Contar Vervoegen: Vertellen en Tellen in het Spaans
Oct 31, 2026Contar vervoegen is even opletten, want contar wisselt van klinker: het is yo cuento, niet yo conto. En het werkwoord betekent twee dingen tegelijk: vertellen én tellen. Cuéntame is "vertel", cuenta hasta diez is "tel tot tien" en cuenta conmigo is "reken op mij". Spanjaarden gebruiken contar de hele dag, al is het maar in ¿qué me cuentas? als ze vragen hoe het met je gaat. In deze blog krijg je alle vormen van contar in vier tijden, met uitspraak en voorbeeldzinnen. Daarna de uitdrukkingen die je echt hoort, het verschil met decir (zeggen), de fouten die Nederlanders maken en een oefening.
🇪🇸 Gratis cursus Spaans (inclusief app)
Video's, oefeningen en persoonlijke hulp. Vul je naam en e-mail in en je zit binnen 2 minuten in je eerste les.
📚 Inhoudsopgave
- Contar betekenis: vertellen én tellen in het Spaans
- Contar vervoegen in de tegenwoordige tijd: cuento, cuentas, cuenta
- Contar vervoegen in de verleden tijd: conté, contaste, contó
- Contar in de imperfecto: contaba, contabas, contábamos
- Contar vervoegen in de toekomst: contaré, contaría en de andere vormen
- Contar con: rekenen op en beschikken over (cuenta conmigo)
- Vertellen of zeggen in het Spaans: contar of decir
- Cuéntame, ¿qué me cuentas? en contar un chiste: uitdrukkingen met contar
- Contar als tellen in het Spaans: cuenta hasta diez
- Overzicht in één beeld
- Veelgemaakte fouten
- Oefening
- Veelgestelde vragen
- Spaans leren met onze cursussen
Contar betekenis: vertellen én tellen in het Spaans
Contar (kon-TAR) betekent vertellen en tellen. Twee betekenissen in één werkwoord. Vertellen hoor je het vaakst: te cuento una cosa, ik vertel je iets. Tellen hoor je bij getallen: cuenta hasta diez, tel tot tien. En met con erachter betekent het rekenen op: cuenta conmigo, reken op mij.
| Betekenis | Spaans | Nederlands |
|---|---|---|
| vertellen | Te cuento una cosa. | Ik vertel je iets. |
| vertellen (een verhaal, een mop) | Mi abuelo cuenta historias de la guerra. | Mijn opa vertelt verhalen over de oorlog. |
| tellen | El niño cuenta hasta diez. | Het kind telt tot tien. |
| rekenen op | Cuento contigo. | Ik reken op jou. |
| beschikken over, hebben | El hotel cuenta con piscina. | Het hotel heeft een zwembad. |
Hoe weet je welke betekenis bedoeld is? Door wat erachter staat. Een persoon of een verhaal (me, una historia, un chiste): vertellen. Een getal of iets wat je kunt tellen (hasta diez, los días): tellen. Het woordje con: rekenen op. Net als het Nederlandse "rekenen": je rekent een som uit, maar je rekent ook op iemand. De uitgangen van contar zijn regelmatig; het enige lastige is de stamklinker.
Contar vervoegen in de tegenwoordige tijd: cuento, cuentas, cuenta
Contar vervoegen in de tegenwoordige tijd gaat zo: cuento, cuentas, cuenta, contamos, contáis, cuentan. De o wordt ue in vier van de zes vormen. Alleen bij nosotros en vosotros blijft de o staan: contamos, contáis.
| Persoon | Contar | Uitspraak | Voorbeeld |
|---|---|---|---|
| yo | cuento | KWEN-to | Te cuento lo que pasó. Ik vertel je wat er gebeurd is. |
| tú | cuentas | KWEN-tas | ¿Me cuentas un chiste? Vertel je me een mop? |
| él / ella / usted | cuenta | KWEN-ta | Mi abuela siempre cuenta la misma historia. Mijn oma vertelt altijd hetzelfde verhaal. |
| nosotros / nosotras | contamos | kon-TA-mos | Contamos los días para las vacaciones. We tellen de dagen af tot de vakantie. |
| vosotros / vosotras | contáis | kon-TAIS | ¿Nos contáis cómo fue el viaje? Vertellen jullie ons hoe de reis was? |
| ellos / ellas / ustedes | cuentan | KWEN-tan | Los niños ya cuentan hasta cien. De kinderen tellen al tot honderd. |
Waarom die wisseling? Klemtoon. Ligt de klemtoon op de stam (KWEN-to), dan wordt de o een ue. Ligt hij op de uitgang (kon-TA-mos), dan blijft de o staan. Daarom doen nosotros en vosotros niet mee. Zet de zes vormen in twee kolommen (links yo, tú, él, rechts nosotros, vosotros, ellos) en omcirkel de vier met ue: je ziet een laars. Vandaar de naam laarswerkwoord.
Hetzelfde patroon zit in poder (puedo), dormir (duermo) en volver (vuelvo); dat laatste staat uitgewerkt in volver vervoegen. Uitspraak: cue klinkt als "kwe", dus cuento is KWEN-to, twee lettergrepen, niet "koe-EN-to".
Contar vervoegen in de verleden tijd: conté, contaste, contó
In de pretérito indefinido is contar vervoegen helemaal regelmatig: conté, contaste, contó, contamos, contasteis, contaron. De klinkerwisseling verdwijnt, want de klemtoon ligt in deze tijd altijd op de uitgang. Dus niet cuenté, maar conté.
| Persoon | Contar | Uitspraak | Voorbeeld |
|---|---|---|---|
| yo | conté | kon-TE | Le conté todo a mi madre. Ik heb mijn moeder alles verteld. |
| tú | contaste | kon-TAS-te | ¿Qué le contaste? Wat heb je hem verteld? |
| él / ella / usted | contó | kon-TO | Nos contó un chiste malísimo. Hij vertelde ons een vreselijk slechte mop. |
| nosotros / nosotras | contamos | kon-TA-mos | Contamos el dinero dos veces. We hebben het geld twee keer geteld. |
| vosotros / vosotras | contasteis | kon-TAS-teis | ¿Se lo contasteis a Ana? Hebben jullie het aan Ana verteld? |
| ellos / ellas / ustedes | contaron | kon-TA-ron | Me contaron que te casas. Ze vertelden me dat je gaat trouwen. |
Twee accenten om te onthouden: conté en contó. Ze zetten de klemtoon op de laatste lettergreep. Let ook op contamos: in de tegenwoordige en de verleden tijd dezelfde vorm. Uit de zin blijkt wat je bedoelt: ayer contamos is verleden tijd.
Je gebruikt de indefinido voor iets wat één keer gebeurde en afgerond is: me contó que..., hij vertelde me dat. Wanneer je deze tijd kiest, staat in pretérito indefinido.
Contar in de imperfecto: contaba, contabas, contábamos
In de pretérito imperfecto is contar ook regelmatig: contaba, contabas, contaba, contábamos, contabais, contaban. Geen klinkerwisseling. Dit is de tijd van "vroeger vertelde hij altijd".
| Persoon | Contar | Uitspraak | Voorbeeld |
|---|---|---|---|
| yo | contaba | kon-TA-ba | De niño, contaba ovejas para dormir. Als kind telde ik schaapjes om in slaap te vallen. |
| tú | contabas | kon-TA-bas | Siempre contabas la misma historia. Je vertelde altijd hetzelfde verhaal. |
| él / ella / usted | contaba | kon-TA-ba | Mi padre nos contaba cuentos antes de dormir. Mijn vader vertelde ons verhaaltjes voor het slapengaan. |
| nosotros / nosotras | contábamos | kon-TA-ba-mos | Contábamos con tu ayuda. We rekenden op jouw hulp. |
| vosotros / vosotras | contabais | kon-TA-bais | ¿Qué os contabais? Wat vertelden jullie elkaar? |
| ellos / ellas / ustedes | contaban | kon-TA-ban | Mis abuelos contaban historias del pueblo. Mijn opa en oma vertelden verhalen over het dorp. |
Eén accent: contábamos. En yo en él zijn hetzelfde (contaba), dus zet er een yo bij als het anders onduidelijk is.
Het verschil met de indefinido: me contó is "hij vertelde me", één keer, afgerond. Me contaba is "hij vertelde me altijd" of "hij was me aan het vertellen". Bij verhalen van vroeger zit je bijna altijd in de imperfecto: mi abuela siempre contaba que (mijn oma vertelde altijd dat). Gewoontes en sfeer: imperfecto. Die ene keer: contó.
Contar vervoegen in de toekomst: contaré, contaría en de andere vormen
Contar vervoegen in de toekomende tijd is regelmatig: contaré, contarás, contará, contaremos, contaréis, contarán. Je plakt de uitgang aan het hele werkwoord. De condicional (de zou-vorm) werkt hetzelfde: contaría, ik zou vertellen.
| Persoon | Futuro | Condicional | Voorbeeld |
|---|---|---|---|
| yo | contaré | contaría | Te lo contaré mañana. Ik vertel het je morgen. |
| tú | contarás | contarías | ¿Me contarías la verdad? Zou je me de waarheid vertellen? |
| él / ella / usted | contará | contaría | Ya nos contará cómo ha ido. Hij vertelt ons wel hoe het gegaan is. |
| nosotros / nosotras | contaremos | contaríamos | Os contaremos todo cuando volvamos. We vertellen jullie alles als we terug zijn. |
| vosotros / vosotras | contaréis | contaríais | ¿Se lo contaréis a los abuelos? Vertellen jullie het aan opa en oma? |
| ellos / ellas / ustedes | contarán | contarían | Ellos nunca contarían un secreto. Zij zouden nooit een geheim vertellen. |
De klemtoon ligt in de futuro op de uitgang (kon-ta-RE) en in de condicional op de í (kon-ta-RIE-a). In gesproken Spaans hoor je trouwens vaker voy a contar dan contaré.
Dan nog de vormen buiten deze vier tijden. Zodra de klemtoon weer op de stam valt, komt de ue terug: in de gebiedende wijs en de subjuntivo.
| Vorm | Contar | Voorbeeld |
|---|---|---|
| voltooid deelwoord | contado | Ya te lo he contado. Ik heb het je al verteld. |
| gerundio | contando | Te lo estoy contando. Ik ben het je aan het vertellen. |
| gebiedende wijs (tú) | cuenta, cuéntame | Cuéntame qué pasó. Vertel me wat er gebeurd is. |
| gebiedende wijs, ontkennend | no cuentes | No se lo cuentes a nadie. Vertel het aan niemand. |
| subjuntivo | cuente, cuentes, contemos | Quiero que me lo cuentes. Ik wil dat je het me vertelt. |
Cuéntame krijgt een accent omdat de klemtoon op de derde lettergreep van achteren ligt (KWEN-ta-me).
Contar con: rekenen op en beschikken over (cuenta conmigo)
Contar con betekent rekenen op. Cuenta conmigo is "reken op mij", cuento contigo is "ik reken op jou". Bij dingen betekent het beschikken over, hebben: el hotel cuenta con piscina, het hotel heeft een zwembad.
| Spaans | Nederlands | Uitspraak |
|---|---|---|
| Cuenta conmigo. | Reken op mij. | KWEN-ta kon-MIE-go |
| Cuento contigo para la mudanza. | Ik reken op jou voor de verhuizing. | KWEN-to kon-TIE-go |
| ¿Puedo contar con vosotros el sábado? | Kan ik zaterdag op jullie rekenen? | kon-TAR kon bo-SO-tros |
| No contaba con eso. | Daar had ik niet op gerekend. | no kon-TA-ba kon E-so |
| No cuentes con ello. | Reken er niet op. | no KWEN-tes kon E-jo |
| El piso cuenta con dos baños. | Het appartement heeft twee badkamers. | el PIE-so KWEN-ta kon dos BA-njos |
Let op conmigo en contigo. Na con zeg je niet con mí of con ti, maar één woord. Bij de andere personen is het wel los: con él, con nosotros, con vosotros. En het voorzetsel is altijd con, nooit en of sobre. Hoe con en de andere voorzetsels werken, lees je in voorzetsels in het Spaans.
De betekenis "beschikken over" zie je vooral in advertenties van hotels en huizen: la casa cuenta con jardín y garaje. In een gewoon gesprek zeg je dan eerder tiene.
Vertellen of zeggen in het Spaans: contar of decir
Vertellen is contar, zeggen is decir. Contar gebruik je voor een verhaal, nieuws, een mop of een geheim: iets met een begin en een eind. Decir is voor de woorden zelf, kort: dice que sí, hij zegt van ja. Twijfel je, denk aan het Nederlands: past "vertellen", dan contar; past "zeggen", dan decir.
| Decir (zeggen) | Contar (vertellen) |
|---|---|
| Dice que viene. Hij zegt dat hij komt. | Me contó que se va a Madrid. Hij vertelde me dat hij naar Madrid gaat. |
| Dime la verdad. Zeg me de waarheid. | Cuéntame qué pasó. Vertel me wat er gebeurd is. |
| ¿Qué ha dicho? Wat heeft hij gezegd? | ¿Qué te ha contado? Wat heeft hij je verteld? |
| No digas eso. Zeg dat niet. | No se lo cuentes a nadie. Vertel het aan niemand. |
Soms kunnen ze allebei. No se lo digas a nadie en no se lo cuentes a nadie betekenen beide "vertel het aan niemand". Bij nieuws kiezen Spanjaarden bijna altijd contar: ¿te lo han contado ya?, hebben ze het je al verteld? Decir is bovendien onregelmatig in bijna elke tijd (digo, dije, dicho); alle vormen staan in decir in het Spaans.
Cuéntame, ¿qué me cuentas? en contar un chiste: uitdrukkingen met contar
Cuéntame betekent "vertel" of "vertel me", en ¿qué me cuentas? is de Spaanse manier om te vragen hoe het met je gaat: "wat heb je te vertellen?".
| Spaans | Nederlands | Uitspraak |
|---|---|---|
| ¡Cuéntame! | Vertel! | KWEN-ta-me |
| ¿Qué me cuentas? / ¿Qué te cuentas? | Hoe is het? Wat is er nieuws? | ke me KWEN-tas |
| Cuéntamelo todo. | Vertel me alles. | KWEN-ta-me-lo TO-do |
| Te cuento. | Moet je horen. (begin van een verhaal) | te KWEN-to |
| Contar un chiste | een mop vertellen | kon-TAR oen TSJIS-te |
| Ni te cuento. | Je wilt het niet weten. | nie te KWEN-to |
| ¡No me cuentes el final! | Verklap het einde niet! | no me KWEN-tes el fie-NAL |
¿Qué me cuentas? is informeel en vriendelijk, zoals ons "en, hoe is het?". Je antwoordt met pues nada, aquí (niets bijzonders) of je begint echt iets te vertellen. Meer van zulke openingszinnen staan in 10 Spaanse zinnen om nieuwe mensen te ontmoeten.
Dan twee woorden die van contar komen. Un cuento (KWEN-to) is een verhaal of sprookje: un cuento de hadas. Maar het is ook een smoes: no me vengas con cuentos, kom me niet met smoesjes. Korte cuentos lezen is trouwens een goede manier om Spaans te leren; in Spaanse teksten met vertaling vind je er een paar om mee te beginnen.
La cuenta (KWEN-ta) is de rekening: la cuenta, por favor. Alles over bestellen en betalen staat in onze Spaanse zinnen voor in een restaurant. Van cuenta komen ook tener en cuenta (rekening houden met) en darse cuenta de (beseffen). Wil je cuéntame en ¿qué me cuentas? hardop oefenen tot ze er vanzelf uitkomen, dan kan dat met de Spreekapp.
Contar als tellen in het Spaans: cuenta hasta diez
Tellen in het Spaans is ook contar, met precies dezelfde vormen: cuento hasta diez, ik tel tot tien. Je gebruikt het voor tellen met getallen, voor dagen aftellen en voor "meetellen". De getallen zelf staan in tellen in het Spaans.
| Spaans | Nederlands |
|---|---|
| Cuenta hasta diez antes de contestar. | Tel tot tien voordat je antwoordt. |
| Mi hijo cuenta los días para su cumpleaños. | Mijn zoon telt de dagen af tot zijn verjaardag. |
| He perdido la cuenta. | Ik ben de tel kwijt. |
| Somos diez, sin contar a los niños. | We zijn met tien, de kinderen niet meegeteld. |
| La cuenta atrás ha empezado. | Het aftellen is begonnen. |
| Contar ovejas | schaapjes tellen |
| Lo que cuenta es participar. | Meedoen is wat telt. |
Twee uitdrukkingen om te onthouden: perder la cuenta (de tel kwijtraken) en llevar la cuenta (de tel bijhouden). He perdido la cuenta de las veces que me lo ha contado: ik ben de tel kwijt van hoe vaak hij het me verteld heeft. Beide betekenissen in één zin. En "meetellen" is ook contar: eso no cuenta, dat telt niet. Tellen en vertellen liggen in het Spaans dichter bij elkaar dan je denkt: wie vertelt, zet de dingen op een rij, en wie telt doet dat ook.
Overzicht in één beeld
Veelgemaakte fouten
✓ Correct: Yo cuento una historia.
Uitleg: De o van contar wordt ue als de klemtoon op de stam ligt: cuento, cuentas, cuenta, cuentan. De fout die bijna elke beginner maakt, omdat contar er zo regelmatig uitziet.
✓ Correct: Nosotros contamos.
Uitleg: Bij nosotros en vosotros ligt de klemtoon op de uitgang, dus daar blijft de o staan: contamos, contáis. Wie de klinkerwisseling net kent, past hem vaak te enthousiast op alle zes vormen toe.
✓ Correct: Ayer te conté todo.
Uitleg: In de indefinido is contar helemaal regelmatig: conté, contaste, contó. De ue hoort alleen bij de tegenwoordige tijd, de gebiedende wijs en de subjuntivo.
✓ Correct: Puedes contar conmigo.
Uitleg: Na con worden mí en ti één woord: conmigo en contigo. Con mí en con ti bestaan niet.
✓ Correct: Te cuento una historia.
Uitleg: Een verhaal, een mop of een geheim vertel je met contar. Decir is zeggen, de woorden zelf. Te digo que no (ik zeg je van nee) is goed, te digo una historia niet.
✓ Correct: La cuenta, por favor.
Uitleg: El cuento is het verhaal, la cuenta is de rekening. Vraag je in een restaurant om el cuento, dan krijg je hooguit een lach. Eén letter verschil.
Oefening: contar vervoegen
Vul de juiste vorm van contar in. Tussen haakjes staat de tijd of de persoon. De antwoorden staan eronder.
1. Mi abuelo siempre _______ historias de su pueblo. (presente)
2. Ahora te _______ lo que pasó. (yo, presente)
3. Ayer le _______ todo a Marta. (yo, indefinido)
4. ¿Puedo _______ contigo el sábado? (hele werkwoord)
5. De pequeños, mi madre nos _______ un cuento cada noche. (imperfecto)
6. Mañana os _______ cómo fue la boda. (nosotros, futuro)
7. Los niños ya _______ hasta cien. (presente)
8. ¿Qué te _______? (hoe is het, informeel)
9. El hotel _______ con piscina y gimnasio. (presente)
10. Yo no se lo _______ a nadie. (condicional)
Antwoorden: 1: cuenta, 2: cuento, 3: conté, 4: contar, 5: contaba, 6: contaremos, 7: cuentan, 8: cuentas, 9: cuenta, 10: contaría
In onze gratis cursus Spaans krijg je hier veel meer van: video-uitleg, oefeningen en persoonlijke hulp bij elke les.
👉 Volg hier gratis de cursus Spaans
Veelgestelde vragen over contar vervoegen
Hoe moet je contar vervoegen?
Contar vervoegen in de tegenwoordige tijd: cuento, cuentas, cuenta, contamos, contáis, cuentan. De o wordt ue, behalve bij nosotros en vosotros. De verleden tijd is regelmatig: conté, contaste, contó. De imperfecto is contaba, de toekomst contaré.
Wat betekent contar?
Contar betekent vertellen en tellen. Te cuento una cosa is ik vertel je iets, cuenta hasta diez is tel tot tien. Met con erachter betekent het rekenen op: cuenta conmigo, reken op mij.
Wat betekent cuento?
Cuento is de ik-vorm van contar: ik vertel of ik tel. Maar un cuento is ook een zelfstandig naamwoord: een verhaal of sprookje. Un cuento de hadas is een sprookje, en eso es un cuento betekent dat is een smoes.
Wat betekent cuéntame?
Cuéntame betekent vertel of vertel me. Het is de gebiedende wijs van contar met me eraan vast; het accent houdt de klemtoon op cuén: KWEN-ta-me. Cuéntamelo todo is vertel me alles.
Wat betekent contar con?
Contar con betekent rekenen op: cuento contigo, ik reken op jou. Bij dingen betekent het beschikken over: el hotel cuenta con piscina, het hotel heeft een zwembad. Let op conmigo en contigo, nooit con mí of con ti.
Wat is het verschil tussen contar en decir?
Contar is vertellen, decir is zeggen. Een verhaal, nieuws, een mop of een geheim vertel je met contar: me contó que se casa. Korte uitspraken zijn decir: dice que sí, hij zegt van ja.
Wat betekent ¿qué me cuentas?
¿Qué me cuentas? betekent letterlijk wat vertel je me, en Spanjaarden gebruiken het als hoe is het of wat is er nieuws. Je hoort ook ¿qué te cuentas?. Een gewoon antwoord is pues nada, aquí.
Wat is contar in de verleden tijd?
In de pretérito indefinido is contar regelmatig: conté, contaste, contó, contamos, contasteis, contaron. De klinkerwisseling verdwijnt, dus niet cuenté maar conté. Me contó un secreto is hij vertelde me een geheim.
Spaans leren met onze cursussen
Vertellen wat je hebt meegemaakt is precies wat je in onze online cursus Spaans leert, met persoonlijke feedback van twee docenten. Of je nu net begint of al gevorderd bent, je leert stap voor stap vloeiend Spaans spreken met persoonlijke begeleiding van twee docenten.
✨ Twijfel je over je niveau? Op de pagina van onze cursus Spaans staan alle drie de niveaus naast elkaar.
🧭 Benieuwd wat jouw niveau is? Doe de gratis taaltest Spaans en ontdek direct welke cursus bij jou past.
👉 Bekijk hier onze complete bloghub Spaans leren
🎁 Start hier de gratis cursus Spaans (inclusief app) en leer de basis met leuke video's en oefeningen.
Saludos,
Lusiana y Leroy ❤️
🇪🇸 KRIJG ONZE GRATIS ONLINE CURSUS SPAANS! 🇪🇸
De leukste en beste manier om goed Spaans te leren spreken
✅ Gratis (en heel leuk!❤️)
✅ Videolessen, quizzen, podcasts en ebooks.
✅ Persoonlijke hulp in onze online leeromgeving (en ja, ook gratis!)
Na aanmelden ontvang je jouw inlogcode en instructies via email.
Al meer dan 30.000 mensen doen mee, jij ook?
We zullen jouw informatie nooit verkopen, om welke reden dan ook.