, quien vive en Madrid, viene mañana. | Mijn broer, die in Madrid woont, komt morgen. | na komma (que kan ook) |
| Quien llega tarde no entra. | Wie te laat komt, komt er niet in. | zonder antecedent: wie, degene die |
Na een komma mag je kiezen tussen quien en que; in gesproken Spaans wint que. Na een voorzetsel ook: con quien of con el que, allebei goed. Alleen con que voor een persoon klinkt krom. Staat er geen antecedent voor, dan mag quien wel vooraan: quien llega tarde, wie te laat komt.
El que, la que, los que, las que en el cual: na een voorzetsel
El que, la que, los que en las que gebruik je vooral na een voorzetsel: la casa en la que vivo (het huis waarin ik woon), el amigo con el que viajo (de vriend met wie ik reis). Het lidwoord past zich aan het antecedent aan: la casa is vrouwelijk, dus la que. Hier vergeten Nederlanders het voorzetsel: wij zeggen "waarin" in één woord, en dan komt er la casa que vivo uit. Dat betekent niets.
| Spaans | Nederlands | Voorzetsel + lidwoord |
|---|---|---|
| La casa en la que vivo es antigua. | Het huis waarin ik woon is oud. | en + la (casa) |
| El amigo con el que viajo es belga. | De vriend met wie ik reis is Belg. | con + el (amigo) |
| La empresa para la que trabajo está en Madrid. | Het bedrijf waarvoor ik werk zit in Madrid. | para + la (empresa) |
| Los que viven aquí pagan menos. | Degenen die hier wonen betalen minder. | zonder antecedent: degenen die |
Dan el cual, la cual, los cuales, las cuales. Dat betekent hetzelfde als el que, maar formeler: contracten, kranten, de brief van de gemeente. In een gesprek hoor je het zelden, behalve na een lang voorzetsel (según el cual, volgens welke; detrás de la cual, waarachter). Welk voorzetsel je nodig hebt (en, con, de, para, por) staat in voorzetsels in het Spaans.
Lo que betekent wat: haz lo que quieras en lo que pasa es que
Lo que betekent "wat" en gebruik je als er geen antecedent is, dus als je niet naar een bepaald woord terugverwijst: no entiendo lo que dices, ik begrijp niet wat je zegt. Todo lo que is alles wat.
| Spaans | Nederlands |
|---|---|
| No entiendo lo que dices. | Ik begrijp niet wat je zegt. |
| Haz lo que quieras. | Doe wat je wilt. |
| Lo que más me gusta es la playa. | Wat ik het leukst vind is het strand. |
| Lo que pasa es que no tengo tiempo. | Het punt is dat ik geen tijd heb. |
| Llegó tarde, lo cual me molestó. | Hij kwam te laat, wat me irriteerde. |
Lo que pasa es que (lo ke PA-sa es ke) is de favoriete opening van elke Spanjaard die iets gaat uitleggen of zich gaat verontschuldigen: "het zit zo...". Leer die zin als één blok. Lo cual gebruik je als "wat" terugverwijst naar een hele zin; lo que kan daar ook, lo cual is formeler. Eso es lo que quería decir (dat is wat ik wilde zeggen): eso is een aanwijzend voornaamwoord, en hoe esto, eso en aquello werken, lees je in aanwijzende voornaamwoorden in het Spaans. Zinnen als haz lo que quieras wil je zonder nadenken kunnen zeggen; hardop oefenen zonder meeluisteraars kan met de Spreekapp.
Donde en cuando zonder accent: de plaats waar en het moment waarop
Donde zonder accent betekent "waar" en verwijst naar een plaats: el pueblo donde nací, het dorp waar ik geboren ben. Cuando zonder accent betekent "toen" of "wanneer" en verwijst naar een moment. Allebei kun je vervangen door en el que of en la que; bij plaatsen kiezen Spanjaarden meestal donde, bij tijd meestal en que.
| Spaans | Nederlands | Ook mogelijk |
|---|---|---|
| El pueblo donde nací está en Galicia. | Het dorp waar ik geboren ben ligt in Galicië. | en el que nací |
| La calle donde está el banco es peatonal. | De straat waar de bank is, is autovrij. | en la que está |
| Puedes sentarte donde quieras. | Je mag zitten waar je wilt. | zonder antecedent, subjuntivo |
| Recuerdo el día cuando llegamos a España. | Ik herinner me de dag toen we in Spanje aankwamen. | en que llegamos (gebruikelijker) |
| Siempre voy a la playa cuando hace calor. | Ik ga altijd naar het strand wanneer het warm is. | losse cuando, heel gewoon |
Donde, cuando, que en quien zonder accent zijn relatieve woorden; met accent (dónde, cuándo, qué, quién) zijn het vraagwoorden, en die hebben hun eigen uitleg in vragen stellen in het Spaans. Ezelsbrug: vraag of uitroep, dan accent; twee zinnen aan elkaar knopen, dan geen accent. En como zonder accent werkt net zo: hazlo como quieras, doe het zoals je wilt.
Cuyo, cuya, cuyos en cuyas: wiens en waarvan in het Spaans
Cuyo betekent wiens, wier of waarvan, en de vorm past zich aan het bezit aan, niet aan de bezitter. El hombre cuya casa compramos: de man wiens huis we kochten. Casa is vrouwelijk, dus cuya, ook al is de man mannelijk. In het Nederlands kijken we naar de bezitter (wiens, wier); in het Spaans naar het woord direct na cuyo.
| Spaans | Nederlands | Waarom deze vorm? |
|---|---|---|
| El hombre cuya casa compramos es francés. | De man wiens huis we kochten is Frans. | casa: vrouwelijk enkelvoud |
| La mujer cuyo coche está fuera es mi jefa. | De vrouw wier auto buiten staat is mijn baas. | coche: mannelijk enkelvoud |
| Los vecinos cuyos hijos juegan en la calle son muy majos. | De buren wier kinderen op straat spelen zijn heel aardig. | hijos: mannelijk meervoud |
| La empresa cuyas oficinas están en Madrid cierra en agosto. | Het bedrijf waarvan de kantoren in Madrid zitten, sluit in augustus. | oficinas: vrouwelijk meervoud |
Na cuyo staat nooit een lidwoord: cuya casa, niet cuya la casa. Cuyo gedraagt zich als nuestro en vuestro, een bezittelijk voornaamwoord dat zich aanpast aan wat erna komt; hoe die werken, lees je in bezittelijke voornaamwoorden in het Spaans. En eerlijk: cuyo is schrijftaal. In een gesprek zeggen Spanjaarden liever el hombre de la casa roja (de man van het rode huis), of zelfs el hombre que su casa compramos. Dat laatste is fout. Schrijf het niet op, zeker niet in een e-mail aan de notaris.
Komma en subjuntivo bij relatieve voornaamwoorden in het Spaans: busco un piso que tenga
Een relatieve bijzin zonder komma beperkt: hij zegt over welke persoon of welk ding je het hebt. Een bijzin met komma's voegt alleen informatie toe. En in een bijzin zonder komma gebruik je de subjuntivo zodra het antecedent onbekend is of misschien niet bestaat: busco un piso que tenga terraza, ik zoek een appartement dat (hopelijk) een terras heeft. Eerst de komma: dezelfde woorden, een ander gezin.
| Zonder komma (beperkend) | Met komma (uitbreidend) |
|---|---|
| Mi hermano que vive en Madrid viene mañana. Mijn broer die in Madrid woont komt morgen (ik heb meer broers). | Mi hermano, que vive en Madrid, viene mañana. Mijn broer, die in Madrid woont, komt morgen (ik heb één broer). |
| Los alumnos que estudian aprueban. De leerlingen die studeren slagen (de rest niet). | Los alumnos, que estudian mucho, aprueban. De leerlingen, die veel studeren, slagen (allemaal). |
Dan de subjuntivo. Bestaat het antecedent en ken je het, dan indicativo. Zoek je iets, hoop je op iets of bestaat het niet, dan subjuntivo.
| Indicativo (bestaat, bekend) | Subjuntivo (onbekend, gezocht, bestaat niet) |
|---|---|
| Tengo un piso que tiene terraza. Ik heb een appartement met een terras. | Busco un piso que tenga terraza. Ik zoek een appartement met een terras. |
| Conozco a alguien que habla neerlandés. Ik ken iemand die Nederlands spreekt. | ¿Conoces a alguien que hable neerlandés? Ken je iemand die Nederlands spreekt? |
Let op het lidwoord: el libro que está en la mesa (een bekend boek, indicativo) tegenover un libro que sea fácil (een willekeurig boek, subjuntivo). Hoe je tenga, hable en sea maakt, staat in presente de subjuntivo in het Spaans. Voor nu: na busco un, necesito un, ¿hay alguien que en no hay nadie que komt de subjuntivo. Met komma's nooit, want dan is het antecedent per definitie bekend.
Overzicht in één beeld
Veelgemaakte fouten
✓ Correct: El hombre que vive aquí es médico.
Uitleg: Direct na het antecedent, zonder komma en zonder voorzetsel, gebruik je altijd que, ook voor personen. Quien komt alleen na een voorzetsel (con quien) of na een komma.
✓ Correct: La casa en la que vivo es antigua. / La casa donde vivo.
Uitleg: Waarin is in het Nederlands één woord, maar in het Spaans heb je voorzetsel én lidwoord nodig: en la que. Bij plaatsen kan ook donde.
✓ Correct: La chica con quien hablé. / La chica con la que hablé.
Uitleg: Na een voorzetsel krijgt een persoon quien of el que / la que. Con que zonder lidwoord klinkt krom.
✓ Correct: ¿Qué quieres?
Uitleg: Lo que betekent wat, maar alleen in een bijzin: no sé lo que quieres, ik weet niet wat je wilt. Een directe vraag begint met qué met accent, nooit met lo que.
✓ Correct: El hombre cuya casa compramos.
Uitleg: Wiens is cuyo, niet que su. En cuyo past zich aan het bezit aan: casa is vrouwelijk, dus cuya, ook al gaat het om een man.
✓ Correct: Busco un piso que tenga terraza.
Uitleg: Je zoekt iets wat je nog niet hebt, dus het antecedent is onbekend en de bijzin krijgt de subjuntivo.
Oefening: relatieve voornaamwoorden in het Spaans
Vul het juiste relatieve voornaamwoord in (bij zin 7 de werkwoordsvorm). De antwoorden staan eronder.
1. El coche _______ compré es rojo. (die)
2. La amiga con _______ viajo es de Bilbao. (met wie)
3. No entiendo _______ dices. (wat)
4. El pueblo _______ nací está en Galicia. (waar)
5. La mujer _______ hijos juegan fuera es mi vecina. (wier)
6. _______ llega tarde no entra. (wie)
7. Busco un hotel que _______ piscina. (tener: indicativo of subjuntivo?)
8. La empresa para _______ trabajo está en Madrid. (waarvoor)
9. Mi padre, _______ tiene setenta años, todavía trabaja. (die, na komma)
10. Haz _______ quieras. (wat)
Antwoorden: 1: que, 2: quien (of la que), 3: lo que, 4: donde (of en el que), 5: cuyos (hijos is mannelijk meervoud), 6: Quien (of El que), 7: tenga (subjuntivo, je zoekt nog), 8: la que, 9: que (of quien), 10: lo que
In onze gratis cursus Spaans krijg je hier veel meer van: video-uitleg, oefeningen en persoonlijke hulp bij elke les.
👉 Volg hier gratis de cursus Spaans
Veelgestelde vragen over relatieve voornaamwoorden in het Spaans
Wat zijn relatieve voornaamwoorden in het Spaans?
Relatieve voornaamwoorden in het Spaans zijn que (die, dat), quien (die, wie, voor personen), el que en el cual (die, welke), lo que (wat), donde (waar) en cuyo (wiens). Ze verwijzen terug naar een woord eerder in de zin, en que is de belangrijkste.
Hoe zeg je die en dat in het Spaans?
Die en dat als relatief voornaamwoord is in het Spaans que: el hombre que vive aquí (de man die hier woont), la casa que compramos (het huis dat we kochten). Que verandert niet van vorm en je laat het nooit weg.
Wanneer gebruik je quien en wanneer que?
Quien gebruik je alleen voor personen en alleen na een voorzetsel of een komma: la chica con quien hablé. In alle andere gevallen gebruik je que: el hombre que vive aquí, nooit el hombre quien vive aquí. Het meervoud is quienes.
Wat betekent lo que?
Lo que betekent wat: no entiendo lo que dices, ik begrijp niet wat je zegt. Bekende zinnen zijn haz lo que quieras (doe wat je wilt) en lo que pasa es que (het punt is dat).
Wat betekent cuyo?
Cuyo betekent wiens, wier of waarvan: el hombre cuya casa compramos, de man wiens huis we kochten. De vorm (cuyo, cuya, cuyos, cuyas) past zich aan het bezit aan, niet aan de bezitter. Het is vooral schrijftaal.
Schrijf je donde met of zonder accent?
Als relatief woord schrijf je donde zonder accent: el pueblo donde nací, het dorp waar ik geboren ben. Alleen in een vraag of uitroep krijgt het een accent (dónde).
Wat is het verschil tussen el que en el cual?
El que en el cual betekenen hetzelfde en gebruik je na een voorzetsel: la casa en la que vivo of en la cual vivo. El cual is formeler en vooral schrijftaal; in een gesprek kies je el que.
Wanneer gebruik je de subjuntivo na que?
Als het antecedent onbekend is, gezocht wordt of niet bestaat: busco un piso que tenga terraza, no hay nadie que hable neerlandés. Bestaat het wel, dan indicativo: tengo un piso que tiene terraza. Na een komma nooit subjuntivo.
Spaans leren met onze cursussen
Langere zinnen maken met que en quien oefen je in onze online cursus Spaans, met uitleg en feedback op jouw niveau. Of je nu net begint of al gevorderd bent, je leert stap voor stap vloeiend Spaans spreken met persoonlijke begeleiding van twee docenten.
✨ Bekijk alle niveaus van onze online cursus Spaans op een rij.
🧭 Benieuwd wat jouw niveau is? Doe de gratis taaltest Spaans en ontdek direct welke cursus bij jou past.
👉 Bekijk hier onze complete bloghub Spaans leren
🎁 Start hier de gratis cursus Spaans (inclusief app) en leer de basis met leuke video's en oefeningen.
Saludos,
Lusiana y Leroy ❤️
🇪🇸 KRIJG ONZE GRATIS ONLINE CURSUS SPAANS! 🇪🇸
De leukste en beste manier om goed Spaans te leren spreken
✅ Gratis (en heel leuk!❤️)
✅ Videolessen, quizzen, podcasts en ebooks.
✅ Persoonlijke hulp in onze online leeromgeving (en ja, ook gratis!)
Na aanmelden ontvang je jouw inlogcode en instructies via email.
Al meer dan 30.000 mensen doen mee, jij ook?
We zullen jouw informatie nooit verkopen, om welke reden dan ook.