Empezar Vervoegen: Beginnen in het Spaans + Empezar a

Oct 31, 2026

Empezar vervoegen is even wennen, want dit werkwoord doet twee dingen die je in het Nederlands niet kent. In de tegenwoordige tijd verandert de e in ie (empiezo, ik begin), behalve bij wij en jullie. En in de verleden tijd verandert de z in een c: empecé, ik begon. Verder is empezar gewoon een -ar-werkwoord, dus zodra je die twee dingen kent, kun je het in elke tijd. In deze blog zie je alle vormen met uitspraak en voorbeeldzinnen, de constructie die je het meest nodig hebt (empezar a + werkwoord: empiezo a entender, ik begin het te begrijpen), het verschil met comenzar en uitdrukkingen als para empezar en empezar de cero.

🇪🇸 Gratis cursus Spaans (inclusief app)

Video's, oefeningen en persoonlijke hulp. Vul je naam en e-mail in en je zit binnen 2 minuten in je eerste les.

📚 Inhoudsopgave

Beginnen in het Spaans: empezar, comenzar of iniciar?

Beginnen in het Spaans is empezar (em-pe-SAR). Dat is het woord dat Spanjaarden in gewone gesprekken gebruiken, en het dekt bijna alles. Comenzar (ko-men-SAR) betekent precies hetzelfde, maar klinkt wat netter. Iniciar (ie-nie-SIAR) is nog formeler en zie je vooral op schermen, zoals bij iniciar sesión, inloggen.

Spaans Nederlands Uitspraak
La clase empieza a las nueve.De les begint om negen uur.la KLA-se em-PIE-sa a las NWE-be
¿Cuándo empiezas a trabajar?Wanneer begin je met werken?KWAN-do em-PIE-sas a tra-ba-CHAR
Empezamos mañana.We beginnen morgen.em-pe-SA-mos ma-NJA-na
El curso comienza en octubre.De cursus begint in oktober.el KOER-so ko-MIEN-sa
Iniciar sesión.Inloggen. (letterlijk: een sessie starten)ie-nie-SIAR se-SION

Net als in het Nederlands werkt empezar twee kanten op. Jij begint iets (empiezo el libro, ik begin aan het boek) en iets begint vanzelf (la clase empieza, de les begint). Nederlanders zeggen vaak "starten" en zoeken dan naar een apart Spaans woord. Dat is er niet: starten is ook gewoon empezar. Alleen een auto start je met arrancar.

Empezar vervoegen in de tegenwoordige tijd: empiezo, empiezas, empieza

In de tegenwoordige tijd vervoeg je empezar zo: empiezo, empiezas, empieza, empezamos, empezáis, empiezan. De e van de stam wordt ie in vier van de zes vormen. Alleen bij nosotros en vosotros blijft het gewoon empez-, dus empezamos en empezáis.

Persoon Vorm Uitspraak Voorbeeld
yoempiezoem-PIE-soEmpiezo a las ocho. Ik begin om acht uur.
túempiezasem-PIE-sas¿A qué hora empiezas? Hoe laat begin je?
él / ella / ustedempiezaem-PIE-saLa película empieza ahora. De film begint nu.
nosotrosempezamosem-pe-SA-mosEmpezamos el lunes. We beginnen maandag.
vosotrosempezáisem-pe-SAIS¿Cuándo empezáis las clases? Wanneer beginnen jullie met de lessen?
ellos / ellas / ustedesempiezanem-PIE-sanLas obras empiezan mañana. De werkzaamheden beginnen morgen.

Waarom die ie? Klemtoon. Valt de klemtoon op de stam (em-PIE-so), dan wordt de e een ie. Valt hij op de uitgang (em-pe-SA-mos), dan gebeurt er niets. Bij nosotros en vosotros ligt de klemtoon altijd op de uitgang, dus die twee blijven regelmatig. Pensar (pienso) en querer (quiero) doen precies hetzelfde; in pensar vervoegen zie je dat patroon uitgewerkt voor denken. Over de uitspraak: de z klinkt in Spanje als een licht geslispte s, nooit als een Nederlandse z.

Empezar vervoegen in de pretérito indefinido: empecé, empezaste, empezó

In de pretérito indefinido vervoeg je empezar zo: empecé, empezaste, empezó, empezamos, empezasteis, empezaron. De uitgangen zijn die van elk regelmatig -ar-werkwoord, en de ie is verdwenen. Eén ding om op te letten: bij yo schrijf je empecé met een c.

Persoon Vorm Uitspraak Voorbeeld
yoempecéem-pe-SEEmpecé a estudiar español en enero. Ik begon in januari met Spaans leren.
túempezasteem-pe-SAS-te¿Cuándo empezaste? Wanneer ben je begonnen?
él / ella / ustedempezóem-pe-SOLa fiesta empezó tarde. Het feest begon laat.
nosotrosempezamosem-pe-SA-mosEmpezamos sin ti. We zijn zonder jou begonnen.
vosotrosempezasteisem-pe-SAS-teisEmpezasteis muy bien. Jullie zijn heel goed begonnen.
ellos / ellas / ustedesempezaronem-pe-SA-ronLas obras empezaron en mayo. De werkzaamheden begonnen in mei.

Die c is een spellingregel, geen onregelmatigheid. Het Spaans schrijft geen z voor een e of een i, dus zodra de uitgang met een e begint, wordt de z een c: empecé. De uitspraak verandert niet. Dezelfde regel zie je bij comenzar (comencé). Let ook op de accenten: empecé en empezó hebben er een, de rest niet. Wanneer je de indefinido kiest en wanneer he empezado, lees je in pretérito indefinido in het Spaans. Wil je zeggen dat je net begonnen bent, dan gebruik je geen verleden tijd maar acabo de empezar; hoe dat werkt staat in acabar de in het Spaans.

Empezar vervoegen in de imperfecto: empezaba, empezabas, empezábamos

In de imperfecto is empezar helemaal regelmatig: empezaba, empezabas, empezaba, empezábamos, empezabais, empezaban. Geen ie, geen c. Je gebruikt deze tijd voor gewoontes in het verleden en voor iets wat net begon toen er iets anders gebeurde.

Persoon Vorm Uitspraak Voorbeeld
yoempezabaem-pe-SA-baAntes empezaba a trabajar a las siete. Vroeger begon ik om zeven uur met werken.
túempezabasem-pe-SA-basSiempre empezabas tarde. Je begon altijd laat.
él / ella / ustedempezabaem-pe-SA-baLa película empezaba cuando llegamos. De film begon net toen we aankwamen.
nosotrosempezábamosem-pe-SA-ba-mosEmpezábamos el día con un café. We begonnen de dag met een koffie.
vosotrosempezabaisem-pe-SA-bais¿A qué hora empezabais? Hoe laat begonnen jullie altijd?
ellos / ellas / ustedesempezabanem-pe-SA-banLas clases empezaban en septiembre. De lessen begonnen altijd in september.

Eerlijk is eerlijk: bij empezar hoor je de indefinido veel vaker dan de imperfecto, want beginnen is meestal één moment. Vergelijk empezó a llover (het begon te regenen, punt) met empezaba a llover cuando salimos (het begon net te regenen toen we naar buiten gingen): daar is het regenen de achtergrond. Het enige wat je hier moet onthouden, is het accent op empezábamos.

Empezar in de toekomst: empezaré, empezará en voy a empezar

Ik zal beginnen is empezaré, en de hele rij is empezaré, empezarás, empezará, empezaremos, empezaréis, empezarán. Je plakt de uitgangen gewoon achter het hele werkwoord empezar, zonder klinkerverandering. In een gesprek hoor je trouwens veel vaker voy a empezar, ik ga beginnen.

Persoon Futuro Condicional Voorbeeld
yoempezaré (em-pe-sa-RE)empezaría (em-pe-sa-RIE-a)Empezaré el lunes. Ik begin maandag.
túempezarásempezarías¿Cuándo empezarás? Wanneer ga je beginnen?
él / ella / ustedempezaráempezaríaEl curso empezará en marzo. De cursus begint in maart.
nosotrosempezaremosempezaríamosEmpezaríamos antes si pudiéramos. We zouden eerder beginnen als we konden.
vosotrosempezaréisempezaríaisEmpezaréis con la gramática. Jullie beginnen met de grammatica.
ellos / ellas / ustedesempezaránempezaríanLas obras empezarán pronto. De werkzaamheden beginnen binnenkort.

De condicional is de zou-vorm: yo empezaría por el principio, ik zou bij het begin beginnen. De futuro gebruik je vooral voor dingen die gepland staan: el curso empezará. Heb je het over jezelf, dan zeg je liever voy a empezar mañana of gewoon empiezo mañana, net als in het Nederlands. Die constructie met ir a is de normale manier om te zeggen wat je van plan bent; alles daarover lees je in ir a + infinitivo.

Empezar a + werkwoord: empiezo a entender, empezar con en empezar por

Beginnen met iets doen is in het Spaans altijd empezar a + heel werkwoord: empiezo a entender, ik begin het te begrijpen. Die a is verplicht. Beginnen met iets zonder werkwoord erachter is empezar con, en beginnen bij iets, als eerste stap, is empezar por.

Constructie Spaans Nederlands
empezar a + werkwoordEmpiezo a entender el español.Ik begin het Spaans te begrijpen.
empezar a + werkwoordEmpezó a llover.Het begon te regenen.
empezar a + werkwoord¿Cuándo empezaste a estudiar?Wanneer begon je met studeren?
empezar con + dingEmpezamos con la sopa.We beginnen met de soep.
empezar por + eerste stapEmpieza por el principio.Begin bij het begin.
empezar por + werkwoordEmpecé por aprender los números.Ik begon met de getallen te leren. (als eerste)
empezar + lijdend voorwerpEmpiezo el libro hoy.Ik begin vandaag aan het boek.

De regel is simpel: staat er een werkwoord achter empezar, dan komt er a tussen. Altijd. In het Nederlands zeg je "ik begin met werken", en dat "met" vertalen Nederlanders dan letterlijk met con. Maar empiezo con trabajar bestaat niet. Con is alleen voor een zelfstandig naamwoord: empiezo con la sopa. Empezar por betekent "als eerste": empieza por ti mismo, begin bij jezelf. Veel Spaanse werkwoorden hebben zo'n vast voorzetsel dat je erbij moet leren; een overzicht van a, de, en en con staat in voorzetsels in het Spaans.

Empezar of comenzar: wat is het verschil?

Er is geen verschil in betekenis: empezar en comenzar betekenen allebei beginnen, en je vervoegt ze precies hetzelfde (comienzo, comencé). Het verschil zit in het register. Empezar is spreektaal, comenzar hoor je in het nieuws en lees je in boeken en officiële teksten. Zeg je comienzo in de bar, dan klink je als een nieuwslezer.

Spreektaal: empezar Formeler: comenzar Nederlands
Empiezo a las nueve.Comienzo a las nueve.Ik begin om negen uur.
Empecé a estudiar.Comencé a estudiar.Ik begon te studeren.
La clase empieza.La clase comienza.De les begint.
¡Empecemos!¡Comencemos!Laten we beginnen!
el principioel comienzo / el iniciohet begin

Comenzar heeft dezelfde twee eigenaardigheden als empezar: de e wordt ie waar de klemtoon valt (comienzo, comienzas, comienza, comenzamos, comenzáis, comienzan) en de z wordt c voor een e (comencé, comience). Iniciar is de meest formele optie (iniciar un proceso) en is helemaal regelmatig: inicio, inicias, inicia. Ons advies: gebruik empezar als je praat, en herken comenzar en iniciar als je leest.

Uitdrukkingen met empezar: para empezar, empezar de cero en ¡empecemos!

De uitdrukking met empezar die je het vaakst hoort, is para empezar: om te beginnen. In een restaurant is dat het voorgerecht, in een discussie je eerste argument. Hieronder de uitdrukkingen die Spanjaarden echt gebruiken.

Spaans Nederlands Voorbeeld
para empezarom te beginnen, als voorgerechtPara empezar, una ensalada. Als voorgerecht een salade.
empezar de cerovanaf nul beginnen, helemaal opnieuwNos mudamos a España y empezamos de cero. We verhuisden naar Spanje en begonnen vanaf nul.
empezar con buen piegoed van start gaan (ook: con mal pie)El año empezó con buen pie. Het jaar begon goed.
¡empecemos!laten we beginnen!Bueno, ¡empecemos! Goed, laten we beginnen!
volver a empezaropnieuw beginnenTuvimos que volver a empezar. We moesten opnieuw beginnen.
empezar la casa por el tejadohet paard achter de wagen spannen (letterlijk: het huis bij het dak beginnen)No empieces la casa por el tejado. Begin niet bij het einde.
ya empezamosdaar gaan we weer (zuchtend)¿Otra vez? Ya empezamos. Weer? Daar gaan we weer.

Empezar de cero hoor je veel van mensen die naar Spanje verhuisd zijn: nieuw huis, nieuwe taal, alles opnieuw. En volver a empezar zeg je als je voor de derde keer aan dezelfde cursus begint. Dat overkomt veel mensen die in januari met Spaans starten en in maart stilvallen; hoe je het dit keer wel volhoudt, lees je in goede voornemens: Spaans leren in het nieuwe jaar. Wil je deze zinnen niet alleen lezen maar ook hardop zeggen, dan kun je ze oefenen met de Spreekapp, zonder dat er iemand meeluistert.

Empezar in de subjuntivo en de gebiedende wijs: empiece, empieza, empecemos

De subjuntivo van empezar is empiece, empieces, empiece, empecemos, empecéis, empiecen. Hier komen de twee veranderingen samen: de e wordt ie waar de klemtoon op de stam valt, en de z wordt c omdat alle uitgangen met een e beginnen. De gebiedende wijs is empieza (tegen jij) en empiece (tegen u).

Vorm Spaans Uitspraak Voorbeeld
subjuntivo yo / élempieceem-PIE-seQuiero que empiece ya. Ik wil dat hij nu begint.
subjuntivo túempiecesem-PIE-sesEs mejor que empieces hoy. Je kunt beter vandaag beginnen.
subjuntivo nosotrosempecemosem-pe-SE-mosAntes de que empecemos, una pregunta. Voordat we beginnen, één vraag.
subjuntivo ellosempiecenem-PIE-senCuando empiecen las clases, tendré menos tiempo. Als de lessen beginnen, heb ik minder tijd.
gebiedende wijs tú¡empieza!em-PIE-sa¡Empieza ya! Begin nu!
gebiedende wijs tú, ontkennend¡no empieces!no em-PIE-sesNo empieces sin mí. Begin niet zonder mij.
gebiedende wijs usted¡empiece!em-PIE-seEmpiece cuando quiera. Begint u maar wanneer u wilt.
gerundioempezandoem-pe-SAN-doEstoy empezando a entenderlo. Ik begin het te begrijpen.
voltooid deelwoordempezadoem-pe-SA-doYa hemos empezado. We zijn al begonnen.

Cuando empiecen las clases staat in de subjuntivo omdat het over de toekomst gaat: de lessen zijn nog niet begonnen. En quiero que empiece is subjuntivo omdat je een wens uitspreekt over wat een ander doet. Wanneer je deze vorm precies nodig hebt, lees je in presente de subjuntivo. De gebiedende wijs is bij empezar makkelijk: tegen jij is het de él-vorm (empieza), tegen u de subjuntivo (empiece), en de ontkenning (no empieces) is altijd subjuntivo. Alle regels daarvoor staan in gebiedende wijs in het Spaans. Het voltooid deelwoord empezado en de gerundio empezando zijn gewoon regelmatig.

Overzicht in één beeld

Infographic empezar vervoegen: beginnen in het Spaans in de tegenwoordige tijd (empiezo, empiezas, empieza), verleden tijd (empecé, empezó), toekomst en subjuntivo, met uitspraak en empezar a + werkwoord
Overzicht: empezar vervoegen in de belangrijkste tijden, met de klinkerverandering e naar ie, de c van empecé en de constructie empezar a + werkwoord.

Veelgemaakte fouten

❌ Fout: Empezo a las ocho.
✓ Correct: Empiezo a las ocho.
Uitleg: In de yo-vorm van de tegenwoordige tijd wordt de e een ie, omdat de klemtoon op de stam valt. Dat geldt ook voor empiezas, empieza en empiezan.
❌ Fout: Empiezamos mañana.
✓ Correct: Empezamos mañana.
Uitleg: De omgekeerde fout: de ie overal invullen. Bij nosotros en vosotros ligt de klemtoon op de uitgang, dus daar verandert niets.
❌ Fout: Empezé a estudiar.
✓ Correct: Empecé a estudiar.
Uitleg: Het Spaans schrijft geen z voor een e. In de yo-vorm van de indefinido wordt de z dus een c: empecé. Ook empiecé is fout: in de indefinido is er geen klinkerverandering.
❌ Fout: Empiezo trabajar a las nueve.
✓ Correct: Empiezo a trabajar a las nueve.
Uitleg: Tussen empezar en een werkwoord staat altijd a. In het Nederlands zeg je "ik begin te werken" zonder voorzetsel, en zo verdwijnt die a vaak.
❌ Fout: Empiezo con aprender español.
✓ Correct: Empiezo a aprender español.
Uitleg: "Beginnen met leren" vertaal je niet letterlijk met con. Voor een werkwoord is het altijd a. Con gebruik je alleen voor een zelfstandig naamwoord: empiezo con la gramática.
❌ Fout: Ayer he empezado el curso.
✓ Correct: Ayer empecé el curso.
Uitleg: Bij een afgesloten moment in het verleden (ayer, la semana pasada) gebruik je in Spanje de indefinido. He empezado hoort bij een periode die nog loopt: hoy he empezado el curso.

Oefening: empezar vervoegen

Vul de juiste vorm van empezar in. Tussen haakjes staat de tijd. De antwoorden staan eronder.

1. Yo _______ a trabajar a las nueve. (tegenwoordige tijd)

2. ¿A qué hora _______ (tú) mañana? (tegenwoordige tijd)

3. La película _______ en cinco minutos. (tegenwoordige tijd)

4. Nosotros _______ el curso la semana pasada. (indefinido)

5. Yo _______ a estudiar español hace un año. (indefinido)

6. Antes, las clases _______ a las ocho. (imperfecto)

7. Mañana _______ (nosotros) con la gramática. (futuro)

8. Quiero que _______ (tú) hoy mismo. (subjuntivo)

9. ¡_______ (tú) ya, que es tarde! (gebiedende wijs)

10. Vertaal: Het begon te regenen.

 

Antwoorden: 1: empiezo, 2: empiezas, 3: empieza, 4: empezamos, 5: empecé (met c), 6: empezaban, 7: empezaremos (of vamos a empezar), 8: empieces, 9: Empieza, 10: Empezó a llover. (vergeet de a niet)

Vond je deze oefening leuk? 🇪🇸
In onze gratis cursus Spaans krijg je hier veel meer van: video-uitleg, oefeningen en persoonlijke hulp bij elke les.
👉 Volg hier gratis de cursus Spaans

Veelgestelde vragen over empezar vervoegen

Hoe vervoeg je empezar in het Spaans?

Empezar vervoegen in de tegenwoordige tijd gaat zo: empiezo, empiezas, empieza, empezamos, empezáis, empiezan. De e wordt ie, behalve bij nosotros en vosotros. In de indefinido is het empecé, empezaste, empezó, empezamos, empezasteis, empezaron, met een c in empecé. De toekomst is empezaré en de subjuntivo empiece.

Hoe zeg je beginnen in het Spaans?

Beginnen in het Spaans is empezar (em-pe-SAR). Comenzar betekent hetzelfde maar klinkt formeler, en iniciar is nog netter en zie je vooral op schermen en in officiële teksten. Beginnen met iets doen is empezar a + werkwoord: empiezo a trabajar.

Wat betekent empezar?

Empezar betekent beginnen. Je gebruikt het voor iets wat jij begint (empiezo el libro, ik begin aan het boek) en voor iets wat vanzelf begint (la clase empieza, de les begint). Met a erachter is het beginnen met iets doen: empezó a llover, het begon te regenen.

Wat is het verschil tussen empezar en comenzar?

Er is geen verschil in betekenis: empezar en comenzar betekenen allebei beginnen en worden hetzelfde vervoegd (comienzo, comencé). Empezar is spreektaal, comenzar is formeler en hoor je in het nieuws en lees je in boeken.

Is het empezé of empecé?

Het is empecé, met een c. Het Spaans schrijft geen z voor een e, dus in de yo-vorm van de indefinido wordt de z een c. De uitspraak is em-pe-SE. Ook empiecé is fout, want in de verleden tijd verandert de e niet in ie.

Wat betekent empieza?

Empieza betekent hij, zij, u of het begint: la película empieza, de film begint. Het is ook de gebiedende wijs tegen jij: ¡empieza ya!, begin nu! De klemtoon ligt op PIE: em-PIE-sa.

Wat betekent para empezar?

Para empezar betekent om te beginnen. In een restaurant is het het voorgerecht: para empezar, una ensalada. In een gesprek gebruik je het voor je eerste punt: para empezar, no es verdad, om te beginnen is het niet waar.

Hoe zeg je ik begin in het Spaans?

Ik begin in het Spaans is empiezo (em-PIE-so). Ik begin met werken is empiezo a trabajar, met de a ertussen. Ik begon is empecé, ik ga beginnen is voy a empezar en ik ben net begonnen is acabo de empezar.

Spaans leren met onze cursussen

Wil je zelf beginnen met Spaans, of juist doorpakken? In onze online cursus Spaans kies je het niveau dat bij je past. Of je nu net begint of al gevorderd bent, je leert stap voor stap vloeiend Spaans spreken met persoonlijke begeleiding van twee docenten.

✨ Of bekijk het volledige overzicht van onze Spaanse cursus online.

🧭 Benieuwd wat jouw niveau is? Doe de gratis taaltest Spaans en ontdek direct welke cursus bij jou past.

👉 Bekijk hier onze complete bloghub Spaans leren

🎁 Start hier de gratis cursus Spaans (inclusief app) en leer de basis met leuke video's en oefeningen.

Saludos,
Lusiana y Leroy ❤️

🇪🇸 KRIJG ONZE GRATIS ONLINE CURSUS SPAANS! 🇪🇸

De leukste en beste manier om goed Spaans te leren spreken

✅ Gratis (en heel leuk!❤️)
✅ Videolessen, quizzen, podcasts en ebooks.
✅
Persoonlijke hulp in onze online leeromgeving (en ja, ook gratis!)

Na aanmelden ontvang je jouw inlogcode en instructies via email.

Al meer dan 30.000 mensen doen mee, jij ook?

We zullen jouw informatie nooit verkopen, om welke reden dan ook.